← Nederland

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren (Rozendaal)

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongerenParagraaf1Algemene bepalingen Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Artikel1Begripsomschrijvingen 1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren en de algemene wet bestuursrecht. 2Deze verordening verstaat onder: de wet: de Wet investeren in jongeren college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal. Paragraaf2Beleid en financiën Artikel2Opdracht college 1Het college doet een werkleeraanbod aan jongeren, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 van de wet. 2De in het eerste lid genoemde groep van jongeren kan worden uitgebreid met jongeren die een door het UWV verstrekte uitkering ontvangen, indien daartoe een overeenkomst is gesloten met het UWV. 3Bij de keuze van het werkleeraanbod wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of het werkleeraanbod, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een jongere, het meest doelmatig is met het oog op arbeidsinschakeling. Het college beziet daarbij tevens in hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod kunnen worden betrokken. 4Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Beleid en verantwoording 1Het college biedt een Meerjarenbeleidsplan aan de raad ter besluitvorming aan, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de financiering. 2Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 89 van de wet. 3Het Meerjarenbeleidsplan en verslag kunnen gelijktijdig worden aangeboden met het Meerjarenbeleidsplan en verslag voor de Wet werk en bijstand. Artikel4Aanspraak op ondersteuning 1Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking voor ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en het in artikel 3 genoemde Meerjarenbeleidsplan. Artikel5Verplichtingen van de jongere 1Een jongere die gebruik maakt van een werkleeraanbod is gehouden te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 2Indien een jongere die gebruik maakt van een werkleeraanbod, niet voldoet aan het gestelde in het eerste lid, dan kan het college de inkomensvoorziening verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening Wet Investeren in jongeren. Paragraaf3Voorzieningen Artikel6Voorzieningen 1Het college stelt nadere regels vast over welke voorzieningen in ieder geval kunnen worden ingezet alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een loonkostensubsidie handelt het college conform de beleidsregel die als bijlage is opgenomen in de verzamelbrief van het Ministerie SZW van 7 april 2004. 3Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 4Het college kan een voorziening beëindigen: a.indien de jongere die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet niet nakomt en hem dit te verwijten valt; b.indien de jongere die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; c.indien de jongere algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d.indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. Paragraaf4Slotbepalingen Artikel7Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jongere afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel8Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren”. Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking na publicatie van het besluit tot vaststelling van deze verordening. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 2 februari 2010. De griffier, De voorzitter K.M. Schaap drs. J.H. Klein Molekamp

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.