← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018 (Westerveld)

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018De raad van de gemeente Westerveld; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2017; gelet op artikel 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; B E S L U I T: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

  1. Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a een afvalstoffenheffing; b reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: “gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1 Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2 De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; b ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1 De belasting genoemd onder hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven. 2 De belastingen genoemd onder hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belastingplicht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. 5 Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel toeneemt, dan blijft de belastingschuld voor de rest van het belastingjaar ongewijzigd. Bij het begin van het eerst volgend belastingjaar wordt er een aanslag opgelegd naar het aantal personen dat op dat moment gebruik maakt van het perceel. 6 Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel afneemt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven. 7.Indien belastingplicht is verschuldigd, heeft de verschuldigde recht op een pasje dat toegang verschaft op het afvalbrengstation. Artikel9Termijnen van betaling in geval van heffing genoemd in artikel 7, lid 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in maximaal drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 50.000,-- moeten de aanslagen in 8 gelijke termijnen worden betaald, waarvan de eerste termijn vervalt op laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de laatste dag van de maand valt op een dag waarop er geen betalingsverkeer mogelijk is via de bank, dan zal de desbetreffende termijn worden afgeschreven op de laatste dag van de maand waarop wel betalingsverkeer mogelijk is. De exacte vervaldata worden vermeld op het aanslagbiljet. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9aTermijnen van betaling in geval van wijze van heffing genoemd in artikel 7, lid 2 1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen direct worden voldaan na mondelinge kennisgeving dan wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2Aanlevering van afval op het afvalbrengstation dient ter plaatse te worden voldaan. 3De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend voor de aanslag van een extra container per belastingplichtige. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel14Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing 1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven. 2 De rechten genoemd onder hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege vanmondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepeneen stempelafdruk, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldigebekendgemaakt. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. Artikel17Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel18Termijnen van betaling in geval van wijze van heffing genoemd in artikel 15 lid 1 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer dan € 0,-- doch niet meer dan € 50.000,-- bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in 8 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de laatste dag van de maand valt op een dag waarop er geen betalingsverkeer mogelijk is via de bank, dan zal de desbetreffende termijn worden afgeschreven op de laatste dag van de maand waarop wel betalingsverkeer mogelijk is. De exacte vervaldata worden vermeld op het aanslagbiljet. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 3.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4.De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel18aTermijnen van betaling in geval van wijze van heffing genoemd in artikel 15 lid 2 In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten direct worden voldaan na mondelinge kennisgeving dan wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Bij aanlevering van afval op het afvalbrengstation dienen de rechten ter plaatse te wordenvoldaan. De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel19Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel20Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen. Artikel21Overgangsbepaling De “Verordening reinigingsheffingen 2017” van 20 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 22, tweede lid, genoemde datum, met dien verstande dat zij wel van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel22Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen 2018”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 19 december
  3. de raadsgriffier, de voorzitter, R.J. van der Veen H. Jager Tarieventabelbehorende bij de “Verordening reinigingsheffingen 2018” Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk1.1Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: 1.1.1 indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon € 100,00 1.1.2 indien dat perceel wordt gebruikt door twee personen € 150,00 1.1.3 indien dat perceel wordt gebruikt door drie personen € 175,00 1.1.4 indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan drie personen € 200,00 1.1.5 voor een perceel dat niet permanent mag worden bewoond en wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden € 100,00 1.1.6 De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 t/m 1.1.5 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffen verordening aan het perceel is verstrekt) container ·per extra oranje container € 200,00 ·per extra grijze container € 200,00 ·per extra groene container € 62,00 1.1.7 Het in 1.1.6 genoemde bedrag is niet verschuldigd indien de extra container noodzakelijk is in verband met incontinentie materialen. Hiervoor dient wel een medische verklaring te worden afgegeven. Hoofdstuk1.2Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor: 1.2.1.1 het ophalen van grof huishoudelijk afval tijdens reguliere inzameldata, waarbij maximaal twee kubieke meter per melding kan worden aangeboden, per halve kubieke meter of deel daarvan € 10,00 1.2.1.2 het ophalen van snoeihout tijdens reguliere inzameldata, waarbij maximaal twee kubieke meter per melding kan worden aangeboden, per m³. € 10,00 1.2.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor: 1.2.2.1 het achterlaten van (grof) huishoudelijk afval afkomstig van een in de gemeente Westerveld geregistreerd staand huishouden, op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, namelijk “het afvalbrengstation”. Dit afvalbrengstation is alleen toegankelijk middels een toegangspas die aan elk huishouden van de gemeente ter beschikking is gesteld. De tarieven zijn: ·gips, per kilogram € 0,05 ·hout (A, B of C kwaliteit), per kilogram € 0,05 ·schoon puin, per kilogram € 0,05 ·bitumen/ bitumineus materiaal (dakbedekking), per kilogram € 0,05 ·plastics (met uitzondering van tuinmeubelen), per kilogram € 0,05 ·tuinafval (takken, groen materiaal), per kilogram € 0,05 ·rubbers/banden (met uitzondering van banden zonder velg van personenauto’s), per kilogram € 0,05 ·drukhouders (gasflessen, brandblussers), per kilogram € 0,05 ·restafval, per kilogram € 0,05 ·matrassen, per kilogram € 0,05 1.2.2.2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.2.1 kan het college van burgemeester en wethouders bepaalde dagdelen aanwijzen waarop voor het achterlaten van takken op het afvalbrengstation, geen kosten verschuldigd zijn. 1.2.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval per aanvraag (maximaal vijf kubieke meter): ·tot en met één kubieke meter € 76,65 ·meer dan één tot en met twee kubieke meter € 90,85 ·meer dan twee tot en met drie kubieke meter € 105,95 ·meer dan drie tot en met vier kubieke meter € 121,15 ·meer dan vier tot en met vijf kubieke meter € 136,20 1.2.4 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van snoeihout per aanvraag (maximaal vijf kubieke meter): tot en met één kubieke meter € 43,55 meer dan één tot en met twee kubieke meter € 52,25 meer dan twee tot en met drie kubieke meter € 61,00 meer dan drie tot en met vier kubieke meter € 69,70 meer dan vier tot en met vijf kubieke meter € 78,40 Hoofdstuk2Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten 2.1 Het recht bedraagt per belastingjaar voor het: verwijderen van bedrijfsafval, voor elke per ophaal beurt te verwijderen hoeveelheid tot 240 liter (excl. BTW) € 22,55 2.2 In afwijking van het bepaalde in 2.
  4. bedraagt het recht per belastingjaar voor het beschikbaar stellen, het gebruik dan wel het ledigen van containers en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen indien: het betreft eenmaal per 4 weken de oranje en/of grijze container (excl. BTW) en het betreft eenmaal per 2 weken de groene container (excl. BTW) € 200,00 Hoofdstuk3Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten 3.1 Het recht bedraagt voor het op verzoek verwijderen van grof bedrijfsafval per kubieke meter (excl. BTW) € 101,98 3.2 Onverminderd het bepaalde in 2.
  5. bedraagt het recht voor het ophalen van snoeihout tijdens reguliere inzameldata, waarbij maximaal twee kubieke meter per melding kan worden aangeboden, per melding (excl. BTW) € 10,00 Behoort bij raadsbesluit van de gemeente Westerveld van 19 december
  6. De raadsgriffier, R.J. van der Veen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.