← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2018 (Kollumerland en Nieuwkruisland)

‘Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2018’De raad van de gemeente Kollumerland c.a; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 21 november 2017; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2018’ Artikel1Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht

  1. Belastingplichtig is de houder van een hond.
  2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
  3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen 1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.
  4. De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die verblijven in een hondenasiel; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5Belastingtarief 1.De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond: € 18,96; voor een tweede hond: € 19,80; voor iedere hond boven het aantal van twee: € 20,
  5. 2.In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, per kennel: € 80,64 per jaar. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  6. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten deaanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
  7. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting. Artikel11Kwijtschelding 1.Kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990, is slechts mogelijk voor één hond.
  8. Geen kwijtschelding wordt verleend voor aanslagen die betrekking hebben op kennels. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel De Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2017 van 15 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van debekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  9. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening hondenbelasting 2018'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december 2017.De griffier, T.TorenDe burgemeester, B.Bilker

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.