Verordening overleg lokaal onderwijsbeleidDe raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het advies van de commissie Inwonerszaken; gelet op de bepalingen in de Wet op het basisonderwijs over het op overeenstemming gericht overleg van het gemeentebestuur met de schoolbesturen; besluit vast te stellen de: Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het basisonderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, die gelegen is op het grondgebied van de gemeente; onderwijsraad: het landelijk adviesorgaan voor onderwijsvraagstukken, zoals ingesteld bij wet van 21 februari 1919 (Stb. 49) ; advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs. HOOFDSTUK2OVERLEGORGAAN LOKAAL ONDERWIJSBELEID Artikel2Functie overlegorgaan 1.Er is een bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid waarin burgemeester en wethouders met schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid. 2.In het bestuurlijk overleg komen aan de orde: de aangelegenheden ten aanzien waarvan de besluitvorming door de gemeenteraad is onderworpen aan het wettelijk regime van voorafgaand, op overeenstemming gericht overleg met de schoolbesturen; overige onderwerpen van lokaal onderwijsbeleid. Artikel3Samenstelling bestuurlijk overleg 1.De schoolbesturen laten zich in het bestuurlijk overleg vertegenwoordigen. Elk schoolbestuur wijst daartoe in beginsel maximaal twee vertegenwoordigers aan, die namens dit schoolbestuur dit overleg voeren. 2.Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. De bepaling van het aantal aan te wijzen vertegenwoordigers geschiedt met inachtneming van het gestelde in het eerste lid. 3.Burgemeester en wethouders worden bestuurlijk overleg vertegenwoordigd door de portefeuillehouder onderwijs. Deze fungeert als voorzitter van het bestuurlijk overleg. Artikel4Derden Burgemeester en wethouders kunnen uit eigener beweging dan wel op verzoek van een of meerdere schoolbesturen derden uitnodigen voor een vergadering van het bestuurlijk overleg. Artikel5Secretariaat Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het secretariaat van het bestuurlijk overleg. HOOFDSTUK3PROCEDURE OVERLEG Artikel6Uitnodiging 1.Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen. 2.De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen tenminste twee weken. 3.De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis. Artikel7Voorbereiding Burgemeester en wethouders kunnen een werkgroep tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en wethouders instellen die voorafgaat aan het bestuurlijk overleg. Deze werkgroep wordt afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a. Artikel8Advies onderwijsraad 1.Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders een advies van de Onderwijsraad wensen over een voorstel omtrent een aangelegenheid, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, maken ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin dat voorstel in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs. 2.Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies aan de Onderwijsraad. 3.Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de indiening van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Zij doen dit uiterlijk twee weken na de datum van het overleg, waarin de wens, als bedoeld in het eerste lid kenbaar is gemaakt. Daarbij informeren zij de Onderwijsraad tevens over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen. 4.De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld. 5.De gemeenteraad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het voorstel, waaromtrent advies van de Onderwijsraad is gevraagd. 6.Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een inhoudelijke bijstelling van het voorstel, worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of nader overleg over het advies van de Onderwijsraad wenselijk is. Burgemeester en wethouders geven dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad. 7.Het overleg, als bedoeld in het zesde lid, vindt plaats binnen twee weken nadat de Onderwijsraad zijn advies heeft uitgebracht. Burgemeester en wethouders informeren de gemeenteraad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.