Beleidsregel gebiedsverboden Heemskerk Hoofdstuk1Bevoegdheid en rollen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening / regeling wordt verstaan onder: Gebiedsverbod: een bevel als bedoeld in artikel 172a Gemeentewet om: zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente; zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden, of Ordeverstorende gedraging: individueel of in groepsverband verricht gedrag dat de openbare orde ernstig heeft verstoord of een leidinggevende rol vervullen bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde. Openbare orde: de normale gang van het maatschappelijk leven in de openbare ruimte. Apv: De Algemene plaatselijke verordening 2016 en latere versies. Artikel2Doelstelling Het gebiedsverbod is een zwaar middel om overlast in een bepaald gebied tegen te gaan. Het grijpt diep in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Daarom moet de burgemeester ook zorgvuldig met deze bevoegdheid omgaan. Tot nu toe heeft de burgemeester nog geen gebruik gemaakt van het gebiedsverbod. Maar er doet zich een situatie voor waarbij het gebiedsverbod onderdeel wordt van een plan van aanpak om de orde te handhaven. Het gebiedsverbod zal als uiterst middel (ultimum remedium) worden ingezet, als voldaan is aan de wettelijke voorwaarden en de beginselen van behoorlijk bestuur. Artikel3Bevoegdheden burgemeester 1.Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de burgemeester aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven: zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente: zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente. 2.Een op grond van artikel 172a Gemeentewet genomen besluit kan uitsluitend worden genomen door de burgemeester en wordt niet gemandateerd. 3.De burgemeester kan ook een bevel geven aan een persoon aan wie door een private organisatie al een sanctie is opgelegd, vanwege de ernstige vrees voor verdere ordeverstoring. 4.De burgemeester kan van deze beleidsregels afwijken als dat door bijzondere omstandigheden gelet op de openbare orde noodzakelijk is. Artikel4Procedure en overleg 1.Het besluit tot het opleggen van een gebiedsverbod neemt de burgemeester op basis van relevante informatie die door de politie is samengebracht in een dossier. Het dossier bevat alle meldingen, mutaties, processen-verbaal, signalen uit de buurt en waarnemingen zoals bekend bij politie die van belang zijn voor het besluit. 2.Indien er sprake is van spoed wordt het dossier achteraf, doch zo snel mogelijk, samengesteld. 3.Voordat de burgemeester besluit om een gebiedsverbod of meldplicht op te leggen, wordt nagegaan of de officier van justitie reeds een gedragsaanwijzing heeft opgelegd op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering. Indien de officier van justitie een gedragsaanwijzing in de vorm van een gebiedsverbod heeft opgelegd, legt de burgemeester geen gebiedsverbod op voor hetzelfde gebied. 4.Het opleggen van een gebiedsverbod door de burgemeester sluit niet uit dat er strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie plaats vindt tegen de gepleegde feiten. Hoofdstuk2Voorwaarden gebiedsverbod en meldplicht Artikel5Ordeverstorende gedragingen 1.In de feitentabel staat voor welke ordeverstoringen of strafbare feiten een gebiedsverbod of een meldplicht kan worden opgelegd. De duur van het verbod is afhankelijk van de ernst van het gepleegde feit. Feitentabel categorie 1: feiten waarvoor een verbod van 4 weken kan worden opgelegd Samenscholing en ongeregeldheden 2:1 Apv Ordeverstoring bij evenement 2:26 Apv Hinderlijk gedrag op of aan de weg 2:47 Apv Hinderlijk drankgebruik op de weg 2:48 Apv Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten 2:50 Apv Feitentabel categorie 2: feiten waarvoor een verbod van 8 weken kan worden opgelegd Drugshandel/-gebruik op straat 2:74 Apv Straatprostitutie 3:9 Apv Schennis van eerbaarheid 239 Sr. Belediging ambtenaar in functie 266 jo. 267 Sr. Eenvoudige mishandeling 300 Sr. Diefstal 310 Sr. Diefstal met braak 311 lid 1 sub 5 Sr. Wederspannigheid 180 Sr. Wederspannigheid in vereniging 182 Sr. Baldadigheid / straatschenderij 424 Sr. Openbare dronkenschap 452 Sr. Ordeverstoring in dronkenschap 426 Sr. Feitentabel categorie 3: feiten waarvoor een verbod van 12 weken kan worden opgelegd Openlijke geweldpleging 141 Sr. Mishandeling ambtenaar in functie 304 Sr. Geweld tegen hulpverleners of andere ambtenaren in functie 304 Sr. Handel in harddrugs 2 Opiumwet Handel in softdrugs 3 Opiumwet Bedreiging 285 Sr. Doodslag 287 Sr. Moord 289 Sr. Zware mishandeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.