← Nederland

Nota Standplaatsenbeleid 2008 (Ridderkerk)

Nota Standplaatsenbeleid 2008 Artikel 0 Dit artikel moet nog worden gesplitst Nota Standplaatsenbeleid 2008

  1. Inleiding Met het standplaatsenbeleid wil het gemeentebestuur de verkoop van goederen op een bepaalde plek in de gemeente regelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de kraam van de kaasboer of de verkoop van Vietnamese loempia’s. In verband met deregulering van de APV en het relevante beleid wordt het standplaatsenbeleid herzien. De criteria voor het standplaatsenbeleid zijn te vinden in de toepasselijke regelgeving zoals de APV.
  2. Juridisch Kader Op het innemen van standplaatsen is onder andere de volgende voorschriften van toepassing: Op grond van artikel 5.3.2 lid 6 van de APV 2007 kan de standplaatsvergunning worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse; gelet op de grootte en/of het uiterlijk van de verkoopinrichting. Naast de toepasselijke jurisprudentie zijn ook de overige publiekrechtelijke bepalingen van toepassing: de Grondwet; de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de Winkeltijdenwet; de Warenwet; de wet Milieubeheer; de Zondagswet; de Vreemdelingenwet; de relevante provinciale bepalingen; het relevante Bestemmingsplan.
  3. Beleid standplaatsen Soorten standplaatsen Onder de werkingssfeer van artikel 5.3.2 van de APV valt een diversiteit aan standplaatsen. Genoemd kunnen worden: 1.de vaste standplaats: op een aangewezen locatie die op alle werkdagen kan worden bezet door verschillende vergunninghouders gedurende minimaal een dagdeel en maximaal 3 dagen per week; 2.de zes weken standplaats: op een aangewezen locatie die gedurende een periode van maximaal zes weken aaneengesloten kan worden bezet door dezelfde vergunninghouder, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal nogmaals zes weken; 3.de vijf dagen standplaats: op een willekeurige locatie die gedurende maximaal vijf dagen per jaar door een vergunninghouder kan worden bezet. Het maximum van 5 dagen per jaar geldt per persoon. 4.de maatschappelijke standplaats. Op een aangewezen locatie voor dienstverlening waarmee een maatschappelijk belang wordt gediend. Zoals een informatiebus van een zorgverzekeraar. Ad 1 De vaste standplaats Door het college zijn in diverse wijken locaties aangewezen, waar een standplaats kan worden ingenomen door verschillende vergunninghouders. Een overzicht is opgenomen in dit beleid. De tekeningen zijn bijgevoegd. Overige voorschriften vaste standplaats: de vergunning is voor onbepaalde tijd; de vergunning is niet overdraagbaar. Ad
  4. De zes weken standplaats Door het college zijn locaties aangewezen, waar gedurende zes weken een standplaats kan worden ingenomen. Een overzicht is opgenomen in het beleid. De tekeningen zijn bijgevoegd. Overige voorschriften vergunning zes wekenstandplaats: a.de vergunning is voor maximaal zes weken per kalenderjaar met een verlenging van maximaal zes weken; b.de vergunning is niet overdraagbaar. Ad
  5. De vijf dagen standplaats Het gemeentebestuur wil dat op elke willekeurige plek gedurende 5 dagen door een persoon een standplaats kan worden ingenomen. Deze standplaats dient wel te voldoen aan de relevante voorschriften van de APV en bovengenoemde voorschriften van paragraaf
  6. Gelet op de bijzondere situatie op het Sint Jorisplein is er een locatie aangewezen waar één of meer vijf dagen standplaatsen gesitueerd kunnen worden. Dit gebied is bepaald met inachtneming van de betrokken belangen zoals doorstroming van het verkeer, veiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten en zichtlijnen. Een aanvraag voor een vijf dagen standplaats op het Sint Jorisplein op een andere locatie dan aangegeven op de bij deze beleidsnotitie horende tekening zal om die reden afgewezen worden tenzij zeer bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot afwijking. Overige voorschriften vergunning vijf dagen standplaats: looptijd van maximaal 5 dagen per jaar; de vergunning is niet overdraagbaar. Ad 4 Standplaats met maatschappelijk belang Overige voorschriften standplaats met maatschappelijk belang de looptijd is voor bepaalde tijd; de vergunning is niet overdraagbaar. Overzicht standplaatsen en vergunningen Zie bijgevoegde tekeningen. Deze maken deel uit van de beleidsnota. Vaste standplaats: Bolnes winkelcentrum/ Amerstraat (2 plaatsen, 40 m2) Plein Oost/De Genestetstraat (1 plaats, 40 m2) Drievliet/ Vlietplein (1 plaats, 37 m2) Dit is een flexibele standplaats. Afhankelijk waar ze aan het bouwen of graven zijn, wordt op aanwijzing van de opzichter een standplaats aangewezen. Rijsoord/Vlasstraat (1 plaats, 40 m2) Slikkerveer/Dillenburgplein (1 plaats, 40 m2) Tijdelijk buiten gebruik voor 2 jaar. De stroomkosten elektriciteitsaansluiting worden doorberekend door de gemeente. Centrum/Havenstraat trottoir t.o.v. Bas van der Heijden (1 plaats,15m2) Centrum/Baljuwstraat (1 plaats, 35 m2) Fast Ferry/Schans (1 tijdelijke standplaats,30m2) Bedrijventerrein Donkersloot-Zuid/Tinstraat (1 plaats, 40 m2) Zes weken standplaats: Bolnes winkelcentrum/Amerstraat (1 plaats, 40 m2) Dillenburgplein (1 plaats, 40 m2) Stroomkosten elektriciteitsaansluiting worden doorberekend door de gemeente. -Ridderhof (1 plaats,52 m2) 5 dagen standplaats: op elke willekeurige plek Sint Jorisplein(1 plaats, 25 m2) Standplaatsen op particulier terrein Op grond van artikel 5.3.2 lid 3 van de APV is het de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats wordt ingenomen. Ook voor standplaatsen op particuliere grond gelden dezelfde criteria als voor standplaatsen op grond die eigendom is van de gemeente. Kosten standplaats Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een standplaats dient de aanvrager altijd leges te betalen. Voor het gebruik van gemeentegrond dient ook precariorechten te worden betaald. Veiligheid Vergunningen en Handhaving Handhaving De handhaving en controle van de standplaatsvergunningen geschiedt primair door de politie en de medewerkers van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving. Voorschriften aan de standplaatsvergunning Naast de algemene voorschriften van de standplaatsvergunning worden nog de volgende voorschriften opgenomen in de standplaatsvergunning: 1.U dient deze vergunning op de standplaats aanwezig te hebben en op verzoek van de toezichthouders of politie te laten zien. Indien u de vergunning niet kunt tonen, zullen zij u opdragen te vertrekken. 2.U dient de blindenroute vrij te houden en het winkelend publiek dient onbelemmerd doorgang te kunnen vinden; 3.Kramen en uitstallingen dienen zodanig te zijn gestald dat doorgangen en vluchtroutes over de volle breedte worden vrijgehouden. Er mogen geen vlaggen, kabels, leidingen of reclameborden worden bevestigd aan bomen en struiken. Indien dringende redenen daartoe aanleiding geven, kan de standplaats tijdelijk elders of voor een andere periode worden toegewezen. Er mag niet geloosd worden door de vergunninghouder op de openbare weg, het riool of (brand-) putten. De vergunning is niet overdraagbaar. De afstand tussen een kraam en de achterliggende bebouwing dient ten hoogste 8 meter te bedragen. Tussen de achterzijde van de kraam en de achterliggende bebouwing dient een strook van ten minste 1 meter breed te worden vrijgehouden. 12.Aan de voorzijde van de kraam moet een rijbaan van tenminste 4 meter breed en 4,20 meter hoog beschikbaar zijn voor hulpdiensten, gerekend vanaf de uitstalling of uitbouw van de kraam. Indien van toepassing Bakken en Braden: 1.Drukhouders met vloeibaar gas moeten buiten het bereik van onbevoegden op een veilige en goed geventileerde plaats worden opgesteld. 2.Een flessengasinstallatie moet voldoen aan de eisen en bepalingsmethoden voor huishoudelijke gasleidinginstallaties vermeld in NEN 1078, uitgave
  7. 3.Een gasfles én afsluiter moeten zijn voorzien van een door de Lloyd’s Register - Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De waterinhoud van de gevulde en lege drukhouders gezamenlijk mag niet meer bedragen dan 110 liter. De verwarming of bakinstallatie moet door middel van een met deugdelijke slangenklemmen bevestigde en goedgekeurde hogedrukslang aan de drukhouder zijn aangesloten. De hogedrukslang moet voldoen aan de richtlijnen vermeld in NPR 3378-0, uitgave
  8. 6.Nabij de bakinstallatie moeten één of meer passende onbrandbare deksels aanwezig zijn om de bakpan(nen) bij het in brand geraken van de inhoud te kunnen afdekken. Bij de bakinstallatie moet een geschikt blusmiddel met een minimale inhoud van 2 kg, gebruiksgereed beschikbaar, aanwezig zijn. Aldus vastgesteld op 27 mei
  9. Het college van burgemeester en wethouders, De burgemeester de secretaris, …………….. ………………

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.