Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2018.De raad van de gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2017, nr. Z/17/050826/97452; gezien het advies van het politiek forum van 4 december 2017; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld
- Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Deze verordening verstaat onder: Dag : een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; Maand : een kalendermaand; Kwartaal : een kalenderkwartaal Jaar : een kalenderjaar 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam “marktgeld” wordt een directe belasting geheven voor het door de gemeente ter beschikking stellen van een standplaats op de weekmarkt, op het daarvoor aangewezen marktterrein, op de daarvoor aangewezen dag, als bedoeld in de Marktverordening Leiderdorp
- Artikel3Belastingplicht Het marktgeld worden geheven van diegene aan wie de standplaats als bedoeld in artikel 2, is toegewezen dan wel degene aan wie de dienst wordt verleend. Artikel4Tarieven 1.Het marktgeld wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende Tarieventabel. 2.Voor de berekening van het marktgeld wordt een gedeelte van een in de Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Wijze van heffing Het marktgeld worden geheven door middel van een mondelinge of een gedagtekendeschriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel6Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld wordenbetaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving dan wel in geval van toezendingdaarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel7Kwijtschelding Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel8Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot deheffing en de invordering van marktgeld. Artikel9Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening marktgeld 2017” van 12 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgeld
- Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 11 december 2017,de griffier, mevrouw J.C. Zantingh de voorzitter,mevrouw L.M. Driessen – JansenBijlage1Tarieventabel behorende bij Verordening marktgeld 2018 Rubriek Omschrijving Euro 1.1 Het recht bedraagt voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats: 1.1.1 per dag 3,67; 1.1.2 per kalendermaand 13,36; 1.1.3 per kalenderkwartaal 33,
- 1.2 In afwijking van rubriek 1.1 bedraagt voor kooplieden die voor de eerste maal een standplaats innemen op een markt in Leiderdorp gedurende de eerste drie maanden het recht, voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats: 1.2.1 per dag 2,92; 1.2.2 per kalendermaand 9,73; 1.2.3 per kalenderkwartaal 24,
- 1.3 In afwijking van rubriek 1.1 bedraagt voor standwerkers het recht, voor iedere hele strekkende meter grond of gedeelte daarvan waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats, per dag 3,
- HOOFDSTUK 2 MAATSTAF EN TARIEFSTROOMVOORZIENING 2.1 De belasting bedraagt, voor zover betrekking hebbend op de stroomvoorziening, per standplaats, bij een totale capaciteit van de aldaar aanwezige elektrische installaties van 2.1.1 500 watt of minder 2.1.1.1 per dag 5,57; 2.1.1.2 per kalendermaand 16,79; 2.1.1.3 per jaar 164,
- 2.1.2 501 watt tot en met 1.000 watt, 2.1.2.1 per dag 11,18; 2.1.2.2 per kalendermaand 33,62; 2.1.2.3 per jaar 329,
- 2.1.3 1.001 watt tot en met 1.500 watt, 2.1.3.1 Per dag 16,79; 2.1.3.2 per kalendermaand 50,44; 2.1.3.3 per jaar 495,
- 2.1.4 meer dan 1.500 watt, 2.1.4.1 per dag 22,40; 2.1.4.2 per kalendermaand 67,27; 2.1.4.3 per jaar 660,72.