Subsidieplafonds en tarieven peuteropvang en VVE 2018Burgemeester en wethouders van Gemeente Westland Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste lid, 1.66 en 1.72, eerste lid Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; Gelet op de artikelen 2.19, eerste lid, 2.23, eerste lid, 2.24 en 2.28, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, Gelet op de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang besluiten: De Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Gemeente Westland 2017 in te trekken. De Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2018 vast te stellen. Hoofdstuk1:Algemeen Artikel1Begripsomschrijving In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid en artikel 2.2, eerste lid, Wko; afwegingsmodel (bijlage 1): schematisch overzicht waarin overtredingen van de wet- en regelgeving zijn opgenomen, prioriteiten aan de kwaliteitseisen zijn toegekend en de boetenormbedragen zijn vastgesteld; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Besluit kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; Besluit registers: Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk; Besluit voorschool: Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland; feitelijk leidinggevende: een feitelijk leidinggevende is een persoon in functie die feitelijk leiding geeft en daarbij bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te nemen ter voorkoming en beëindiging van verboden gedragingen. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert; de gastouder die een voorziening voor gastouderopvang exploiteert; kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang kinderopvangvoorziening: een kindercentrum voor dagopvang(KDV), buitenschoolse opvang(BSO), een peuterspeelzaal(PSZ), een gastouderbureau(GOB) of een voorziening voor gastouderopvang(VGO); startend kindercentrum: een houder met één kinderopvangvoorziening of peuterspeelzaal, met niet meer dan twee groepen. Tot en met het moment van de eerste reguliere inspectie als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid of artikel 2.20, tweede lid, Wko; kwaliteitseisen: als bedoeld in hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 en hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko en de daaruit voortvloeiende regelgeving; LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen; onverwijld: maximaal vier weken nadat een wijziging bekend is geworden aan de houder of bekend had moeten zijn; grotere mate van spoed dan wordt bedoeld met de woorden ‘zo spoedig mogelijk’; personeel: personen werkzaam bij een onderneming waarmee de houder een kinderopvangvoorziening of peuterspeelzaal exploiteert; recidive: een overtreding, die plaatsvindt binnen een termijn van twee jaren nadat een soortgelijke of dezelfde overtreding door of namens het college is vastgesteld. Regeling kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en Ministeriële regeling 2018; Regeling Wko: Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; VOG: verklaring omtrent het gedrag; wet- en regelgeving: de Wko en Wikk, alle daaruit voortvloeiende regelgeving Wikk: Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel2Toepassing van beleidsregels Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang en Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde regelgeving. Artikel3Vormen van sanctioneren 1.Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de mogelijkheid om een hersteltraject en bestraffend traject op te starten; 2.Burgemeester en wethouders bepalen aan de hand van het afwegingsmodel: welk handhavingstraject wordt ingezet (herstellend, bestraffend of beide). welke stap (handhavingsmiddel) van het handhavingstraject wordt ingezet; de lengte van de hersteltermijn (herstellend traject) en/ of de hoogte van de boete (bestraffend traject). 3.Indien een overtreding van wet- en regelgeving niet is opgenomen in het afwegingsmodel bepalen burgemeester en wethouders per individueel geval de wijze van handhaving zoals is opgenomen in lid 2 van dit artikel. Artikel4subjecten van handhaving 1.Burgemeester en wethouders handhaven de kwaliteitseisen per kinderopvangvoorziening; 2.Indien de houder of de gastouder dezelfde overtreding bij verschillende kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen begaat, kunnen burgemeester en wethouders de kwaliteitseis handhaven per houder of gastouder; 3.Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven en een sanctie opleggen aan een feitelijk leidinggevende. Hoofdstuk2:Herstellend traject Artikel5Herstelsancties Indien gebleken is dat een houder van een kinderopvangvoorziening niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.