Beleidsregels Kostendelersnorm 2015.1Beleidsregels Kostendelersnorm 2015.1 Betreffende de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemeen 2 Hoofdstuk II Commerciële prijs 2 Hoofdstuk III Inkomstenkorting bij huur of kostganger 3 Hoofdstuk IV Verlaging bijstandsnorm 3 Hoofdstuk V Aanvulling bijzondere bijstand 4 Hoofdstuk VI Slotbepalingen 4 Toelichting 5 Hoofdstuk1Algemeen ArtikelIBegripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 Participatiewet. Participatiewet: de Participatiewet met inbegrip van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). 3.De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet is niet van toepassing bij tijdelijk verblijf in vrouwenopvang of begeleidwonenprojecten. HoofdstukIICommerciële prijs Artikel2Commerciële prijs Onder commerciële prijs als bedoeld in artikel 19a Particpatiewet en artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ wordt verstaan: voor kale huur het bedrag van minimaal de basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag. voor all-in huur, waarin water- en energielasten zijn inbegrepen, een bedrag van minimaal €300,- per maand. Voor een kostganger minimaal het bedrag onder sub b vermeerderd met € 292,- per maand voor voedingskosten. Het bedrag genoemd in het tweede lid wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor deStatistiek. Het bedrag wordt naar beneden afgerond op hele euro’s. e.Het bedrag genoemd onder sub c is afgeleid van de Recofa-richtlijn voor maaltijden en wordt jaarlijks bijgesteld, met een afronding naar beneden op hele euro’s. HoofdstukIIIInkomstenkorting bij ontvangst huur of kostgeld Artikel3Inkomsten huur en kostgeld 1.De inkomsten uit verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 63,00 per maand. 2.De inkomsten van een kostganger, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 355,00 per maand. 3.Het vrijlatingsbedrag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de regels in hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijn, met een afronding naar boven op hele euro’s. HoofdstukIVVerlaging bijstandsnorm Artikel4Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten 1.De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet, indien geen woning wordt bewoond of indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden. 2.Het bedrag uit het vorige lid wordt afgerond naar beneden op hele euro’s. 3.De verlaging geldt niet voor de belanghebbenden die een uitkering ontvangen op grond van de artikelen 20 en art. 22a Participatiewet. 4.Woonkosten: bij een huurwoning, rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; bij een eigen woning, de verschuldigde hypotheekrente, de als eigenaar te betalen zakelijke lasten en een vast bedrag voor onderhoud. 5.Onder woonsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de situatie waarbij: een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden; een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten door derden worden voldaan; geen woning wordt bewoond. 6.Indien een dakloze aangeeft wel woonkosten te hebben, zoals kosten voor opvang, is het aan belanghebbende om dit aan te tonen via bewijsstukken. In dat geval kan het college besluiten de verlaging vast te stellen op 10% van de gehuwdennorm als bedoeld in het eerste lid. 7.Voor personen die in het Verdihuis verblijven geldt geen verlaging. 8.Dit artikel geldt niet voor IOAW en IOAZ. HoofdstukVAanvulling bijzondere bijstand Artikel5Bijzondere bijstand bij noodzakelijk uitwoning 1.De jongere tot 21 jaar die door omstandigheden als bedoeld in artikel 12 Participatiewet, niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders, komt in aanmerking voor aanvullende bijzondere bijstand voor de algemene bestaanskosten. 2.De in het vorige lid bedoelde aanvulling bedraagt het verschil tussen de toepasselijke norm voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder als bedoeld in artikel 21 Participatiewet en de toepasselijke jongerennorm als bedoeld in artikel 20 Participatiewet. 3.Bij bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de woonsituatie overeenkomstig de regels van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet. 4.Dit artikel geldt niet voor IOAW en IOAZ. HoofdstukVISlotbepalingen Artikel6Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarindeze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel7Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werkenterug tot en met 1 januari 2015, behoudens situaties waarbij sprake is van negatievegevolgen voor de belanghebbende. 2.Deze beleidsregels vervangen de eerder door B&W op 24 maart 2015 vastgestelde beleidsregels. 3.Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels kostendelersnorm 2015.1”. Toelichting op de beleidsregels kostendelersnorm 2015.1 Artikel 1. BegripsbepalingenDit artikel bevat de begripsbepalingen die op deze beleidsregels van toepassing zijn. Bij tijdelijk verblijf is de kostendelers norm niet van toepassing Staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft bij brief van 19 december 2014 de Tweede Kamer geïnformeerd over onder andere de toepassing van de kostendelersnorm bij verschillende woonvormen. Bij tijdelijk verblijf in vrouwenopvang of begeleidwonenprojecten, is de kostendelersnorm van artikel 22a Participatiewet niet van toepassing, omdat men daar geen hoofdverblijf heeft. Dat betekent dat voor personen die verblijven in het Verdihuis of een begeleidkamerwonenproject van het Verdihuis de kostendelersnorm niet van toepassing is. Artikel 2 Commerciële prijs Uitwerking van het begrip commerciële prijs is nodig in relatie tot de uitvoering van de kostendelersnorm. Die speciale rekenregels gelden namelijk niet voor personen die op een commerciële basis in dezelfde woning wonen. Wanneer is er sprake van een commerciële relatie?Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definitie van de CRvB, namelijk: De belanghebbende kan de zakelijke relatie aantonen met een zakelijke overeenkomst, waarbij de wederzijdse rechten en plichten geregeld zijn en nauwkeurig zijn afgebakend. De belanghebbende kan betalingen aantonen (bankafschriften/ bewijs kasstortingen afgelopen 3 maanden) Het college mag een schriftelijk contract verlangen Uit het contract moeten de periodieke prijsverhogingen blijken. Het is van belang dat daar waar nodig de verklaringen van belanghebbende aan de hand van bewijsstukken getoetst worden. Dat zijn contracten, betalingsbewijzen, kwitanties of bankafschriften. De commerciële huurprijs moet in verhouding staan tot de geleverde prestaties en datgene wat in het commerciële verkeer gebruikelijk is. Wanneer is er sprake van een commerciële huurprijs?Het bedrag van de commerciële ‘kale’ huurprijs is het bedrag van de basishuur, zoals omschreven in de wet op de Huurtoeslag. In deze huur zijn begrepen de elementen die voor het bepalen van het recht op huurtoeslag meetellen. De normhuur is het bedrag dat voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag bij een inkomen op bijstandsniveau voor eigen rekening blijft. Hieruit blijkt dat de basishuur als ondergrens voor de commerciële (kale) huur kan worden gehanteerd. Voor een commerciële prijs van all-in huur is dit geen passende maatstaf. Die bevat immers energielasten en water. Op basis van eigen lokaal onderzoek onder de particuliere verhuurders is de ondergrens voor all-in huur bepaald op € 300,- per maand. Voor een lagere prijs is onder normale omstandigheden geen woonruimte te verkrijgen. Individuele omstandigheden die afwijking rechtvaardigenDe commerciële prijs is een richtprijs. Afwijking naar beneden is mogelijk als duidelijk is dat door de individuele omstandigheden een lagere prijs is overeengekomen. Met andere woorden: in de concrete situatie is er sprake van een commerciële prijs. Dit is een maatwerkbeoordeling door de consulent. Dat kan bijvoorbeeld zijn in het geval van een anti-kraakcontract dat is afgesloten met een beheerstichting. De overeengekomen huurprijs is dan in de regel lager dan het normbedrag. Dat komt omdat de voorwaarden minder gunstig zijn. Een lagere prijs is in dat geval een commerciële prijs. Voor de kostendelersnorm telt de belanghebbende dan niet mee. Ander voorbeeld is als de huurprijs net onder het vastgestelde normbedrag ligt. Het kan zijn dat de woonruimte in slechte staat verkeerd of veel minder voorzieningen heeft dan gebruikelijk. Dit vraagt om een individuele beoordeling in het concrete geval. Wanneer is er sprake van een commerciële prijs voor kostgangers?Een kostganger is een soort huurder-plus. De prijs zou dus meer moeten bedragen dan de commerciële huurprijs. Er wordt namelijk ook nog een bedrag betaalt voor gebruik van de maaltijden. Bij het berekenen van de commerciële prijs voor kostgangers is aangesloten bij hoofdstuk 4.9 van de Recofa-richtlijnen. Genoemde richtlijnen zijn ontwikkeld en worden onderhouden door de werkgroep rekenmethode ‘Vrij te laten bedrag’ van Recofa. Recofa is de werkgroep rechters-commissarissen in insolventies. Volgens genoemde richtlijnen kan €9,60 per dag in rekening worden gebracht voor het gebruik van maaltijden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.