Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Heemskerk 2012Hoofdstuk1Algemene Bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein en/of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak, als bedoeld onder 1; complex van zaken, terreinen en/of wateren, dat van belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken, terreinen en/of wateren; beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument als bedoeld in onderdeel a, dat in overeenstemming met de bepalingen van de Erfgoedverordening gemeente Heemskerk 2012 als zodanig is aangewezen, geen monument betreffende dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met de Erfgoedverordening gemeente Heemskerk 2012 als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken, terreinen en/of wateren en complexen; eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die in de kadastrale registers is ingeschreven als eigenaar, dan wel als erfpachter of opstalhouder; bouwhistorisch onderzoek: onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument, in een schriftelijke rapportage vastgelegd; bouwkundig inspectierapport: een schriftelijke rapportage inclusief foto’s, waarin de bouwtechnische staat van het monument is vastgelegd en aanbevelingen worden gedaan voor te plegen onderhouds- en restauratiewerkzaamheden; casco: de hoofdstructuur van een bouwwerk, waaronder in ieder geval wordt begrepen: fundering, balkdragende muren, balklagen, vloeren, buitenmuren, kap, binnenpleisterwerk, buitenafwerking, ramen en kozijnen; onderhoud: periodieke werkzaamheden welke dienen om het monument als zodanig in stand te houden of toekomstige groot onderhoud of restauratie te voorkomen of uit te stellen; restauratie: werkzaamheden die voor het herstel van het monument noodzakelijk zijn en het normale onderhoud te boven gaan; Leidraad Brim Subsidiabele Instandhoudingskosten: leidraad voor de subsidiabele kosten van onderhoud en restauratie, opgesteld door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM), als bijlage toegevoegd; subsidie: een geldelijke bijdrage van de gemeente in de subsidiabele kosten van onderhoud en restauratie van een gemeentelijk monument of in de abonnementskosten op de Monumentenwacht Noord-Holland; subsidiabele kosten: kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud en restauratie van een monument. Hieronder zijn niet begrepen de kosten die uitsluitend dan wel in overwegende mate worden gemaakt voor de verbetering van het wooncomfort. De berekening van de subsidiabele kosten wordt gebaseerd op de Leidraad Brim Subsidiabele Instandhoudingskosten. Tot de subsidiabele kosten behoren onder andere: de aanneemsom; stelposten en verrekenposten; de risicoverzekering van loon- en materiaalprijsstijgingen; het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht en overige naar het oordeel van burgemeester en wethouders relevante kosten; de legeskosten voor de omgevingsvergunning; de kosten voor een door het college vereist bouwhistorische onderzoek of een (bouwkundig) inspectierapport door Monumentenwacht Noord-Holland; een reservering voor noodzakelijk onvoorzien meerwerk, tot een maximum van 5% van de aanneemsom; de verschuldigde omzetbelasting, tenzij deze fiscaal verrekenbaar is. subsidieplafond: het bedrag dat krachtens deze verordening gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidie; verlenen van subsidie: het besluit van het college dat de aanvrager een voorwaardelijke aanspraak verschaft op een subsidie voor de subsidiabele kosten van onderhoud en/of restauratie; vaststellen van subsidie: het besluit van het college, nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld; instandhoudingsplan: meerjarenplan en meerjarenbegroting van de voorgenomen werkzaamheden om een gemeentelijk monument in goede staat van onderhoud te brengen en te houden. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk. Artikel2Grondslag en werkingssfeer 1.Aan de eigenaar van een gemeentelijk monument kan een subsidie worden verleend als tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor onderhoud en restauratie, ter instandhouding van het monument. 2.Het college verleent geen subsidie voor gemeentelijke monumenten, in eigendom van de gemeente Heemskerk. 3.Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tussen 1 januari en 31 december van een kalenderjaar en worden op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend voorzover het subsidieplafond strekt. 4.De bepalingen in deze verordening gelden zowel voor de eigenaar aan wie subsidie wordt verleend als voor iedere opvolgende eigenaar van het gemeentelijke monument. 5.De subsidie wordt berekend op basis van de subsidiabele kosten, met uitzondering van: kosten waarvoor op grond van enige andere regeling in het kader van de monumentenzorg subsidie kan worden verleend. Indien op grond van enige andere regeling een subsidie kanworden verleend tot een lager bedrag dan de maximale gemeentelijke subsidie, dan wordt dit lagere bedrag op de gemeentelijke subsidie in mindering gebracht; kosten die op grond van een verzekering worden gedekt. 6.Indien de onderhouds- en/of restauratiewerkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van derden zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf, dan komen de kosten van zelfwerkzaamheid van de eigenaar en genoemde derden (‘loonkosten’) niet in aanmerking voor subsidie en worden slechts de materiaal- en materieelkosten als subsidiabele kosten aangemerkt. 7.Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, dan dient tevens een verklaring van een registeraccountant of van een accountant-administratieconsulent te worden overgelegd, waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan subsidiabele werkzaamheden. 8.Het college kan besluiten aanvullende subsidie te verlenen voor onvermijdelijk en onvoorzien meerwerk, dat zich openbaart ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden en dat de subsidiabele post onvoorzien (maximaal 5% van de aanneemsom) overstijgt. Een subsidieaanvraag voor onvermijdelijk meerwerk moet worden onderbouwd met een gespecificeerde kostenbegroting. De subsidiabele kosten met inbegrip van het onvoorziene meerwerk mogen de in artikel 6 (onderhoudssubsidie) en artikel 7 (restauratiesubsidie) genoemde maxima niet te boven gaan. Indien het subsidieplafond al bereikt is in het betreffende kalenderjaar, dan wordt de aanvraag voor aanvullende subsidie, berekend over het onvermijdelijke meerwerk, overgeheveld naar het eerstvolgende kalenderjaar en op volgorde van binnenkomst behandeld en verleend, voorzover het subsidieplafond strekt en voorzover het totale subsidiebedrag inclusief de aanvullende subsidie de genoemde maxima niet te boven gaat. 9.Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien daarop niet binnen 4 weken na vaststelling of goedkeuring van de gemeentebegroting een beroep is gedaan. Artikel3Vaststellen gemeentelijk budget en subsidieplafond De gemeenteraad neemt jaarlijks, bij het vaststellen van de gemeentebegroting, een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor dat begrotingsjaar beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten. Dit subsidieplafond wordt aan het begin van het betreffende kalenderjaar algemeen bekend gemaakt via een publicatie. Hoofdstuk2Abonnement Monumentenwacht Noord-Holland Artikel4Subsidie 1.Het college kan aan eigenaren van een gemeentelijk monument jaarlijks subsidie verlenen voor een abonnement op de Monumentenwacht Noord-Holland. 2.De subsidie als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld op 100% van de abonnementskosten voor een kalenderjaar. 3.Aanvragen voor subsidie worden verleend voor zover het subsidieplafond strekt. Artikel5Aanvraag De aanvraag voor jaarlijkse subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid moet door de eigenaar van het gemeentelijke monument éénmalig schriftelijk bij het college worden ingediend. Hoofdstuk3Hoogte subsidie voor onderhoud en restauratie Artikel6Onderhoudssubsidie 1.Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument jaarlijks een subsidie verstrekken in de kosten van het onderhoud van het monument. 2.De subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele onderhoudskosten, met een minimum subsidiebedrag van € 250 en een maximum subsidiebedrag van € 1.000. 3.Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument een subsidie verstrekken in de kosten van het onderhoud van het monument op basis van een 5-jarig instandhoudingsplan, opgesteld in het kalenderjaar van de subsidieaanvraag. 4.De subsidie als bedoeld in het derde lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele onderhoudskosten, met een minimum subsidiebedrag van € 250 en een maximum subsidiebedrag van € 5.000. Artikel7Restauratiesubsidie 1.Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument elke 5 jaar een subsidie verstrekken in de kosten van de restauratie van het monument. 2.De subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt 50% van de door het college vast te stellen subsidiabele restauratiekosten, met een minimum subsidiebedrag van € 500 en een maximum subsidiebedrag van € 10.000. Artikel8Bijzondere subsidiëring restauratie 1.Het college kan aan de eigenaar van een gemeentelijk monument, waarvan het casco zich in een zodanig slechte staat bevindt dat het voortbestaan van het monument in gevaar is, subsidie verlenen in de kosten van de restauratie van het monument. 2.De subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt een door het college nader vast te stellen percentage van de subsidiabele restauratiekosten, voor zover het subsidieplafond strekt. 3.Voor de subsidie als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 10 en verder van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk4Aanvragen van subsidie Artikel9Aanvraag onderhoudsubsidie 1.De aanvraag om een onderhoudssubsidie moet bij het college worden ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier onderhoudssubsidie. 2.Bij het aanvraagformulier dienen de volgende stukken te worden overgelegd: een gedetailleerde werkomschrijving van het uit te voeren onderhoud; tekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.