Subsidieregeling Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Den Haag 2017-2020 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, Overwegende dat: Het college doelen en prioriteiten m.b.t. het cultuurbeleid, alsmede het financieel kader waarbinnen extern advies dient te worden uitgebracht heeft vastgelegd in het Beleidskader Kunst en Cultuur 2017-2020 en dit ter besluitvorming voorlegt aan de gemeenteraad, gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, besluit vast te stellen de SUBSIDIEREGELING MEERJARENBELEIDSPLAN KUNST EN CULTUUR DEN HAAG 2017-
- §1Algemene bepalingen Artikel1:1.Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: adviescommissie: de door burgemeester en wethouders ingestelde Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020; gemeentelijk vastgoed: bebouwde en onbebouwde onroerende zaken in eigendom van of in gebruik door de Gemeente Den Haag. Artikel1:2.Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2:1 van deze regeling bedoelde activiteiten. §2De activiteiten en de doelgroep Artikel2:1.Activiteiten Subsidie kan worden verleend voor activiteiten op het gebied van kunst en cultuur die vallen binnen de doelen en prioriteiten van het Beleidskader Kunst en Cultuur 2017-2020 en die voldoen aan de Richtlijnen voor beoordeling en de daarin opgenomen criteria uit hoofdstuk 5 van genoemd Beleidskader. Artikel2:2.Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen. §3Besluitvorming subsidie Artikel3:1.Aanvraag 1.In aanvulling/ afwijking van artikel 8, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014 kan het college bij nadere regeling voorschriften geven voor het aanvraagformulier en de daarbij in te dienen bescheiden. 2.Een aanvraag voor subsidie wordt door burgemeester en wethouders om advies voorgelegd aan de Adviescommissie. Artikel3:2Aanvraagtermijn De aanvraag moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, door burgemeester en wethouders zijn ontvangen uiterlijk op 1 december
- §4Verplichtingen, verantwoording en vaststelling Artikel4:1Verplichtingen a.Indien de subsidieontvanger voor het uitoefenen van zijn activiteiten huisvesting behoeft en de huisvestingslasten onderdeel uit maken van de te verstrekken subsidie, kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting worden verbonden om de activiteiten van de subsidieontvanger te laten plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, voor zover het gemeentelijk vastgoed geschikt is om deze activiteiten uit te oefenen, dan wel daartoe redelijkerwijs geschikt te maken is. b.Indien aan een beschikking tot subsidieverlening de verplichting is verbonden dat de activiteiten van de subsidieontvanger plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, kunnen daarbij verplichtingen worden opgelegd inzake meervoudig of gezamenlijk gebruik van het betreffende gemeentelijke vastgoed. c.Indien de uitoefening van de activiteiten van de subsidieontvanger niet plaatsvindt in of op gemeentelijk vastgoed kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting worden verbonden dat de subsidieontvanger de huisvesting waarin de activiteiten plaatsvinden, in medegebruik geeft of verhuurt aan andere subsidieontvangers van de gemeente teneinde meervoudig of gezamenlijk gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren. Artikel4:2Vaststelling van subsidies van minder dan € 10.000 1.De subsidie wordt door burgemeester en wethouders ambtshalve vastgesteld. 2.De aanvrager is verplicht om ten behoeve van de vaststelling van de subsidie jaarlijks een inhoudelijk en een financieel verslag van de activiteiten aan het burgemeester en wethouders te zenden. §5Slotbepalingen Artikel5:1Slotbepalingen 1.Deze regeling treedt in werking op 1 mei
- 2.Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Den Haag 2017-
- 3.Deze subsidieregeling vervalt 31 december 2021 Artikel5:2Bekendmaking Deze regeling wordt bekend gemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad binnen een week na het besluit tot vaststelling ervan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, mw. A.W.H. Bertram de burgemeester, J.J. van Aartsen