Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing 2018De raad van de gemeente Waterland, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2017; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; B E S L U I T : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing 2018 Artikel1Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "reinigingsheffing" worden rechten geheven voor zowel genot van door de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel2Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel3Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel4Tijdstip beoordeling omstandigheden 1.Voor de beoordeling van de belastingplicht en voor de toepassing van de maatstaf van heffing en tarief, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, gelden de omstandigheden die op 1 januari van het belastingjaar aanwezig zijn. 2.Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar, gelden voor de in het eerste lid bedoelde beoordeling, de omstandigheden die bij aanvang van de belastingplicht aanwezig zijn. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsheffing wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffing. Artikel11Tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel 1.De verordening reinigingsheffing 2017 van 15 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018. 4.Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsheffing 2018". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Waterland, gehouden op 14 december 2017.De raad voornoemd,drs. E.G.H. Dijk MPMgriffiermw. L.M.B.C. Wagenaar-KroonvoorzitterBijlage1Tarieventabel 2018, behorende bij de “ Verordening Reinigingsheffing 2018” Uitgangspunten: Rechtspersonen zonder onderneming dan wel rechtspersonen of natuurlijke personen met een onderneming met minder dan twee werkzame personen die staat ingeschreven op een adres waar reeds afvalstoffenheffing wordt geheven, worden vrijgesteld van het betalen van reinigingsrecht. Alleen bedrijven die voor de verwijdering van het bedrijfsafval geen geldig contract hebben met een particuliere inzamelaar worden aangeslagen voor reinigingsheffing. Alleen bedrijven met bedrijfsafval dat qua samenstelling overeenkomt met huishoudelijk afval komen in aanmerking voor reinigingsheffing. Voor afval met een ander samenstelling worden zij geacht een apart afvalcontract te sluiten met een particuliere inzamelaar. Bedrijven met meer dan 960 liter afval per twee weken worden geacht een apart afvalcontract te sluiten met een particuliere inzamelaar en mogen geen gebruikmaken van de collectieve afvalvoorzieningen van de gemeente. Beschrijving categorie-indeling: De categorie-indeling is gebaseerd op het aantal werkzame personen volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel. Daarnaast is rekening gehouden met de branche-indeling zoals deze wordt gehanteerd door de Kamer van Koophandel. Horeca en de industrie worden standaard één categorie hoger ingedeeld omdat zij gemiddeld meer afval produceren dan andere bedrijven. Aantal werkzame personen Indeling Afwijking n.a.v. branche - indeling 0 t/ m 1 Categorie 1 Horeca Indeling in categorie 2 Industrie Indeling in categorie 2 2 t/ m 4 Categorie 2 Horeca Indeling in categorie 3 Industrie Indeling in categorie 3 5 t/ m 10 Categorie 3 Horeca Indeling in categorie 4 Industrie Indeling in categorie 4 11 t/ m 20 Categorie 4 Horeca Contract met particuliere inzamelaar Industrie Contract met particuliere inzamelaar Tarieven: Afhankelijk van de categorie waarin een bedrijf valt, wordt zij aangeslagen voor het betalen van een tarief conform onderstaande tabel. Tarief Per jaar Categorie 1 € € 181,34 Categorie 2 € € 297,52 Categorie 3 € € 558,25 Categorie 4 € € 1.011,30 Behorend bij besluitnummer 139-28 van 14 december 2017. de griffier, drs. E.G.H. Dijk MPM de voorzitter, mw. L.M.B.C. Wagenaar-Kroon
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.