Beleidsregel aanpak overlast De burgemeester van Leeuwarden gelet op de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en 4:81 van de Algemene Wet bestuursrecht; gehoord de beraadslaging in de driehoek van 29 september 2010; overwegende: overwegende dat voor het gebruik maken van zijn bevoegdheid zoals gegeven in artikel 172a en artikel 172b Gemeentewet tot het treffen van maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme, ernstige overlast een beleidsregel noodzakelijk is; Besluit de volgende beleidsregels vast te stellen: Begripsomschrijvingen: B – wedstrijd: Voetbalwedstrijd van de BVO Cambuur Leeuwarden met een midden risico. C- wedstrijd: Voetbalwedstrijd van de BVO Cambuur Leeuwarden met een hoog risico. Groepsverbod
(1998), is gebleken dat hooligans bijna altijd laagopgeleide mannen zijn. Voetbal lijkt een erg belangrijke factor te zijn in de leefwereld van de lower-lower working class (Verleyen et al, 1996). Ook in dit onderzoek wordt deze aanname gedaan. Hypothese 1 veronderstelt dan ook het volgende: Onder de aangehouden verdachten bij voetbalrellen zijn laagopgeleiden sterker vertegenwoordigd dan hoger opgeleiden. Om dit na te gaan is gekeken naar het opleidingsniveau en de arbeidssituatie van de verdachten en is een vergelijking gemaakt met cijfers over het opleidingsniveau van de totale Nederlandse bevolking. Een algemene aanname is dat alcohol- en drugsgebruik een ontremmend effect heeft op het gedrag van mensen (Ferwerda, 2009). Daardoor is men bij voetbalrellen sneller geneigd deel te nemen. Op basis van deze aanname is hypothese 2 opgesteld: Het alcohol- en drugsgebruik van de aangehouden verdachten bij voetbalrellen is van invloed op hun betrokkenheid bij de ongeregeldheden. Als uit de analyse blijkt dat de daders onder invloed waren, hoeft dat de hypothese overigens niet te bevestigen. Er is niet bekend hoeveel van de supporters die geen deel namen aan de ongeregeldheden onder invloed waren (Bieleman et al., 2000). Bovendien is de betrouwbaarheid van politiegegevens over alcohol- en drugsgebruik matig. Tijdens verhoren kunnen verdachten sociaal wenselijke antwoorden geven. Men kan overmatige alcoholconsumptie als excuus gebruiken of juist ontkennen, in de hoop zo een hogere straf te vermijden. Een volgende bevinding van onderzoekers, is dat voetbalvandalisme steeds meer gelegenheidsdaders 11 aantrekt. De bij voetbal behorende randverschijnselen als openbare ordeverstoringen blijken podia voor gewelddadige acties door personen die niets met voetbal hebben. Daarom wordt in hypothese 3 het volgende verwacht: Voetbalvandalisme wordt door niet-voetbalsupporters aangegrepen om de orde te verstoren en strafbare feiten te plegen. Dit is nader geanalyseerd door te kijken naar de binding die de aangehouden verdachten hebben met Cambuur, tezamen met het feit of ze de voetbalwedstrijd hebben bijgewoond. In verschillende onderzoeken (COT, 1999) wordt aangenomen, dat voetbalgeweld steeds meer lijkt te vermengen met andere typen ordeverstoringen en delicten zoals jeugdcriminaliteit, drugshandel en drugsgebruik en uitgaansgeweld. Op basis van deze constatering, wordt in hypothese 4 het volgende verondersteld: Aangehouden verdachten bij voetbalrellen maken zich ook buiten de context van het voetbal schuldig aan het plegen van geweld. Om dit te achterhalen, is nagegaan hoeveel van alle aangehouden verdachten criminele (gewelds)antecedenten hebben. Om verder te controleren in hoeverre de aangehouden verdachten recidivisten zijn op het gebied van voetbal gerelateerd geweld, is onderzocht hoeveel personen eerder een voetbal gerelateerd geweldsdelict hebben gepleegd. Daarnaast is gekeken in hoeverre de aangehouden verdachten al eerder een strafrechtelijke of civielrechtelijke uitsluiting hebben gehad. 10 Risicofactoren zijn afgeleid uit het onderzoek: De bal of de man? Profielen van verdachten van voetbal gerelateerde geweldscriminaliteit. Tilburg: IVA,
- 11Personen die geen enkele verbinding hebben met voetbalclubs en supporters. Bron: Bieleman, B., C. Hoogeveen, G. Meijer e.a. Voetbalgeweld of uitgaansgeweld: onderzoek rellen Groningen-Sparta. Groningen: Stichting Intraval/Rijksuniversiteit Groningen, mei
- Hoofdstuk2Daders 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk begint met een beschrijving van de leeftijdsverdeling van de 65 aangehouden verdachten waarvan een politiedossier is aangelegd. Deze verdeling wordt vergeleken met de leeftijdsverdeling van aangehouden verdachten uit het CIV jaarverslag seizoen ’08-’
- Vervolgens wordt nagegaan wat de woonsituatie is van de aangehouden verdachten en in welke wijken zij wonen. Daarna wordt ingegaan op de problematiek in de gezinssituatie. Verder wordt bekeken hoe groot het aandeel van middelengebruik was onder de aangehouden verdachten. Om te controleren in hoeverre er sprake was van gelegenheidsdaders, wordt nagegaan of de verdachten regelmatig voetbalwedstrijden bezoeken, of zij aanwezig waren bij de voetbalwedstrijd en of zij binding hebben met de cafés waar supporters elkaar ontmoeten. Tenslotte wordt gekeken naar de (gewelds)antecedenten van de daders en hoe de spreiding van criminele antecedenten is over de verschillende leeftijdscategorieën. 2.2 Geslacht en leeftijd De 65 aangehouden verdachten behoorden allemaal tot het mannelijk geslacht. De in totaal 77 aangehouden personen, waren tevens allemaal mannen. Drie verdachten waren tijdens de wedstrijd in het stadion in het gezelschap van hun vrouwelijke partner. De gemiddelde leeftijd van de aangehouden verdachten bedroeg 24 jaar en 4 maanden Van de aangehouden verdachten was 37 procent jonger en 63 procent ouder dan 21 jaar. Deze cijfers worden gedeeld met jaarcijfers over het seizoen ‘08-‘09 van het CIV, waaruit blijkt dat 41 procent van de aangehouden personen bij voetbalvandalisme onder de 21 jaar was en 59 procent ouder was dan 21 jaar. De groep van 25 jaar en ouder is sterk vertegenwoordigd (tabel 2.1). Dit blijkt tevens uit de cijfers van het jaarverslag. Een zeer kleine minderheid van de verdachten was jonger dan 15 jaar. Tabel 2.1: Leeftijd van de aangehouden verdachten opgedeeld in zes leeftijdsklassen Leeftijd in klassen Aangehouden verdachten Aantal Percentage 12-15 jarigen 2 3,1% 16-18 jarigen 14 21,5% 19-21 jarigen 8 12,3% 22-24 jarigen 13 20,0% 25-30 jarigen 18 27,7% ouder dan 31 jaar 10 15,4% Totaal 65 100% 2.3 Etnische afkomst, woonplaats en huidige leefsituatie Van de 65 aangehouden verdachten hadden 61 personen alleen de Nederlandse nationaliteit. Drie verdachten hadden nog een andere nationaliteit (twee Marokkanen en één Tunesiër). Deze verdachten waren allemaal geboren in Nederland. Slechts één persoon was van allochtone afkomst (Bosniër). Etnische minderheden zijn sterk ondervertegenwoordigd onder de aangehouden verdachten. Tabel 2.2 laat zien dat 42 procent van de aangehouden verdachten nog in het ouderlijk gezin woonde. Daarvan was 74 procent jonger dan 21 jaar. In totaal woonden 32 van de 65 verdachten nog in het ouderlijk gezin of bij grootouders of overige familie. Daarvan was 71 procent jonger dan 21 jaar. Van de verdachten die alleen woonden was 71 procent ouder dan 25 jaar. Van de verdachten die 18 jaar en jonger waren (n=16) woonde niemand op zichzelf. Tabel 2.2: Huidige leefsituatie van de aangehouden verdachten Leefsituatie Aangehouden verdachten Aantal Percentage Partner 11 16,9% Alleen wonend 21 32,3% Ouderlijk gezin 27 41,5% Grootouders/overige familie 5 7,7% Zwervend bestaan 1 1,5% Totaal 65 100% De meerderheid van de aangehouden verdachten woonde in de stad Leeuwarden, namelijk 75 procent. Het overige deel van de aangehouden verdachten was voornamelijk woonachtig in dorpen ten noorden en zuiden van Leeuwarden. Eén persoon woonde buiten Friesland (tabel 2.3). Tabel 2.3: Woonplaats van de aangehouden verdachten Woonplaats Aantal Percentage Berlikum 1 1,5% Britsum 1 1,5% Burgum 1 1,5% Drachten 1 1,5% Franeker 1 1,5% Goutum 1 1,5% Groningen 1 1,5% Gytsjerk 1 1,5% Ysbrechtum 1 1,5% Leeuwarden 49 75,4% Mûnein 1 1,5% Sint Annaparochie 1 1,5% Wergea 2 3,1% Wynjewâld 1 1,5% Wirdum (fr) 2 3,1% Totaal 65 100% Tabel 2.4 laat zien hoe de spreiding van de aangehouden verdachten van de stad naar de buurt is. Tabel 2.4: Overzicht van wijken en omgeving waar de aangehouden verdachten wonen Woonwijk Aantal Percentage Binnenstad 1 1,5% Muziek-, Transvaal- en Vogelwijk 3 4,6% Oldegalieeen-Bloemenbuurt 3 4,6% Tjerk Hiddes- Cambuursterhoek 3 4,6% Vlietzone 5 7,7% Achter de Hoven 2 3,1% Huizum-West 2 3,1% Huizum-Oost 4 6,2% Valeriuskwartier 4 6,2% Bilgaard en Havankpark 2 3,1% Vrijheidswijk 3 4,6% Heechterp-Schieringen 2 3,1% Camminghaburen 6 9,2% Wielenpolle 1 1,5% Aldlan 3 4,6% Nijlan 4 6,2% Goutum 1 1,5% Zuiderburen 1 1,5% Wirdum, Swichum 2 3,1% Buitengebieden 13 20,0% Totaal 65 100% 2.4 Opleidingsniveau en arbeidssituatie Het opleidingsniveau van de aangehouden verdachten was vrij laag (tabel 2.5). 83 procent van de verdachten heeft een relatief laag opleidingsniveau (lager of middelbaar beroepsonderwijs). Maar 4,6 procent volgde hoger beroepsonderwijs. Geen enkele verdachte genoot universitair onderwijs. Van vijf personen is het opleidingsniveau onbekend. Ten opzichte van de Nederlandse populatie is het onderwijsniveau onder de aangehouden verdachten in dit onderzoek laag. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in 2008 26 procent van de Nederlandse bevolking hogeropgeleid was 12 Tabel 2.5: Overzicht van het opleidingsniveau van de aangehouden verdachten Opleidingsniveau Aangehouden verdachten Aantal Percentage Basisonderwijs 1 1,5% Speciaal onderwijs 7 10,8% Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs 14 21,5% Voortgezet onderwijs 3 4,6% Middelbaar beroepsonderwijs 32 49,2% Hoger beroepsonderwijs 3 4,6% Universitair onderwijs 0 0% Onbekend 5 7,7% Totaal 65 100% De arbeidssituatie is inzichtelijk gemaakt in tabel 2.
- Twee dominante groepen kunnen worden onderscheiden: arbeiders en studenten. Binnen de arbeiders verrichtten 15 van de 20 verdachten (75 procent) zwaarder lichamelijk werk, zoals houtkapper, timmerman, lasser of schilder. Van de 65 verdachten waren er 12 werkloos. Tabel 2.6 Overzicht van de arbeidssituatie van de aangehouden verdachten Arbeidssituatie Aangehouden verdachten Aantal Percentage Werkloos 12 18,5% Arbeider 20 30,8% Bediende 13 8 12,3% Zelfstandige 1 1,5% Ambtenaar 1 1,5% Student 14 21,5% Scholier 7 10,8% Onbekend 2 3,1% Totaal 65 100% 12 Totale bevolking 15-65 jarigen in Nederland 13Onder bediende wordt verstaan: werknemers die geacht worden denkwerk uit te voeren 2.5 Burgerlijke staat ouders en problemen in de gezinssituatie Van de ouders was 59 procent gehuwd en 39 procent gescheiden (tabel 2.7). In twee gevallen was de moeder of vader van de aangehouden persoon overleden. Tabel 2.7: Burgerlijke staat van de ouders Burgerlijke staat Aangehouden verdachten Aantal Percentage Gehuwd 38 58,5% Gescheiden 25 38,5% Moeder/vader overleden 2 3,0% Totaal 65 100% Over de opvoeding viel het volgende te zeggen. 42 verdachten (65 procent) zijn door beide ouders opgevoed. Twee verdachten zijn opgevoed door de grootouders, omdat de ouders niet in staat waren om de opvoeding op zich te nemen wegens psychische problemen. Vier personen zijn alleen door moeder opgevoed. Zes personen werden opgevoed door moeder en stiefvader. Eén persoon werd door zijn vader opgevoed. Bij tien personen is dit onbekend. Opmerkelijk is dat de zes personen die door hun moeder en stiefvader werden opgevoed, niet goed konden opschieten met hun stiefvader of aangaven dat de stiefvader een slechte invloed had op het gezin. In onderzoek van het CBS 14 is aan volwassenen die thuis als kind met een stiefouder (meestal stiefvader) te maken hebben gehad, gevraagd hoe ze de nieuwe situatie hebben ervaren. Hieruit bleek dat bijna de helft van de 217 ondervraagden de nieuwe gezinssituatie als goed beoordeelde, een kwart als redelijk en een derde als slecht. In dit onderzoek beoordeelden alle personen de situatie met stiefvader als slecht. 14Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 2003 Tabellen 2.8 en 2.9 gaan dieper in op de problemen binnen het ouderlijk gezin. In totaal ondervond 55 procent van de aangehouden verdachten (op het moment van verhoor) problemen in de gezinsituatie. De meeste moeilijkheden (28 procent) hadden de verdachten met ouders/stiefouders, gevolgd door problemen met zichzelf (25 procent). Twee personen hadden problemen met de partner. Tabel 2.8: Overzicht van problemen in de gezinssituatie Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 36 55,4% Nee 18 27,7% Onbekend 11 16,9% Totaal 65 100% Tabel 2.9: Overzicht van problemen in de gezinssituatie Problemen met: Aangehouden personen Aantal Verdachten Niemand 18 27,7% Zichzelf 16 24,6% Ouders/Stiefouders 18 27,7% Partner 2 3,0% Onbekend 11 17,0% Totaal 65 100% In tabel 2.10 is te zien dat vooral de leeftijdscategorie 16 tot en met 18 jaar problemen had met ouders of stiefouders. Als oorzaken werden waargenomen: psychische problemen en agressie bij de (stief)vader, overmatig alcoholgebruik bij de (stief)vader of onhandelbaarheid van de jongere en ten opzichte van de ouders. Tabel 2.10: Overzicht van problemen met ouders/stiefouders opgedeeld in zes leeftijdsklassen Aangehouden verdachten Aantal Percentage 12-15 jarigen 2 3,1% 16-18 jarigen 8 12,3% 19-21 jarigen 1 1,5% 22-24 jarigen 5 7,7% 25-30 jarigen 1 1,5% ouder dan 31 1 1,5% Totaal 18 100% Vooral de groep 25 tot en met 30 jaar had problemen met zichzelf (tabel 2.11). De problemen die werden gesignaleerd, hadden met name te maken met overmatig drank- en drugsgebruik. Van de 12 personen die 25 jaar en ouder waren, hadden acht personen (75 procent) problemen met alcohol- en of drugsgebruik. Tabel 2.11: Overzicht van problemen met zichzelf opgedeeld in zes leeftijdsklassen Aangehouden personen Aantal Percentage 12-15 jarigen 0 0% 16-18 jarigen 2 12,50% 19-21 jarigen 1 6,25% 22-24 jarigen 1 6,25% 25-30 jarigen 8 50% ouder dan 31 4 25% Totaal 16 100% 2.6 Alcohol- en drugsgebruik tijdens de wedstrijddag en in het verleden In tabel 2.12 wordt zichtbaar hoeveel er is gedronken gedurende de wedstrijddag (voor, tijdens en na de wedstrijd). In totaal was 83 procent van de aangehouden verdachten onder invloed van alcohol. 40 procent van de aangehouden personen was sterk onder invloed van alcohol gedurende de wedstrijddag. Tabel 2.12: Overzicht van de mate van alcoholgebruik tijdens de wedstrijddag Mate van gebruik Aangehouden personen Aantal Percentage Veel (10 drankjes of meer) 26 40% Matige (tussen 5 en 9 drankjes) 16 24,6% Weinig (minder dan 5 drankjes) 12 18,5% Niet 8 12,3% Onbekend 3 4,6% Totaal 65 100% Het aantal aangehouden verdachten dat veel alcohol nuttigde, is oververtegenwoordigd in de leeftijdscategorie 25 tot en met 30 jaar (tabel 2.13). Ook behelst deze leeftijdscategorie de meeste drinkers, gevolgd door de leeftijdscategorie 16 tot en met 18 jaar, waarin in totaal 14 aangehouden verdachten alcohol hadden gehad. Vooral in de leeftijdsgroep 22 jaar en ouder werd veel alcohol gedronken. Tabel 2.13: Alcoholgebruik tijdens de wedstrijddag opgedeeld in zes leeftijdsklassen Mate van gebruik Leeftijd in klassen 12-15 jr 16-18 jr 19-21 jr 22-24 jr 25-30 jr 31+jr Totaal Veel (10>) 0 2 3 7 10 4 26 Matige (5-9) 0 4 2 3 4 3 16 Weinig (<5) 0 5 0 2 2 3 12 Niet 2 1 3 1 1 0 8 Onbekend 0 2 0 0 1 0 3 Totaal 2 14 8 13 18 10 65 Tabel 2.14 laat het drugsgebruik gedurende de wedstrijddag zien. Het gebruik van drugs was gering gedurende de wedstrijddag. 40 personen gaven aan geen drugs te hebben gebruikt. Zeven personen gaven aan wel drugs te hebben gebruikt, waarvan vijf softdrugs en twee harddrugs. Tabel 2.14: Drugsgebruik tijdens de wedstrijddag Soort drugs Leeftijd in klassen (jaren) 12-15 16-18 19-21 22-24 25-30 31+ Niet Onbek. Totaal Sofdrugs 0 0 1 2 1 1 0 0 5 Harddrugs 0 0 0 0 1 1 0 0 2 Niet 0 0 0 0 0 0 40 0 40 Onbekend 0 0 0 0 0 0 0 18 18 Totaal 0 0 1 2 2 2 40 18 65 Wat betreft drugsgebruik in het verleden werd onderscheid gemaakt tussen harddrugs, matig gebruik van softdrugs (geregeld gebruik van softdrugs) en weinig gebruik van softdrugs (sporadisch gebruik van softdrugs) (tabel 2.15). 25 procent van de verdachten gebruikte harddrugs in het verleden. Vooral de aangehouden verdachten van 22 jaar en ouder gebruikten harddrugs in het verleden. Ook werd door hen in het algemeen de meeste drugs gebruikt. Tabel 2.15: Drugsgebruik in het verleden Soort drugs Leeftijd in klassen 12-15 16-18 19-21 jr 22-24 jr 25-30 jr 31+ Totaal Harddrugs 0 1 0 4 6 5 16 Matig softdrugs 0 1 0 3 1 1 6 Weinig softdrugs 0 5 3 2 2 0 12 Niet 2 3 4 2 3 3 17 Onbekend 0 4 1 2 6 1 14 Totaal 2 14 8 13 18 10 65 Een ander gegeven is dat vier personen aangaven een harddrugsverslaving te hebben gehad, waarvan twee in combinatie met een drankverslaving. Eén persoon heeft een drankverslaving gehad. Vooral onder de werklozen en arbeiders werd harddrugs gebruikt in het verleden. Van de 12 werklozen gebruikten zeven in het verleden harddrugs. Van de 20 arbeiders gebruikten zeven harddrugs in het verleden. Over de mate van alcoholgebruik in het verleden, kon op basis van de verhoren niets worden gezegd. Daarover was te weinig informatie beschikbaar. Hoewel het merendeel van de aangehouden verdachten aangaf onder invloed te zijn van alcohol, en een minderheid aangaf geen drugs te hebben gebruikt, kunnen er geen stellige uitspraken worden gedaan over de invloed van alcohol- en drugsgebruik op de betrokkenheid bij de rellen. Er is namelijk niet bekend of de supporters die geen aandeel hadden in de ongeregeldheden onder invloed waren. Daarnaast zijn de gegevens over alcohol- en drugsgebruik matig betrouwbaar. Vragen over alcohol- en drugsgebruik kunnen niet naar waarheid zijn beantwoord. Zo kan overmatig alcohol- en drugsgebruik door verdachten als excuus zijn gebruikt of kan het gebruik daarvan zijn ontkend, in de hoop zo een hogere straf te vermijden. 2.7 Binding met Cambuur In de literatuur over voetbalgeweld wordt vaak verondersteld dat relschoppers geen binding hebben met de voetbalclub en dat voetbalrellen veel gelegenheidsdaders aantrekken. Een noemenswaardige bevinding is dat 22 van de 65 aangehouden verdachten lid zijn van een (amateur)voetbalclub. Deze personen hebben dus wel degelijk binding met voetbal. Om te controleren in hoeverre de aangehouden verdachten binding hadden met Cambuur en of er sprake was van gelegenheidsdaders, zijn de volgende factoren onderzocht: de regelmatigheid van wedstrijdbezoeken, het bezoek aan uitwedstrijden en of er binding was met één van de cafés waar de supporters elkaar treffen. Ook is ingegaan op de motivatie van de verdachten voor hun daden. Van de aangehouden verdachten is eerst nagegaan of zij lid waren van de supportersvereniging. De supportersvereniging telt ruim 800 leden. Tabel 2.16 laat zien dat 94 procent van de aangehouden personen geen lid was van de supportersvereniging. Tabel 2.16: Lid van supportersvereniging in 2008-2009 Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 4 6,2% Nee 61 93,8% Totaal 65 100% Ook is onderzocht wat de vaste plaats was op de tribune tijdens wedstrijden. Gemiddeld zitten er 8000 mensen op de tribune bij een thuiswedstrijd van Cambuur. 75 procent van de aangehouden verdachten zat tijdens wedstrijdbezoek op de noordtribune. Vak 11, 12 en 13 werden het meest genoemd. Tabel 2.17: Vaste plaats op tribune Aangehouden verdachten Plaats op tribune Aantal Percentage Noordtribune 49 75% Elders in stadion 8 12% Geen vast plaats 3 5% Onbekend 5 8% Totaal 65 100% Tabel 6.3 laat zien hoeveel personen in het bezit waren van een seizoenskaart voor het seizoen 2008-
- Tabel 2.18: In het bezit van seizoenskaart Cambuur 2008-2009 Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 16 24,6% Nee 49 75,4% Totaal 65 100% Hoewel het merendeel van de aangehouden verdachten niet in het bezit was van een seizoenskaart, gaf 66 procent van de aangehouden verdachten aan vaste bezoeker te zijn van Cambuur en wedstrijden op regelmatige basis te bezoeken, dan wel met een seizoenskaart of losse kaart (tabel 2.19). 55 procent van de aangehouden verdachten bezocht tevens uitwedstrijden (tabel 2.20). Tabel 2.19: Vaste bezoeker Cambuur Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 43 66,2% Nee 18 27,7% Onbekend 4 6,2% Totaal 65 100% Tabel 2.20: Bezoeker uitwedstrijden Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 36 55,4% Nee 17 26,2% Onbekend 12 18,5% Totaal 65 100% Verder had 54 procent van de verdachten binding met de cafés (Cafe Cambuur, Café-bar Claus en supportershome Het Hertje15), waar supporters elkaar ontmoeten voor, tijdens en na de wedstrijd (tabel 2.21). Van de 36 personen die aangaven dat zij binding hadden met één van de cafés, zijn er 17 personen die Café Cambuur bezochten. Tien personen gaven aan Het Hertje te bezoeken en zes personen gaven aan zowel Café Cambuur als het Hertje te bezoeken, twee personen bezochten zowel Café-bar Claus als Café Cambuur en één persoon bezocht Café-bar Claus. Van 26 personen was niets bekend over het café bezoek. Tabel 2.21: Binding met café Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 35 53,8% Nee 4 6,2% Onbekend 26 40% Totaal 65 100% Om na te gaan in hoeverre er gelegenheidsdaders aanwezig waren onder de aangehouden verdachten, is gekeken naar de hoeveelheid verdachten aanwezig in het stadion tijdens de rellen (tabel 2.22). 85 procent van de aangehouden personen was tijdens de rellen aanwezig in het stadion. Het grootste deel heeft de wedstrijd in het stadion bekeken. Tabel 2.22: Tijdens rellen aanwezig in stadion Aangehouden verdachten Aantal Percentage Ja 55 84,6% Nee 10 15,4% Totaal 65 100% Als motivatie voor hun handelen, gaven 24 van de 65 personen (37 procent) aan dat zij dit deden uit frustratie vanwege het verlies. Acht personen lieten zich meeslepen in het groepsgebeuren, negen personen deden mee uit sensatie, 13 personen ontkenden iets te hebben gedaan, twee personen waren agressief door de opgefokte sfeer en één persoon gaf de invloed van drank op als reden. Van acht personen was de motivatie onbekend. Gelet op de binding met Cambuur en de aanwezigheid in het stadion tijdens de rellen, kan worden geconstateerd dat het grootste deel van de aangehouden supporters binding had met voetbal en met Cambuur. Bij deze vaststelling moet wel een kanttekening worden geplaatst. Er is niet onderzocht hoeveel van de personen die niet zijn aangehouden, maar wel deelnamen aan de ongeregeldheden, binding hebben met Cambuur. Het is mogelijk dat zij geen enkele binding hadden met de voetbalclub en de rellen hebben aangegrepen om strafbare feiten te plegen 16 15Cafe Cambuur en Cafe-bar Claus, worden bezocht door (risico)supporters, waaronder een groep met stadionverboden. In deze cafes wordt stevig ingedronken en drugs gebruikt. Het hertje is de bar van het supportershome, gevestigd in het stadion. De supportersvereniging Kern van Cambuur is uitbater en er wordt evenementenbier geschonken. Er is controle op leeftijd en bewaking. Bron: Auditteam Voetbalvandalisme. Ongeregeldheden SC Cambuur Leeuwarden - Roda JC
- 16 De commandant van de ME heeft geschat dat er 600/700 personen aanwezig waren tijdens de rellen waarvan er 100/200 actief stenen hebben gegooid. De groep relschoppers bestond uit een mix van stadionbezoekers, buurtbewoners en jongeren uit andere wijken van Leeuwarden. Bron: Auditteam Voetbalvandalisme. Ongeregeldheden rond de wedstrijd SC Cambuur Leeuwarden - Roda JC op 3 juni
- 2.8 Antecedenten Om een indicatie te krijgen van het strafbare verleden van de aangehouden personen is gekeken naar de criminele antecedenten. Het doel was inzicht krijgen in feiten waarbij de persoon betrokkenheid heeft gehad als verdachte en waarvoor de politie voldoende reden had om tot aanhouding en verhoor over te gaan. Daarom wordt het begrip antecedenten als volgt gedefinieerd: “Alle strafbare feiten waarvoor de aangehouden personen de afgelopen vijf jaar zijn aangehouden en gehoord als verdachte door de politie en die staan geregistreerd in het basisregistratiesysteem van de politieregio waar de bewuste persoon is aangehouden terzake voetbal gerelateerd geweld”
- De categorie waarvoor de meeste personen werden aangehouden, betrof openlijke geweldpleging cq poging tot zware mishandeling 18 (tabel 2.23). Tabel 2.23: Strafbare feiten voor aanhouding Aangehouden verdachten Aantal Percentage SR 141 1/302 1 Openlijke geweldpleging cq poging tot zware mishandeling 64 98,5% SR 184 Niet voldoen aan bevel 1 1,5% Totaal 65 100% 17 Bron: Bogaerts, S., A.C. Spapens en M.Y. Bruinsma. De bal of de man? Profielen van verdachten van voetbal gerelateerde geweldscriminaliteit, Tilburg: IVA,
- 18 Dit kan tevens in combinatie zijn geweest met de volgende overtredingen: Wet wapens en munitie (WWM 27/1) (dragen van steen in beide handen), niet voldoen aan bevel of vordering (SR 184), wederspannigheid (SR 180) en/of vernieling (SR 350). Tabel 2.24 toont aan dat bijna 70 procent van de aangehouden verdachten al eerder is verhoord door de politie alszijnde verdachte en dus eerder met de politie in aanraking is geweest voor een strafbaar feit. Dit kan ook voor niet gewelds gerelateerde delicten zijn geweest, bijvoorbeeld overtredingen van de verkeerswet of drugsdelicten. 36 personen (55 procent) zijn eerder aangehouden voor een geweldsdelict, zowel voetbal- als niet voetbal gerelateerd. Hiervan maakten negen personen zich eerder schuldig aan een geweldsdelict met letsel. Tabel 2.24: Overzicht van criminele antecedenten op grond van de basisregistratiegegevens van de aangehouden verdachten Criminele antecedenten Aangehouden verdachten Aantal Percentage Geen antecedenten 20 30,8% Wel antecedenten, maar geen geweld 9 13,85% Geweldsantecedenten 22 33,85% Voetbal gerelateerd geweld 6 9,2% Combinatie voetbal/niet voetbal gerelateerd geweld 8 12,3% Totaal 65 100% Uit tabel 2.24 blijkt eveneens wie een first offender 19 was op het gebied van voetbal gerelateerd geweld. 51 van de 65 verdachten (78 procent) zijn niet eerder aangehouden voor voetbal gerelateerd geweld. Dit percentage komt overeen met de cijfers uit het CIV jaarverslag seizoen 2008-
- Over dat jaar was ruim 75 procent van het totaal aangehouden supporters first offender. Dit percentage is ten opzichte van andere jaren gelijk gebleven. Het merendeel van de verdachten in dit onderzoek is dus first offender op het gebied van voetbal gerelateerd geweld. Wel is 55 procent een recidivist op het gebied van geweldsdelicten. Uit tabel 2.25 blijkt dat de leeftijdscategorie 25 tot en met 30 jaar de leeftijdscategorie is, waarin personen met de meeste geweldsantecedenten voorkomen. De leeftijdsgroep 12 tot en met 15 jaar omvat de personen met de minste geweldsantecedenten.Dit is geen opmerkelijke uitkomst, gezien de oudere groep ook meer tijd heeft gehad om antecedenten op te bouwen en meer kans heeft gehad om voor een geweldsdelict gearresteerd te worden. 19 First offenders zijn supporters die bij voetbalwedstrijden voor het eerst door de politie zijn aangehouden. Bron: Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Jaarverslag seizoen 2008-
- Tabel 2.25: Criminele antecedenten in relatie tot leeftijdsklassen Criminele antecedenten Leeftijd in klassen (jaren) 12-15 16-18 19-21 22-24 25-30 31+ Totaal Geen antecedenten 0 4 4 3 5 4 20 Wel antecedenten, maar geen geweld 2 2 1 1 1 2 9 Geweldsantecedenten 0 7 1 7 5 2 22 Voetbal gerelateerd geweld 0 0 1 0 2 2 5 Combinatie voetbal/niet voetbal gerelateerd geweld 0 1 1 2 5 0 9 Totaal 2 14 8 13 18 10 65 Dat het merendeel van de aangehouden verdachten first offender is op het gebied van voetbal gerelateerd geweld, blijkt ook uit gegevens uit het VVS over straf- en civielrechtelijke uitsluitingen. 52 van de 65 aangehouden verdachten hadden niet eerder een stadion verbod gehad. 13 personen hadden eerder een stadionverbod gehad. Opmerkelijk is dat iemand zelfs negen keer een stadionverbod heeft gehad. Op basis van deze gegevens wordt nogmaals geconstateerd dat het merendeel van de verdachten geen recidivist is op het gebied van voetbal gerelateerd geweld. Over de doeltreffendheid van het stadionverbod zeggen deze uitkomsten niets. Tabel 2.26: Overzicht van het aantal civiele uitsluitingen in het verleden Aantal uitsluitingen Aangehouden personen Aantal Percentage 0 52 80% 1 6 9,2% 2 1 1,5% 3 4 6,2% 4 0 0% 5 1 1,5% 6 0 0% 7 0 0% 8 0 0% 9 1 1,5% Totaal 65 100% Hoofdstuk3Conclusies Dit onderzoek ging nader in op de achtergrondkenmerken en het criminele verleden van de aangehouden verdachten bij de ongeregeldheden rond de wedstrijd SC Cambuur Leeuwarden - Roda JC op 3 juni
- Daarbij is gekeken naar een aantal risicofactoren voor (voetbal gerelateerd) geweld: woonsituatie, het opleidingsniveau, het gebruik van alcohol en verdovende middelen, de aanwezigheid van problemen in de gezinssituatie, de betrokkenheid bij voetbal en criminele antecedenten. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het aantal 25 tot en met 30 jarigen oververtegenwoordigd was onder de aangehouden personen. De jongste persoon was 14 jaar en de oudste persoon was 45 jaar ten tijde van de rellen. De gemiddelde leeftijd van de aangehouden verdachten was 24 jaar 4 maanden. De betrokkenen bij voetbal gerelateerd geweld kunnen gerekend worden tot de ‘oudere jongeren’
- Alle aangehouden verdachten waren van het mannelijk geslacht. Een tweede vaststelling had betrekking op de woonsituatie van de verdachten. Driekwart van de aangehouden verdachten (75 procent) woonde in de stad Leeuwarden. Het merendeel van de aangehouden verdachten was afkomstig uit de stad. De overige verdachten waren voornamelijk woonachtig in dorpen ten noorden en zuiden van Leeuwarden. Een derde vaststelling was dat het opleidingsniveau en de arbeidssituatie van de verdachten vrij laag was. 83 procent had een relatief laag opleidingsniveau (lager of middelbaar beroepsonderwijs) en 75 procent verrichtte zwaarder lichamelijk werk. Dit bevestigt hypothese 1: Onder de aangehouden verdachten bij voetbalrellen zijn laagopgeleiden sterker vertegenwoordigd dan hoger opgeleiden. Een vierde vaststelling is dat 55 procent van de verdachten problemen in de gezinssituatie ervoer. Vooral de leeftijdsklasse 16 tot en met18 jaar ervoer problemen met ouders/stiefouders en de leeftijdsklasse 25 tot en met 30 jaar problemen met zichzelf. Voor de problemen in de eerstgenoemde leeftijdsklasse werden verschillende redenen genoemd: psychische problemen bij de ouders, overmatig alcoholgebruik bij de (stief)vader en onhandelbaarheid van de jongere ten opzichte van de ouders. In de leeftijdsgroep 25 tot en met 30 jaar hadden de problemen met name te maken met overmatig gebruik van alcohol en drugs. Een vijfde constatering was dat ruim 83 procent van de aangehouden verdachten onder invloed van alcohol verkeerde gedurende de wedstrijddag. 40 procent van de aangehouden personen was sterk onder invloed van alcohol. Hoewel de meerderheid onder invloed was, werd er geen significant verband gevonden tussen de hoeveelheid drank die de verdachten hebben gedronken en de mate van betrokkenheid bij de rellen. Hypothese 2- het alcohol- en drugsgebruik van de aangehouden verdachten bij voetbalrellen is van invloed op hun betrokkenheid bij de ongeregeldheden - werd niet bevestigd. Ondanks dit resultaat kunnen geen harde uitspraken worden gedaan over de invloed van alcohol- en drugsgebruik op de betrokkenheid van de rellen, gezien de geringe betrouwbaarheid van de gegevens. Een zesde vaststelling was dat 66 procent van de aangehouden verdachten met regelmaat wedstrijden bezocht en 55 procent bezocht uitwedstrijden. Bijna 85 procent van de verdachten was tijdens de rellen aanwezig in het stadion. Geconstateerd wordt dat het merendeel wel degelijk binding heeft met Cambuur, omdat deze personen zowel thuis- als uitwedstrijden op regelmatige basis bezoeken en/of binding hebben met cafés waar supporters elkaar ontmoeten. Ruim eenderde deel van de verdachten noemde als reden voor het handelen: frustratie vanwege het verlies. Hypothese 3 – voetbalvandalisme wordt door niet-voetbalsupporters aangetrokken om strafbare feiten te plegen – wordt niet bevestigd. Het overgrote deel van de aangehouden personen was geen gelegenheidsdader. Wel moet hierbij de nuance worden aangebracht dat niet duidelijk is hoeveel personen buiten het stadion - die niet zijn aangehouden voor de rellen - gelegenheidsdaders waren. Tenslotte werd geconstateerd dat 36 van de 65 personen eerder werd aangehouden voor een geweldsantecedent, dan wel voetbal- als niet voetbal gerelateerd. Hypothese 4 – aangehouden verdachten bij voetbalrellen maken zich ook buiten de context van het voetbal schuldig aan het plegen van geweld - wordt daarmee bevestigd. Hoewel de meerderheid eerdere betrokkenheid heeft gehad bij geweldsdelicten, was het aantal personen dat eerder een voetbal gerelateerd geweldsdelict had gepleegd 22 procent. Ook blijkt uit de cijfers uit het VVS, dat 80 procent van de personen niet eerder een stadionverbod heeft gehad. Gebleken is dat vooral de leeftijdscategorie 25 tot en met 30 jaar de meeste problemen ervaart met het gezag. In deze leeftijdsklasse komen de personen met de meeste geweldsantecedenten voor, zowel voetbal- als niet-voetbal gerelateerd. Deze leeftijdscategorie heeft tevens de meeste problemen met zichzelf en de meeste problemen met alcohol- en drugsgebruik. 20 In het onderzoek 'De bal of de man?' van het IVA Tilburg, wordt dezelfde leeftijdcategorie gevonden en worden personen uit deze leeftijdsgroep tot 'oudere' jongeren gerekend. Literatuur Adang, O. Hooligans, autonomen, agenten. Geweld en politieoptreden in relsituaties, Alphen aan den Rijn: Samsom,
- Auditcommissie Voetbalvandalisme. Ongeregeldheden rond de wedstrijd SC Cambuur Leeuwarden – Roda JC op 3 juni
- Den Haag, oktober
- Bieleman, B., C. Hoogeveen, G. Meijer, e.a. Voetbalgeweld of uitgaansgeweld? Onderzoek rellen Groningen-Sparta. Groningen: Stichting Intraval/Rijksuniversiteit Groningen, mei
- Bogaerts, S., A.C. Spapens en M.Y. Bruinsma. De bal of de man? Profielen van verdachten van voetbal gerelateerde geweldscriminaliteit. Tilburg: IVA,
- Bol, M. en C. van Netburg. Voetbalvandalen/voetbalcriminelen. Den Haag: Ministerie van Justitie, WODC,
- Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Jaarverslag seizoen 2008-
- Crisis Onderzoek Team (COT). Voetbal en geweld. Onderzoek naar aanleiding van rellen en plunderingen bij een huldiging in Rotterdam (25 april 1999). Alphen aan de Rijn: Samsom:
- Graaf de, A. Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Bevolkingstrends 53