Verordening op de Rekenkamercommissie Gemeente HoutenDe raad van de gemeente Houten; gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening op de Rekenkamercommissie Gemeente Houten Artikel1Begripsbepalingen In deze Verordening wordt verstaan onder: de commissie: de rekenkamercommissie volgens het directeursmodel (bestaande uit één lid die tevens directeur is); de raad: de gemeenteraad; het college: het college van burgemeester en wethouders; de gemeente : de gemeente Houten; de audit- en rekeningcommissie: de commissie als bedoeld in de Verordening audit- en rekeningcommissie. Artikel2Taak van de Rekenkamercommissie 1.Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie. De commissie heeft één lid, tevens directeur. 2.De commissie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door gemeentebestuur gevoerde beleid. In dit verband wordt verstaan onder: a.doelmatigheid: het streven om met een zo gering mogelijke inzet van middelen een bepaald resultaat te bereiken dan wel met een bepaalde inzet van middelen een optimaal resultaat te bereiken; b.doeltreffendheid: de mate waarin met de geleverde prestaties de gestelde doelen of beoogde maatschappelijke effecten worden bereikt; c. rechtmatigheid: het voldoen aan wettelijke kaders en regelgeving. 3.De commissie brengt van ieder onderzoek een eindrapportage, desgewenst voorzien van aanbevelingen, uit aan de raad. 4.De commissie brengt elk jaar voor 1 februari een verslag uit aan de Raad over haar werkzaamheden in het voorafgaande jaar en legt daarbij tevens verantwoording af over de besteding van het budget. Artikel3Samenstelling, benoeming en zittingsduur 1.Aan de commissie wordt leiding gegeven door de directeur rekenkamercommissie, die door de raad van buiten de kring van zijn leden wordt aangewezen voor een periode van twee jaar. De directeur kan door de raad worden herbenoemd voor een gelijke periode. 2.De directeur legt, alvorens zijn werkzaamheden aan te vangen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 81g lid 1 van de Gemeentewet de eed of belofte af. 3.De directeur draagt zorg voor het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. 4.De directeur is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag. 5.De directeur is geen ambtenaar in de zin van het ambtenarenreglement voor zover dit ondergeschiktheid impliceert. Artikel4Einde van het lidmaatschap Het lidmaatschap van de directeur eindigt: Op eigen verzoek; Bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; Wanneer de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; Indien de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; Indien de directeur vanwege langdurige afwezigheid niet in staat is zijn functie naar behoren te vervullen; Indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de directeur van de commissie te vervullen; aan het eind van de benoemingstermijn. Artikel5Verboden handelingen 1.Het is de directeur van de commissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel15van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de directeur, een directeur die heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan. 2.De directeur van de commissie is niet werkzaam bij een bedrijf dat opdrachten uitvoert van de gemeente of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, dan wel heeft geen andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de gemeente zouden kunnen schaden. 3.De directeur van de commissie overlegt aan de raad elk half jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die hij op dat moment vervult. Artikel6De audit- en rekeningcommissie 1.De directeur van de commissie overlegt voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma, tijdens de uitvoering van de onderzoeken en over de communicatie over de onderzoeken met de audit- en rekeningcommissie. 2.De frequentie van deze overleggen wordt onderling afgestemd. Artikel7Onderwerpselectie 1.De commissie maakt een inventarisatie van onderwerpen, die in aanmerking komen voor een onderzoek, na een jaarlijkse ronde van consultatie bij alle raadsfracties. 2.Ook de gemeenteraad, raadsfracties en inwoners van de gemeente Houten kunnen onderwerpen aangegeven. 3.De directeur van de commissie kiest beargumenteerd zelf de onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. Ter bepaling van zijn keuze kan de directeur een vooronderzoek (laten) instellen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.