Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid De raad van de gemeente Hulst; Gezien het advies van de commissie Samenleving; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 17 november 2009 gelet op artikel 150 van de Gemeentewet, artikel 47 van de Wet werk en bijstand en artikel 12, tweede lid van de Wet investeren in jongeren; overwegende dat de gemeenteraad op grond van deze artikelen verplicht is bij verordening regels te stellen over de wijze waarop de cliëntenparticipatie is geregeld in het kader van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; B E S L U I T : vast te stellen de volgende VERORDENING CLIËNTENPARTICIPATIE SOCIALE ZEKERHEID Artikel 1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: cliënt: de persoon die een uitkering, voorziening of ondersteuning op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ontvangt van de gemeente Hulst; belangenorganisaties: organisaties die mede de belangen van cliënten als bedoeld in onderdeel b behartigen; Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst: een uit vertegenwoordigers van cliënten bestaand overlegorgaan met taken en bevoegdheden zoals in de verordening omschreven; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst; portefeuillehouder: de wethouder die Sociale Zaken in zijn of haar portefeuille heeft. Artikel 2 Taak, Doelstelling en Werkwijze
- Het doel van cliëntenparticipatie is dat cliënten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties invloed moeten kunnen uitoefenen op het lokaal beleid op het terrein van de gemeentelijke sociale zekerheid. Ten behoeve van dit doel is de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst in het leven geroepen.
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst kan gevraagd en ongevraagd schriftelijk adviseren aan het college en de gemeenteraad over alle onderwerpen die de vorming, de uitvoering, de controle en de evaluatie van het gemeentelijk beleid op het terrein van de gemeentelijke sociale zekerheid betreffen, daaronder begrepen de wijze waarop rijksregelgeving wordt uitgevoerd.
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst is niet bevoegd te adviseren over de afhandeling van klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben, met uitzondering van de hierbij gehanteerde procedures en regelingen.
- Aan de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst gevraagde adviezen worden binnen twee weken uitgebracht. De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst kan het uitbrengen van een advies met maximaal drie weken verdagen. Van een verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
- Indien binnen de termijn genoemd in artikel 2 lid 4 geen advies wordt ontvangen wordt het platform geacht neutraal of positief te adviseren.
- Indien het besluit van het college of de gemeenteraad afwijkt van het advies van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst wordt de Cliëntenraad hiervan gemotiveerd schriftelijk op de hoogte gesteld.
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst kan een huishoudelijk reglement met betrekking tot haar interne functioneren opstellen voor zover het betreft aangelegenheden die in deze verordening niet geregeld zijn.
- Tussen de portefeuillehouder en de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst vindt minimaal 4 keer per jaar overleg plaats.
- Tussen de commissie Samenleving en de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst vindt 1 keer per jaar overleg plaats. De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst stemt de vergaderdatum af met de raadsgriffier en levert de agendapunten een maand voor het overleg aan bij de griffier. Artikel 3 Samenstelling
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst bestaat uit cliënten en/of vertegenwoordigers van belangenorganisaties.
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst telt minimaal 5 leden en maximaal 15 leden die worden benoemd door de portefeuillehouder.
- Nieuwe leden van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst worden benoemd door de portefeuillehouder Sociale Zaken op voordracht van de leden van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. De benoeming wordt schriftelijk bevestigd.
- De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst wordt bij voorkeur voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.
- Het lidmaatschap van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad dan wel het college.
- Burgerlidmaatschap van een raadscommissie is verenigbaar met het lidmaatschap van de cliëntenraad. Bij voorstellen of adviezen van de cliëntenraad aan het gemeentebestuur die behandeld worden in de betreffende raadscommissie waar het burgerlid deel van uitmaakt, onthoudt het burgerlid zich van deelname aan beraadslagingen van en aan het verlenen van advies aan de gemeenteraad. Artikel 4 Het secretariaat
- Een ambtenaar van de gemeente Hulst voorziet in het secretariaat voor zover het betrekking heeft op het periodiek overleg met de wethouder.
- In de overige secretariaatswerkzaamheden voorziet de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst zelf. Artikel 5 Informatievoorziening Het college draagt er zorg voor dat aan de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst tijdig de nodige informatie wordt verstrekt ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Artikel 6 Vergoedingen aan de leden Het college kan na overleg met de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst nadere regels stellenaangaande vergoedingen voor de leden van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Artikel 7 Faciliteiten
- Ten behoeve van de Cliëntenraad wordt jaarlijks in de begroting een budget opgenomen.
- Ten laste van de begroting kunnen, ter beoordeling van de portefeuillehouder, onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering van de leden en organisatorische kosten.
- De gemeente stelt vergaderruimte en kopieerfaciliteiten beschikbaar ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Artikel 8 Begroting en verslaglegging
- Jaarlijks voor 1 september dient de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst een begroting in bij het college voor de geplande activiteiten voor het volgende jaar.
- Jaarlijks voor 1 april brengt de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst aan het college inhoudelijk verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een eventueel beschikbaar gesteld budget. Artikel 9 Nadere regels Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening na overleg met de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst nadere regels stellen. Artikel 10 Intrekking oude regeling De Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand wordt ingetrokken. Artikel 11 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Hulst van 17 december 2009 De gemeenteraad van de gemeente Hulst, De Raadsgriffier, De Raadsvoorzitter, Algemene toelichting Inleiding Cliëntenparticipatie is in essentie het betrekken van cliënten bij de keuzes die gemeenten maken. Het kan hierbij zowel gaan om keuzes op het terrein van de beleidsvorming als om keuzes in de uitvoeringspraktijk. De Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet investeren in jongeren (WIJ) schrijven in respectievelijk de artikelen 47 WWB, 2 Wsw en 12 WIJ voor dat cliëntenparticipatie dient plaats te vinden en dat, in het verlengde van die verplichting, een verordening dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Op grond van deze bepalingen is eerder de Verordening cliëntenraad Wet Werk en Bijstand tot stand gekomen. Ter uitvoering van die verordening is de cliëntenraad sociale zekerheid op- en ingericht. Voor de Wet sociale werkvoorziening is separaat een verordening vastgesteld en een aparte cliëntenraad opgericht. Gelet op het bijzondere karakter van de Wsw en het gegeven dat dit gezamenlijk met meerdere gemeenten wordt uitgevoerd, is besloten beide raden afzonderlijk een plaats te geven. In de Wet investeren in jongeren is de gemeenteraad opgedragen ook bij verordening te regelen dat jongeren bij de uitvoering van de WIJ betrokken worden. Daarnaast is in artikel 150 Gemeentewet een algemene verplichting opgenomen om bij verordening te regelen op welke wijze belanghebbenden die ingezetene zijn van de gemeente bij de voorbereiding van beleid betrokken worden. Om die reden is besloten de cliëntenparticipatie zich niet alleen te beperken tot de eerder genoemde groepen maar zich ook te laten uitstrekken over uitkeringsgerechtigden o.g.v. de IOAW en IOAZ. Aanleiding voor deze nieuwe verordening vormt de inwerkingtreding van de Wet investeren in jongeren op 1 oktober
- Vanwege de grote verwantschap tussen WWB en WIJ en een praktische uitvoering is ervoor gekozen de Cliëntenraad Sociale Zekerheid aan te wijzen als orgaan dat belast is met de cliëntenparticipatie van de jongeren. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe verordening, die inhoudelijk op een aantal onderdelen afwijkt van de oude (die vanaf 1 januari 2005 van toepassing is). Het betreft dan slechts bepalingen die een actualisering en verduidelijking betekenen. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. De in de oude verordening beschreven taken, procedures en voorzieningen worden adequaat geacht voor de vertegenwoordiging van de jongeren en zijn daarom overgenomen in de nieuwe verordening. Algemeen De intentie van de artikelen 47 WWB, 2 Wsw en 12 WIJ is te bewerkstelligen dat de cliëntenparticipatie bij gemeenten in lijn wordt gebracht met de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, waarin wordt gesteld dat cliëntenparticipatie onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur waar de cliënt centraal staat. De gemeente moet haar cliënten betrekken bij zaken die zowel betrekking hebben op de beleidsvorming als op de uitvoering van de wetten. In de verordening moet in ieder geval worden opgenomen: dat periodiek overleg wordt gevoerd met cliënten of hun vertegenwoordigers; hoe de cliënten of hun vertegenwoordigers agendapunten kunnen aanmelden; en hoe de cliënten of hun vertegenwoordigers van adequate informatie worden voorzien. De wettelijke doelgroep van de cliëntparticipatie bestaat uit: personen met een uitkering op grond van de WWB; personen met een werkleeraanbod en/of een inkomensvoorziening op grond van de WIJ; personen die gebruik maken van een voorziening zoals gesubsidieerd werk; personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet; en niet-uitkeringsgerechtigden (zgn. nuggers, dwz. personen zonder arbeidsinkomen of uitkering). Deze personen kunnen zitting hebben in de cliëntenraad sociale zekerheid om de belangen van de doelgroep te behartigen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijving Eerste lid onderdeel a De verordening regelt niet alleen cliëntenparticipatie voor de Wet werk en bijstand maar ook voor uitkeringgerechtigden met een IOAW- en IOAZ-uitkering. Het begrip cliënt behelst naast uitkeringsgerechtigden ook personen aan wie het college ondersteuning verleent voor re-integratie op grond van artikel 7 WWB. Op deze wijze worden ook de belangen van Anw-gerechtigden en nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden) behartigd. Door een technische vereenvoudiging zijn de voormalige onderdelen a en b, waarin e.e.a. was vastgelegd, samengevoegd tot onderdeel a. Eerste lid onderdeel b Ten einde de continuïteit van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst te waarborgen is een brede samenstelling gewenst. Dit betekent dat niet alleen uitkerings- en/of re-integratiegerechtigden participeren maar dat ook vertegenwoordigers van belangenorganisaties bij de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst worden betrokken. Zie ook artikel 3 eerste lid. Artikel 2 Taak, Doelstelling en Werkwijze Eerste tot en met derde lid De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst zorgt voor collectieve belangenbehartiging bij de lokale invulling van het gehele beleidsveld van Sociale Zaken. Het streven is om de Cliëntenraad niet alleen te betrekken bij de beleidsvoorbereiding, maar ook bij de kaderstellende en toetsende taken van de gemeenteraad. Het beleidsveld voor advisering strekt zich uit van de WWB tot de inrichting en uitvoering van lokaal sociale zekerheidsbeleid in bredere zijn, zoals minima- en re-integratiebeleid. Het kan hierbij gaan om advisering inzake beleidsvoorstellen, verordeningen, nota’s, gevolgde procedures, de uitvoering van wetgeving, beoordeling van evaluaties en jaarverslagen, benchmarkingresultaten e.d. Het gaat dus nadrukkelijk niet om belangenbehartiging van individuele klanten. Vierde lid Het college zorgt voor tijdige toezending van stukken welke voorafgaande aan de besluitvorming, ter advisering worden voorgelegd aan de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Hiervan kan alleen worden afgewezen indien advisering vooraf tot een ongewenste vertraging leidt in het besluitvormingsproces. In dat geval zal een en ander achteraf in de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst ter discussie worden gesteld. Het opstellen van nota’s en verordeningen, vaststelling en implementatie dient vaak in een strak tijdpad te gebeuren. Ten einde het totale tijdsbeslag in beeld te kunnen brengen is de adviestermijn voor de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst opgenomen. Gelet op de gewenste voortgang is deze termijn op twee weken gesteld met een eenmalige maximale verlenging van nog eens drie weken. Vijfde lid Om de nodige voortgang van voorstellen te kunnen waarborgen is opgenomen dat de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst positief staat over voorstellen vanuit de gemeente, indien binnen twee weken geen advies is ontvangen en de advisering niet is verdaagd. Zevende lid In het huishoudelijk reglement kunnen zaken geregeld worden als vergaderquotum, besluitvorming bij gewone of tweederde meerderheid van stemmen, zittingsduur van de leden, eventuele onafhankelijkheid van de voorzitter, noodzakelijke ondergrens in het aantal cliënten. Plaatsvervanging ingeval van afwezigheid kan eveneens een punt van aandacht zijn. Artikel 3 Samenstelling Eerste lid Niet alleen uitkerings- en/of re-integratiegerechtigden maar ook vertegenwoordigers van belangenorganisaties worden bij cliëntenparticipatie betrokken. Een cliëntenorganisatie oprichten met uitsluitend cliënten heeft immers enige bezwaren. Het lidmaatschap van een cliëntenorganisatie vergt een aantal kwaliteiten en eigenschappen, zoals communicatieve vaardigheden en het kunnen abstraheren van de eigen ervaringen, individuele klachten en wensen. Daarnaast kan de positie die cliënten hebben lastig zijn: aan de ene kant de positie van cliënt met eigen verantwoordelijkheden en verplichtingen jegens de uitkeringsverstrekker en aan de andere kant de positie als kritische commentator en adviseur. In de derde plaats speelt het gebrek aan continuïteit een rol. Mondige en bekwame uitkeringsgerechtigden, die goed kunnen functioneren in een cliëntenorganisatie, blijken in de praktijk vaak snel door te stromen in een re-integratietraject of een baan. Om deze reden worden ook belangenorganisaties bij de cliëntenparticipatie betrokken. Hierbij kan gedacht worden aan vakorganisaties als FNV/ugo en CNV, ouderenbonden, vrouwenorganisaties, het Algemeen Maatschappelijk Werk. Kandidaten worden voorgedragen door de organisatie die zij in de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst moeten vertegenwoordigen. Tweede lid Om besluitvorming mogelijk te maken is een minimum van vijf deelnemers vereist. Ten einde een organisatorisch overzichtelijk geheel te houden is een maximum aantal leden van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst beperkt tot vijftien personen. Derde lid Er is om administratief-organisatorische redenen niet voor gekozen voor benoeming door college of gemeenteraad. De portefeuillehouder benoemt de leden namens het college. De leden hiervan ontvangen hiervan een schriftelijke bevestiging. De overdracht van de benoemingsbevoegdheid van het college naar de portefeuillehouder is ook opgenomen in het Mandaatsbesluit. Vierde lid De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst kiest uit haar midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Een onafhankelijk voorzitter heeft de voorkeur. Vijfde en zesde lid Een burgerlidmaatschap van een Raadscommissie is wel verenigbaar met het lidmaatschap van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Artikel 4 Het secretariaat Eerste lid Het secretariaat inzake het periodiek overleg met de portefeuillehouder verzorgt de opstelling van de agenda voor de vergadering, verzorgt de uitnodiging en notuleert. Tweede lid De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst draagt zorgt voor een secretariaat dat ten dienste staat van alle leden van de Cliëntenraad. Dit secretariaat verzorgt o.a. de opstelling van de agenda voor de eigen vergaderingen, verzorgt het versturen van de uitnodiging met bijbehorende stukken en notuleert. Tevens verzamelt het secretariaat actuele informatie over ontwikkelingen en brengt deze ter kennis aan de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Het secretariaat zorgt mede voor de verslaglegging zoals bedoeld in artikel 8 van deze Verordening. Artikel 5 Informatievoorziening Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 6 Vergoedingen aan de leden Het college kan nadere regels stellen aangaande de vergoedingen voor de leden van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. Hiermee wordt bedoeld de mogelijk vast te stellen presentiegelden en/of onkostenvergoedingen. Het College heeft echter ook de mogelijkheid deze onder te brengen in het budget dat aan de Cliëntenraad ter beschikking wordt gesteld op grond van artikel 7 van deze Verordening. De regels worden vastgesteld na overleg met de Cliëntenraad. Het staat het college vrij om, kennis genomen hebbend van de opvattingen van de raad, een afwijkend besluit te nemen. Artikel 7 Faciliteiten Het budget is ter vrije besteding van de Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst. De Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hulst dient jaarlijks voor 1 september een begroting ter goedkeuring in te dienen en achteraf verantwoording af te leggen over de besteding van de middelen, zoals opgenomen in artikel 8 van deze Verordening. Artikel 8 Begroting en verslaglegging In het huishoudelijk reglement kan opgenomen worden dat de vaststelling van het inhoudelijke verslag en de financiële verantwoording geschiedt bij tweederde/gewone meerderheid van stemmen. Zie ook artikel 2 lid 7 van deze Verordening. Artikel 9 Nadere regels Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om nadere uitvoeringsregels te stellen. Dat is bijvoorbeeld mogelijk over de wijze waarop een adviesaanvraag wordt ingediend, de samenstelling van de raad en de rol van de belangenorganisaties. Nadere regels worden vastgesteld na overleg met de Cliëntenraad, maar instemming van de raad is niet vereist. Artikel 10 Intrekking oude regeling Per de datum van inwerkingtreding van de nieuwe verordening, wordt de oude ingetrokken. Dat is expliciet hier geregeld. Artikel 11 Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 12 Citeertitel De nieuwe verordening draagt een andere titel dan de voorgaande. Enerzijds ter bevordering van het onderscheidend vermogen tussen beide verordeningen, anderzijds omdat door invoering van de nieuwe verordening inmiddels voor een zestal groepen cliënten de vertegenwoordiging en belangenbehartiging is gerealiseerd en personen uit deze groepen evenzeer zitting kunnen hebben in de Cliëntenraad.