← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2018 (Gilze en Rijen)

Obsah (5)§ 5§ 9§ 27§ 8a§ 11

lege van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 2, tweede

artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals

artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet; 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als

artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3.In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in geval van contante betaling geen kwitantie afgegeven. 4.Indien de leges, op het moment van het in behandeling nemen van een aanvraag om een dienst, niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een voorlopige vordering worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als

artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn, of het gevolg zijn nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving, die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand); hoofdstuk 2 (reisdocumenten); hoofdstuk 3 (rijbewijzen) onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); hoofdstuk 6 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens) onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of later wijzigen van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel12Overgangsrecht 1.De "Legesverordening Gilze en Rijen 2017", vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari

  1. Artikel14Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening Gilze en Rijen 2018". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december
  2. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter, mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer BIJLAGE TARIEVENTABEL, behorende bij de Legesverordening 2018 Gilze en Rijen Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 1.1.1 Het tarief bedraagt voor a.de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap b.het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk c.het herbevestigen van een huwelijk, indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte, op: 1.1.1.1 maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur € 264,25 1.1.1.2 maandag tot en met vrijdag voor 9.00 uur en na 17.00 uur € 714,00 1.1.1.3 zaterdag van 9.00 uur tot 17.00 uur € 714,00 1.1.1.4 zaterdag voor 9.00 uur en na 17.00 uur € 714,00 1.1.1.5 zon- en feestdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur € 714,00 1.1.1.6 zon- en feestdagen voor 9.00 uur en na 17.00 uur € 714,00 1.1.1.7 In geval sprake is van annulering van een voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap, het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk of het herbevestigen van een huwelijk dan bedraagt het tarief: 1.1.1.7.1 tussen 4 weken en een half jaar voor de huwelijksdatum € 59,50 1.1.1.7.2 vanaf 4 weken en minder voor de huwelijksdatum € 119,00 1.1.2 In afwijking van het bepaalde onder 1.1.
  3. is huwelijksvoltrekking of registratie van partnerschap op donderdag om 9.00 uur en 9.15 uur in een door de gemeente hiertoe aangewezen trouwruimte gratis. 1.1.3 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een administratief huwelijk op maandagochtend, dinsdagochtend en donderdagochtend, van 9.00 uur tot 12.00 uur, in een door de gemeente aangewezen trouwruimte: € 119,00 1.1.4 Op een zelf gekozen locatie binnen de gemeente, anders dan die bedoeld onder 1.1.
  4. wordt het van toepassing zijnde tarief vermeerderd met: € 119,00 1.1.5 Voor het van gemeentewege beschikbaar stellen van getuigen bij de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk bedragen de leges per getuige: € 23,00 1.1.6 Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje: 1.1.6.1 n.v.t. 1.1.6.2 in een luxe uitvoering € 40,00 1.1.7 Het tarief voor een éénmalige benoeming van een bijzondere ambtenaar van de Burgerlijke Stand (BABS) bedraagt: € 59,50 1.1.8 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als

artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 1.2 Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag 1.2.1 van een nationaal paspoort: 1.2.1.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.1.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.2 van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als

subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort): 1.2.2.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.2.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.3 van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1.2.3.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 65,30 1.2.3.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 52,00 1.2.4 van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: € 52,00 1.2.5 van een Nederlandse identiteitskaart: 1.2.5.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 51,05 1.2.5.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 29,05 1.2.6 voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van: € 47,55 1.2.7 aan huis van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, voor zover de aanvrager zelf niet in staat is gebleken om het document op het gemeentehuis aan te vragen, de in die onderdelen genoemde leges zonder verdere vermeerdering. 1.2.8 voor de thuisbezorging van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met: 1.2.8.1 in geval van een enkel document € 4,95 1.2.8.2 In geval van gelijktijdige bezorging van meerdere documenten € 9,90 Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: € 39,67 1.3.2 Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt: 1.3.2.1 bij een spoedlevering vermeerderd met € 34,10 1.3.2.2 bij een aanvraag in verband met [beschadiging of] vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met € 29,75 1.3.2.3 in geval van thuisbezorging vermeerderd met € 4,95 1.3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag gegevens CBR: € 14,90 1.3.4 De verhogingen genoemd in onderdeel 1.3.2 zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd. Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 1.4.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.2.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 7,45 1.4.2.2 Niet van toepassing 1.4.2.3 Niet van toepassing 1.4.3 Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in basisregistratie personen. 1.4.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.4.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 7,45 1.4.4.2 Niet van toepassing 1.4.5 In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens

artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 7,50 1.4.6 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de gemeentelijke basisadministratie, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 1.4.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verstrekken van één persoonslijst dan wel tot het verstrekken van een opgave van derden aan wie gegevens uit de persoonsregistratie, de aanvrager betreffende, zijn verstrekt: € 17,25 1.4.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister 1.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer

artikel D4 van de Kieswet: € 7,45 Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 1.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bericht als

artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens 1.6.1.1 bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat uit: 1.6.1.1.1 ten hoogste 100 pagina’s, per pagina € 0,23 met een maximum per bericht van € 5,00 1.6.1.1.2 meer dan 100 pagina’s € 22,50 1.6.1.2 bij verstrekking anders dan op papier: € 5,00 1.6.1.3 dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking € 22,50 1.6.2 Indien voor hetzelfde bericht op grond van de subonderdelen 1.6.1.1, 1.6.1.2 en 1.6.1.3 meerdere vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd. 1.6.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzet als

artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens: € 4,50 Hoofdstuk 7 Bestuursstukken Niet van toepassing Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie 1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van 1.8.1.1 een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger

subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan: 1.8.1.1.1 per pagina op papier van A4-formaat of kleiner € 0,70 1.8.1.1.2 per pagina op papier van A3-formaat € 1,00 1.8.1.2 een afdruk/plot van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger

subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan per pagina op papier van A2-formaat of groter: € 14,90 1.8.1.3 een luchtfoto in kleur op papier van A3-formaat: € 39,65 1.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit: 1.8.2.1 de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen,

artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object € 17,25 1.8.2.2 de legger

artikel 27 van de Wegenwet € 17,25 1.8.2.3 een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als

artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet € 17,25 1.8.2.4 het gemeentelijk erfgoedregister,

artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed € 17,25 1.8.2.5 het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie,

artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als

artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet € 17,25 1.8.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: 1.8.3.1 het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres € 17,25 1.8.3.2 het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie € 17,25 1.8.3.3 het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat € 17,25 1.8.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van 1.8.4.1 een fotokopie van de Grootschalige basiskaart Nederland (GBKN) per pagina op papier van A-3 formaat of kleiner: € 16,50 1.8.4.2 een afdruk/plot van de Grootschalige basiskaart Nederland (GBKN): 1.8.4.2.1 per pagina op papier van A2-formaat € 30,50 1.8.4.2.2 per pagina op papier van A1-formaat € 44,50 1.8.4.2.3 per pagina op papier van A0-formaat € 58,50 Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.9.1 tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag € 41,35 1.9.2 tot het verstrekken van een bewijs van in leven zijn € 13,20 1.9.3 tot het legaliseren van een handtekening € 7,45 1.9.4 tot het verstrekken van een bewijs van Nederlanderschap € 7,45 1.9.5 tot het verstrekken van een internationaal bewijs van inenting € 7,45 Hoofdstuk 10 Gemeentearchief 1.10.1 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 1.10.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 1.10.3 Indien een begroting als

subonderdeel 1.10.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 1.10.4 Niet van toepassing n.v.t. 1.10.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 17,25 Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014 Niet van toepassing Hoofdstuk 12 Leegstandwet 1.12.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.12.1.1 tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als

artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet € 89,25 1.12.1.2 tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als

artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet € 59,50 1.12.2 Niet van toepassing Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie Niet van toepassing Hoofdstuk 14 Markten 1.14.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag, als

artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: 1.14.1.1 tot het verlenen van een vaste-standplaatsvergunning € 152,10 1.14.1.2 tot het verlenen van een dagplaatsvergunning € 32,55 1.14.1.3 Niet van toepassing 1.14.1.4 Niet van toepassing 1.14.1.5 Niet van toepassing 1.14.1.6 Niet van toepassing 1.14.1.7 Niet van toepassing 1.14.1.8 Niet van toepassing 1.14.1.9 Niet van toepassing 1.14.1.10 Niet van toepassing 1.14.2 Niet van toepassing 1.14.3 Niet van toepassing Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet Niet van toepassing Hoofdstuk 16 Kansspelen 1.16.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als

artikel 30b van de Wet op de kansspelen: 1.16.1.1 voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat € 56,50 1.16.1.2 voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat € 56,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat € 34,00 1.16.1.3 voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd € 226,50 1.16.1.4 voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat € 226,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat € 136,00 1.16.2 De subonderdelen 1.16.1.1 en 1.16.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden. 1.16.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als

artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 29,75 1.16.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als

artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening: € 238,00 Hoofdstuk 17 Kabels en leidingen 1.17.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen, als

de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI): 1.17.1.1 indien het betreft tracés tot 250m1 € 381,94 1.17.1.2 indien het betreft tracés vanaf 250m1 tot 1.500m1 € 430,35 1.17.1.3 indien het betreft tracés vanaf 1.500m1 tot 5.000m1 € 492,60 1.17.1.4 indien het betreft tracés vanaf 5.000m1, per m1 tracé € 0,10 1.17.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding, als

de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25m1: € 49,63 1.17.3 Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de beheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.17.1 genoemde tarief per overleg vermeerderd met: € 332,00 Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer 1.18 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.18.1 niet van toepassing 1.18.2 tot het verlenen van een ontheffing als

artikel 9.1 van de Regeling voertuigen € 30,00 1.18.3 tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als

artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) € 29,75 eventueel vermeerderd met de kosten voor het inwinnen van medisch advies bij de GGD € 50,00 1.18.4 tot het verstrekken van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart € 29,75 Hoofdstuk 19 Diversen 1.19.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.19.1.1 n.v.t. 1.19.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van 1.19.2.1 gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 1,60 met min. van € 14,90 1.19.2.2 afschriften, doorslagen, fotokopieën of scans van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.19.2.2.1 per pagina op A4-formaat of kleiner € 0,40 1.19.2.2.2 per pagina op A3-formaat € 0,70 1.19.2.3 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in subonderdelen 1.19.2.1 en 1.19.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.19.2.3.1 per kaart, tekening of lichtdruk van A4 of A3-formaat € 4,40 1.19.2.3.2 per kaart, tekening of lichtdruk van A2-formaat of groter € 14,90 1.19.2.4 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze titel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 29,75 1.19.2.5 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 5,95 met min. van € 29,75 1.19.2.6 milieu-informatie op grond van het Verdrag van Aarhus, voor ieder daaraan besteed kwartier € 17,25 1.19.2.7 een verklaring op grond van artikel 56, lid f van de Pachtwet € 14,90 1.19.2.8 een uittreksel uit het register op grond van artikel 46 Wet Kinderopvang € 14,90 1.19.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens, voor ieder daaraan besteed kwartier € 17,25 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom,

paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom,

paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; 2.1.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project (voor de activiteit bouwen en/of handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) binnen een bestemmingsplan past en/of voldoet aan redelijke eisen van welstand, en zodoende in het kader van de Wabo vergunbaar is € 178,50 2.2.1.1 Indien uit het vooroverleg als

onderdeel 2.2.1 blijkt, dat geen omgevingsvergunning nodig is, worden aan de aanvrager geen leges in rekening gebracht. 2.2.2 tot het nemen van een principebesluit door het college van burgemeester en wethouders op een verzoek tot bouwen en/of gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan € 714,00 Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 19.000 bedragen: 2,40% van de bouwkosten, met een minimum van: € 178,50 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 19.000 of meer bedragen maar minder dan € 500.000: € 456,00 vermeerderd met 2,01% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 19.000 te boven gaan; 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 500.000 of meer bedragen: € 10.050 vermeerderd met 2,01% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 500.000 te boven gaan. 2.3.1.1.4 Indien, ingeval van een digitaal ingediende aanvraag van de vergunning als

subonderdeel 2.3.1.1, bij of na verlening van deze vergunning om de verstrekking van een papieren exemplaar wordt verzocht, wordt het tarief vermeerderd met: € 59,50 Extra welstandstoets 2.3.1.2 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is: € 217,15 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 690,00 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 en onderdeel 2.3.3 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel, respectievelijk onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 10% met een minimum van € 185,50 en een maximum van € 1.000,00 van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. Beoordeling aanvullende gegevens 2.3.1.5 Niet van toepassing Toets Verordening ruimte 2.3.1.6 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een toets op grond van de Verordening ruimte (Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij) noodzakelijk is: € 875,00 Bestemmingsplan ouder dan 10 jaar 2.3.1.7 Niet van toepassing 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief € 416,50 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 357,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking): € 357,00 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking = projectafwijkingsbesluit): het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen van de aanvraag, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van het bedrag aan leges aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.3.4 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 595,00 2.3.3.5 Niet van toepassing 2.3.3.6 Niet van toepassing 2.3.3.7 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 595,00 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 357,00 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking): € 357,00 2.3.4.3 het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.4.4 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 595,00 2.3.4.5 Niet van toepassing 2.3.4.6 Niet van toepassing 2.3.4.7 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 595,00 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid 2.3.5.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief bij een bruto vloeroppervlakte: 2.3.5.1.1 minder dan 100 m² € 570,80 2.3.5.1.2 100 m² tot 1.000 m² € 932,10 2.3.5.1.3 1.000 m² tot 2.000 m² € 1.412,30 2.3.5.1.4 2.000 m² of meer, het tarief zoals genoemd in subonderdeel 2.3.5.1.3 voor elke 500 m² of gedeelte daarvan, tot een maximaal vloeroppervlak van 20.000 m², vermeerderd met € 149,10 2.3.5.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning ten behoeve van een evenement betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 58,45 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten 2.3.6.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als

artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als

artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens gemeentelijke verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument € 297,50 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht € 297,50 2.3.6.2 Niet van toepassing 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,

artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 178,50 2.3.8 Aanleggen of veranderen weg Niet van toepassing 2.3.9 Uitweg/inrit Niet van toepassing 2.3.10 Kappen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als

artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 119,00 2.3.11 Opslag van roerende zaken Niet van toepassing 2.3.12 Natura 2000-activiteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief: € 238,00 2.3.13 Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, € 238,00 2.3.14 Andere activiteiten Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien voor een aanvraag om een omgevingsvergunning in het kader van veehouderij en gezondheid een advies moet worden gevraagd aan de GGD: € 1.400,00 2.3.15 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als

artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.16.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 119,00 2.3.16.2 n.v.t. 2.3.17 Advies 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: € 238,00 2.3.17.2 Niet van toepassing 2.3.18 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.18.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als

artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 238,00 2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 357,00 2.3.19 Persoonsgebonden beschikking 2.3.19.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een persoonsgebonden beschikking: € 416,50 Hoofdstuk 4 Vermindering 2.4.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als

hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning

hoofdstuk 3. 2.4.2 Niet van toepassing Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als

de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 50 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 30 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.1.3 Niet van toepassing 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project, dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als

de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 30 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Niet van toepassing 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan: € 178,50 wordt niet teruggegeven. 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Niet van toepassing Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 178,50 Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als

artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als

artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening het bedrag dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager is medegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als de dag van het in behandeling nemen, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Hoofdstuk 9 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgeving Vervallen Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking 2.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag 2.10.1 tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 178,50 2.10.2 Niet van toepassing 2.10.3 tot het verkrijgen van een ontheffing voor hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder € 595,00 Hoofdstuk 11 Archeologisch (voor)onderzoek 2.11 Het tarief bedraagt voor het: 2.11.1 adviseren, begeleiden en overleggen, namens het bevoegd gezag, van/met derden, particulieren, projectontwikkelaars ten aanzien van de archeologische monumentenzorg in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen en omgevingsvergunningtrajecten, per daaraan besteed half uur € 59,50 2.11.2 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van aangeleverde Plannen van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek € 297,50 2.11.3 opstellen, namens het bevoegd gezag, van Programma’s van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie € 1.309,00 2.11.4 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van aangeleverde Programma’s van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie € 833,00 2.11.5 opstellen, namens het bevoegd gezag, van een archeologische paragraaf in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen € 714,00 2.11.6 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van een archeologische paragraaf in het kader van ruimtelijke ordeningsprocessen € 357,00 2.11.7 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van evaluatieverslagen die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek € 357,00 2.11.8 beoordelen, namens het bevoegd gezag, van rapportages die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek € 714,00 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1 Horeca 3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.1 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 117,35 3.1.2 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als

artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening € 117,35 3.1.3 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als

artikel 2:29, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening € 83,90 3.1.3.1 voor een dag € 15,70 3.1.3.2 voor een jaar € 152,10 3.1.4 Niet van toepassing 3.1.5 een melding als

artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 63,45 3.1.6 een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als

artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet € 63,45 3.1.7 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als

artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 11,65 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als

artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft: € 11,65 3.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt 3.2.2.1 als

artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening € 64,35 3.2.2.1 als

artikel 5.23 van de Algemene plaatselijke verordening, indien aangevraagd door een ideële instelling € 23,30 3.2.3 Niet van toepassing Hoofdstuk 3 Seksbedrijven 3.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag 3.3.1.1 tot het verlenen of verlengen van een vergunning als

artikel 3.4 van de Algemene plaatselijke verordening : 3.3.1.1.1 voor een escortbedrijf € 703,70 3.3.1.1.2 voor andere prostitutiebedrijven dan

subonderdeel 3.3.1.1.1 € 703,70 3.3.1.1.3 voor andere seksbedrijven dan

de subonderdelen 3.3.1.1.1 en 3.1.1.1.2 € 703,70 3.3.1.2 tot het wijzigen van een in subonderdeel 3.3.1.1 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: 3.3.1.2.1 de exploitant aan wie de vergunning is verleend € 703,70 3.3.1.2.2 de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders € 703,70 3.3.1.2.3 Niet van toepassing 3.3.1.2.4 Niet van toepassing 3.3.1.2.5 Niet van toepassing 3.3.1.2.6 Niet van toepassing 3.3.1.2.7 Niet van toepassing 3.3.2 Niet van toepassing 3.3.2.2 Niet van toepassing 3.3.2.2 Niet van toepassing 3.3.3 Niet van toepassing 3.3.4 Niet van toepassing 3.3.5 indien voor de vergunning zoals genoemd in artikel 3.3.1.1 een hygiëneverklaring van de G.G.D. vereist is wordt het tarief vermeerderd met € 459,50 Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014 Niet van toepassing Hoofdstuk 5 Brandbeveiligingsverordening 3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als

artikel 2, eerste lid van de Brandbeveiligingsverordening: 3.5.1.1 uitsluitend in de open lucht € 70,30 3.5.1.2 geheel of gedeeltelijk overdekt € 139,80 3.5.1.3 in de gevallen, anders dan die genoemd in de subonderdelen 3.5.1.1 en 3.5.1.2 € 175,40 3.5.2 Niet van toepassing 3.5.3 De overeenkomstig het in onderdeel 3.5.1 genoemde tarief geheven leges worden vermeerderd met de in dit onderdeel genoemde tarieven, indien en voor zover deze op het bouwwerk of de inrichting, waarop de verleende vergunning betrekking heeft, van toepassing zijn, te weten voor bouwwerken of inrichtingen: ·waarin aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft; ·waarin aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft; ·waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn, niet zijnde woongebouwen, bouwwerken of inrichtingen voor (weg)verkeer, sporthallen, zwembaden en sportscholen, info- en exporuimten, tentoonstellingsruimten, kampeerterreinen, jachthavens en dierenverblijven; met een oppervlakte van: 3.5.3.1 minder dan 100 m² € 117,40 3.5.3.2 100 tot 200 m² € 175,40 3.5.3.3 200 tot 300 m² € 292,00 3.5.3.4 300 tot 500 m² € 468,65 3.5.3.5 500 tot 1.000 m² € 703,70 3.5.3.6 1.000 tot 2.000 m² € 1.055,10 3.5.3.7 2.000 tot 3.000 m² € 1.377,40 3.5.3.8 3.000 tot 4.000 m² € 1.524,00 3.5.3.9 4.000 tot 5.000 m² € 1.670,55 3.5.3.10 5.000 tot 10.000 m² € 1.858,30 3.5.3.11 10.000 tot 20.000 m² € 2.110,35 3.5.3.12 20.000 tot 30.000 m² € 2.461,75 3.5.3.13 30.000 tot 40.000 m² € 2.814,25 3.5.3.14 40.000 tot 50.000 m² € 3.166,80 3.5.3.15 50.000 m² of meer € 3.518,10 3.5.4 De overeenkomstig het in onderdeel 3.5.1 genoemde tarief geheven leges worden vermeerderd met de in dit onderdeel genoemde tarieven, indien en voor zover deze op het bouwwerk of de inrichting, waarop de verleende vergunning betrekking heeft, van toepassing zijn, te weten voor bouwwerken of inrichtingen: ·waarin bedrijfsmatig de in artikel 5.2.2 van de Bouwverordening respectievelijk de in artikel 2.2.2. van de Brandbeveiligingsverordening bedoelde stoffen zullen worden opgeslagen; ·voor (weg)verkeer en voor zover het gaat om bouwwerken of inrichtingen waarin meer dan 50 personen aanwezig kunnen zijn, zijnde sporthallen, zwembaden en sportscholen, info- en exporuimten, tentoonstellingsruimten, kampeerterreinen, jachthavens en dierenverblijven; met een oppervlakte van: 3.5.4.1 minder dan 100 m² € 58,00 3.5.4.2 100 tot 200 m² € 87,15 3.5.4.3 200 tot 300 m² € 146,45 3.5.4.4 300 tot 500 m² € 234,85 3.5.4.5 500 tot 1.000 m² € 351,25 3.5.4.6 1.000 tot 2.000 m² € 526,95 3.5.4.7 2.000 tot 3.000 m² € 702,65 3.5.4.8 3.000 tot 4.000 m² € 791,00 3.5.4.9 4.000 tot 5.000 m² € 877,60 3.5.4.10 5.000 tot 10.000 m² € 995,80 3.5.4.11 10.000 tot 20.000 m² € 1.172,60 3.5.4.12 20.000 tot 30.000 m² € 1.405,50 3.5.4.13 30.000 tot 40.000 m² € 1.641,50 3.5.4.14 40.000 tot 50.000 m² € 1.875,40 3.5.4.15 50.000 m² of meer € 2.052,15 Hoofdstuk 6 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.6.1.1 tot het verlenen van een ontheffing als

artikel 4.6 van de Algemene plaatselijke verordening (geluidhinder) 3.6.1.1.1 voor een dag € 15,65 3.6.1.1.2 voor een jaar € 64,35 3.6.1.2 tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking: € 69,00 3.6.1.3 tot het verlenen van een vergunning als

artikel 2.40c van de Algemene plaatselijke verordening (smartshop, headshop, growthshop) € 703,70 Deze tarieventabel behoort bij de Legesverordening Gilze en Rijen 2018, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 18 december

  1. Mij bekend, de griffier van de gemeente Gilze en Rijen, mr. J.W. Timmermans BIJLAGE UAV 2012 behorende bij de Legesverordening Gilze en Rijen 2018 Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor deuitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012(UAV 2012)Geldend van 01-03-2012 t/m hedenBesluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Overwegende dat het wenselijk is de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken te herzien; Besluiten: Vast te stellen de in de bijgaande bijlage 1 vervatte Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken
  2. Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 19 januari 2012 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen Bijlage 1Tekst van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) Hoofdstuk I. Algemeen§
  3. Aanduidingen, begripsbepalingen1.Verstaan wordt onder: de aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het werk is opgedragen; de aannemingssom: het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen; het bestek: de beschrijving van het werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing; bouwstoffen: de in het werk te brengen materialen, voorwerpen, onderdelen, installaties of onderdelen daarvan, grond van allerlei soort en dergelijke; dag: kalenderdag; de opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon, die het werk opdraagt; de overeenkomst: de tussen opdrachtgever en aannemer tot stand gekomen overeenkomst van aanneming van werk; UAV: deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012; het werk: het uit te voeren werk, technische installatiewerk of de te verrichten levering; werkdag: een kalenderdag, tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag. 2.Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke een deel van het werk moet worden opgeleverd, wordt voor de toepassing van de §§ 6, vierde lid, 8, 8a, 9, 10, 11, 12, 42 en 44 dat deel als een afzonderlijk werk aangemerkt. 3.Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke de uitvoering van het werk tot een bepaalde stand moet zijn gevorderd, voordat de oplevering plaats vindt, is het bepaalde in de §§ 8, 8a, 9 en 42 van overeenkomstige toepassing. 4.Indien aan de totstandkoming van de overeenkomst geen aanbesteding is voorafgegaan, wordt voor de toepassing van de §§ 2, tweede lid, 6, elfde en dertiende lid, 48, tweede lid, en 49, tweede lid, in plaats van ‘de dag van aanbesteding’ gelezen ‘de dag van de prijsaanbieding van de aannemer’. 5.Bij meerjarige onderhoudswerken, opgedragen voor een bepaalde som per jaar wordt, indien sprake is van ‘aannemingssom’ of van ‘termijn van betaling’, bedoeld de aannemingssom per jaar of de termijn van betaling van het betrokken onderhoudsjaar. §
  4. Van toepassing zijnde voorschriften, tegenstrijdige bepalingen1.De bepalingen van de UAV gelden voor zover daarvan in het bestek niet uitdrukkelijk is afgeweken. 2.Tot het bestek behoren mede, als waren zij er letterlijk in opgenomen, de op het werk van toepassing verklaarde technische normvoorschriften zoals deze drie maanden voor de dag van aanbesteding luiden. Op de overeenkomst is van toepassing het Nederlandse recht. Indien onderdelen van het bestek onderling tegenstrijdig zijn, wordt, tenzij een andere bedoeling uit het bestek voortvloeit, de rangorde daarvan bepaald aan de hand van de volgende regels: a.een nieuw geschreven of getekend document gaat voor een oud geschreven of getekend document; de beschrijving gaat voor een tekening; een bijzondere regeling gaat voor een algemene regeling; met dien verstande, dat regel a gaat voor de regels b en c , en regel b voor regel c . Indien toepassing van deze regels geen uitkomst biedt, wordt de tegenstrijdigheid, met inachtneming van de billijkheid, uitgelegd ten nadele van degene door of namens wie het bestek is opgesteld. 5.Het in het vierde lid bepaalde laat onverlet de verplichting van de aannemer om de directie te waarschuwen in geval van een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid tussen onderdelen van het bestek. Hoofdstuk II. Vertegenwoordiging van partijen§
  5. Directie1.De opdrachtgever is gerechtigd een of meer personen aan te wijzen om als directie op te treden of de directie bij te staan dan wel als zodanig aangewezen personen door anderen te vervangen. 2.Indien de opdrachtgever niet een of meer personen wil aanwijzen om als directie op te treden, is hij verplicht hiervan vóór de uitvoering van het werk schriftelijk mededeling te doen aan de aannemer. Indien door het niet aanwijzen of niet vervangen van een of meer personen om als directie op te treden meer van de aannemer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, heeft hij recht op bijbetaling. 3.De opdrachtgever geeft van elke aanwijzing als

het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. 4.Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. 5.Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. 6.De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. 7.Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. 8.De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. 9.Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. §

  1. Gevolmachtigde van de aannemer1.De aannemer is te allen tijde gerechtigd één of meer personen aan te wijzen om hem in zaken het werk betreffende te vertegenwoordigen. De aanwijzing door de aannemer van personen die hem in zaken het werk betreffende zullen vertegenwoordigen, moet geschieden met gebruikmaking van een volmacht overeenkomstig Bijlage A van de UAV. Ditzelfde geldt bij wijziging van bedoelde volmacht. 2.Een door de aannemer gewaarmerkt afschrift van de volmacht wordt onverwijld aan de directie verschaft. 3.De aanwijzing van iedere gevolmachtigde geschiedt voor het werk of voor een bepaald gedeelte ervan. Hoofdstuk III. Algemene verplichtingen van partijen§
  2. Verplichtingen van de opdrachtgeverDe opdrachtgever zorgt er voor, dat de aannemer tijdig kan beschikken: over de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die voor de opzet van het werk volgens het bestek vereist zijn; over het terrein of het water, waarop of waarin het werk moet worden uitgevoerd; over de benodigde tekeningen en andere gegevens; over de verstrekkingen, die de opdrachtgever ingevolge de overeenkomst doet. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, houdt de directie vóór de aanvang van het werk een bouwbespreking met de aannemer en de leidingbeheerders, waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de juiste ligging van de zich in of nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden. Indien de directie deze bouwbespreking niet houdt, zal de aannemer vóór de aanvang van het werk om het houden van die bespreking verzoeken. De directie zal aan dit verzoek gevolg geven. 2.De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen. 3.Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking heeft gesteld, gebreken mochten hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade. De opdrachtgever is aansprakelijk voor de functionele ongeschiktheid: van door hem voorgeschreven bouwstoffen; van bouwstoffen, die bij een door hem voorgeschreven leverancier moeten worden betrokken, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking tot deze bouwstoffen. Onder de functionele ongeschiktheid van bouwstoffen wordt verstaan het naar hun aard niet geschikt zijn van deze bouwstoffen voor het doel waarvoor zij blijkens het bestek zijn bestemd. (Vervallen). Indien wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege hogere eisen aan het werk stellen dan in de overeenkomst is bepaald, zullen wijzigingen van het werk, welke nodig zijn om aan die eisen te voldoen, worden verrekend als meer werk. 7.De opdrachtgever zal het aan de aannemer toekomende volgens de in de overeenkomst gestelde regelen voldoen. 8.Indien het bouwterrein, de uit het werk komende oude bouwstoffen of de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen verontreinigd zijn, wordt de aard en de omvang daarvan, voor zover voor de uitvoering van het werk van belang, in het bestek vermeld. De opzet van het werk zal zodanig zijn, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. §
  3. Verplichtingen van de aannemer1.De aannemer is verplicht het werk uit te voeren naar de bepalingen van de overeenkomst zonder aanspraak op verrekening, bijbetaling of schadevergoeding te kunnen doen gelden dan in de gevallen, waarin dat bepaaldelijk voorgeschreven of kennelijk bedoeld is. Hij is verplicht al datgene te verrichten, wat naar de aard van de overeenkomst door de wet, de billijkheid of het gebruik wordt gevorderd of tot een behoorlijke aanwending der bouwstoffen behoort. 2.De aannemer is verplicht het werk uit te voeren volgens de door de directie te verstrekken en de door haar goed te keuren tekeningen. Hij is verplicht de orders en aanwijzingen op te volgen, die hem door de directie worden gegeven. De verplichtingen van de aannemer omvatten mede: de levering van de nodige bouwstoffen en het verrichten van de nodige werkzaamheden; de beschikbaarstelling van gereedschap, materieel, hulpmaterialen, hulpstoffen, hulpwerken en andere hulpmiddelen, nodig voor de uitvoering van het werk en het verrichten van de nodige hulpwerkzaamheden; de betaling van precario, kosten van aansluiting van hulpleidingen en dergelijke. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor rekening van de aannemer met ingang van de datum van aanvang of zoveel eerder als de aannemer ingevolge § 7, tweede lid, met het werk begint, tot en met de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. Onder het werk en de uitvoering daarvan worden mede begrepen de voorbereiding, de aanvoer van bouwstoffen, de uitvoering van hulpwerken, de doelmatigheid en capaciteit van werktuigen en gereedschappen. 5.De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het werk overeenkomstig de volgens § 8, eerste lid, in het bestek voorgeschreven termijn verzekerd is. 6.De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de opdrachtgever dan wel voor derden geen nodeloze hinder is te duchten. De aannemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. 7.Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. 8.De aannemer is aansprakelijk voor schade aan met het werk in verband staande werken van de opdrachtgever en aan andere werken en eigendommen van de opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. 9.De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. 10.De aannemer zorgt voor de tijdige verkrijging van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die hij nodig heeft of wenst, voor zover zij niet behoren tot die, waarvoor de opdrachtgever ingevolge het bepaalde in § 5, eerste lid, sub a zorg draagt. 11.De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege, voor zover deze op de dag van aanbesteding in werking zijn getreden. De aan de naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening. 12.De gevolgen van de naleving van voorschriften van bijzondere aard zijn voor rekening van de aannemer, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat hij deze voorschriften niet behoefde te kennen. In dit laatste geval heeft hij aanspraak op bijbetaling. 13.De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege, die na de dag van aanbesteding in werking treden, komen voor rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van aanbesteding had kunnen voorzien. Indien echter in de overeenkomst bepalingen zijn opgenomen betreffende de verrekening van wijzigingen van lonen en sociale lasten of van prijzen, huren en vrachten, komen de gevolgen daarvan slechts voor rekening van de opdrachtgever, indien en voor zover zulks uit die bepalingen voortvloeit. 14.Indien de constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen,

§ 5

, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen,

§ 5

, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. 15.Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. 16.De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. 16a.Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. 17.De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. 18.De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. 19.De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. 20.De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. 21.Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. 22.De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. 23.Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als

het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: a.bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust; b.bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust. Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. 24.Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. 25.De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. 26.De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. 27.Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd. Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier. Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. 28.Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. 29.Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. 30.De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering§

  1. Datum van aanvang1.Als datum van aanvang zal worden aangemerkt de vijfde werkdag na de dag waarop de aannemer het werk is opgedragen. 2.Tenzij in het bestek anders is bepaald, staat het de aannemer vrij, behoudens bezwaar van de directie, ook vóór de datum van aanvang met het werk te beginnen. §
  2. Uitvoeringsduur, uitstel van opleveringDe termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, wordt in het bestek uitgedrukt: hetzij in een aantal werkbare werkdagen; hetzij in een aantal kalenderdagen, -weken of -maanden; hetzij door een bepaalde dag te noemen. Indien een termijn is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen, worden werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, als onwerkbaar beschouwd, wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het grootste deel van de arbeiders of machines niet kon worden gewerkt. 3.Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die geen werkdag is, geldt de eerstvolgende werkdag als de overeengekomen dag van oplevering. 4.De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, kan door de opdrachtgever worden verlengd, hetzij eigener beweging, hetzij op een daartoe strekkend verzoek van de aannemer. Een verzoek van de aannemer om termijnverlenging zal slechts in overweging kunnen worden genomen, indien dit schriftelijk geschiedt en – behoudens ontheffing door de directie – ten minste veertien dagen voor het verstrijken van de termijn bij de directie is bezorgd. 5.Indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden, of door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van bestekswijzigingen dan wel van wijzigingen in de uitvoering van het werk, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het werk binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd, heeft hij recht op termijnverlenging. § 8a. Beproeving1.Beproeving van het technische installatiewerk of een of meer onderdelen daarvan vindt plaats, indien dit is overeengekomen. De beproeving geschiedt door de aannemer in aanwezigheid van de directie en dient om vast te stellen of het technische installatiewerk, of het desbetreffende onderdeel daarvan, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen voor zover dit op het tijdstip van de beproeving mogelijk is. 2.Aannemer en directie stellen in onderling overleg het tijdstip van de beproeving vast. Indien aannemer en directie niet komen tot gemeenschappelijke vaststelling van het tijdstip van de beproeving, stelt de aannemer dit tijdstip vast en geeft van dit tijdstip ten minste acht dagen tevoren schriftelijk kennis aan de directie. 3.Ten behoeve van de beproeving stelt de aannemer voor zijn rekening het nodige materieel en het personeel voor de bediening daarvan beschikbaar. De kosten van de voor de beproeving benodigde hoeveelheid water en energie zijn voor rekening van de opdrachtgever. 4.Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de beproeving, stelt de aannemer een rapport op waarin het beproevingsresultaat is opgenomen, alsmede, indien zulks is overeengekomen, een meetstaat die de meetresultaten en andere relevante gegevens vermeldt. Door de ondertekening van dit in tweevoud op te maken rapport door de aannemer en de directie staan de resultaten van de beproeving vast. Indien de directie tijdens de beproeving niet aanwezig is geweest, staan de resultaten van de beproeving vast door de enkele vermelding daarvan in het rapport. 5.Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, zal, nadat de aannemer de nodige verbeteringen heeft aangebracht, de beproeving worden herhaald. Op deze herhaalde beproeving zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dit geval de kosten voor water en energie, benodigd voor de beproeving, voor rekening van de aannemer zijn. 6.Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen en het technische installatiewerk ook overigens is voltooid, vindt opneming van het technische installatiewerk plaats zoals

§ 9. § 9.

Opneming en goedkeuring1.De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport,

§ 27, wordt aangetekend.

2.De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. 3.Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. 4.Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling

het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. 5.Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval

het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. 6.Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. 7.Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. 8.Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. 9.Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. Oplevering1.Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. 1a.Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. 2.Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als

§ 9

, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. 3.De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als

§ 8avan het in gebruik te nemen werk of onderdeel daarvan heeft plaatsgevonden.

Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als

§ 11

is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. §

  1. Onderhoudstermijn1.Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, gaat deze termijn in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. 2.De aannemer is gehouden gebreken, welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden, te herstellen, met uitzondering echter van die, waarvoor de opdrachtgever op grond van § 5, tweede lid de verantwoordelijkheid draagt of waarvoor hij op grond van § 5, derde of vierde lid, aansprakelijk is. Onder de in dit lid bedoelde gebreken vallen niet die gebreken die het gevolg zijn van onjuist of onzorgvuldig gebruik dan wel gekwalificeerd kunnen worden als normaal te verwachten slijtage als gevolg van het feitelijke gebruik. 3.Het in het tweede lid bedoelde herstel geschiedt voor rekening van de aannemer, tot genoegen van de directie en binnen een door haar in billijkheid te stellen termijn. 4.In de onderhoudstermijn optredende schade aan het werk is voor rekening van de opdrachtgever, met uitzondering echter van die schade, welke het gevolg is van door de aannemer verricht onvoldoend werk. In het laatste geval is het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing. 5.Indien de aannemer zich desgevraagd verbindt tot herstel van niet voor zijn rekening komende gebreken of schade aan het werk, geschiedt de verrekening daarvan als meer werk. 6.Na afloop van de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om te constateren, of de aannemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan, waarbij wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in §
  2. §
  3. Aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering1.Na de dag, waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk. 2.Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een gebrek: (a) dat toe te rekenen is aan de aannemer en (b) dat bovendien ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering dan wel bij de opneming van het werk als

§ 9

, tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan (

  1. c)de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is gedaan. (Vervallen). De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek waarvoor de aannemer krachtens het tweede lid aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld na verloop van: (
  2. a)vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of (
  3. b)tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de bestemming waarvoor het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan worden verholpen of kan worden voorkomen door het treffen van zeer kostbare voorzieningen. 5.Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in de plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en wordt onder opneming van het werk verstaan: de opneming genoemd in § 11, zesde lid. Hoofdstuk V. Wijziging tijdstippen van uitvoering, schorsing, beëindiging in onvoltooide staat§ 13. Wijziging tijdstippen van uitvoeringDe directie is bevoegd: indien in het bestek een onderhoudstermijn als

§ 11

, eerste lid, is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die onderhoudstermijn te verschuiven; b.bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te verlangen. 2.Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen. § 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in onvoltooide staat1.De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of voor een gedeelte te schorsen. 2.In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht: in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan; b.na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken. 4.Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, wordt hem vergoed. 5.Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd. 6.Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 7.De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 8.Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. 9.In de gevallen

het zesde, zevende en achtste lid zal de opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen. 10.De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. Hoofdstuk VI. Werkterrein, reclame§

  1. Werkterrein1.Indien in het bestek oppervlakten van grond of water als werkterrein zijn aangeduid, heeft de aannemer daarover de kosteloze beschikking, zolang de uitvoering van het werk dit nodig maakt. Gebruik van ander terrein of water als werkterrein is voor rekening van de aannemer. 2.De directie wijst aan, na overleg met de aannemer, welke gedeelten van het werkterrein in gebruik mogen worden genomen als opslagplaatsen en voor de plaatsing van keten, loodsen, hulpwerken en andere hulpmiddelen. 3.De aannemer kan vóór de aanvang van het werk schriftelijk vorderen, dat de toestand van het werkterrein zo goed mogelijk wordt vastgesteld, in welk geval de opneming door de directie in samenwerking met en voor rekening van de aannemer ten spoedigste plaats vindt. Indien daarbij afwijkingen ten opzichte van de in het bestek omschreven toestand aan het licht komen, is het bepaalde in § 29, derde lid, van toepassing. 4.Na gebruik en uiterlijk bij de oplevering moet het werkterrein naar genoegen van de directie zoveel mogelijk weder in de oorspronkelijke toestand worden opgeleverd. §
  2. Afsluiting, reclame1.Indien de opdrachtgever afsluiting van het werk en het werkterrein nodig oordeelt, wordt de wijze van afsluiting in het bestek omschreven. 2.De opdrachtgever heeft het recht om na overleg met de aannemer op schuttingen en afrasteringen, welke dienen ter afsluiting van het werk of het werkterrein, alsmede elders op het werkterrein of aan het werk reclame of andere kennisgevingen aan te brengen. 3.Aan de aannemer is het evenwel toegestaan op een deel van die plaatsen aanduidingen van zijn naam en bedrijf aan te brengen, mits plaats, uiterlijk en afmetingen hiervan door de directie zijn goedgekeurd. Hetzelfde kan door de directie op een door tussenkomst van de aannemer gedaan verzoek aan onderaannemers en leveranciers worden toegestaan. Hoofdstuk VII. Bouwstoffen§
  3. Verwerking van bouwstoffen1.Met inachtneming van § 5, derde en vierde lid, alsmede § 6, zevenentwintigste lid, staat de aannemer in voor de goede hoedanigheid van de bouwstoffen, voor de geschiktheid voor hun bestemming en het voldoen aan de gestelde eisen, alsmede voor de tijdige levering. 2.Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen gekeurd moeten worden, mag de aannemer deze niet verwerken voordat deze zijn goedgekeurd. 3.De directie kan verlangen, dat goedgekeurde bouwstoffen ook nadat zij zijn verwerkt alsnog worden vervangen, indien daaraan na de keuring nog gebreken worden geconstateerd. Deze vervanging geschiedt voor rekening van de opdrachtgever en wordt als meer werk verrekend, onverminderd het recht van de aannemer op schadevergoeding, indien daartoe gronden zijn. Indien echter het gebrek redelijkerwijs niet door de directie had kunnen worden onderkend en het gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend, komt deze vervanging voor rekening van de aannemer. De directie is bevoegd een bewijs van oorsprong van bouwstoffen te verlangen. Indien de directie zulks goed vindt, zal de aannemer in plaats van met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen andere mogen leveren, mits van overeenkomstige hoedanigheid. De directie onthoudt de goedkeuring niet op onredelijke gronden. §
  4. Keuring van bouwstoffen1.Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen door de directie worden gekeurd, worden deze in geval van goedkeuring zo nodig gemerkt. Door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen worden geacht te zijn goedgekeurd. Indien voorgeschreven is dat bouwstoffen moeten worden geleverd met een kwaliteitsverklaring afkomstig van een door de Raad voor de Accreditatie erkende certificatie-instelling, wordt in het kader van de keuring volstaan met een uitwendige visuele beoordeling. De kwaliteitsverklaring wordt door de aannemer ter gelegenheid van de beoordeling door de directie aan haar ter beschikking gesteld. 2.Ten behoeve van de keuring moeten de monsters en bouwstoffen tijdig op het werk of in de werkplaatsen worden aangevoerd. Zolang de directie zulks nodig oordeelt, blijven door de aannemer ingediende monsters onder haar berusting; zij zijn evenwel voor zijn rekening en blijven voor hem toegankelijk. 3.De aannemer verleent bij de keuring, alsmede bij het merken van goedgekeurde bouwstoffen, de nodige hulp en stelt daartoe personeel en eenvoudige hulpmiddelen ter beschikking. 4.De aannemer is bevoegd bij de keuring aanwezig te zijn of zich te doen vertegenwoordigen; de directie kan dit van hem verlangen. 5.De directie is bevoegd bouwstoffen door derden te doen onderzoeken; de hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de opdrachtgever, behoudens het bepaalde in het zesde lid, onder d. Voor rekening van de aannemer komen de kosten van: het beschikbaar stellen van de voor de keuring nodige bouwstoffen; het brengen van de bouwstoffen in een voor de keuring geschikte samenstelling en vorm; de emballage en de verzending van elders te keuren bouwstoffen; het in het vijfde lid bedoelde onderzoek, indien dit tot afkeuring leidt, tenzij het een bouwstof betreft, in het bestek aangeduid met een fabrieksnaam, of waarvan de leverancier door of namens de opdrachtgever is aangewezen; de in het twaalfde lid bedoelde herkeuring, indien de deskundige de afkeuring handhaaft. De in het vorige lid bedoelde kosten worden zo nodig overeenkomstig § 42, zesde lid, verrekend. 8.De keuring geschiedt – ter keuze van de directie – op het werk, in de middelen van vervoer of elders, zo spoedig mogelijk na aanvoer of gereedkoming. Indien, ondanks een door de directie ontvangen schriftelijk verzoek van de aannemer om bouwstoffen te keuren, uiterlijk op een in dat verzoek vermeld redelijk tijdstip de schriftelijke mededeling van de uitslag van de keuring niet door de aannemer is ontvangen, worden die bouwstoffen geacht te zijn goedgekeurd. Onder een schriftelijk verzoek en onder een mededeling als in dit lid bedoeld wordt mede verstaan een aantekening in het dagboek of weekrapport,

§ 27

. 9.Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening neemt. 10.Waardevermindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen worden aan de aannemer niet vergoed. 11.Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te bepalen plaats. 12.De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil gebonden zijn. 13.Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt. § 19. Eigendom van bouwstoffen1.Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever. 2.Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als

het eerste lid wordt geacht te hebben plaats gevonden: a.indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen; b.indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet. Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever aan de aannemer heeft betaald. 3.Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid. §

  1. Zorg voor bouwstoffenDe aannemer draagt zorg voor de goedgekeurde en de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen, alsmede voor de uit het werk komende bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van deze bouwstoffen is voor zijn rekening, behoudens het bepaalde in §
  2. §
  3. Oude bouwstoffen1.Tenzij het bestek anders bepaalt, blijven de uit het werk komende oude bouwstoffen eigendom van de opdrachtgever. (Vervallen). (Vervallen). De aannemer is niet verantwoordelijk voor de hoedanigheid van uit het werk komende bouwstoffen, voor zover achteruitgang van die hoedanigheid niet aan hem is toe te rekenen. §
  4. Garantie voor een onderdeelHet bepaalde in deze paragraaf is van toepassing, tenzij het bestek anders bepaalt. Indien in het bestek is vermeld dat één of meer onderdelen van het werk moeten worden gegarandeerd, zal de aannemer op eerste aanzegging van de opdrachtgever zo spoedig mogelijk de tijdens de garantieperiode optredende gebreken voor zijn rekening herstellen. Gebreken in de zin van deze bepaling zijn gebreken, waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de aannemer kan worden toegerekend. 3.Indien in het bestek is vermeld dat een onderdeel van het werk door een onderaannemer of een leverancier moet worden gegarandeerd, draagt de aannemer zorg voor het verstrekken van de garantie door de onderaannemer of leverancier aan de opdrachtgever. Indien deze garantie niet door de onderaannemer of leverancier wordt verstrekt, wordt een dienovereenkomstige garantie door de aannemer verstrekt. 4.Een op grond van deze paragraaf overeengekomen garantie geldt vanaf het gereedkomen of de levering van het gegarandeerde onderdeel gedurende de in het bestek genoemde periode. Hoofdstuk VIII. Hulpmiddelen§
  5. Loodsen en andere hulpmiddelen1.De verplichtingen van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking stellen, onderhouden, en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en andere hulpmiddelen worden in het bestek omschreven. (Vervallen). (Vervallen). §
  6. Hulpmiddelen van de opdrachtgever1.Indien aan de aannemer het gebruik van gebouwen, terreinen en hulpmiddelen van de opdrachtgever is opgedragen of vergund, komen het onderhoud en het herstel, zolang het gebruik duurt, voor rekening van de aannemer. 2.Ingeval van verloren gaan door het in het eerste lid bedoelde gebruik, is hij verplicht tot vergoeding van de schade. 3.Zodra het in gebruik genomene voor de uitvoering van het werk niet meer nodig is, stelt de aannemer het, zoveel doenlijk in gelijke staat als hij het heeft ontvangen, weer ter beschikking van de opdrachtgever en bergt de hulpmiddelen op door of namens hem aan te wijzen plaatsen op. §
  7. Gezonken materieel1.Indien ten behoeve van het werk in gebruik zijnde hulpmiddelen, zoals vaartuigen en werktuigen, dan wel voor het werk bestemde bouwstoffen gezonken zijn in wateren, welke bij de opdrachtgever in eigendom of beheer zijn, is de aannemer verplicht ze met inbegrip van lading en toebehoren te lichten en te verwijderen. 2.Hij is in de gevallen,

het eerste lid, verplicht dadelijk de vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien. 3.De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. Hoofdstuk IX. Uitvoering§

  1. Algemeen tijdschema, werkplan1.De aannemer stelt zo spoedig mogelijk een op de aard van het werk afgestemd algemeen tijdschema op. In dit algemene tijdschema wordt duidelijk aangegeven op welke wijze, in welke volgorde, met welk materieel en met welke hulpmiddelen de aannemer voornemens is het werk en zijn onderdelen uit te voeren alsmede welke tijdsduur hij voor elk onderdeel nodig acht. Tevens wordt daarin aangegeven op welke tijdstippen de aannemer ten behoeve van de voortgang van het werk en de volgorde van de onderdelen ervan zal dienen te beschikken over datgene waarvoor de opdrachtgever of de directie volgens de overeenkomst dient te zorgen. Het algemene tijdschema dient te voldoen aan de eisen, die ten aanzien van de uitvoering van het werk in de overeenkomst zijn gesteld, en wordt door de aannemer van een behoorlijke toelichting voorzien. 2.De aannemer legt het algemene tijdschema, gedateerd en ondertekend, in tweevoud aan de directie ter goedkeuring over, uiterlijk op de vijftiende werkdag na de dag waarop hem het werk is opgedragen onderscheidenlijk de directie om een algemeen tijdschema heeft verzocht. 3.De directie beslist zo spoedig mogelijk omtrent de goedkeuring van het algemene tijdschema en deelt haar beslissing, in elk geval uiterlijk op de tiende werkdag, nadat zij het heeft ontvangen, schriftelijk aan de aannemer mede. De goedkeuring wordt slechts aan het algemene tijdschema onthouden, indien uit de inhoud daarvan blijkt, dat niet aan de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen wordt voldaan. 4.Ingeval van goedkeuring worden de beide exemplaren van het algemene tijdschema ook door de directie gedateerd en ondertekend, waarna een van de exemplaren aan de aannemer wordt toegezonden. In geval het algemene tijdschema niet wordt goedgekeurd, wordt de aannemer met de redenen hiervan schriftelijk in kennis gesteld. De aannemer legt in dat geval zo spoedig mogelijk, doch binnen tien werkdagen, een nieuw algemeen tijdschema, waarbij met de bezwaren van de directie rekening is gehouden, ter goedkeuring aan de directie over. Ten aanzien van de beslissing op het nieuwe algemene tijdschema is het derde lid van overeenkomstige toepassing. 5.Het algemene tijdschema geldt als een leidraad voor de aannemer en verzwaart de voor hem uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet. De goedkeuring door de directie van het algemene tijdschema en daarin onder haar goedkeuring aangebrachte wijzigingen ontheffen de aannemer niet van zijn verplichtingen om het werk naar de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen uit te voeren en tijdig te voltooien. 6.Indien van de aannemer wordt verlangd, dat hij in plaats van of naast het in deze paragraaf bedoelde algemene tijdschema een gedetailleerd werkplan aan de directie overlegt, wordt zulks, onder vermelding van de aan dit werkplan te stellen eisen, in de overeenkomst vermeld. Voor zover de overeenkomst niet anders vermeldt, is het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid alsdan van overeenkomstige toepassing. 7.Wijzigingen door de directie in het goedgekeurde algemene tijdschema of gedetailleerde werkplan aangebracht geven de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien van hem meer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. §
  2. Dagboek, lijsten, rapporten, verslagen van bouwvergaderingen1.De directie maakt weekrapporten op. Hierin worden onder meer aantekeningen opgenomen betreffende: – de vordering en de stand van het werk; – de onwerkbare dagen en het verleende uitstel van oplevering; – de aan- en afvoer en goedkeuring van bouwstoffen; – de aan- en afvoer van materieel en hulpmiddelen; – bestekswijzigingen, meer en minder werk, verwerkte hoeveelheden en stelposten; – opneming, goedkeuring en oplevering van het werk; – de verstrekking van tekeningen; – voorvallen betreffende de veiligheid en/of gezondheid van personen. 2.De in het eerste lid bedoelde aantekeningen worden telkens uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop zij betrekking hebben, opgenomen in het weekrapport, dat terstond na het opmaken door de directie wordt ondertekend. 3.Het door de directie ondertekende weekrapport wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de vijftiende werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop het betrekking heeft, aan de aannemer ter ondertekening voorgelegd. Aan de aannemer wordt afschrift van de weekrapporten verstrekt. 4.Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen, tekent hij dit voor akkoord uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is voorgelegd. 5.Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen, ondertekent hij dit eveneens uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is voorgelegd, doch onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft. 6.Ingeval de directie niet alleen weekrapporten opmaakt maar ook een dagboek bijhoudt, is op dit dagboek het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat geen afschrift van het dagboek aan de aannemer wordt verstrekt, tenzij deze daarom verzoekt. 7.Indien dit in de overeenkomst is voorgeschreven of na de opdracht door de directie wordt verlangd, verstrekt de aannemer telkens uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van een werkweek een op die week betrekking hebbende, door hem gedateerde en ondertekende lijst, bevattende opgaven omtrent het personeel en voorts zodanige verdere mededelingen als door de directie worden gewenst. 8.Indien ten behoeve van het werk buiten het werkterrein werkzaamheden worden verricht, kan de directie vorderen, dat de aannemer daaromtrent uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van een werkweek een door hem ondertekend rapport in tweevoud bij haar indient. In dit rapport worden aantekeningen als in het eerste lid bedoeld en betrekking hebbend op de in voornoemde werkweek verrichte werkzaamheden opgenomen. 9.Indien is overeengekomen dat tijdens de uitvoering van het werk bouwvergaderingen worden gehouden, maakt de directie daarvan verslagen. De verslagen worden zo spoedig mogelijk aan de aannemer ter ondertekening voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het verslag niet kan verenigen, wordt aan het verslag een aantekening toegevoegd waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke reden hij bezwaar heeft. Het verslag wordt in de daarop volgende bouwvergadering vastgesteld. §
  3. Afbakening, peilingen en opmetingenDe aannemer zal voor zijn rekening: het werk uitzetten en de vereiste profielen en bakens stellen; ten behoeve van afbakening, peilingen en opmetingen geschikt personeel en hulpmiddelen, als: roei- en peilboten, meetinstrumenten, bakens, enz., ter beschikking van de directie stellen; c.de gedane uitzetting en afbakening in goede staat onderhouden, zolang de directie dit nodig oordeelt. §
  4. Verschillen in afmetingen of in de toestand van bestaande werken en terreinen1.Indien de in de beschrijving van het werk vermelde afmetingen niet overeenkomen met die, voorkomende op de tekening, is de aannemer verplicht de door hem geconstateerde afwijking ter kennis te brengen van de directie, opdat deze, zo zij zulks nodig acht, kan besluiten van de in § 2, vierde lid, bedoelde rangorde af te wijken. Een zodanig besluit van de directie wordt als een bestekswijziging aangemerkt. 2.Indien de in het bestek aangegeven afmetingen niet overeenkomen met die, voorkomende in de werkelijkheid, is de aannemer verplicht de door hem geconstateerde afwijking ter kennis te brengen van de directie, teneinde met deze overleg te plegen omtrent hetgeen moet geschieden om, gelet op de afwijking, het werk juist uit te voeren. De gebleken afwijking geeft, afgezien van de verrekening van meer en minder werk, welke uit het bestek mocht voortvloeien, de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien die afwijking van zodanige aard is, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor zijn rekening dienen te komen. 3.Verschillen tussen de tijdens de uitvoering blijkende toestand van bestaande gebouwen, werken en terreinen enerzijds en de in het bestek aangeduide toestand anderzijds geven, afgezien van de verrekening van meer en minder werk, welke uit het bestek mocht voortvloeien, de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien die verschillen van zodanige aard zijn, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor zijn rekening dienen te komen. Overigens draagt de opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de door of namens hem verstrekte gegevens. Het in dit lid bepaalde is ook van toepassing indien in het bestek geen toestand of gegevens zijn aangeduid, doch de tijdens de uitvoering blijkende toestand afwijkt van die welke de aannemer redelijkerwijs had mogen verwachten. §
  5. Voorziening in waterkering, waterdoorlaat en verkeer1.De aannemer mag het werk of onderdelen daarvan, waardoor de belangen van waterkering of waterdoorlaat zouden kunnen worden geschaad of stremming of stoornis in of hinder aan of gevaar voor het verkeer te land, te water of door de lucht zou kunnen worden veroorzaakt, slechts uitvoeren, indien en zolang hij met het oog op die belangen de nodige voorzieningen heeft getroffen. 2.Onder de in het eerste lid bedoelde voorzieningen worden verstaan: tijdelijke werken, afsluitingen, waarschuwingsborden, kentekens, verlichting en andere veiligheidsmaatregelen, die door wettelijke voorschriften worden vereist of uit anderen hoofde nodig mochten zijn. 3.Zolang hinder aan of stoornis in het verkeer te land, te water of door de lucht wordt toegebracht, moet ten behoeve van dat verkeer de nodige hulp worden beschikbaar gesteld. 4.De in deze paragraaf bedoelde voorzieningen en hulp zijn voor rekening van de aannemer, met dien verstande, dat dit voor tijdelijke werken van betekenis of maatregelen van ingrijpende aard slechts geldt, indien deze in de overeenkomst zijn omschreven. §
  6. Verband met andere werkenIndien verschillende werken in elkander grijpen, wordt dit in het bestek vermeld. Tenzij in het bestek anders is bepaald, geschiedt de coördinatie van in elkander grijpende werken door de directie. 3.De aannemer gedoogt – zonder aanspraak op andere vergoedingen dan de in het volgende lid bedoelde – dat door derden, aan wie de directie zulks toestaat, tegelijkertijd en te zelfder plaatse wordt gewerkt. 4.Hij gedoogt, dat daarbij gebruik wordt gemaakt van reeds gemaakt werk en gemaakte hulpwerken. Voor dit gebruik kan de aannemer aanspraak op bijbetaling doen gelden, indien meer van hem wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. §
  7. Gevonden voorwerpenDe aannemer is verplicht de vondst van alle voorwerpen, die bij de uitvoering van het werk worden gevonden en die van waarde zijn of uit een historisch of wetenschappelijk oogpunt van belang kunnen zijn, terstond aan de directie te melden en deze voorwerpen zo mogelijk in handen van de directie te stellen, tenzij het bestek anders bepaalt. §
  8. Vermoeden van onvoldoend werkIndien de directie vermoedt, dat het werk niet aan de bij de overeenkomst gestelde eisen voldoet, is de aannemer verplicht de maatregelen te nemen of te gedogen, die nodig zijn om vast te stellen of zulks al dan niet het geval is. Ingeval het werk niet aan deze eisen voldoet, komen de kosten van bedoelde maatregelen voor rekening van de aannemer. In het tegengestelde geval worden zij, evenals de kosten van herstel, verrekend als meer werk en wordt eventuele schade vergoed. §
  9. Wijzigingen in de uitvoeringWijzigingen door de directie in de uitvoering van het werk aangebracht geven de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien van hem meer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Hoofdstuk X. Meer en minder werk§
  10. Verrekening van meer en minder werkVerrekening van meer en minder werk vindt plaats: ingeval van bestekswijzigingen (§ 36); ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten (§ 37); ingeval van afwijkingen van geschatte hoeveelheden (§ 38, tweede lid); ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden (§ 39); in de gevallen waarin verrekening als meer en minder werk in deze UAV of in de overeenkomst is voorgeschreven. In deze gevallen is het bepaalde in par. 36 lid 1a van overeenkomstige toepassing. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. 2.De verrekening van het meer werk geschiedt door bijbetaling, die van het minder werk door inhouding op de aannemingssom. De opdrachtgever en de aannemer komen overeen op welke wijze – ineens of in gedeelten – en wanneer de verrekening geschiedt van het meer en het minder werk of, indien er zowel van meer als van minder werk sprake is, van het saldo daarvan. 3.Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het meer werk niets is overeengekomen, geschiedt deze verrekening ineens na de voltooiing van het meer werk. 4.Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het minder werk niets is overeengekomen, geschiedt deze verrekening, met inachtneming van het bepaalde in § 40, zevende lid, ineens bij de eindafrekening van het werk. 5.Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt, dat het totaal van het reeds verrekende en het nog te verrekenen minder werk dat van het reeds verrekende en het nog te verrekenen meer werk overtreft, heeft de aannemer recht op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van deze totalen. Het in dit lid bepaalde lijdt uitzondering, voor zover het minder werk het gevolg is van een verzoek van de aannemer om minder te mogen uitvoeren dan in de overeenkomst is bepaald. Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt onder het werk verstaan: bij aanneming in massa, de werken van de percelen gezamenlijk; bij meerjarige onderhoudsbestekken de werken van de onderhoudsjaren gezamenlijk. §
  11. Bestekswijzigingen1.Onder bestekswijzigingen worden verstaan wijzigingen in het bestek, het werk of de voorwaarden van uitvoering van het werk. 1a.In geval van door de opdrachtgever gewenste bestekswijzigingen kan de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. 2.De directie is bevoegd voor of tijdens de uitvoering van het werk bestekswijzigingen aan te brengen. Indien en voor zover deze bevoegdheid in het bestek aan de opdrachtgever is voorbehouden, is voor deze bestekswijzigingen een door de opdrachtgever aan de aannemer te verstrekken schriftelijke opdracht vereist. 3.De aannemer zal aan opdrachten tot bestekswijzigingen gevolg geven, ook indien daardoor de omvang van het werk wordt vermeerderd of verminderd, mits dientengevolge de totalen van de bijbetalingen en inhoudingen elk niet meer bedragen dan 15% van de aannemingssom dan wel het saldo van die bijbetalingen en inhoudingen niet meer bedraagt dan 10% van de aannemingssom. 4.Bestekswijzigingen worden verrekend tegen bedragen of prijzen die vóór de uitvoering van die wijzigingen of, indien hun aard dit belet, zo spoedig mogelijk tussen de opdrachtgever en de aannemer worden overeengekomen. Indien de directie overweegt om een bestekswijziging aan te brengen en daartoe de aannemer verzoekt een prijsaanbieding te doen, plegen de directie en de aannemer op verzoek van de aannemer tevoren overleg omtrent de

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.