Controleverordening Rotterdam 2017De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2017 (raadsvoorstel nr. 17bb8789); raadsstuk 17bb10761; gelet op artikel 213 van de Gemeentewet; overwegende, dat het controlebeleid mede steunt op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en de Verordening financiën Rotterdam 2013, zodat een heldere en evenwichtige verhouding tussen de regelgeving gewenst is; besluit vast te stellen: Controleverordening Rotterdam 2017 Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: accountant: door de raad benoemde organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening; accountantscontrole: de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de gemeente Rotterdam, uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant van: het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva; het in overeenstemming zijn van de opgestelde jaarrekening met het krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet; de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening; de inrichting van het financiële beheer en de financiële organisatie, gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole: het overeenstemmen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de begroting en de relevante wet- en regelgeving, zoals omschreven in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden. Jaarstukken: bevat de jaarrekening en het jaarverslag van de gemeente Rotterdam, zoals bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet. Het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: College) is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening van de gemeente conform de geldende externe en interne wet- en regelgeving; Verslag van bevindingen: Rapport van de accountant bij de jaarstukken op grond van artikel 213 Gemeentewet en bevat in ieder geval bevindingen over: de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken en onrechtmatigheden in de jaarrekening. Kadernota accountantscontrole: Het toetsingskader voor de accountantscontrole, zoals deze door de raad is vastgesteld. Boardletter: samenvatting ten behoeve van de raad van de relevante aanbevelingen uit de accountantscontrole. Afdeling Financial Audit: de interne auditafdeling van gemeente Rotterdam die als hoofdtaak heeft om controlewerkzaamheden te verrichten op de aspecten getrouwheid en rechtmatigheid. Startnotitie: de schriftelijke vastlegging van de planning, werkafspraken, begrippen en toetsingskaders ten aanzien van de accountantscontrole tussen de ambtelijke organisatie, de afdeling Financial Audit en externe accountant. Daarnaast geven de afdeling Financial Audit en de externe accountant de controle-aanpak aan. Artikel2Opdracht 1.De raad stelt in geval van aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. 2.In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad vooraf de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging. 3.De raad neemt in de opdracht de volgende aspecten op: de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; de apart te controleren overige opdrachten en de eventueel daarbij toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringtoleranties); de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar; de mogelijkheid om specifieke posten van de jaarrekening en overige opdrachten met bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties aan te wijzen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden en de mogelijkheid om gemeentelijke functies en of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties aan te wijzen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet besteden. 4.De accountant maakt bij de uitvoering van zijn opdracht gebruik van de door de afdeling Financial Audit uitgevoerde werkzaamheden, voor zover relevant voor de uitvoering van zijn opdracht. 5.De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. Artikel3Informatieverstrekking door het college 1.Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening conform de geldende interne en externe wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in de kadernota accountantscontrole, en overlegt deze aan de accountant voor controle. 2.Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota's, collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. 3.Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt. 4.Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de controleverklaring en het verslag van bevindingen uiterlijk 1 mei voor aan de raad. 5.Alle informatie die na afgifte van de controleverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het college aan de raad en de accountant gemeld. Artikel4Inrichting accountantscontrole 1.De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. Artikel5Toegang tot informatie 1.De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren en collegeleden mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht nodig acht. Het college draagt er zorg voor, dat collegeleden en de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking verlenen. 2.Het college draagt er zorg voor dat alle clusters en organisatie-onderdelen de accountant alle informatie te verstrekken, opdat deze zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten en balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid en volledigheid van de daarover verstrekte informatie. 3.Alle informatie die na het opmaken van de rekening en voorbehandeling van de rekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de rekening geeft, wordt terstond door het college aan de raad en de accountant gemeld. Artikel6Rapportage 1.De accountant legt de boardletter(s) aan het college voor. 2.De accountant bespreekt de in het eerste lid genoemde stukken met het college. 3.Het college reageert binnen twee weken schriftelijk op de in het eerste lid genoemde stukken. 4.De accountant bespreekt de boardletter voorzien van de schriftelijke reactie van het college met de Commissie tot onderzoek van de Rekening. 5.De accountant verstrekt aan het college een brief met de stand van zaken over de voorlopige bevindingen en de voorlopige strekking van de controleverklaring, als daartoe vanuit de stand van zaken van de controle en/of de aard van de controlebevindingen aanleiding is. 6.Binnen twee weken na afronding van de controle legt de accountant het conceptverslag van bevindingen, de controleverklaring voor aan het college. 7.De accountant bespreekt de in het zesde lid genoemde stukken met het college. 8.Het college voorziet in een schriftelijke reactie op het conceptverslag van bevindingen en de concept-controleverklaring binnen twee weken na ontvangst. 9.De accountant bespreekt de controleverklaring en het verslag van bevindingen, voorzien van de schriftelijke reactie van het college, met de Commissie tot onderzoek van de Rekening. 10.In de startnotitie wordt vastgelegd op welke wijze en met welke frequentie de leden van de Concerndirectie (en hun management) worden geïnformeerd over de bevindingen van de eindejaarscontrole. 11.De accountant bespreekt overige rapportages met het college voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de rapportage aan de raad. 12.De accountant draagt er zorg voor dat mondelinge mededelingen aan de raad van feiten inzake bedrijfsvoeringgerelateerde zaken voorafgaand aan het college worden gemeld. Artikel7Overige opdrachten 1.Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten, binnen vijf dagen vindt goedkeuring plaats door de raad bij opdrachten > € 15.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.