← Nederland

BELEIDSREGELS STADIONOMGEVINGSVERBOD HELMOND 2017 (Helmond)

BELEIDSREGELS STADIONOMGEVINGSVERBOD HELMOND 2017De burgemeester van de gemeente Helmond, Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb) jo. artikel 2.2.2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening Helmond 2008 (hierna te noemen: APV). besluit: Vast te stellen de Beleidsregel stadionomgevingsverbod Helmond 2017 In te trekken de Beleidsregel stadionomgevingsverboden Helmond 2010 InleidingTer voorkoming en bestrijding van openbare ordeverstoringen bij en rondom thuiswedstrijden van BVO Helmond Sport kan de burgemeester aan een persoon – die bij een eerdere gelegenheid de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion aantoonbaar heeft verstoord of via de civiel- of strafrechtelijke weg een (voorwaardelijk) stadionverbod heeft opgelegd gekregen - een stadionomgevingsverbod opleggen. De wijze waarop de burgemeester gebruik maakt van deze bevoegdheid is beschreven in deze beleidsregel. Juridisch kaderDe burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente Helmond. In de APV zijn, in het belang van de handhaving van de openbare orde, in hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 specifieke regels opgenomen inzake wedstrijden betaald voetbal. In artikel 2.2.2.9 van de APV is opgenomen dat de burgemeester in het kader van handhaving van de openbare orde bevoegd is tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod. Artikel 2.2.2.9 APV luidt als volgt: De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van voetbalwedstrijden. Het verbod geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan twee jaar. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het eerste lid bedoelde verbod nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd. BeleidscriteriaDe bestuursrechtelijke bevoegdheid tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod is o.a. gekoppeld aan het privaatrechtelijk of strafrechtelijk stadionverbod. Voorgaande brengt met zich mee dat, indien de gedraging aan de hand waarvan het verbod is opgelegd een aspect van openbare orde bevat, de burgemeester bevoegd is om gelet op de in deze beleidsregels genoemde voorwaarden een stadionomgevingsverbod op te leggen. Bij een voorwaardelijk stadionverbod wordt een voorwaardelijk stadionomgevingsverbod opgelegd. Het (voorwaardelijk) stadionverbod wordt uiterlijk vier weken na de vaststelling door de BVO doorgestuurd naar de burgemeester ter oplegging van een (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod. Daarnaast kan de burgemeester, indien aan de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden wordt voldaan, aan een persoon een stadionomgevingsverbod opleggen indien er sprake is van verstoringen van de openbare orde in of rond het stadion op de dag dat een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. In dat geval kan het stadionomgevingsverbod worden opgelegd zonder dat hier een stadionverbod voor opgelegd is. De politie rapporteert een dergelijk feit zo spoedig mogelijk aan de burgemeester. GebiedHet gebied waarvoor een stadionomgevingsverbod wordt opgelegd wordt omsloten door de Rijpelbaan, Rembrandtlaan, Wethouder Ebbenlaan, Wethouder van Wellaan en Geysendorfferstraat (zoals vastgelegd in bijlage 1). De wegen zelf tellen ook mee. Een stadionomgevingsverbod heeft betrekking op alle openbare plaatsen binnen het gebied zoals hierboven omschreven; het heeft geen betrekking op de daarin gelegen particuliere woningen. Het gebied is zodanig gekozen dat ook het gebied waarin de supporters parkeren er in valt. Het is namelijk gebleken dat er met betrekking tot de openbare orde verstoringen een ontwikkeling heeft plaatsgevonden. De overlast, voor en na de wedstrijd van degenen met een stadionverbod, blijft niet beperkt tot de directe omgeving van het stadion, maar strekt zich tevens uit tot het gebied waar de supporters hun voertuigen parkeren. Om deze reden loopt het gebied tot aan de Geysendorfferstraat. Dit om te voorkomen dat degene aan wie een stadionomgevingsverbod opgelegd is, de supporters op wacht bij de voertuigen. Indien belanghebbende aan wie het stadionomgevingverbod wordt opgelegd in het gebied waarop het verbod van toepassing is woont of werkt, dan wordt het gebied zodanig aangepast dat deze een aanlooproute heeft naar en van zijn woning of werklocatie. Gedragingen en termijnen stationomgevingsverbodIn onderstaand overzicht wordt weergegeven wanneer en voor welke periode (duur) er een stadionverbod (SV) en een stadionomgevingsverbod (SOV) kan worden opgelegd. Hierbij zij aangetekend dat de duur van het SOV correspondeert met de duur van het SV volgens de ‘Richtlijn termijn stadionverbod van de KNVB’, doch maximaal 24 maanden bedraagt. Een stadionomgevingsverbod geldt voor een bepaalde termijn en derhalve voor alle wedstrijden die worden gespeeld op het terrein van het stadion, ongeacht het risicoprofiel van de wedstrijden, in dat tijdvak. Gedraging Maanden SV Maanden SOV Overtreding van de wet ID 3 - Het zich langer ophouden bij of op plaatsen als doorgangen, trappen en vluchtwegen dan strikt noodzakelijk is voor het betreden dan wel het verlaten van de tribune of het stadion 3 3 Overig voetbalgerelateerd wangedrag, niet nader en/of afzonderlijk vermeld in deze richtlijn, waardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad 3-36 - Opgeven valse naam 3 - Overtreding APV 9 9 Poging tot brandstichting met geringe gevaarzetting 9 9 Niet voldoen aan een bevel of vordering van personen die belast zijn met de kaartcontrole en/of het handhaven van de orde, waaronder politie en stewards 9 9 Valsheid in geschrifte 9 - Beledigen en/of kwetsen van personen 9 - Diefstal of verduistering 9 - Openbare dronkenschap in of rond het stadion 9 9 (Geringe) vernieling of beschadiging 9 9 Baldadigheid 9-12 9-12 Provocatie 9-12 9-12 Bezit en/of gebruik van (verboden) middelen als bedoeld in de Opiumwet en/of andere middelen die het bewustzijn en gedrag van een persoon ongunstig kunnen beïnvloeden 9-18 9-18 Gooien van voorwerpen en/of vloeistoffen 9-18 9-18 Niet voldoen aan een verplichte combiregeling 12 - Poging tot binnendringen van het stadion 12 - Aanbieden/verkopen van toegangskaarten 18 - Bezit en/of verkoop van illegale toegangskaarten 18 - Opruiing 18 18 Brandstichting met geringe gevaarzetting 18 18 Wederspannigheid 18 18 Eenvoudige mishandeling 18 18 Openlijke geweldpleging tegen goederen 18 18 Bezit en/of voorhanden hebben van vuurwerk 18 - Afsteken van vuurwerk 18 18 Overtreding landelijke stadionverbod (buiten het stadion) 18 - Overtreding van de Wet wapens en munitie 18-36 18-24 Voorbereidingshandeling (alleen voor feiten waarop volgens de KNVB richtlijn minimaal 36 maanden staat) 18-36 18-24 (Ernstige) vernieling of beschadiging 24 24 Poging tot brandstichting met ernstige gevaarzetting 36 24 Poging zware mishandeling 36 24 Bedreiging 36 24 Huisvredebreuk/lokaalvredebreuk 36 24 Poging tot betreden van het (speel)veld 36 - Overtreding landelijk/lokaal stadionverbod (in het stadion) 36 - Openlijke geweldpleging tegen personen 36-48 24 Binnendringen van het stadion met geweld 48 24 Betreden van het (speel)veld (erfvredebreuk) 60 - Belediging groep c.q. verspreiding discriminatoire uitlatingen 60 24 Vernieling met ernstige gevolgen 60 24 Bezit en/of voorhanden hebben en/of afsteken van een vuurwerkbom 60 24 Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge c.q. zware mishandeling 60 24 Brandstichting met ernstige gevaarzetting 60 24 Poging doodslag 60 24 Deelneming aan een aanval en/of een vechterij 60 24 Mishandeling met de dood ten gevolge 240 24 Doodslag 240 24 Deelneming aan aanval en/of vechterij met de dood ten gevolge 240 24 Om beroep te kunnen doen op een van de hierboven genoemde gedragingen, dient de gedraging gerelateerd te zijn aan een bezoek aan een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2.2.2.9 tweede lid van de APV. VoornemenOp basis van de door de politie of BVO verstrekte informatie besluit de burgemeester of betrokkene in aanmerking komt voor een stadionomgevingsverbod. Als de burgemeester voornemens is tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod zal hij dit in de regel binnen één week na ontvangst van het rapport van de politie (met daarbij gevoegd het proces-verbaal) dan wel na ontvangst van het (voorwaardelijk) stadionverbod van het BVO aan betrokkene schriftelijk middels een voorgenomen besluit, bekend maken. In het voornemen wordt vermeld: De juridische grondslag van de bevoegdheid van de burgemeester met een verwijzing naar deze beleidsregel; Het delict / de verstoring van de openbare orde dat aanleiding heeft gegeven tot het voornemen tot een (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod; De voorgenomen duur van het (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod; De voorgenomen tijdstippen die gelden ten aanzien van het (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod; De voorgenomen omgeving waarvoor het (voorwaardelijk) verbod geldt; en De mogelijkheid binnen vijf werkdagen na dagtekening van het voornemen een zienswijze bekend te maken. ZienswijzenIngevolge artikel 4:8 Awb worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen op een voorgenomen besluit tot het opleggen van een stadionomgevingsverbod. Belanghebbenden krijgen hiervoor een termijn van vijf werkdagen. Van het vragen van zienswijzen kan, op grond van artikel 4:11 Awb, worden afgezien indien vereiste spoed zich daartegen verzet. BesluitHet stadionomgevingsverbod is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb en wordt schriftelijk bekend gemaakt aan belanghebbende. De beschikking vermeldt: De juridische grondslag van de bevoegdheid van de burgemeester met een verwijzing naar deze beleidsregel; Het delict / de verstoring van de openbare orde op grond waarvan een (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod wordt opgelegd; De duur van het (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod; De tijdstippen die gelden ten aanzien van het (voorwaardelijk) stadionomgevingsverbod; De omgeving waarvoor het (voorwaardelijk) verbod geldt; en De mogelijkheid tot het maken van bezwaar. Toezicht en handhavingDe politie houdt toezicht op de naleving van het stadionomgevingsverbod door personen aan wie het verbod is opgelegd. Overtreding van het verbod is strafbaar gesteld ingevolge artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht (niet voldoen aan een bevel of vordering). Besloten op 30 oktober 2017burgermeestermevrouw P.J.M.G.Blanksma-van den Heuvel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.