VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2018De raad der gemeente Dongeradeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 november 2017, no. 2017/63n; gelet op de artikelen 219 en 228 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2018 Artikel1Belastbaar feit 1.Onder de naam 'precariobelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening. 2.Ter zake van het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond is niet de onderhavige verordening maar de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen 2017 van toepassing. Artikel2Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene: die de openbare straat tijdelijk in gebruik heeft genomen; die één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel3Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel4Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: openbare straat : hetgeen in artikel 1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening onder "weg" wordt verstaan; horecaschip : een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebezigd als hotel-, restaurant- of cafébedrijf; woonschepen : een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning; jaar : kalenderjaar; maand : een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een kalendermaand en eindigt met de dag voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende kalendermaand. Artikel5Berekening van de belasting 1.Behoudens hetgeen is bepaald in het tweede en derde lid worden, indien een in deze verordening genoemde belasting geheven wordt per eenheid van tijd en/of afmeting, gedeelten daarvan voor een geheel gerekend. 2.Waar in deze verordening alleen een tarief per jaar is vastgesteld wordt, indien de belastingplicht in de loop van het jaar ontstaat, voor de eerste maal een aanslag opgelegd voor zoveel twaalfdelen van het voor een jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog maanden moeten verlopen, te rekenen van de aanvang van het gebruik of genot af; een gedeelte van een maand wordt daarbij voor een gehele maand gerekend. 3.Indien de belasting voor het hebben van voorwerpen, onder, op of boven de grond vastgesteld is per m2, wordt de belasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen. 4.Ruimte tussen op de grond geplaatste, neergelegde of opgetaste goederen, die aan de belastingplichtige toebehoren, worden voor de berekening van de belasting geacht door die goederen in gebruik te zijn genomen. Artikel6Belastingtarieven 1.De belasting bedraagt voor het in gebruik nemen van de openbare straat: voor het hebben van voorwerpen, goederen en/of waren, materialen, emballage, afvalstoffen enz.: per m2 in gebruik genomen oppervlakte per week € 2,40 met een minimum van € 11,20 door middel van het afschutten van die openbare straat ten behoeve van bouw- en onderhoudswerkzaamheden: per m2 afgeschutte oppervlakte per week € 1,65 met een minimum van € 5,50 voor het hebben van een stut, schoor of paal in de openbare straat t.b.v. bouw- of onderhoudswerken: per stut, schoor of paal per week € 1,65 in afwijking van het bepaalde genoemd in lid 1 letter a bedraagt de belasting per jaar, of een gedeelte daarvan, voor het in gebruik nemen van de openbare straat voor een terras per m2€ 15,35 2.De belasting bedoeld onder lid 1a, 1b en 1c van dit artikel wordt niet geheven, wanneer de openbare straat voor de daarin omschreven doeleinden niet langer dan 24 achtereenvolgende uren ten gebruike ingenomen is geweest. 3.De belasting bedraagt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond van: een installatie voor het leveren van benzine of andere motorbrandstoffen met inbegrip van de daarbij behorende tanks en leidingen per tot die installatie behorende pomp per jaar € 91,95 tanks, rioolputten, beerputten en septictanks: per tank, rioolput, beerput of septictank per jaar € 5,50 rails: per spoor per jaar € 11,20 een brug, perron of plankier: per brug, perron of plankier per jaar € 5,50 een balkon, erker, uitbouw, overbouw of luifel: per balkon, erker, uitbouw, overbouw of luifel per jaar € 46,20 per onverlichte reclame of onverlicht reclamebord per jaar € 91,95 per lichtreclame of verlicht reclamebord per jaar € 91,95 automatische verkooptoestellen: per verkooptoestel met een breedte van minder dan 0,50 meter per jaar € 21,20 per verkooptoestel met een breedte van 0,50 meter of meer per jaar € 46,20 een horecaschip per jaar € 540,60 een woonschip per jaar € 267,60; het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor in dit lid geen afzonderlijk tarief is opgenomen: indien het voorwerp een oppervlakte heeft van minder dan 2 m2 per jaar € 46,20 indien het voorwerp een oppervlakte heeft van 2 m2 of meer per jaar € 91,95 Artikel7Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: het hebben van voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen die aan derden zijn of worden verhuurd, of in gebruik gegeven; het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen; het hebben van voorwerpen, welke noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of waterschappen zijn aangebracht of geplaatst; het op een wijze, als omschreven in artikel 5.2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.