onderdeel 3.2.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, alsmede een vergunning als
hoofdstuk 6, Titel 3, Brandbeveiligingsverordening, van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien de vergunning wordt aangevraagd ten behoeve van: volledig niet-commerciële kleinschalige buurtactiviteiten; volledig niet-commerciële activiteiten, die gratis toegankelijk zijn en die voor en door particulieren worden georganiseerd; een evenement, welke zonder winstoogmerk bestemd is voor inwoners van deze gemeente, en zelfstandig georganiseerd en uitgevoerd wordt door een vereniging of instelling die zich, blijkens haar statuten, de uitoefening van activiteiten van algemeen maatschappelijke en/of sociaal-culturele aard ten doel stelt en waarvan – eventuele - baten volledig ten goede komen aan die doeleinden dan wel aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers bewijs van in leven zijn, ter verkrijging van enige uitkering ten laste van een openbaar lichaam; beschikkingen of afschriften van aanstelling, benoeming, bevordering enz. met betrekking tot enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; het raadplegen van de bij de gemeente beschikbare informatie uit de Basisregistratie Kadaster door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie; diensten, door openbare besturen, ambtenaren of openbare instellingen in het openbaar belang verzocht, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen in deze verordening is voorzien. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in dit artikel bepaalde. 2.Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als
artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals
artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet . 3.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als
artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3.In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in geval van contante betaling geen kwitantie afgegeven. 4.Indien de leges op het moment van het in behandeling nemen van een aanvraag om een dienst, niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een voorlopige vordering worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als
artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand); hoofdstuk 2 (reisdocumenten); hoofdstuk 3 (rijbewijzen); onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit basisregistratie personen); hoofdstuk 6 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens); onderdeel 1.9 1 (verklaring omtrent het gedrag); hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van leges. Artikel12Overgangsrecht 1.De ‘Legesverordening 2017’ laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 14 juni 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart1.2 Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag 1.2.1 van een nationaal paspoort: 1.2.1.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.1.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.2 van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als
subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort): 1.2.2.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.2.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.3 van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1.2.3.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.3.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.4 van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: € 52,00 1.2.5 van een Nederlandse identiteitskaart: 1.2.5.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 51,05 1.2.5.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 29,05 1.2.6 voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van: € 47,55 1.2.7 aan huis van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, voor zover de aanvrager zelf niet in staat is gebleken om het document op het gemeentehuis aan te vragen, de in die onderdelen genoemde leges zonder verdere vermeerdering. 1.2.8 voor de thuisbezorging van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met: 1.2.8.1 in geval van een enkel document € 10,00 1.2.8.2 In geval van gelijktijdige bezorging van meerdere documenten € 15,00 Hoofdstuk 3 Rijbewijzen1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: € 39,67 1.3.2 Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt: 1.3.2.1 bij een spoedlevering vermeerderd met € 34,10 1.3.2.2 bij een aanvraag in verband met beschadiging of vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met € 29,75 1.3.2.3 in geval van thuisbezorging vermeerderd met € 10,00 1.3.3 Niet van toepassing 1.3.4 De verhogingen genoemd in onderdeel 1.3.2 zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd. Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 1.4.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.2.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 7,45 1.4.2.2 Niet van toepassing 1.4.2.3 Niet van toepassing 1.4.3 Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in basisregistratie personen. 1.4.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.4.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 7,45 1.4.4.2 Niet van toepassing 1.4.5 In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens
artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 7,50 1.4.6 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de gemeentelijke basisadministratie, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 1.4.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verstrekken van één persoonslijst dan wel tot het verstrekken van een opgave van derden aan wie gegevens uit de persoonsregistratie, de aanvrager betreffende, zijn verstrekt: € 17,25 1.4.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister1.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer als
artikel D4 van de Kieswet: € 7,45 Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens1.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bericht als
artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens 1.6.1.1 bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat uit: 1.6.1.1.1 ten hoogste 100 pagina’s, per pagina € 0,23 met een maximum per bericht van € 5,00 1.6.1.1.2 meer dan 100 pagina’s € 22,50 1.6.1.2 bij verstrekking anders dan op papier: € 5,00 1.6.1.3 dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking € 22,50 1.6.2 Indien voor hetzelfde bericht op grond van de subonderdelen 1.6.1.1, 1.6.1.2 en 1.6.1.3 meerdere vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd. 1.6.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzet als
artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens: € 4,50 Hoofdstuk 7 BestuursstukkenNiet van toepassingHoofdstuk 8 Vastgoedinformatie1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van 1.8.1.1 een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger
subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan: 1.8.1.1.1 per pagina op papier van A4-formaat of kleiner € 0,70 1.8.1.1.2 per pagina op papier van A3-formaat € 1,00 1.8.1.2 een afdruk/plot van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger
subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan per pagina op papier van A2-formaat of groter: € 14,90 1.8.1.3 een luchtfoto in kleur op papier van A3-formaat: € 39,65 1.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit: 1.8.2.1 de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen,
artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object € 17,25 1.8.2.2 de legger
artikel 27 van de Wegenwet € 17,25 1.8.2.3 een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als
artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet € 17,25 1.8.2.4 het gemeentelijk erfgoedregister,
artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed € 17,25 1.8.2.5 het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie,
artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als
artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet € 17,25 1.8.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: 1.8.3.1 het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres € 17,25; 1.8.3.2 het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie € 17,25; 1.8.3.3 het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat € 17,
subonderdeel 1.10.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 1.10.4 Niet van toepassing 1.10.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014Niet van toepassingHoofdstuk 12 Leegstandwet1.12.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.12.1.1 tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als
artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet € 89,25 1.12.1.2 tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als
artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet € 59,50 1.12.2 Niet van toepassing Hoofdstuk 13 GemeentegarantieNiet van toepassingHoofdstuk 14 Markten1.14.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van de Marktverordening gemeente Baarle-Nassau: 1.14.1.1 Niet van toepassing 1.14.1.2 Niet van toepassing 1.14.1.3 Niet van toepassing 1.14.1.4 Niet van toepassing 1.14.1.5 Niet van toepassing 1.14.1.6 tot het inschrijven op de wachtlijst € 30,90 1.14.1.7 Niet van toepassing 1.14.1.8 Niet van toepassing 1.14.1.9 Niet van toepassing 1.14.1.10 Niet van toepassing 1.14.2 Niet van toepassing 1.14.3 Niet van toepassing Hoofdstuk 15 WinkeltijdenwetNiet van toepassingHoofdstuk 16 Kansspelen1.16.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als
artikel 30b van de Wet op de kansspelen: 1.16.1.1 voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat € 56,50 1.16.1.2 voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat € 56,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat € 34,00 1.16.1.3 voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd € 226,50 1.16.1.4 voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat € 226,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat € 136,00 1.16.2 De subonderdelen 1.16.1.1 en 1.16.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden. 1.16.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als
artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 29,75 1.16.4 n.v.t. Hoofdstuk 17 Kabels en leidingen1.17.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen, als
de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI): 1.17.1.1 indien het betreft tracés tot 250 m1 € 381,94 1.17.1.2 indien het betreft tracés vanaf 250 m1 tot 1.500m1 € 430,35 1.17.1.3 indien het betreft tracés vanaf 1.500 m1 tot 5.000 m1 € 492,60 1.17.1.4 Indien het betreft tracés vanaf 5.000 m1, per m1 tracé € 0,10 1.17.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding, als
de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m1: € 49,63 1.17.3 Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de beheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.17.1 genoemde tarief per overleg vermeerderd met: € 332,00 Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer1.18 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.18.1 tot het verlenen van een ontheffing als
artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 uitsluitend ten behoeve van een parkeerschijf-zone € 25,00 1.18.2 tot het verlenen van een ontheffing als
artikel 9.1 van de Regeling voertuigen € 30,00 1.18.3 tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als
artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) € 29,75 eventueel vermeerderd met de kosten voor het inwinnen van medisch advies bij de GGD € 50,00 1.18.4 tot het verstrekken van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart € 29,75 Hoofdstuk 19 Diversen1.19.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.19.1.1 n.v.t. 1.19.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van 1.19.2.1 gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 1,60 met een minumum van € 14,90 1.19.2.2 afschriften, doorslagen, fotokopieën of scans van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.19.2.2.1 per pagina op A4-formaat of kleiner € 0,40 1.19.2.2.2 per pagina op A3-formaat € 0,70 1.19.2.3 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in subonderdelen 1.19.2.1 en 1.19.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.19.2.3.1 per kaart, tekening of lichtdruk van A4 of A3-formaat € 4,40 1.19.2.3.2 per kaart, tekening of lichtdruk van A2-formaat of groter € 14,90 1.19.2.4 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze titel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 29,75 1.19.2.5 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 5,95 met minimum van € 29,75 1.19.2.6 milieu-informatie op grond van het Verdrag van Aarhus, voor ieder daaraan besteed kwartier € 17,25 1.19.2.7 Een verklaring op grond van artikel 56, lid f van de Pachtwet € 14,90 1.19.2.8 Een uittreksel uit het register op grond van artikel 46 Wet Kinderopvang € 14,90 1.19.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunningHoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom,
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom,
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; 2.1.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project (voor de activiteit bouwen en/of handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) binnen een bestemmingsplan past en/of voldoet aan redelijke eisen van welstand, en zodoende in het kader van de Wabo vergunbaar is € 178,50 2.2.1.1 Indien uit het vooroverleg als
onderdeel 2.2.1 blijkt, dat geen omgevingsvergunning nodig is, worden aan de aanvrager geen leges in rekening gebracht. 2.2.2 tot het nemen van een principebesluit door het college van burgemeester en wethouders op een verzoek tot bouwen en/of gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan € 714,00 Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 19.000 bedragen: 3,38% van de bouwkosten, met een minimum van: € 116,00; 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 19.000 of meer bedragen maar minder dan € 500.000: € 642,20 vermeerderd met 3,05% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 19.000 te boven gaan; 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 500.000 of meer bedragen: €15.312,70 vermeerderd met 2,80% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 500.000 te boven gaan. 2.3.1.1.4 Indien, ingeval van een digitaal ingediende aanvraag van de vergunning als
subonderdeel 2.3.1.1, bij of na verlening van deze vergunning om de verstrekking van een papieren exemplaar wordt verzocht, wordt het tarief vermeerderd met: € 59,50 Extra welstandstoets 2.3.1.2 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is: € 217,15 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 690,00 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 en onderdeel 2.3.3 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel, respectievelijk onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 10 % met een minimum van € 185,50 en een maximum van € 1.000,00 van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. Beoordeling aanvullende gegevens 2.3.1.5 Niet van toepassing Toets Verordening ruimte 2.3.1.6 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een toets op grond van de Verordening ruimte (Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij) noodzakelijk is: € 875,00 Bestemmingsplan ouder dan 10 jaar 2.3.1.7 Niet van toepassing 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief € 416,50 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 357,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking): € 357,00 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking = projectafwijkingsbesluit): het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen van de aanvraag, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van het bedrag aan leges aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.3.4 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 595,00 2.3.3.5 Niet van toepassing 2.3.3.6 Niet van toepassing 2.3.3.7 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 595,00 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 357,00 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking): € 357,00 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking = projectafwijkingsbesluit): het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.4.4 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 595,00 2.3.4.5 Niet van toepassing 2.3.4.6 Niet van toepassing 2.3.4.7 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 595,00 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid 2.3.5.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief bij een bruto vloeroppervlakte: 2.3.5.1.1 minder dan 100 m² € 570,80 2.3.5.1.2 100 m² tot 1.000 m² € 932,10 2.3.5.1.3 1.000 m² tot 2.000 m² € 1.412,30 2.3.5.1.4 2.000 m² of meer, het tarief zoals genoemd in subonderdeel 2.3.5.1.3 voor elke 500 m² of gedeelte daarvan, tot een maximaal vloeroppervlak van 20.000 m², vermeerderd met € 149,10 2.3.5.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning ten behoeve van een evenement betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 58,45 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten 2.3.6.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als
artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens gemeentelijke verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument € 297,50 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht € 297,50 2.3.6.2 Niet van toepassing 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,
artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief bij een hoeveelheid sloopafval: € 178,50 2.3.8 Aanleggen of veranderen weg Niet van toepassing 2.3.9 Uitweg/inrit Niet van toepassing 2.3.10 Kappen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 119,00 2.3.11 Opslag van roerende zaken Niet van toepassing 2.3.12 Natura 2000-activiteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief € 238,00 2.3.13 Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief € 238,00 2.3.14 Andere activiteiten Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien voor een aanvraag om een omgevingsvergunning in het kader van veehouderij en gezondheid een advies moet worden gevraagd aan de GGD: € 1.400,00 2.3.15 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als
artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.16.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 119,00 2.3.16.2 n.v.t. 2.3.17 Advies 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: € 238,00 2.3.17.2 Niet van toepassing 2.3.18 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.18.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als
artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 238,00 2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 357,00 2.3.19 Persoonsgebonden beschikking 2.3.19.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een persoonsgebonden beschikking: € 416,50 Hoofdstuk 4 Vermindering2.4.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als
hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van het vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning
hoofdstuk 3. 2.4.2 Niet van toepassing Hoofdstuk 5 Teruggaaf2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 50 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 30 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.1.3 Niet van toepassing 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 30 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Niet van toepassing 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan: € 178,50 wordt niet teruggegeven. 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning2.6 Niet van toepassing Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 178,50 Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als
artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening: het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als
artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening: het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Hoofdstuk 9 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgevingVervallenHoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking2.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.10.1 tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking € 178,50 2.10.2 Niet van toepassing 2.10.3 tot het verkrijgen van een ontheffing voor hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder € 595,00 Hoofdstuk 11 Archeologisch (voor)onderzoek2.11 Het tarief bedraagt voor het: 2.11.1 adviseren, begeleiden en overleggen, namens het bevoegd gezag, van/met derden, particulieren, projectontwikkelaars ten aanzien van de archeologische monumentenzorg in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen en omgevingsvergunningtrajecten, per daaraan besteed half uur € 59,50; 2.11.2 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van aangeleverde Plannen van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek € 297,50 2.11.3 opstellen, namens het bevoegd gezag, van Programma’s van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie € 1.309,00 2.11.4 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van aangeleverde Programma’s van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie € 833,00; 2.11.5 opstellen, namens het bevoegd gezag, van een archeologische paragraaf in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen € 714,00 2.11.6 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van een archeologische paragraaf in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen € 357,00 2.11.7 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van evaluatieverslagen die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek € 357,00 2.11.8 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van rapportages die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek € 714,00 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2Hoofdstuk 1 Horeca3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.1 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 163,95 3.1.2 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als
artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening € 54,65 3.1.3 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als
artikel 2:29, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening 3.1.3.1 voor het eerste uur of gedeelte daarvan € 32,45 3.1.3.2 voor elk daaropvolgend uur of gedeelte daarvan het tarief zoals genoemd in subonderdeel 3.1.3.1 vermeerderd per uur met € 19,45 3.1.4 Niet van toepassing 3.1.5 een melding als
artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 54,65 3.1.6 een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als
artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet € 54,65 3.1.7 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als
artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 32,45 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als
artikel 2.25, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft 3.2.1.1 een vergunning voor een evenement, geldig voor één dag, voor: 3.2.1.1.1 0 – 500 bezoekers € 179,05 3.2.1.1.2 501 – 750 bezoekers € 298,55 3.2.1.1.3 751 – 1000 bezoekers € 447,80 3.2.1.1.4 meer dan 1000 bezoekers € 597,05 3.2.1.2 een vergunning voor een evenement, geldig voor meerdere dagen, voor: 3.2.1.2.1 0 – 500 bezoekers € 358,25 3.2.1.2.2 501 – 750 bezoekers € 597,05 3.2.1.2.3 751 – 1000 bezoekers € 895,55 3.2.1.2.4 meer dan 1000 bezoekers € 1.194,10 3.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verkrijgen van een vergunning voor het organiseren van: 3.2.2.1 een snuffelmarkt als
artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 179,10 3.2.2.2 een jaarmarkt als
artikel 160, lid 1 sub h van de Gemeentewet € 179,10 3.2.3 Niet van toepassing 3.2.4 Niet van toepassing 3.2.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot: 3.2.5.1 het maken van muziek door middel van muziekinstrumenten alsmede langs mechanische weg, tot het houden of doen houden van vertoningen, vergaderingen of toespraken op of aan een openbare weg, in een café of in andere voor het publiek toegankelijke inrichtingen, lokalen en samenkomsten geldig voor 3.2.5.1.1 één dag of een gedeelte daarvan € 32,45 3.2.5.1.2 één week of gedeelte daarvan, doch langer dan één dag € 53,55 3.2.5.1.3 één maand of een gedeelte daarvan, doch langer dan een week € 77,60 3.2.5.1.4 één kwartaal of een gedeelte daarvan, doch langer dan een maand € 107,50 3.2.5.1.5 één half jaar of een gedeelte daarvan, doch langer dan een kwartaal € 208,95 3.2.5.1.6 één kalenderjaar of gedeelte daarvan, doch langer dan een half jaar € 417,85 3.2.5.2 het uitoefenen van een beroep op of aan de openbare weg, voor elke dag of gedeelte daarvan waarvoor de vergunning geldt € 32,45 3.2.5.3 het houden van tentoonstellingen in gebouwen of besloten plaatsen, per dag of gedeelte daarvan € 32,45 3.2.5.4 het houden van toneel- of cabaretuitvoeringen, waarbij het verwacht aantal bezoekers meer bedraagt dan 50 personen, per voorstelling € 32,45 3.2.5.5 het houden van toneel- of cabaretuitvoeringen, waarbij het verwacht aantal bezoekers maximaal 50 personen bedraagt, per voorstelling € 16,20 3.2.5.6 het houden van een bioscoop- of filmvoorstelling, per voorstelling € 32,45 3.2.5.7 het geven van muziek- of zanguitvoeringen in gebouwen of besloten plaatsen, voor zover niet hiervoor is genoemd per voorstelling € 32,45 3.2.5.8 het gelegenheid geven tot dansen, geldig voor: 3.2.5.8.1 één dag of een gedeelte daarvan € 32,45 3.2.5.8.2 één week of een gedeelte daarvan, doch langer dan één dag € 97,40 3.2.5.8.3 één kalenderjaar of gedeelte daarvan, doch langer dan één week € 584,10 3.2.5.9 het gelegenheid geven tot dansles of danscursussen per jaar of gedeelte daarvan waarvoor de vergunning geldt € 52,65 Hoofdstuk 3 Seksbedrijven3.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag 3.3.1.1 tot het verlenen of verlengen van een vergunning als
artikel 3.3, van de Algemene plaatselijke verordening: 3.3.1.1.1 voor een escortbedrijf € 32,45 3.3.1.1.2 voor andere prostitutiebedrijven dan
subonderdeel 3.3.1.1.1 € 32,45 3.3.1.1.3 voor andere seksbedrijven dan
de subonderdelen 3.3.1.1.1 en 3.1.1.1.2 € 32,45 3.3.1.2 tot het wijzigen van een in subonderdeel 3.3.1.1 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: 3.3.1.2.1 de exploitant aan wie de vergunning is verleend € 32,45 3.3.1.2.2 de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders € 32,45 3.3.1.2.3 Niet van toepassing 3.3.1.2.4 Niet van toepassing 3.3.1.2.5 Niet van toepassing 3.3.1.2.6 Niet van toepassing 3.3.1.2.7 Niet van toepassing 3.3.2 Niet van toepassing 3.3.2.2 Niet van toepassing 3.3.2.2 Niet van toepassing 3.3.3 Niet van toepassing 3.3.4 Niet van toepassing 3.3.5 indien voor de vergunning zoals genoemd in artikel 3.3.1.1 een hygiëneverklaring van de G.G.D. vereist is wordt het tarief vermeerderd met € 459,50 Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014Niet van toepassingHoofdstuk 5 Brandbeveiligingsverordening3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning met betrekking tot het brandveiliggebruik van een inrichting, als
artikel 2, eerste lid, van de Brandbeveiligingsverordening: € 734,30 3.5.2 Het tarief bedraagt voor het verlenen van een vergunning tot het in gebruik hebben of houden van een tijdelijke inrichting met een maximale looptijd van 21 aaneengesloten dagen, als
artikel 2, eerste lid, van de Brandbeveiligingsverordening: 3.5.2.1 met een gebruiksoppervlakte van minder dan 200 m2 € 206,95 3.5.2.2 met een gebruiksoppervlakte van 200 m2 en meer € 328,35 Hoofdstuk 6 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking3.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag 3.6.1.1 tot het verlenen van een ontheffing als
artikel 4.6 van de Algemene plaatselijke verordening (geluidhinder) 3.6.1.1.1 voor een dag € 15,65 3.6.1.1.2 voor een jaar € 64,35 3.6.1.2 tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking € 69,00 3.6.1.3 Niet van toepassing Behoort bij het raadsbesluit van 13 december
het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. 4.Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. 5.Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. 6.De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. 7.Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. 8.De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. 9.Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. §
, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen,
, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. 15.Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. 16.De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. 16a.Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. 17.De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. 18.De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. 19.De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. 20.De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. 21.Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. 22.De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. 23.Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als
het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: a.bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust; b.bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust. Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. 24.Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. 25.De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. 26.De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. 27.Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd. Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier. Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. 28.Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. 29.Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. 30.De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering§
Opneming en goedkeuring1.De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport,
2.De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. 3.Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. 4.Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling
het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. 5.Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval
het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. 6.Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. 7.Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. 8.Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. 9.Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. Oplevering1.Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. 1a.Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. 2.Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als
, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. 3.De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als
Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als
is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. §
, tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan (
, eerste lid, is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die onderhoudstermijn te verschuiven; b.bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te verlangen. 2.Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen. § 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in onvoltooide staat1.De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of voor een gedeelte te schorsen. 2.In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht: in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan; b.na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken. 4.Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, wordt hem vergoed. 5.Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd. 6.Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 7.De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 8.Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 9.In de gevallen
het zesde, zevende en achtste lid zal de opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen. 10.De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. Hoofdstuk VI. Werkterrein, reclame§
. 9.Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening neemt. 10.Waardevermindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen worden aan de aannemer niet vergoed. 11.Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te bepalen plaats. 12.De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil gebonden zijn. 13.Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt. § 19. Eigendom van bouwstoffen1.Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever. 2.Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als
het eerste lid wordt geacht te hebben plaats gevonden: a.indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen; b.indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet. Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever aan de aannemer heeft betaald. 3.Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid. §
het eerste lid, verplicht dadelijk de vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien. 3.De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. Hoofdstuk IX. Uitvoering§
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.