Tijdelijke subsidieregeling taalniveau 3F OpsterlandBurgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland; gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Opsterland 2017; Besluit: Vast te stellen de: "Tijdelijke subsidieregeling taalniveau 3F Opsterland " HOOFDSTUK1Inleidende bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
- Peuteropvang Een in Opsterland gevestigde faciliteit voor minimaal 7 peuters die wonen in de gemeente Opsterland, aangeboden door aanbieders die met een registratie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) zijn opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP);
- De gemeente De gemeente Opsterland
- College Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland
- Pedagogisch medewerker Een pedagogisch medewerker werkzaam in een voorziening voor peuteropvang.
- Voorziening Het aanbod peuteropvang zoals een aanbieder dat op een specifieke locatie aanbiedt op een locatie in de gemeente.
- Aanvrager Een rechtspersoon die een voorziening voor peuteropvang exploiteert in de gemeente Opsterland.
- Taalniveau 3F Het door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgeschreven taalniveau voor pedagogisch medewerkers werkzaam op peutergroepen die voorschoolse educatie bieden. Deze beroepskrachten moeten ten minste taalniveau 3F beheersen op de volgende onderdelen: ·Mondelinge vaardigheden ·Leesvaardigheden
- Taaltraject 3F Een traject bestaande uit toetsing en zo nodig scholing gericht op de onderdelen van taalniveau 3F, dat wordt afgesloten met een certificaat waarin staat vastgelegd dat de pedagogisch medewerker het gewenste niveau 3F heeft behaald.
- Toetsingskosten De kosten voor een toets per pedagogisch medewerker waarmee kan worden aangetoond dat de medewerker over taalniveau 3F beschikt, tot een door het college van b en w vastgesteld maximum van €350,- per toets. De subsidie die verstrekt wordt voor toetsing is inclusief verletkosten.
- Scholingskosten De kosten voor scholing per pedagogisch medewerker wanneer uit de toets gebleken is dat de medewerkers nog niet over taalniveau 3F beschikt, tot een door het college vastgesteld maximum van €2200,- per scholingstraject. De subsidie die verstrekt wordt voor scholing is inclusief verletkosten.
- Verletkosten Kosten die de organisatie maakt om de pedagogisch medewerker die bijscholing volgt te vervangen of uit te betalen. HOOFDSTUKIIde subsidieverlening Artikel2Subsidiabele activiteiten 1.Het college kan vanaf 20 september 2017 een incidentele subsidie verstrekken aan een aanvrager van een subsidie als tegemoetkoming in de kosten van een taaltraject 3F. Hieronder vallen toetsingskosten en scholingskosten, inclusief verletkosten. Artikel3Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1.De subsidie voor toetsingskosten zoals omschreven in art. 1 onder 9 wordt per pedagogisch medewerker maximaal drie keer verstrekt en subsidie voor scholingskosten zoals omschreven onder art. 1 onder 10 wordt per pedagogisch medewerker maximaal één keer verstrekt. De subsidie is inclusief verletkosten zoals beschreven in art. 1 onder
- 2.De aanbieder van peuteropvang kiest een toetsings- en scholingsaanbieder die genoemd is in de kieswijzer voor taalcursussen van Sardes
- De toetsing en de scholingstrajecten mogen niet door dezelfde aanbieder verzorgd worden in verband met het risico op belangenverstrengeling. 3.Het volledige taaltraject moet uiterlijk 31 december 2018 zijn afgesloten en uiterlijk die datum moeten aan de gemeente de gewenste resultaten zoals omschreven onder art. 1 onder 7 worden verstrekt. 4.De subsidie kan worden aangevraagd tot uiterlijk 1 juli 2018 op de daarvoor door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulieren. 5.Voor pedagogisch medewerkers die vanaf 1 januari 2018 in dienst worden genomen kan geen subsidie worden aangevraagd. Artikel4Reikwijdte van de subsidieregeling 1.Voor de subsidie komt slechts in aanmerking een rechtspersoon die een voorziening voor peuteropvang exploiteert in de gemeente Opsterland die is opgenomen in het LRKP met een VVE registratie. Artikel5Grondslag voor de subsidieberekening 1.De grondslag voor de subsidie is het aantal pedagogisch medewerkers dat in aanmerking komt voor een taaltraject 3F, zoals door de aanbieder van peuteropvang aangegeven op het aanvraagformulier voor subsidie. 2.De te verlenen subsidie kan bestaan bestaat uit twee componenten: Een bedrag voor toetsingskosten tot een maximum van €350,- per toets, inclusief verletkosten. Een bedrag voor scholingskosten tot een maximum van €2.200,- per scholingstraject, inclusief verletkosten. Artikel6De subsidieaanvraag 1.Instellingen die voor een incidentele subsidie voor een taaltraject 3F in aanmerking willen komen kunnen tussen 20 september 2017 en 30 juni 2018 een subsidieaanvraag indienen. 2.Het college stelt voor het indienen van subsidieaanvragen daarvoor bedoelde aanvraagformulieren vast. 3.Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van een complete aanvraag een besluit over de subsidieverlening. 4.Aanvragen ontvangen na 30 juni 2018 worden niet meer in behandeling genomen. Artikel8De subsidieverlening 1.Op basis van de ingediende aanvraagformulieren wordt een voorlopige subsidie toegekend. 2.De voorlopige subsidie wordt door middel van een beschikking bevestigd, waarin de bedragen en de data waarop wordt uitbetaald staan vermeld. Artikel9Rapportageverplichtingen 1.De subsidieaanvrager registreert en legt verantwoording af waarbij wordt overlegd: een overzicht of certificaat op naam waaruit blijkt voor welke onderdelen van taaltraject 3F de pedagogisch medewerker al dan niet geslaagd is; een factuur van de aanbieder van het taaltraject waaruit blijkt hoeveel toetsen er zijn afgenomen; een factuur van de aanbieder van het scholingstraject waaruit blijkt hoeveel pedagogisch medewerkers scholing gevolgd hebben. 2.Het college heeft een formulier vastgesteld voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 3.Het college kan nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren. HOOFDSTUKIIIde subsidievaststelling Artikel10De subsidievaststelling 1.Een verzoek tot vaststelling van de subsidie moet voor 31 december 2018 worden ingediend. 2.Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie worden de gegevens overlegd zoals omschreven in artikel 9 lid
- 3.Burgemeester en wethouders stellen op basis van het ‘Verantwoordingsformulier taaltraject 3F’ de subsidie vast. 4.Het bedrag per pedagogisch medewerker wordt vastgesteld op basis van de betaalde trajectprijs tot het maximum van de in artikel 5 genoemde grondslag. 5.De subsidie kan lager worden vastgesteld: wanneer de aanvrager van de subsidie het verzoek tot vaststelling van de subsidie niet tijdig in dient; wanneer het verzoek tot vaststelling van de subsidie ook na een eventuele hersteltermijn niet compleet is; wanneer de aanvrager niet heeft voldaan aan de bepalingen in deze subsidieregeling. HOOFDSTUKIVslot- en overgangsbepalingen Artikel11Algemene subsidieverordening gemeente Opsterland 2017 Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is geregeld, gelden de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Opsterland
- Artikel12Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 20 september 2017 en vervalt op 1 januari
- Daarna kan geen aanspraak meer gemaakt worden op subsidie en is het taalniveau uitsluitend de verantwoordelijkheid van de aanbieder van peuteropvang. Artikel13Citeerartikel Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als “Tijdelijke subsidieregeling taalniveau 3F Opsterland”. Artikel14Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 19 september 2017.De gemeentesecretaris Koen van Veen De burgemeester, Ellen van SelmBijlage1 VOORTGANGSFORMULIER SUBSIDIE TAALNIVEAU 3F DEEL 1 Bijlage2 AANVRAAGFORMULIER SUBSIDIE TAALNIVEAU 3F DEEL 1 Bijlage3 VOORTGANGSFORMULIER SUBSIDIE TAALNIVEAU 3F DEEL 2 Bijlage4 VERANTWOORDINGSFORMULIER SUBSIDIE TAALNIVEAU 3F