Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018De raad van de gemeente Vianen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 november 2017; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018. Artikel1 Krachtens deze verordening wordt een afvalstoffenheffing geheven. Artikel2Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Perceel : een gebouwde onroerende zaak - of een gedeelte ervan - dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particulier huishouden te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. Met een perceel worden gelijkgesteld: een stacaravan, een woonboot, een woonwagen en een demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particulier huishouden. grof huisvuil : afvalstoffen afkomstig van een particulier huishouden, welke door omvang of hoeveelheid niet in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen, met uit- zondering van bouwafval. bouwafval : door particulieren aangeboden afvalstoffen afkomstig van bouw-, verbouw-, en renovatiewerkzaamheden en alles wat schroef en nagelvast op of aan de woning zit, laminaat, massieve houten vloerdelen, en grond, zand, grind, asbest, puin, bielzen en boomstronken. snoeihout : door particulieren aangeboden afvalstoffen afkomstig van het snoeien van bomen en struiken, met uitzondering van boomstronken. Artikel3Aard van de heffing Artikel3Aard van de heffing 1. Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1. Belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing is degene, die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan de gemeente verplicht is tot de in de Wet milieubeheer bedoelde dienstverlening. 2. Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door het hoofd van die huishouding. Wie als hoofd van een huishouden wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld door het college. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 263,76. Deze belasting is gebaseerd op de mogelijkheid om per perceel twee containers bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval met een inhoud van 140 liter en één container bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen met een inhoud van 240 liter te gebruiken. 1.1.2. De belasting als bedoeld in artikel 1.1.1 wordt vermeerderd/verminderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een: a.container bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, indien de inhoud van de container 140 liter is dan wel indien gebruik moet worden gemaakt van een gezamenlijk (ondergronds) afvalsysteem, verminderd met € 69,00. b.extra container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container: vermeerderd met € 81,50. c.extra container van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit en tuinafval, per extra container: vermeerderd met € 33,55. Administratie- en leveringskosten 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedragen de administratiekosten voor het op aanvraag wisselen van containers op de stadswerf: -bij de eerste aanvraag: € 0,00; -bij een tweede of volgende aanvraag: € 34,75 1.2.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedragen de administratie- en leveringskosten voor het op aanvraag wisselen van containers thuis: -bij de eerste aanvraag : € 33,75; -bij een tweede of volgende aanvraag: € 68,50; 1.2.3 De kosten bij diefstal, vermissing, verbranding van een minicontainer zijn: € 54,00 per mini-container en eventueel het voorrijdtarief van € 33,75 bij bezorging thuis. 1.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedragen de administratie – en de leveringskosten voor een vervangend pasje voor het gezamenlijk (ondergronds) afvalsysteem: € 89,80. bouwafval 1.4.1 het op aanvraag verwijderen van bouwafval als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder b., per 0,25 m³ of een gedeelte daarvan € 21,15, verhoogd met € 33,75 voorrijdtarief; 1.4.2 het achterlaten van bouwafval op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder d, per 0,25 m³ of een gedeelte daarvan € 21,15; 1.4.3 Indien op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats achtergelaten hoeveelheid bouwafval minder of gelijk is aan éénmaal 0,25 m³ is voor maximaal éénmaal per maand geen recht verschuldigd. grof huisvuil 1.5.1 het op aanvraag verwijderen van grof huisvuil als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder c., een voorrijdtarief van € 33,75; 1.5.2 voor het achterlaten van grof huisvuil op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats is geen recht verschuldigd. snoeihout 1.6.1 het op aanvraag verwijderen van snoeihout als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder e., tot een maximum van 2m³, een voorrijdtarief van € 33,75. Voor hoeveelheden van meer dan 2m³ is naast het voorrijdtarief een recht verschuldigd van € 11,85 per m³ berekend over het meerdere boven de 2m³. 1.6.2 voor het achterlaten van snoeihout op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats is geen recht verschuldigd. Tweemaal per jaar op door het college vastgestelde data is het onder bovenvermeld lid 1.6.1 vermelde voorrijdtarief niet verschuldigd. banden 1.7. het recht voor het verwijderen van (een) band(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.