Beleidsregel gedeeltelijke vrijlating inkomsten alleenstaande ouders Participatiewet 2015De Participatiewet biedt het college de mogelijkheid om inkomsten uit arbeid van alleenstaande ouders gedeeltelijk vrij te laten. De wet geeft daarbij voorwaarden. Hoe het college omgaat met deze voorwaarden regelt zij in deze beleidsregel. Het college houdt hierbij rekening met: Artikel 31, tweede lid onder r, van de Participatiewet, Artikel 8, vijfde lid van de wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW), en Artikel 8, negende lid van de Wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Gewezen Zelfstandigen (IOAZ), En besluit vast te stellen: de beleidsregel gedeeltelijke vrijlating inkomsten van alleenstaande ouders Participatiewet 2015; onder gelijktijdige intrekking van de huidige beleidsregel gedeeltelijke vrijlating inkomsten van alleenstaande ouders; Artikel1.Rechtsgrond Het gedeeltelijk vrijlaten van inkomsten uit arbeid van alleenstaande ouders kan gedeeltelijk worden vrijgelaten op grond van: Artikel 31, tweede lid onder r, van de Participatiewet, Artikel 8, vijfde lid van de wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW), en Artikel 8, negende lid van de Wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Gewezen Zelfstandigen (IOAZ) Met deze beleidsregel bepaalt de gemeente hoe zij omgaat met één van de in de wet genoemde voorwaarden. Artikel2.Begrippen Begrippen genoemd in deze beleidsregel hebben dezelfde betekenis als in de volgende wetten zoals deze gelden per 1-1-2015: Participatiewet IOAW: de wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers; IOAZ: de wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Gewezen Zelfstandigen. Als aanvulling hierop wordt verstaan onder: Het college: het college van burgemeester en wethouders van Delft. De wet: de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ Artikel3.De in de wet genoemde voorwaarden De alleenstaande ouder heeft op grond van de wet gedurende een periode van 30 maanden recht op een gedeeltelijke vrijlating van een inkomen uit arbeid indien: De alleenstaande ouder is ouder dan 27 jaar en ontvangt een uitkering van de gemeente op basis van de wet; Hij / zij de volledige zorg heeft voor een ten laste komend kind tot 12 jaar; Een periode van gedeeltelijk inkomensvrijlating van 6 maanden, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n van de WWB, of artikel 8, tweede lid IOAW en IOAZ voorbij is; De gedeeltelijke vrijlating naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. Artikel4.Criterium bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Het college heeft besloten dat naar haar oordeel alle betaalde werkzaamheden die aangemerkt kunnen worden als algemeen geaccepteerde arbeid zoals bedoeld in de wet, bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de alleenstaande ouder. Artikel5.Ingangsdatum Deze beleidsregel gaat in per 1 april 2015 maar werkt terug vanaf 1januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.