Verordening maatschappelijke participatie 2017 gemeente Borne De raad van de gemeente Borne, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 september 2017 BESLUIT De verordening maatschappelijke participatie 2017 gemeente Borne vast testellen onder gelijktijdige intrekking van de "Verordening maatschappelijke participatie 2013 van kinderen en volwassenen gemeente Borne” HOOFDSTUK 1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van Borne; de raad: de gemeenteraad van Borne; de wet: de Participatiewet; Inkomensgrenzen: deze worden op 1 januari en 1 juli van elk jaar vastgesteld op 120% van de gehuwdennorm voor een echtpaar en 120% van de alleenstaandennorm voor een alleenstaande ouder en alleenstaande: (normen als bedoeld in artikelen 21 en 22 Participatiewet); sociaal-culturele, respectievelijk sportieve activiteit: een sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000; subsidiejaar: tijdvak van een jaar lopend van 1 augustus tot 1 augustus van het jaar daarop volgend; vaste kosten: kosten van contributie voor deelname aan sportieve en of culturele activiteiten; bijkomende kosten: kosten voor sportkleding en of middelen om culturele activiteiten te kunnen uitoefenen; schoolgaande kinderen: ten laste komende kinderen van 4 tot en met 17 jaar die voltijds dagonderwijs volgen; voorziening: bijdrage in de kosten van een activiteit, voucher voor de aanschaf in natura of betaling aan de aanbieders. Artikel2rechthebbende 1.Recht op een volledige voorziening krachtens deze verordening heeft de inwoner van Borne, die 18 jaar of ouder is en die een inkomen heeft, dat gelijk is aan of minder is dan de voor hem geldende inkomensgrens en een vermogen heeft dat gelijk is aan of minder dan het voor hem geldende vrij te laten vermogen. 2.Indien het inkomen hoger is dan de geldende inkomensgrens kan recht bestaan op een gedeeltelijke voorziening. Het deel van het inkomen dat hoger is dan de inkomensgrens wordt op jaarbasis op de voorziening(en) in mindering gebracht. 3.Degene die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000 of daarmee vergelijkbaar onderwijs volgt, kan niet zelf voor een voorziening in aanmerking komen. De student kan wel voor voorzieningen ten behoeve van ten laste komende kinderen in aanmerking komen als wel aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Artikel3de aanvraag 1.Toekenning van de voorzieningen vindt plaats op aanvraag. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier dat door burgemeester en wethouders is vastgesteld. 2.De voorzieningen kunnen uitsluitend in het betreffende subsidiejaar worden aangevraagd. Het is niet mogelijk met terugwerkende kracht, over het voorafgaande subsidiejaar/jaren, voor voorzieningen in aanmerking te komen. HOOFDSTUK 2ACTIVITEITENFONDS Artikel4bijdrage 1.Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten van deelname aan sportieve en culturele activiteiten. 2.De bijdrage bedraagt tot 1 januari 2018 maximaal € 400,- per persoon en per subsidiejaar. De bijdrage is bestemd voor de vaste kosten en de bijkomende kosten. 3.De bijdrage bedraagt met ingang van 1 januari 2018 maximaal € 225,- per persoon en per subsidiejaar. De bijdrage is bestemd voor de vaste kosten en de bijkomende kosten. 4.Een bijdrage voor sportieve en culturele activiteiten wordt niet toegekend als er in hetzelfde subsidiejaar al een bijdrage van het Jeugdsportfonds en/of het Jeugdcultuurfonds voor hetzelfde kind is toegekend. 5.De bijdrage ten behoeve van kinderen tot en met 17 jaar wordt rechtstreeks uitbetaald aan de vereniging of instelling. 6.Als na de betaling van contributie of kosten lidmaatschap nog een bedrag resteert - verschil tussen kosten en maximaal € 225,- - dan kan het restant desgevraagd met een voucher worden verstrekt. Daarmee kunnen de bijkomende kosten worden betaald. Artikel5Fiets 1.Burgemeester en wethouders kunnen éénmaal in de twee jaar een bijdrage verstrekken in de kosten van aanschaf van een fiets ten behoeve van kinderen vanaf groep 5 van het basisonderwijs tot en met het eerste jaar in het voortgezet onderwijs. 2.De bijdrage bedraagt maximaal € 100,- per fiets voor een kind in groep 5 tot en met 7 van het basisonderwijs. 3.De bijdrage bedraagt maximaal € 150,- per fiets voor een kind in groep 8 van het basisonderwijs tot en met het eerste jaar voortgezet onderwijs. Artikel6Kledingvoucher 1.Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per subsidiejaar een voucher verstrekken voor de kosten van kleding en schoenen van een kind tot en met 17 jaar. 2.Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de kledingvoucher vast op € 100,-.. Artikel7Vakantie week / activiteit 1.Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten van een vakantieweek of vakantieactiviteit in Nederland. 2.De bijdrage bedraagt 50% van de kosten tot een maximum van € 100,- per subsidiejaar voor alle tot het gezin behorende kinderen. Artikel8 Voorstellingen culturele instellingen 1.Burgemeester en wethouders kunnen per subsidiejaar een bijdrage verstrekken voor het bijwonen van voorstellingen van culturele instellingen in Nederland. 2.De bijdrage bedraagt 50% van de entreekosten van maximaal 5 voorstellingen per persoon per subsidiejaar voor alle tot het gezin behorende personen. HOOFDSTUK 3STUDIEFONDS Artikel9studiekosten 1.Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken voor een tegemoetkoming in de studiekosten voor schoolgaande kinderen. 2.De hoogte van deze bijdrage voor schoolgaande kinderen die het basisonderwijs volgen is € 150,- per 3. kind per subsidiejaar en € 200,- per kind per subsidiejaar die het voortgezet onderwijs volgt. 3. Het soort onderwijs wat het kind op 1 augustus van het subsidiejaar volgt, is bepalend. 4.Van de gemaakte kosten hoeft de aanvrager geen bewijsstukken te overleggen. Artikel10computer 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan rechthebbenden een computer verstrekken ten behoeve van hun schoolgaande kinderen en indien er geen goed werkende computer in het gezin aanwezig is. 2.Er wordt maximaal één computer per vijf jaar per gezin verstrekt. 3.Burgemeester en wethouders verstrekken de computer aan rechthebbende onder de voorwaarde dat de rechthebbende deze gedurende vijf jaar niet verkoopt of weggeeft. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel11.Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders ten gunste van de rechthebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel12.Onvoorziene situaties In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel13.Beleid Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen en kunnen jaarlijks de hoogte van de bijdragen en de kledingvoucher opnieuw vaststellen. Artikel14.Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening Maatschappelijke Participatie 2017 gemeente Borne. Artikel15.Inwerkingtreding De Verordening maatschappelijke participatie 2017 gemeente Borne treedt in werking met ingang van 1 oktober 2017 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening maatschappelijke participatie 2013 van kinderen en volwassenen gemeente Borne. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 oktober 2017.De griffier, De voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.