Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2015De raad van de gemeente Veendam, in vergadering bijeen op 15 december 2014, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2014; gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid, en 15, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; gezien het advies van de commissie BEM, in vergadering bijeen op 25 november 2014; B e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2015 HoofdstukIBegripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. HoofdstukIIVoorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden Van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, wordt 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Artikel3Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1.Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel rechtsreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 3.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt. 4.De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid bij verordening een hogere vergoeding vaststellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De afwijking is maximaal een nader vast te stellen percentage van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding. Artikel4Reis- en verblijfkosten 1.Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 2.Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. 3.De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 4.De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. 5.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 6.De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel5Buitenlandse excursie of reis 1.De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel6Scholing 1.Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2.De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3.De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen met betrekking tot de maximale vergoeding. 4.Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in aanmerking. 5.In voorkomende gevallen beslist de vergadering van fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Artikel7Tablet en internetverbinding 1.Raads- of commissieleden aan wie een tablet, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2.Elke fractie die vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, wordt ten behoeve van benoemde commissieleden, niet zijnde raadsleden, maximaal twee tablets in bruikleen ter beschikking gesteld. De fractievoorzitter van de desbetreffende fractie ondertekent hiervoor een bruikleenovereenkomst namens de fractie met de gemeente. Artikel8Werkkostenregeling Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. HoofdstukIIIVoorzieningen voor wethouders Artikel9Reiskosten woon-werkverkeer 1.Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. 2.Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis vergoeding woon-werkverkeer. 3.De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel10Zakelijke reiskosten 1.Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders. 2.De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel11Dienstauto Deze voorziening wordt aan wethouders niet geboden. Artikel12Buitenlandse dienstreis 1.Als de wethouders in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel13Tablet De wethouders aan wie een tablet, bijbehorende apparatuur en software inbruikleen ter beschikking wordt gesteld voor de uitoefening van het ambt, tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Artikel14Communicatieapparatuur De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking wordt gesteld voor de uitoefening van het ambt, tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Artikel15Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: a.reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders, en b.verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel16Werkkostenregeling Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeldin artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeldin artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders. HoofdstukIVDe procedure van declaratie Artikel17Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor wethouders op grond vanhet Rechtspositiebesluit wethouders, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijksof in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit wethouders of de Regelingrechtspositie wethouders anders bepalen. Artikel18Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1.Raads- en commissieleden en wethouders dragen ten behoeven van het vergoeden van kosten zorgen voor rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. 2.Verantwoording van de vergoeding door het raadslid, het commissielid respectievelijk de wethouder vindt plaats door een door het college vastgesteld formulier volledig in te vullen en te ondertekenen. 3.Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan wordt aan de bepalingen in deze verordening. 4.Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar. Artikel19Declaratie van vooruit betaalde kosten 1.De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. 2.Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling c.q. de datum van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het raads- of het commissielid respectievelijk de wethouder en ter goedkeuring ingediend bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de bewijsstukken. Artikel20Gebruik creditcard 1.Er is een gemeentelijke creditcard in bezit en beheer van de gemeentesecretaris voor het doen van uitgaven die voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in aanmerking komen. 2.De vergoeding van reis- en verblijfkosten in het buitenland kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke creditcard. 3.Verantwoording van de betaling met de creditcard vindt plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier, volledig in te vullen en te ondertekenen door de wethouder voor wie de kosten zijn gemaakt. Het formulier wordt binnen één maand na afloop van de kalendermaand van inhouding door de creditcardmaatschappij ter goedkeuring ingediend bij de gemeentesecretaris. 4.Niet tijdige inlevering van het formulier heeft, tenzij sprake is van overmacht, tot gevolg dat de gemaakte kosten voor rekening van de wethouder komen. 5.Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard onverwijld ingeleverd. 6.Verlies of diefstal van de creditcard wordt onverwijld gemeld bij de betreffende creditcardmaatschappij en de gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt voor rekening van de gemeente, mits is voldaan aan de daarvoor geldende regels. HoofdstukVICiteertitel en inwerkingtreding Artikel21Intrekking oude regeling De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014wordt ingetrokken. Artikel22Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.