Regeling gebruik dienstauto gemeente Edam–Volendam 2016Hoofdstuk1.Definities, reikwijdte en doeleinden Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Beheerder: de coördinator die functioneel zorgdraagt voor de controle van de kilometeradministratie voor de dienstauto’s bedrijfslocatie Mgr. C. Veermanlaan 1 F, respectievelijk het Stadskantoor. Black box: de in de dienstauto gemonteerde elektronische rittenregistratie-apparatuur. College: het college van burgemeester en wethouders. Verklaring geen privégebruik auto: de verklaring zoals deze door de Belastingdienst in dit verband beschikbaar is gesteld. Gebruiker: iedere medewerker die van een gemeentelijke dienstauto gebruik maakt en vooraf de verklaring geen privégebruik heeft ingeleverd. Gemeentelijke dienstauto: een auto in eigendom van de gemeente Edam-Volendam. Medewerker: degene die door of vanwege de gemeente is aangesteld of met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan. Onrechtmatig gebruik: een doen of nalaten in strijd met deze regeling of andere wet- en regelgeving of een inbreuk op een recht. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of indentificeerbare natuurlijke persoon in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Privégebruik dienstauto: het gebruiken van een auto van de gemeente voor privé doeleinden in- en buiten dienst. Rittenregistratie: gegevens met betrekking tot de met de auto gemaakte ritten blijkend uit zowel de kilometeradministratie als de aan de afgelegde kilometers verbonden tijdregistratie. Stalling op het gemeentelijk terrein: het op een controleerbare wijze stallen van de dienstauto op een afgesloten gemeentelijk terrein buiten werktijd. Verwerken van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens. Werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht, met inbegrip van de inzetbaarheid tijdens consignatie. Wbp: Wet bescherming persoonsgegevens. Artikel2.Reikwijdte 1.De regeling is van toepassing op het gebruik van gemeentelijke dienstauto’s tijdens werktijd en op het verwerken van persoonsgegevens inzake het gebruik van een black box. Deze regeling geeft de wijze aan waarop in de gemeente wordt omgegaan met privé- en zakelijk gebruik van gemeentelijke dienstauto’s en de elektronische rittenregistratie. De regeling omvat regels over het verantwoord gebruik hiervan en regels over de wijze waarop controle plaatsvindt. 2.De regeling geldt voor medewerkers in dienst van de gemeente Edam-Volendam. 3.De regeling is van toepassing, ongeacht de locatie waar de werkzaamheden worden verricht. Artikel3.Doeleinden De verwerking van persoonsgegevens inzake het gebruik van de gemeentelijke dienstauto heeft de volgende doeleinden: het verkrijgen van inzicht in de mate van zakelijk gebruik van de gemeentelijke dienstauto; het voorkomen van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de dienstauto; het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit en efficiency van de bedrijfsprocessen en de inzet van gemeentelijke vervoermiddelen. als ondersteuning bij het onderhoud van het gemeentelijk wagenpark. Hoofdstuk2.Verantwoordelijkheden en beheer Artikel4.Verantwoordelijkheden en beheer 1.Het college treft de nodige maatregelen met de bedoeling dat de persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. 2.Het college legt passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. 3.De beheerder draagt zorg voor het op juiste wijze beheren van het bestand of de bestanden in dit verband. 4.De beheerder is op grond van artikel 125a, derde lid, Ambtenarenwet, verplicht tot geheimhouding van persoonsgegevens en al het andere hetgeen hem in verband met de beheerdersrol ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard van de zaak volgt en behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Hoofdstuk3.Controle, bewaring en verwijdering van persoonsgegevens Artikel5.Controle 1.Controle op het gebruik van de rittenregistratie vindt slechts plaats in het kader van de in artikel 3 genoemde doeleinden: controle ter verkrijging van inzicht in de mate van gebruik van de dienstauto, wordt zoveel als mogelijk beperkt tot de gegevens uit de kilometeradministratie; controle ter voorkoming van onrechtmatig gebruik van de dienstauto, wordt zo beperkt mogelijk gehouden, in die zin dat deze in redelijke verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt aangewend. controle ten behoeve van de effectiviteit en efficiency van de bedrijfsprocessen en de inzet van gemeentelijke vervoermiddelen vindt alleen op voertuigniveau plaats. controle ten behoeve van het onderhoud van het gemeentelijk wagenpark vindt plaats door de geanonimiseerde gegevens uit de rittenadministratie te koppelen aan een onderhoudsplanning. 2.Controle vindt in beginsel plaats op het niveau van getotaliseerde gegevens van de dienstauto. Controle ter verkrijging van inzicht in de mate van gebruik van de dienstauto gebeurt op gebruikersniveau. 3.Indien een gebruiker of een groep gebruikers wordt verdacht van het overtreden van regels kan gedurende een vastgestelde (korte) periode gericht controle plaatsvinden. Voor deze controle is toestemming nodig van de directie. 4.Indien geconstateerd wordt dat een gebruiker deze regeling overtreedt, dan wordt de betrokken gebruiker zo spoedig mogelijk hierop aangesproken door zijn leidinggevende. Overtreding van deze regeling kan leiden tot het opleggen van een disciplinaire maatregel in de zin van artikel 11 van deze regeling. Artikel6.Bewaring en verwijdering 1.Persoonsgegevens, betreffende de rittenregistratie die worden gebruikt voor de vaststelling van een eventuele loonheffingverplichting, worden conform de richtlijnen van de Belastingdienst voor zeven jaar bewaard. Gegevens, die ouder zijn dan in deze richtlijnen is aangegeven, worden automatisch verwijderd. Als er bijzonder redenen zijn, bijvoorbeeld een vermoeden van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de dienstauto, worden de gegevens langer bewaard. 2.Indien de beheerder, om technische redenen persoonsgegevens, gerelateerd aan de elektro-nische rittenadministratie, niet kan verwijderen, wordt onder verwijderen verstaan het niet meer verstrekken van deze gegevens voor de in artikel 3 geformuleerde doeleinden. 3.Onverminderd het in het eerste lid bepaalde kunnen gegevens, ontdaan van elk tot een persoon herleidbaar element, voor langere termijn worden bewaard. Hoofdstuk4.Gebruik van dienstauto’s, verzekering en schade. Artikel7.Gebruik van dienstauto’s 1.Het gebruik van dienstauto’s is voorbehouden aan een afgebakende groep medewerkers, werkzaam bij de afdelingen Openbare Werken en RO, alsmede de (assistent) gemeenteboden van de gemeente. 2.Alleen de medewerker, als bedoeld onder 1, die vooraf de verklaring geen privégebruik heeft ingeleverd kan gebruik maken van een dienstauto. 3.Bij de sectie Personeel & Organisatie van de gemeente wordt een overzicht bijgehouden van de medewerker, tevens gebruiker, als bedoeld onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.