Verordening afhandeling bezwaarschriften 2017 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: ambtelijk horen het horen namens het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 7:5 van de wet door een juridisch medewerker van bureau Afdelingszaken. college het college van burgemeester en wethouders; commissie onafhankelijke adviescommissie voor de bezwaarschriften; secretaris de secretaris van de commissie bezwaarschriften; verwerend orgaan voorzitter bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; de voorzitter van de commissie bezwaarschriften, waaronder ook wordt verstaan de door het college aangewezen plaatsvervangend voorzitter(s); wet Algemene wet bestuursrecht; Hoofdstuk2Commissie bezwaarschriften Artikel2Inleidende bepaling commissie 1.Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2.De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten: op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; ten aanzien van ambtenaren en bestuurders, genomen op grond van de Ambtenarenwet en de bijbehorende uitvoeringswetten, besluiten en verordeningen, alsmede wetten, besluiten, verordeningen en regelingen betreffende arbeidsvoorwaarden. Artikel3Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit een voorzitter, ten minste een plaatsvervangend voorzitter en ten minste vier leden. 2.De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan behorende bij de gemeente Heemskerk. 4.De voorzitter en de leden van de commissie dienen deskundig te zijn op juridisch of bestuurlijk terrein en geen binding te hebben met de gemeente Heemskerk. Artikel4Zittingsduur 1.De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. 2.De voorzitter en de leden van de commissie zijn ten hoogste eenmaal herbenoembaar. 3.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 4.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel5Secretaris 1.Het college wijst een of meer ambtenaren aan als secretaris van de commissie. 2.Een secretaris van de commissie neemt niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij zijn onpartijdigheid in het geding is. Hoofdstuk3Afhandeling door de commissie Artikel6Ingediend bezwaarschrift 1.Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het bezwaarschrift alsmede de daarbij behorende stukken worden tijdig en indien mogelijk digitaal in handen van de commissie gesteld. 3.De secretaris van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 4.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel7Bemiddeling Indien de bij het bezwaarschrift betrokken partijen en het college dan wel de burgemeester daartoe bereid zijn, wordt de bezwaarprocedure opgeschort, in afwachting van de behandeling van het onderliggende conflict door middel van alternatieve geschillenoplossing. Artikel8Uitoefening/overdracht bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris van de commissie: 2:1, tweede lid; 6:6, voor wat betreft het stellen van een termijn om het verzuim te herstellen; 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie. Artikel9Uitnodiging hoorzitting commissie 1.De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2.Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3.De beslissing van de secretaris op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4.De secretaris is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel10Het horen door de commissie 1.De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 3.De bevoegdheden ingevolge artikel 7:6, vierde lid, van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Artikel11Openbaarheid hoorzitting 1.De commissie hoort en brengt haar adviezen uit. 2.De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. 3.De hoorzitting is openbaar, tenzij het horen in verband met de aard van de zaak in een besloten zitting plaatsvindt. De beoordeling hiervan ligt bij de voorzitter in overleg met de secretaris. 4.De hoorzitting vindt besloten plaats indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt. 5.Indien een belanghebbende hiertoe een verzoek doet, beslist de commissie of gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten. Indien dit volgens de commissie het geval is vindt de zitting besloten plaats. Artikel12Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat er tenminste twee leden van de commissie aanwezig zijn, waarbij een lid fungeert als voorzitter. Artikel13Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel14Wraking 1.Op verzoek van belanghebbende kan de voorzitter en elk van de leden van de commissie die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de commissie schade zou kunnen lijden. 2.Het verzoek tot wraking kan tot aan het begin van de hoorzitting worden gedaan en is gemotiveerd. 3.De verzoeker en degene wiens wraking is verzocht worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Horen wordt gedaan door het voor het besluit verantwoordelijke bestuursorgaan. 4.De overige commissieleden beslissen in raadkamer. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan de verzoeker, de andere partijen en degene wiens wraking was verzocht meegedeeld. Artikel15Schriftelijke verslaglegging 1.Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2.Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3.Indien de zitting geheel of gedeeltelijk besloten plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4.Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde stukken, die aan het verslag worden toegevoegd. Artikel16Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2.De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3.De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4.Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel17Raadkamer en advies 1.De commissie overlegt en beslist in beslotenheid over het door haar uit te brengen advies. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3.Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4.Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 5.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 6.Het verslag als bedoeld in artikel 15 wordt opgenomen in het advies. 7.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel18Uitbrengen advies Het advies wordt, onder meezenden van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. Artikel19Vergoedingen De voorzitter en de leden van de commissie ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie een vergoeding waarvan de hoogte door het college wordt vastgesteld. Hoofdstuk4Ambtelijke afhandeling bezwaarschriften Artikel20Ambtelijke afhandeling 1.Het college en de burgemeester zijn bevoegd categorieën bezwaarschriften aan te wijzen waarvan het horen en de afhandeling ambtelijk plaatsvindt. 2.Het college en de burgemeester kunnen besluiten af te wijken van het gestelde in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.