← Nederland

Rechtspositiebesluit buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand Den Haag 2017 ('s-Gravenhage)

Rechtspositiebesluit buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand Den Haag 2017 Toelichting Door de komst van het Individueel Keuzebudget (IKB) vervallen de begrippen eindejaarsuitkering (EJU), levensloopuitkering (LL) en vakantiegeld. Het rechtspositiebesluit babs 2011 noemt deze begrippen waarbij ze als basis dienen voor een deel van de vergoeding voor babsen. In het nieuwe rechtspositiebesluit zijn de genoemde termen vervangen en wordt de vergoeding gebaseerd op het deel van het IKB dat overeenkomt met het percentage dat voorheen door EJU en LL bepaald werd; Besluitvorming: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op het “Reglement burgerlijke stand 2011”; besluit: vast te stellen het volgende Rechtspositiebesluit buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand Den Haag 2017 HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALING Artikel1.Begripsomschrijvingen Dit besluit verstaat onder: ARG: Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag 2016 (herdruk 2016-3); buitengewoon ambtenaar: de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld inartikel 2, tweede lid onder a van het Reglement burgerlijke stand 2011, hierna aan te duiden als babs. HOOFDSTUK2.AANSTELLING EN BEZOLDIGING Artikel2.Aanstelling Aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd ingevolge artikel 4 tweede en zevende lid van het Reglement burgerlijke stand 2011 namens het college door de directeur van de Dienst Publieks. Een babs kan op grond van een Reglement burgerlijke stand van vóór 2011 een aanstelling voor (on)bepaalde tijd hebben. De aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. Artikel3Bezoldiging De babs ontvangt een bezoldiging in de vorm van een vergoeding per voltrokken huwelijk of geregistreerd partnerschap gelijk aan drie maal het uurloon behorende bij het hoogste bedrag van schaal 8, bijlage IIa. (nieuwe salarisstructuur) als genoemd in artikel 3:1 ARG. De vergoeding bedoeld in het eerste lid wordt opgehoogd met een percentage van

  1. De vergoeding bedoeld in het eerste lid wordt opgehoogd met een percentage van 8,6 ter compensatie van het niet genieten van het vakantieverlof . De vergoeding wordt opgehoogd met een vaste onkostenvergoeding voor onder meer reis- en verblijfkosten. Voor elk huwelijk of geregistreerd partnerschap dat voltrokken wordt op een zaterdag of zondag, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verhoogd met 45% respectievelijk 65%. In alle overige gevallen maakt een babs geen aanspraak op een vergoeding. Artikel4.Aanspraken bij ziekte 1.Bij ziekte van de babs jonger dan 65 jaar zijn de artikelen 7:1 tot en met 7:3 (definities, begeleiding en recht op bezoldiging bij ziekte), 7:9 tot en met 7:14 (verplichtingen en sancties) en 7:21 (samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond van de WIA) ARG van overeenkomstige toepassing. 2.Voor toepassing van het eerste lid wordt onder bezoldiging verstaan het gemiddelde aan vergoedingen als beschreven in artikel 3 over de twaalf maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de babs. Voor zover de ambtenaar op deze datum zijn betrekking nog geen twaalf maanden heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over de periode waarin hij in dienst is. 3.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de eerste dag van ongeschiktheid van de babs verstaan: de dag waarop de babs is aangewezen om een huwelijk te voltrekken of een partnerschap te registreren, waarvoor hij wegens ziekte is verhinderd. 4.Het college kan nadere regels stellen. HOOFDSTUK3.ONTSLAG EN SCHORSING Artikel5.Ontslag en schorsing 1.Namens het college verleent de directeur van de Dienst Publiekszaken aan de babs ontslag overeenkomstig de artikelen 8:1 (ontslag op verzoek), 8:2 en 8:2a (wegens ouderdomspensioen), 8:3 (wegens reorganisatie), 8:4 en 8:5 (wegens arbeidsongeschiktheid), 8:6 (wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid), 8:7 en 8:8 (overige ontslaggronden), 8:11 (wegens FPU), 8:12 en 8:12:1 (van rechtswege en tussentijds ontslag uit tijdelijke aanstelling) en 8:13 (als disciplinaire straf) ARG. 2.Namens het college verleent de directeur van de Dienst Publiekszaken ontslag overeenkomstig artikel 4 van “Reglement burgerlijke stand 2011”: aan de babs bij het bereiken van de 70ste verjaardag (art. 4:5); aan de babs die zijn bevoegdheid gedurende een jaar niet heeft uitgeoefend (art. 4:6). 3.Namens het college schorst de directeur van de Dienst Publiekszaken de buitengewoon ambtenaar overeenkomstig de artikelen 8:15:1 en 8:15:2 ARG. Hoofdstuk4OVERIGE RECHTEN EN PLICHTEN Artikel6 De artikelen 15:1, 15:1a tot en met 15:1g (verplichtingen rond integriteit), 15:1:12 (vergoeding van schade), 15:1:15 (beoordeling van ambtenaar), 15:1:16 (uniform of dienstkleding), 15:1:20 (infectieziekten) en 15:1:23 (vergoeden van schade) ARG zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel7 Het college kan de buitengewoon ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens schuldig maakt aan plichtsverzuim, disciplinair straffen, overeenkomstig hoofdstuk 16 ARG. Hoofdstuk5SLOTBEPALINGEN Artikel8Intrekking Het Rechtspositiebesluit buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand 2011 wordt ingetrokken. Artikel9Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari
  2. Artikel10Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand Den Haag
  3. Den Haag, 5 september 2017 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, Annet Bertram de burgemeester, Pauline Krikke

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.