Verordening Adviesraad sociaal domein Capelle aan den IJssel 2018De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening; overwegende dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de wijze waarop cliënten als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hun vertegenwoordigers, jeugdigen, ouders en pleegouders als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of hun vertegenwoordigers, personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers, ingezetenen die zijn geïndiceerd in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening of hun vertegenwoordigers, alsmede overige ingezetenen, worden betrokken bij de uitvoering van genoemde wetten; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening Adviesraad sociaal domein Capelle aan den IJssel 2018 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de op deze wetten gebaseerde nadere regelgeving. In deze verordening wordt verstaan onder: Accounthouder: de in artikel 11, eerste lid, bedoelde ambtenaar van de gemeente; Adviesraad: de bij deze verordening ingestelde Adviesraad sociaal domein; Beleidsveld sociaal domein: de gemeentelijke beleidsvelden die vallen onder het bereik van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening; Capelse Jeugdraad: een groep jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar wonend in de gemeente Capelle aan den IJssel, die actief betrokken wordt bij de gemeentelijke besluitvorming omtrent zaken die jongeren aangaan; Cliënt: een cliënt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en/of; een jeugdige of diens ouders of pleegouders als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet en/of; een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet en/of een ingezetene die is geïndiceerd in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening die voor de toepassing van genoemde wetten vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; Gemeente: de gemeente Capelle aan den IJssel; Gemeenteraad: de raad van de gemeente; Ingezetene: een persoon die is ingeschreven op een adres in de gemeente en ook feitelijk in de gemeente woont; Klankbordgroep Jeugd: een groep bestaande uit jeugdigen en ouders aan wie door de gemeente jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet wordt geboden en uit ouders of pleegouders die betrokken zijn bij het bieden van jeugdhulp, die actief betrokken wordt bij de gemeentelijke besluitvorming omtrent jeugdhulp. Verantwoordelijk wethouders: de wethouders die in het college verantwoordelijk zijn voor de onderwerpen uit het beleidsveld sociaal domein waarop de werkzaamheden van de Adviesraad zich op enig moment richten; Vertegenwoordiger: een natuurlijke of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt. HOOFDSTUK 2 TAKEN, BEVOEGDHEDEN EN WERKWIJZE ADVIESRAAD Artikel 2 Taken en bevoegdheden Adviesraad De Adviesraad heeft tot taak de gemeenteraad en het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over onderwerpen die de ontwikkeling, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleid op het beleidsveld sociaal domein betreffen. De Adviesraad kan voorstellen doen voor het gemeentelijk beleid op het beleidsveld sociaal domein. De Adviesraad zorgt ervoor dat hij beschikt over een breed netwerk van onder andere cliëntenraden en relevante maatschappelijke (belangen)organisaties teneinde zich te informeren over de gevoelens in de Capelse samenleving. De Adviesraad bevordert dat cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen op de hoogte zijn van de taak van de Adviesraad en biedt hen de gelegenheid om aan de Adviesraad hun mening kenbaar te maken over onderwerpen op het gebied van het beleidsveld sociaal domein. De Adviesraad overlegt met de Capelse Jeugdraad en de Klankbordgroep Jeugd over onderwerpen die (mede) van belang zijn voor jeugdigen en hun ouders of pleegouders. In adviezen van de Adviesraad over deze onderwerpen worden de opvattingen van de Capelse Jeugdraad en de Klankbordgroep Jeugd expliciet verwoord. Het initiatief tot het in het vorige lid bedoelde overleg kan zowel worden genomen door de Adviesraad als door de Capelse Jeugdraad en/of de Klankbordgroep Jeugd. De Adviesraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele klachten, bezwaarschriften en andere zaken met betrekking tot een individuele persoon. Artikel 3 Samenwerking Adviesraad en college Het college betrekt de Adviesraad in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleid op het beleidsveld sociaal domein. Het college vraagt over voorgenomen besluiten van de gemeenteraad of het college op het beleidsveld sociaal domein het advies van de Adviesraad dusdanig tijdig, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Het college verschaft de Adviesraad tijdig de informatie die de Adviesraad nodig heeft om naar behoren te kunnen functioneren. Het college informeert de Adviesraad over de uitkomsten van de raadpleging van cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen over onderwerpen betreffende het beleidsveld sociaal domein. Het college stelt de Adviesraad na besluitvorming in kennis van het besluit dat naar aanleiding van het advies van de Adviesraad is genomen. Indien geheel of gedeeltelijk wordt afgeweken van het advies van de Adviesraad, wordt aangegeven waarom het advies niet wordt overgenomen. Ten minste eenmaal per jaar vindt overleg plaats tussen de Adviesraad en de verantwoordelijk wethouders. Zowel de Adviesraad als de wethouders kunnen agendapunten voorstellen voor dit overleg door deze toe te zenden aan de accounthouder. De Adviesraad nodigt de verantwoordelijk wethouders uit voor zijn vergaderingen. De wethouders kunnen zich laten vervangen door een of meer ambtenaren van de gemeente. De wethouders kunnen zich tijdens de vergaderingen van de Adviesraad voorzien van ambtelijke ondersteuning. Voorafgaand aan het uitbrengen van advies kan overleg plaatsvinden tussen de Adviesraad en de verantwoordelijk wethouders. Eveneens kan overleg plaatsvinden met een of meer ambtenaren van de gemeente. Voordat een ongevraagd advies wordt uitgebracht, informeert de Adviesraad de verantwoordelijk wethouders. De leden van de Adviesraad zijn verplicht tot geheimhouding van vertrouwelijke gegevens. Artikel 4 Vergaderingen Adviesraad De vergaderingen van de Adviesraad zijn openbaar. De Adviesraad kan op voorstel van de voorzitter besluiten tot het houden van een besloten vergadering. Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald, besluit de Adviesraad met gewone meerderheid van stemmen. De leden van de Adviesraad hebben bij besluitvorming door de Adviesraad ieder één stem. Ieder lid van de Adviesraad kan, voorafgaand aan een vergadering van de Adviesraad, agendapunten voorstellen door deze toe te zenden aan de voorzitter of de secretaris. Artikel 5 Huishoudelijk reglement De Adviesraad stelt een huishoudelijk reglement vast ter nadere regeling van zijn functioneren. In het huishoudelijk reglement worden in elk geval bepaald: De interne organisatie van de Adviesraad; De werkwijze bij het vervullen van vacatures; De vergaderfrequentie van de Adviesraad; De wijze waarop de vergaderingen van de Adviesraad worden voorbereid; De wijze waarop door de Adviesraad wordt gestemd; Het vereiste quorum voor het nemen van besluiten door de Adviesraad; De wijze waarop wordt voorzien in de notulen van de vergaderingen van de Adviesraad. De Adviesraad zendt het huishoudelijk reglement en eventuele wijzigingen daarvan ter informatie aan het college. Artikel 6 Jaarverslag Jaarlijks vóór 1 april brengt de Adviesraad aan het college verslag uit van zijn activiteiten en bevindingen over het voorafgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel jaarverslag tevens beschreven hoe het budget bedoeld in artikel 13 is besteed. HOOFDSTUK 3 SAMENSTELLING EN ORGANISATIE ADVIESRAAD Artikel 7 Samenstelling Adviesraad De Adviesraad bestaat uit cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen. De Adviesraad heeft ten minste veertien en ten hoogste zestien leden, de voorzitter niet inbegrepen. De Adviesraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen. De Adviesraad streeft naar een goede balans tussen leden met inhoudelijke kennis op de verschillende onderdelen van het beleidsveld sociaal domein en leden die op de verschillende onderdelen van het beleidsveld sociaal domein ervaringsdeskundig zijn als cliënt of vertegenwoordiger. De Adviesraad stelt, in overleg met het college, een algemene profielschets op voor zijn leden, waarin de kwaliteiten en eigenschappen die van een lid worden verwacht zijn opgenomen. Bij het vervullen van een vacature wordt deze profielschets aangevuld met een specifieke detaillering naar de gewenste achtergrond en deskundigheid van het te benoemen lid. De leden van de Adviesraad worden benoemd door het college op bindende voordracht van de Adviesraad. De voor te dragen leden dienen te voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de profielschets bedoeld in het vorige lid. De zittingsduur van de leden van de Adviesraad is vier jaar. Deze periode kan ten hoogste eenmaal worden verlengd met vier jaar. Tot lid van de Adviesraad kunnen alleen natuurlijke personen worden benoemd. Lid van de Adviesraad kunnen niet zijn: Een persoon die deel uitmaakt van het college; Een persoon die lid of burgerraadslid is van de raad van de gemeente; Een persoon die als ambtenaar, werknemer dan wel op een andere grondslag werkzaam is bij de gemeente; Een persoon die persoonlijke of zakelijke relaties heeft of een functie bekleedt waardoor zijn onafhankelijk opereren in de Adviesraad in gevaar komt of zou kunnen komen. Dit ter beoordeling van het college. De Adviesraad stelt een rooster van aftreden op en zendt dit ter informatie aan het college. Een lid van de Adviesraad treedt volgens het rooster af. Een tussentijds benoemd lid neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in. Artikel 8 De voorzitter De Adviesraad heeft een onafhankelijk voorzitter. De voorzitter is geen lid van de Adviesraad en heeft in de Adviesraad een adviserende stem. De Adviesraad stelt, in overleg met het college, een profielschets op voor de voorzitter, waarin de kwaliteiten, en eigenschappen die van de voorzitter worden verwacht zijn opgenomen. De voorzitter wordt benoemd door het college op bindende voordracht van de Adviesraad. De voor te dragen voorzitter dient te voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de profielschets bedoeld in het vorige lid. De zittingsduur van de voorzitter van de Adviesraad is vier jaar. Deze periode kan ten hoogste eenmaal worden verlengd met vier jaar. Tot voorzitter van de Adviesraad kunnen alleen natuurlijke personen worden benoemd. Voorzitter van de Adviesraad kan niet zijn: Een persoon die deel uitmaakt van het college; Een persoon die lid of burgerraadslid is van de raad van de gemeente; Een persoon die als ambtenaar, werknemer dan wel op een andere grondslag werkzaam is bij de gemeente; Een persoon die persoonlijke of zakelijke relaties heeft of een functie bekleedt waardoor zijn onafhankelijk opereren als voorzitter van de Adviesraad in gevaar komt of zou kunnen komen. Dit ter beoordeling van het college. De voorzitter: Leidt de vergaderingen van de Adviesraad; Ziet toe op de naleving van het huishoudelijk reglement als bedoeld in artikel 5; Brengt samen met de secretaris namens de Adviesraad adviezen uit; Vertegenwoordigt samen met de secretaris de Adviesraad. De leden van de Adviesraad kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter. Artikel 9 Einde lidmaatschap en voorzitterschap, schorsing en ontslag Het lidmaatschap en het voorzitterschap van de Adviesraad eindigen: Door aftreden; Door het gaan vervullen van een met het lidmaatschap dan wel het voorzitterschap van de Adviesraad onverenigbare functie als bedoeld in artikel 7, negende lid, respectievelijk artikel 8, zesde lid; Door ontslag als bedoeld in het vierde lid; Door overlijden; Door afloop van de zittingstermijn. Het lidmaatschap van de Adviesraad eindigt eveneens door het verlies van de hoedanigheid van ingezetene, alsmede een jaar na het verlies van de hoedanigheid van cliënt of vertegenwoordiger. De leden en de voorzitter van de Adviesraad worden geschorst en ontslagen door het college, op voordracht van de Adviesraad. Een lid en de voorzitter van de Adviesraad kunnen op grond van disfunctioneren en/of het schaden van de werkzaamheden van de Adviesraad door de Adviesraad bij het college worden voorgedragen voor schorsing of ontslag. Een dergelijk besluit dient door de Adviesraad met tweederde van de aanwezige stemmen te worden genomen en wordt binnen achtenveertig uur nadat het besluit is genomen schriftelijk en gemotiveerd aan het lid dan wel de voorzitter medegedeeld. Voordat tot schorsing of ontslag wordt overgegaan, hoort het college het betreffende lid dan wel de voorzitter. De schorsing als bedoeld in het vorige lid vervalt, indien de Adviesraad het betreffende lid dan wel de voorzitter niet binnen één maand na de schorsing bij het college heeft voorgedragen voor ontslag. Artikel 10 De secretaris De leden van de Adviesraad kiezen uit hun midden een secretaris. De secretaris: Stelt in overleg met de voorzitter de adviezen van de Adviesraad op; Stelt voor aanvang van het kalenderjaar in overleg met de voorzitter een vergaderkalender voor de Adviesraad op; Bereidt voorafgaand aan iedere vergadering van de Adviesraad, in overleg met de voorzitter en de accounthouder, de agenda en de bijbehorende stukken voor; Verzendt de uitnodiging voor de vergadering, de agenda en de bijbehorende stukken tijdig aan de leden en de voorzitter van de Adviesraad, alsmede aan de accounthouder en de verantwoordelijk wethouders; Maakt de agenda openbaar; Stelt het jaarverslag van de Adviesraad op. Artikel 11 Ondersteuning Adviesraad Het college stelt een ambtenaar van de gemeente aan als accounthouder van de Adviesraad. De accounthouder is de verbindende schakel tussen de gemeente en de Adviesraad en fungeert voor de Adviesraad als eerste aanspreekpunt. De accounthouder informeert de Adviesraad zowel over staand beleid, als over beleidsvoornemens en andere voor de Adviesraad relevante ontwikkelingen. De accounthouder ondersteunt de Adviesraad bij de volgende administratieve en facilitaire aangelegenheden: Doorgeleiden van de adviezen van de Adviesraad naar het college; Voorbereiding van de agenda van de vergadering; Opmaken en afdrukken van het jaarverslag van de Adviesraad; Organisatie van de faciliteiten voor de vergaderingen van de Adviesraad. HOOFDSTUK 4 FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 12 Vergoeding leden, voorzitter en secretaris Adviesraad De leden en de voorzitter van de Adviesraad ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden. Het college kent aan de voorzitter en de secretaris van de Adviesraad een extra vergoeding toe. De hoogte van de vergoeding voor de leden van de Adviesraad en van de extra vergoeding voor de voorzitter en de secretaris van de Adviesraad wordt door het college vastgesteld. Indien een lid dan wel de voorzitter van de Adviesraad een uitkering ontvangt wordt de vergoeding door de gemeente niet in mindering gebracht op deze uitkering, tenzij hogere wetgeving de gemeente daartoe verplicht. Artikel 13 Budget Adviesraad De Adviesraad heeft een jaarlijks budget tot zijn beschikking, dat wordt beheerd door de accounthouder. De hoogte van het budget wordt door het college bepaald. De accounthouder draagt er zorg voor, dat tot het maximum van het budget de door de Adviesraad te betalen rekeningen ten laste van het budget worden betaald. Voordat kosten worden gemaakt overlegt de Adviesraad daarover met de accounthouder. Ten laste van het budget bedoeld in het eerste lid komen in elk geval de kosten voor: De in artikel 12, eerste lid, bedoelde vergoeding voor de leden en de voorzitter van de Adviesraad, alsmede de in artikel 12, eerste lid, bedoelde extra vergoeding voor de voorzitter en secretaris van de Adviesraad; De vergaderfaciliteiten; Het opstellen van de notulen van de vergaderingen van de Adviesraad; Deskundigheidsbevordering van de leden en de voorzitter van de Adviesraad; Het inwinnen van extern advies door de Adviesraad; Het gebruik van een iPad door de leden en de voorzitter van de Adviesraad; Externe begeleiding bij het schrijven van adviezen van de Adviesraad; Het raadplegen van cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen door de Adviesraad; Externe communicatie door de Adviesraad. HOOFDTUK 5 SLOTBEPALINGEN Artikel 14 Nadere regels Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel 15 Onvoorziene omstandigheden In de gevallen waarin deze verordening en de eventuele nadere regels niet voorzien, beslist het college na overleg met de Adviesraad. Artikel 16 Benoeming leden en voorzitter eerste Adviesraad In afwijking van het bepaalde in artikel 7, eerste en derde tot en met zesde lid, zal de Adviesraad voor de eerste maal bestaan uit de personen die voor het inwerking treden van deze verordening zitting hadden in de Cliëntenraad sociale zaken, bedoeld in de Verordening cliëntenparticipatie sociale zaken 2015, of in de Wmo-adviesraad, bedoeld in de Regeling Wmo-adviesraad gemeente Capelle aan den IJssel 2015 en die zich desgevraagd door het college bereid hebben verklaard om lid te worden van de Adviesraad. Als ten gevolge van het bepaalde in het vorige lid het maximum aantal leden van de Adviesraad wordt overschreden, besluiten de leden van de Cliëntenraad sociale zaken en de Wmo-adviesraad, rekening houdend met het bepaalde in artikel 7, derde en vierde lid, in onderling overleg wie zullen toetreden tot de Adviesraad. Indien hierover door de genoemde leden geen overeenstemming wordt bereikt, besluit het college wie van hen zullen toetreden tot de Adviesraad. Hiertoe laat het college zich leiden door het antwoord op de vraag met welke keuzes zo goed mogelijk wordt voldaan aan de eisen gesteld in artikel 7, derde en vierde lid. Voor de leden van de Adviesraad die op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel worden benoemd, wordt de eerste zittingstermijn bedoeld in artikel 7, zevende lid, geacht te zijn aangevangen op het moment waarop zij lid werden van de Cliëntenraad sociale zaken of de Wmo-adviesraad. In afwijking van het bepaalde in artikel 8, tweede en derde lid, zal het voorzitterschap van de Adviesraad voor de eerste maal worden vervuld door de persoon die voor het inwerking treden van deze verordening voorzitter was van de Wmo-adviesraad bedoeld in het eerste lid. Voor de voorzitter die op grond van het vorige lid wordt benoemd, wordt de eerste zittingstermijn bedoeld in artikel 8, vierde lid, geacht te zijn aangevangen op het moment waarop hij voorzitter werd van de Wmo-adviesraad. Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel De Verordening cliëntenparticipatie sociale zaken 2015 wordt ingetrokken. Deze verordening treedt in werking per 1 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.