Verordening materiele financiële gelijkstelling basisonderwijs gemeente HeemskerkGelezen het voorstel van 11 mei 2010, nummer b06/19/2010 van burgemeester en wethouders; Gelet op de artikelen 140 en 141 van de Wet op het primair onderwijs en artikelen 96g en 96h van de Wet op het voortgezet onderwijs. Gehoord de commissie Welzijn en Buurtgericht Werken d.d. 2 juni
- Besluit vast te stellen de volgende: Verordening materiele financiële gelijkstelling basisonderwijs gemeente Heemskerk Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het Primair Onderwijs of de Wet op het Voortgezet Onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school; school: school voor basisonderwijs of algemeen voortgezet onderwijs; voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld; datum van indiening: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend; criteria van toekenning: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend; subsidieplafond: het door de raad of het college vastgestelde bedrag, voor een door de raad aangewezen voorziening, dat ten hoogste beschikbaar is binnen een bepaald tijdvak; feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; subsidieverlening: de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening. Artikel2Subsidieplafond en verdelingsregels 1.De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2.De raad kan de bevoegdheid in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht. 3.Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de datum van indiening aan de schoolbesturen bekend. Artikel3Aanvullende voorziening 1.Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening. 2.Het college stelt de criteria van toekenning vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. Artikel4Jaarlijks overzicht Jaarlijks voor 1 juni zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending. HOOFDSTUK2Procedures Paragraaf2.1Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden Artikel5Toevoegen, wijzigen en intrekken Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de datum van indiening bekendgemaakt door het college. Artikel6Indiening aanvraag 1.Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de datum van indiening een aanvraag in bij het college. De datum van indiening is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een datum van indiening niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet vóór de datum van indiening is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen. Bij de indiening van een aanvraag en de verstrekking van de gegevens dient het schoolbestuur gebruik te maken van het door het college vastgestelde formulier. 2.De aanvraag vermeldt: naam en adres van het schoolbestuur; de dagtekening; de gewenste voorziening; de naam van de school en de onderwijssoort; een motivering dat wordt voldaan aan de criteria van toekenning. 3.Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen. Artikel7Beslissingstermijn 1.Het college beslist binnen twaalf weken na de datum van indiening op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen datum van indiening is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2.Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij de reden voor de verlenging aan. 3.Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. 4.Het niet beslissen binnen de termijn als genoemd in het eerste of tweede lid, eerste zin, staat gelijk aan een beschikking tot toekenning van de voorziening. Artikel8Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de verordening; niet is voldaan aan één van de criteria van toekenning; door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden. Paragraaf2.2Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden Artikel9Indiening aanvraag 1.Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. 2.Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing. Artikel10Beslissingstermijn Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel11Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien: de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; niet is voldaan aan een van de criteria van toekenning. Paragraaf2.3Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking of wijziging; verbod vervreemding Artikel12Inhoud beschikking tot toekenning; betaling 1.De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of een subsidieverlening 2.De beschikking bevat: het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. 3.De beschikking tot subsidieverlening bevat voorts: het bedrag van de subsidie of indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag niet vermeldt, het bedrag waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld; voorzover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college. 4De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken plaats na de toekenning van de subsidie. Artikel13Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling 1.Het college kan een beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen: op grond van feiten en omstandigheden waarvan burgemeester en wethouders bij de toekenning van de voorziening redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou hebben plaatsgevonden; indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de beschikking gestelde verplichtingen; indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur dit wist of behoorde te weten. Artikel14Terugvordering 1.Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 14, eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken. 2.Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt. Artikel15Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van burgemeester en wethouders tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel16Informatieverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Artikel17Beslissing van burgemeester en wethouders in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel18Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli
- Artikel19Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening materiële en financiële gelijkstelling basisonderwijs gemeente Heemskerk. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente HeemskerkIn zijn openbare vergadering van van 23 juni
- de raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,