Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2018 (Verordening forensenbelasting 2018)De raad van de gemeente Midden-Drenthe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2017; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2018 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen 1.Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. 2.De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige en zijn gezin verblijf houden in de voor zich en zijn gezin beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en er ter zake van dit verblijf ook toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de in de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt bij een waarde: Tot € 46.000,- € 397,50 Van € 46.000,- tot € 70.000,- € 488,00 Van € 70.000,- tot € 93.000,- € 513,00 Van € 93.000,- tot € 116.000,- € 525,00 Van € 116.000,- tot € 139.000,- € 593,50 Van € 139.000,- of meer € 748,00 Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6AOntstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.