Non-formele educatie Midden-LimburgHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond; Besluit: Vast te stellen de beleidsregel Non-formele educatie Midden-Limburg Beleid: Het coalitieakkoord van de gemeente Roermond. De jaarlijks door de Raad vastgestelde begroting van de gemeente Roermond. ‘Regionaal Programma Volwasseneneducatie 2018-2020’ Doelstelling: Het doel van de 7 gemeenten in Midden-Limburg is om gezamenlijk met partners activiteiten te ontwikkelen ter verbetering van taal- en rekenvaardigheden (waaronder digitale vaardigheden) van inwoners uit Midden-Limburg. Subsidiegrondslag: Algemene Subsidieverordening Roermond 2008. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 van de Algemene subsidieverordening is deze beleidsregel ook van toepassing op organisaties die werkzaam zijn voor de inwoners van de arbeidsmarktregio Midden Limburg. Subsidiecriteria: De voorgenomen activiteiten moeten naar het oordeel van het college bijdragen aan de doelstellingen zoals geformuleerd in het ‘Regionaal Programma Volwasseneneducatie 2018-2020’. Het taalaanbod wordt aangeboden aan een mix van de volgende doelgroepen, conform beschrijving in het Regionaal Programma: Laaggeletterde werkzoekenden die in het kader van de Participatiewet en de Wet Taaleis het taalniveau 1F dienen te behalen; Laaggeletterde ouders/verzorgers van jonge kinderen; Laaggeletterden in de schuldhulpverlening; Laaggeletterde ouderen die zelfstandig wonen. Alle burgers die niet tot de bovenvermelde categorieën horen, maar wel tot de doelgroep van de WEB behoren kunnen gebruik maken van het educatieaanbod De aanvragers van een subsidie voor het uitvoeren van taal- en rekeneducatie kunnen zijn: Taalaanbieders; Vrijwilligersorganisaties; Wijkgerichte- bewoners of belangenorganisaties; Professionele organisaties actief binnen één of meer maatschappelijke contexten. Een organisatie kan ten behoeve van de in artikel 1 en 2 genoemde doelstelling en doelgroepen een subsidie aanvragen voor de volgende activiteiten: Non-formele educatie: niet diplomagerichte taal- en rekeneducatie, maar wel gericht op deelaspecten van de eindtermen van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. De kosten voor het organiseren van inloop, informatievoorziening en werving van deelnemers komen niet voor subsidie in aanmerking. Aanvragers kunnen bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik maken van zowel professionele docenten als vrijwilligers. Een combinatie van beide wordt gezien als een pré. Aanbieders dienen aan te geven welke onderwijsactiviteiten worden uitgevoerd door professionals en voor welke taken vrijwilligers worden ingezet. Aan de inzet van docenten zijn de volgende kwaliteitseisen verbonden: De aanbieder dient aan te tonen dat men werkt met wettelijk bevoegde docenten. Voor opleidingen ter bevordering van de Nederlandse taal zoals beschreven in deze beleidsregel dienen aanbieders aan te tonen welke specifieke vervolgopleidingen in dit kader zijn gevolgd door de betreffende docenten. Dit kan worden aangetoond door het bijsluiten van cv’s van docenten. De aanbieder dient aan te tonen dat in ieder geval een deel van de docenten ruime ervaring en aantoonbare deskundigheid in de volwasseneneducatie heeft gericht op de Nederlandse taal. Dit kan worden aangetoond door het bijsluiten van cv’s van docenten. De aanbieder dient aan te tonen dat er beleid is aangaande deskundigheidsbevordering en competentie-ontwikkeling van docenten. Bij de subsidieaanvraag wordt een activiteitenplan overgelegd waarin is opgenomen: Een opgave van de begindatum en de duur van de activiteit, minimale looptijd is 1 jaar; Een beschrijving van het aantal deelnemers in relatie tot de inzet van lesuren gedurende de activiteit. Een beschrijving van de doelstelling, doelgroep(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.