VTH-beleid gemeente Etten-Leur1.Inleiding 1.1 Achtergrond, aanleiding en leeswijzer 1.1.1Achtergrond en aanleiding Voor u ligt het VTH-beleid van de gemeente Etten-Leur. Met dit beleid wordt aangeslot
§ 3.2.1.
Dit zal verdere integratie van aspecten met zich meebrengen, zoals milieu en brandveiligheid. Het doel van de Omgevingswet is meer ruimte voor maatwerk, minder regels, minder onderzoekslasten en toetsingskaders. Dit heeft gevolgen voor de werkzaamheden op het gebied van vooral ruimtelijke ordening, bouwen, milieu en brandveiligheid. Welke gevolgen is nu nog niet bekend. Verder zal gestuurd worden op deregulering en doelvoorschriften. Dat geeft meer ruimte aan bijv. bedrijven om eisen in te vullen. Meer vrijheid betekent ook meer maatwerk en overleg en kost daardoor meer tijd. Wel is duidelijk dat een aantal ontwikkelingen vanuit de Omgevingswet van invloed kan zijn op de prioritering van en capaciteit voor deze vergunnings-, toezichts- en handhavingsactiviteiten. Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als cybercrime, drugshandel en -productie, mensenhandel, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. Bij ondermijnende criminaliteit is vaak sprake van verwevenheid van de onderwereld met de bovenwereld. Ondermijnende criminaliteit is niet altijd zichtbaar maar heeft wel zichtbare gevolgen voor de Nederlandse burger. Verloedering op straat, verwaarlozing van panden, mensenhandel, drugshandel en afpersing leiden tot problemen in de maatschappij. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak. De integrale aanpak en samenwerking zijn gericht op de inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Onderdeel van deze integrale aanpak is de bestuurlijke aanpak. Binnen de bestuurlijke aanpak neemt het openbaar bestuur maatregelen die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de geïntegreerde aanpak. Hieraan werken, op basis van gelijkwaardigheid, verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, OM, belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot fiscaal- of strafrechtelijk optreden. De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er bij aanvraag van een vergunning vermoedens zijn van misbruik, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren. Zo wordt getracht te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. De Wet Bibob wordt meer en meer toegepast, ook op het terrein van het omgevingsrecht. Knelpunten Informatie-uitwisseling tussen de diverse opsporende en toezichthoudende instanties is alleen binnen de wettelijke kaders mogelijk. Uitbreiding van de beleidsterreinen waarop de Wet Bibob van toepassing is vraagt capaciteit, expertise, kennis en kunde, wat gevolgen heeft voor de inzet en capaciteit voor met name het team VTH-Wabo. Doelen Implementatie van de Omgevingswet. Actie: Overeenkomstig de notitie “Een dynamisch plan van aanpak voor de De6” de Omgevingswet op een goede en overwogen manier te implementeren. Voorkomen misbruik vergunningen. Actie: Toepassen van de bevoegdheden uit de Wet Bibob in relatie tot het gemeentelijk beleid dienaangaande. Vergroten awareness. Actie: Om het onderwerp ondermijning beter op het netvlies te krijgen is het noodzakelijk om het onderwerp goed weg te zetten in de gemeentelijke organisatie. Daarbij is het belangrijk de bewustwording binnen de organisatie te vergroten. Door middel van themasessies, trainingen en dergelijke wordt de hele organisatie meegenomen in dit onderwerp. Doel daarvan is: om de urgentie van ondermijning te voelen; om awareness te vergroten; om te begrijpen dat dit alle teams raakt; om te beseffen dat we daar organisatiebreed mee aan de slag moeten. Vervolgstap is de borging. De lokale aanpak van ondermijning krijgt immers pas effect als het onderwerp stevig verankerd is in de gemeentelijke organisatie. Dat vraagt om structurele aandacht. Adequate informatie-uitwisseling op dossierniveau. Actie: Voor zover nog niet van toepassing, daar waar nodig voor goede bestuursrechtelijke opvolging van dossiers, met ketenpartners convenanten te sluiten om te voorzien in een goede informatie-uitwisseling. Uiteraard binnen de wettelijke mogelijkheden, zoals de Wet bescherming persoonsgegevens. Bestrijding van de ondermijnende criminaliteit. Actie: Met ketenpartners worden integrale controles voorbereid en uitgevoerd. Het betreft hier gezamenlijk toezicht op zogenaamde vrijplaatsen en daarnaast het uitvoeren van aangekondigde en onaangekondigde (integrale) controles van panden / percelen in het kader van de planmatige aanpak van bedrijventerreinen c.q. complexen met bedrijven en/of thema’s. Daarnaast zijn er nog andere acties met betrekking tot georganiseerde criminaliteit die extra capaciteit zullen vragen, waar de impact nu nog niet van is in te schatten. Bouw (inclusief sloop, asbest en ruimtelijke ordening) De volgende ontwikkelingen, knelpunten en doelen hebben betrekking op het brede terrein van bouwen. Ontwikkelingen Er is een aantal ontwikkelingen waarvan op voorhand nog niet duidelijk is wat de impact op de (capaciteit van de) vergunningverlening, toezicht en handhaving is. De gevolgen van deze ontwikkelingen, zoals de komst van de Omgevingswet zullen de komende jaren duidelijk worden en nauwlettend worden gevolgd. Wel is duidelijk dat een aantal ontwikkelingen van invloed kan zijn op de prioritering en capaciteit van onze vergunnings-, toezichts- en handhavingsactiviteiten. Dit zijn onder andere: De impact van de De6 samenwerking op het gebied van de activiteit bouwen. Samenwerking biedt een meerwaarde. Kwaliteit en uniformiteit worden versterkt en is sprake van een efficiencyvoordeel. De impact van de privatisering van de bouwtoets. Zie hierover ook § 3.2.2. De verwachting is dat hiermee op termijn minder werkzaamheden bij vergunningen worden verricht. Het zou kunnen betekenen dat er meer werkzaamheden in het toezicht van bestaande situaties nodig is. Bij grotere risico’s en kwetsbare functies zijn er redenen om de betrokkenheid van het bevoegd gezag te behouden. Vergunningsvrij bouwen.
§ 3.2.3.
Door wijziging van het Bor (Bijlage II) heeft een verruiming en aanpassing van het vergunningsvrije bouwen plaatsgevonden. Daardoor worden minder vergunningsaanvragen voor de activiteit bouwen ingediend. Omdat locaties van vergunningsvrij bouwen op voorhand niet bekend zijn, zal er meer tijd besteed moeten worden aan communicatie en informatieverstrekking. In de Erfgoedwet, zie hierover ook § 3.2.4. is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. In de Erfgoedwet is een instandhoudingsverplichting opgenomen voor Rijksmonumenten. In 2018 zal de nieuwe Erfgoedverordening voor vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. In deze nieuwe verordening is ook een instandhoudingsverplichting opgenomen voor gemeentelijke monumenten. Indien de gemeenteraad hiermee akkoord gaat, zal in 2018 de instandhoudingsverplichting dus ook gelden voor gemeentelijke monumenten. Het aankomende decennium zal er sprake zijn van een vraaggerichte woningmarkt die meer en meer in het teken zal staan van inbreiding en transformaties binnen de bestaande woningvoorraad. De bestaande voorraad en het huidige leegstaande vastgoed spelen echter meer dan voorheen ook een rol in het bepalen van de programmering. Vanuit eigenaren van leegstaand vastgoed komt ook steeds meer de vraag of zij het vastgoed (tijdelijk) voor andere doeleinden mogen gebruiken dan is geregeld in het bestemmingsplan om zo leegstand te voorkomen. Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen. Het verbod beschermt mens en milieu tegen de gezondheidsrisico’s die blootstelling aan asbest met zich mee kan brengen. Energietransitie in de bebouwde omgeving, het energieneutraal maken van bestaande gebouwen. Knelpunten Een aantal onderwerpen in bestemmingsplannen leidt tot discussie, met name speelt hierbij de vraag: waar mag een pand al dan niet voor gebruikt worden. In sommige situaties wordt de mogelijkheid om medewerking te verlenen beperkt (door de wijze van bestemmen). In andere gevallen wordt de mogelijkheid om minder gewenste ontwikkelingen tegen te gaan beperkt (door de wijze van bestemmen c.q. de (achterhaalde) toegekende bestemming). Het op peil houden van het kennisniveau van medewerkers met betrekking tot ontwikkelingen en wetswijzigingen vraagt tijd, aandacht en financiële middelen. Vanwege verdergaande deregulering (steeds meer vergunningsvrij) is er een toename aan informatieverstrekking aan externe en interne klanten, al dan niet via bouwinfo@etten-leur.nl of inloopmomenten. Er is (nog) niet bepaald welke capaciteit nodig is voor adequaat toezicht op bestaande bouw. Gemeenten moeten toezien dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze, naar verwachting, voor 2024 verwijderen. Dit zal extra capaciteit vragen zowel aan de vergunningkant als de toezichtskant. Daarnaast is niet bekend waar nog asbestdaken aanwezig zijn. Door deregulering wordt steeds meer vergunningvrij. Dit betekent een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht. Dit vraagt weer extra toezichtscapaciteit. De in de Erfgoedwet opgenomen instandhoudingsverplichting voor Rijksmonumenten houdt in dat een eigenaar ervoor moet zorgen dat het monument zodanig wordt onderhouden dat de instandhouding van het object en de monumentale bouwkundige elementen gewaarborgd is. Als de gemeenteraad akkoord gaat met de in de nieuwe Erfgoedverordening opgenomen instandhoudingsverplichting voor gemeentelijke monumenten, gaat deze verplichting medio 2018 ook gelden voor gemeentelijke monumenten. De gemeente dient daarop toe te zien, wat gevolgen heeft voor de inzet en capaciteit van de toezichthouders. Afstemming tussen uitvoering Wet Bag en uitvoering Wabo. Hoge inzet op uitvoering wet Bag betekent extra druk op toezicht bij VTH. Handhaving in het buitengebied heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Hierdoor heeft het toezicht en de handhaving binnenstedelijk minder aandacht gekregen. Doelen Flexibelere bestemmingsplannen Actie: Bij het opstellen c.q. actualiseren van bestemmingsplannen rekening houden met de hierboven bij knelpunten beschreven situaties. Bij het opstellen/actualiseren zal de belangenafweging plaatsvinden in hoeverre het al dan niet wenselijk is dat een bepaalde bestemming wordt aangepast. Medewerkers zijn voortdurend op de hoogte van ontwikkelingen en wetswijzigingen. Actie: Bij jaarlijks op te stellen opleidingsplan blijvend voor medewerkers capaciteit inplannen voor op peil houden van kennis met betrekking tot ontwikkelingen en wetswijzigingen. Voldoende capaciteit voor informatieverstrekking Actie: Vanaf 2018: rekening houden met capaciteit voor informatieverstrekking in urenramingen. Bestaande bebouwing voldoet aan alle van toepassing zijnde wet en regelgeving. Actie: Bepalen welke bebouwing hieronder valt en vervolgens inventariseren en de benodigde capaciteit voor toezicht te bepalen. Adequaat toezicht op de naleving van de verplichting voor eigenaren van gebouwen om voor, naar verwachting, 2024 asbesthoudende dakbedekking te verwijderen. Actie: Projectmatig benaderen van deze verplichting, aanpak en uitvoering. Eigenaren van monumenten stimuleren om hun monument zodanig te onderhouden dat de instandhouding van het monument en de monumentale bouwkundige elementen gewaarborgd is en hierop toezicht houden. Actie: het uitvoeren van een 0-meting met betrekking tot de staat van de monumenten. Actie: In de urenramingen rekening houden met capaciteit toezicht om uitvoering te geven aan de instandhoudingsverplichting. Actie: eigenaren van gemeentelijke monumenten actief informeren over de mogelijkheden van een collectief abonnement op de Monumentenwacht Noord-Brabant en andere subsidiemogelijkheden om onderhoud te stimuleren. De verwachtingen qua uitvoeringsniveau van de Wet Bag en de Wabo beter op elkaar afstemmen. Actie: Medewerkers van de Wet Bag en VTH Wabo stemmen verwachtingen in de uitvoering op elkaar af. · Een passende woningvoorraad in de zin van duurzaam (o.a. energiezuinig). Actie: in beeld brengen wat het huidige peil is en dit monitoren Binnen De6 samenwerking zorgen voor kwaliteit, doelmatigheid en professionaliteit van de taakuitvoering met behoud van de identiteit van elke gemeente. Actie: Uitwerking geven aan het door alle colleges vastgestelde samenwerkingsplan. Per 1 september 2018 vindt een eerste evaluatie van de samenwerking plaats. Het bevorderen van duurzaam bouwen en verbouwen van woningen en bedrijven. Actie: uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal convenant duurzaam bouwen en burgers en bedrijven stimuleren. Het bevorderen van dementievriendelijk bouwen en verbouwen. Actie: Bezien hoe we dementievriendelijk (ver)bouwen vanuit de voorkant kunnen stimuleren. Milieu (inclusief externe veiligheid) en Duurzaamheid Ontwikkelingen Afgesproken is dat de gemeente in 2050 energieneutraal is, samen met het klimaatbeleid (inclusief klimaatadaptatie) zal dit binnen het VTH domein vragen voor extra capaciteit. De onderwerpen bodem en geluid zullen met een aanvullingswet in de Omgevingswet worden opgenomen. In de conceptversie zijn een aantal zaken opgenomen die mogelijk tot meer werk voor de gemeente Etten-Leur betekenen: Het zonebeheer van het bedrijventerrein Vosdonk blijft bij de gemeente liggen. De provincie kan wel instructieregels opleggen, maar het niet zelf uitvoeren. Dit is momenteel wel overgedragen. Monitoring van de geluidsbelasting van lokale wegen wordt verplicht. De gemeente beschikt over een gemeentelijke geluidskaart
(2013), die met enige regelmaat wordt geactualiseerd. Wijzigingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer en activiteitenregeling milieubeheer,
§ 3.2.5 .
In januari 2016 is de vierde tranche van het Activiteitenbesluit in werking getreden. Onder meer betekent dit dat verschillende vergunningsplichtige groepen bedrijven onder het Activiteitenbesluit zijn komen te vallen. Dit heeft invloed op het aantal te verwachten vergunningsaanvragen en het aantal te verwachten meldingen. Ook gaat een aantal Besluiten en regelingen op in het Activiteitenbesluit. Per bedrijf zal bij aanvang van toezicht bekeken moeten worden welke artikelen voor hen van toepassing zijn. Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). De EED is in 2012 door de Europese Commissie vastgesteld en in 2015 vertaald naar landelijke regelgeving. De EED betreft een wettelijke verplichting voor grote ondernemingen om een keer per vier jaar een energieaudit uit te voeren en de rapportage voor toetsing aan het bevoegd gezag aan te bieden. In 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden,
§ 3.2.6.
Dit leidt er toe dat een aantal taken aan gemeenten worden overgedragen. Gemeenten moeten namelijk beoordelen of ook natuuronderdelen moeten worden aangevraagd en onderzoeken of een omgevingsvergunningaanvraag volledig is en als dat niet het geval is vragen om aanvulling van de aanvraag (signaleringsrol). Deze toets zullen gemeenten straks bij iedere omgevingsvergunningaanvraag moeten verrichten. Voor de beoordeling vergt dit toegankelijke informatie over de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. In de Beleidsvisie Externe veiligheid zijn de beleidslijnen voor de omgang met externe veiligheid binnen vergunningverlening en ruimtelijke ordening weergegeven. De gemeente wil daarbij een veilige werk- en leefomgeving bieden waarbij ambities worden gekoppeld aan de functie van het gebied. De veiligheidsketen wordt als een uitgangspunt gehanteerd. Knelpunten Op het gebied van klimaatbeleid en het energieneutraal maken van de bebouwde omgeving zullen we nog extra stappen moeten zetten De afstemming van de processen met de OMWB en de integrale benadering blijven aandachtspunten. Bij het behandelen van ingekomen meldingen wordt te weinig relatie gelegd met bestemmingsplannen. Hierdoor krijgen bedrijven een positieve bevestiging van de milieumelding, maar er kan een mogelijke strijdigheid zijn met het bestemmingsplan zonder dat dit gesignaleerd wordt. Bij de OMWB is hiervoor nog onvoldoende aandacht. Er is te weinig aandacht en mogelijkheden voor implementatie nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuw type bedrijven en energiebezuinigingen, benutten restwarmte. · Bedrijfsverzamelgebouwen blijven door het wisselend gebruik aandacht vragen. De Wet natuurbescherming haakt aan bij de Wabo procedure. Op dit moment ontbreekt een goed inzicht in de aanwezigheid van beschermde soorten in het stedelijke gebied. Dit maakt de signaleringsrol lastig. Het is vanuit de signaleringsrol wenselijk dat een inventarisatie wordt uitgevoerd. Daarnaast zullen gemeenten vaker aan de lat staan om handhavend op te treden. De handhavingstaak berust bij het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Dat zal in de regel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doelen Verbeteren van samenwerking en uitwisseling informatie met toezichtpartners (o.a. douane, marechaussee etc.). Actie: Voor milieu en duurzaamheid zal dit vooral via de integrale controles en via het toezicht door de OMWB geschieden. Bedrijven nemen eigen verantwoordelijkheid voor veiligheidscultuur. Actie: De meeste bedrijven pakken die eigen verantwoordelijkheid, daar waar het niet gebeurt zal dit via het toezicht door de OMWB op ingezet worden. De OMWB zullen we verzoeken om hiernaar te handelen. De veiligheid van de leefomgeving bevorderen door slimmer om te gaan met informatie. Actie: Dit betreft met name het bijhouden van de risicokaart (door de OMWB). De bodemkwaliteit wordt gekoppeld aan de functie (natuur, wonen en industrie/infrastructuur). Actie: Dit is bestaand beleid, hierop hoeven geen nadere actie te worden ondernomen. Bij de VTH-taken geldt het uitgangspunt dat geen verslechtering van de bodemkwaliteit wordt toegestaan (‘Stand-still-beginsel’). Actie: Dit wordt meegenomen bij de vergunningverlening en het toezicht op bedrijven. Het VTH-instrumentarium wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de reductiedoelstellingen voor CO
- Actie: De OMWB zal bij het toezicht nadrukkelijker op het aspect energiebesparing moeten toezien. Het VTH-instrumentarium wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan het energieneutraal maken van de gemeente in
- Actie: Het toezicht op energiebesparing bij bedrijven zal meer aandacht krijgen. Een goede beoordeling van bouwplannen op de energieprestatienormen. Het VTH-instrumentarium zal daar waar mogelijk worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de doelstellingen voor lokaal opgewekte duurzame energie.Actie: We zullen bedrijven en burgers moeten stimuleren om duurzame energie op te wekken. Het VTH instrumentarium wordt daarbij gezien als de stok achter de deur. Het VTH instrumentarium moet ten dienste staan aan en goede leef- en woonomgeving. Hierbij past – vooruitlopend op de Omgevingswet - een integrale benadering. Actie: Voorkomen moet worden dat zaken sectoraal worden bekeken vanuit een enkele regel. Vooruitlopend op de Omgevingswet zullen we moeten inzetten op een meer integrale benadering en vanuit het belang van een goede leefomgeving. In beeld brengen aanwezigheid van beschermde soorten. Actie: Er is een voornemen tot het opstellen van een Soortmanagementplan (SMP). Hiervoor is het nodig dat het gehele gebied van Etten-Leur een inventarisatie wordt uitgevoerd zodat inzicht ontstaat in het voorkomen. Daarna kunnen pro-actief op relevante plaatsen mitigerende maatregelen (zoals nestkasten ed) worden geplaatst om daarmee het voortbestaan van beschermde populaties op voorhand veilig te stellen. Verder zullen er werkprotocollen worden opgesteld. (Brand)veiligheid Ontwikkelingen Op 1 januari 2018 treedt het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen in werking. Knelpunten De invoering van het basistakenpakket van de Brandweer zorgt ervoor dat bepaalde bouwwerken op een andere manier worden gecontroleerd. Er wordt nog veel geregeld vanuit toezicht en handhaving en te weinig vanuit preventie. Inzet van communicatie is hierbij belangrijk. Het is nog onduidelijk welke impact het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen heeft op de capaciteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Doelen Alle plaatsen als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s binnen de gemeente moeten voldoen aan de in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen gestelde eisen. Actie: In beeld brengen consequenties Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Actie: In beeld brengen over welke plaatsen het gaat. Inwoners bewust maken van brandveiligheidsrisico’s (preventie). Actie: Brandpreventie d.m.v. bewustwording. Maar ook voorlichting na een brand met impact op de omgeving, waarbij informatie wordt gedeeld over de risico’s van brand, het voorkomen van brand en wat te doen bij brand. Algemene plaatselijke verordening en Bijzondere Wetten Ontwikkelingen Vanwege verschuiving van taken van politie naar gemeente wordt meer inzet verlangd van de boa’s (oa. verkeer, burenruzie’s, jeugdoverlast, dierenoverlast e.d.). Als gevolg van een aantal incidenten in het land tijdens evenementen is veiligheid bij evenementen hoog op de bestuurlijke agenda gekomen. Ook in de vergunningverleningsfeer is er nadrukkelijk aandacht voor veiligheid. Samen met evenementenorganisaties wordt er aan gewerkt om het niveau van het veiligheid- en calamiteitenplan te verbeteren. Het alcohol gebruik onder jongeren heeft de laatste jaren meer landelijk aandacht gekregen o.a. door meer aandacht voor de gezondheidsaspecten. In het gemeentelijk preventie –en handhavingsplan alcohol wordt hier aandacht aan gegeven. De Prostitutiewet moet nog worden vastgesteld door de Eerste Kamer. Naar verwachting treedt de wet in 2018 in werking. De uitkomsten van de Projectgroep verruiming gebruik van maatschappelijk vastgoed kunnen aanleiding geven tot bijstelling van de gebruiksmogelijkheden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2016 een belangrijke uitspraak gedaan over de wijze waarop de overheid dient om te gaan met het verlenen van zogenaamde schaarse vergunningen. De verdelingsprocedure, aanvraagtijdvak en toe te passen criteria voor het beoordelen van vergunningaanvragen dienen – wanneer sprake is van een schaarse vergunning – vooraf transparant en duidelijk te zijn. Ook mogen schaarse vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd worden verleend. Om te voldoen aan deze nieuwe in de rechtspraak gestelde eisen dient nog beleid ontwikkeld te worden. Knelpunten Het naleefgedrag bij alcoholtoezicht is ondermaats, alcoholverstrekkers onderschatten en negeren de regels. Het toetsingskader voor de veiligheidsaspecten bij het verlenen van evenementenvergunningen is onvoldoende geborgd. In wijkgebouwen en bij sportverenigingen vinden regelmatig activiteiten plaats die in strijd zijn met regelgeving. Toename klachten over geluidoverlast die veroorzaakt wordt door horecabedrijven en evenementen. Geen eenduidige begripsomschrijvingen horeca en detailhandel in bestemmingsplan en APV. Groot aantal klachten over overlast en kleine ergernissen in het openbaar gebied. Te weinig fte’s voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Voor een goede/efficiënte uitvoering van de Apv is het noodzakelijk om uitvoeringsbesluiten vast te stellen. Het ontbreekt aan capaciteit om deze uitvoeringsbesluiten op te stellen. Doelen Een geborgd toetsingskader evenementenveiligheid Actie: Het opnemen van een toetsingskader veiligheid in de evenementennota. Voorkomen drankmisbruik Actie: Continueren inzet op controles Horeca en voortzetten preventie-activiteiten ter uitvoering van het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol Etten-Leur. Actie: Conform de Drank- en Horecawet om de vier jaar een preventie- en handhavingsplan vaststellen Nader onderzoeken naar mogelijkheden verruiming gebruik maatschappelijk vastgoed Actie: Het eventueel feitelijk doorvoeren van de uitkomsten van het onderzoek. Medewerkers zijn voortdurend op de hoogte van ontwikkelingen en wetswijzigingen. Actie: Bij het jaarlijks op te stellen opleidingsplan medewerkers inplannen voor het op peil houden van kennis met betrekking tot ontwikkelingen en wetswijzigingen. Bestemmingsplan en Apv op elkaar laten aansluiten met betrekking tot definitie ”Horeca”. Actie: aanpassen regels in bestemmingsplannen. Verminderen geluidoverlast bij horeca en evenementen. Actie: terugbrengen overlast en naleving geluidvoorschriften verhogen door middel van communicatie, vergunningverlening, controle (uitvoeren metingen) en handhaving. Het verminderen van klachten over overlast en kleine ergernissen in het openbaar gebied. Actie: het structureren en organiseren van het preventief en repressief toezicht en handhaving in het openbaar gebied. Het bestuurlijk slagvaardig kunnen optreden bij woonoverlast. Actie: het opstellen van beleid conform de Wet aanpak woonoverlast en Apv. Capaciteit op peil brengen. Actie: meer inzet op uitbreiden fte’s. Aansluiten met het gemeentelijke prostitutiebeleid bij het landelijke beleid Actie: Na invoering van de nieuwe wet zal bekeken worden of ons huidig beleid in de Apv bijgesteld moet worden. Nader onderzoeken wat de consequenties zijn van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over schaarse vergunningen Actie: De gemeente gaat de consequenties en impact voor de vergunningen nader in beeld brengen en waar nodig haar beleid hierop aanpassen. Voldoen aan de landelijke ontwikkelingen evenementenveiligheid Actie: Zodra de landelijke regels inzake evenementenveiligheid in werking zijn getreden wordt op lokaal niveau getoetst of deze in de Etten-Leurse evenementennota opgenomen moeten worden.
- Strategie en uitvoering 7.1Inleiding 7.1.1Achtergrond In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de doelen en prioriteiten uit hoofdstuk 6 worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een aantal strategieën ingezet. De uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. De gemeente Etten-Leur hanteert de volgende uitvoeringsstrategieën. Vergunningenstrategie (Paragraaf 7.2) Hierin wordt de aanpak beschreven om voorwaarden op te leggen aan activiteiten. Toezichtstrategie (Paragraaf 7.3). Deze bevat de verschillende toezichtinstrumenten met een beschrijving van de wijze waarop deze worden ingezet. Ook de wijze waarop preventie wordt ingezet om naleefgedrag te bevorderen en overtredingen te voorkomen, de preventiestrategie, is als onderdeel van de toezichtstrategie beschreven in paragraaf 7.
- Handhavingsstrategie (Paragraaf 7.4). Voor de aanpak bij constatering van overtredingen wordt de Landelijke Handhavingsstrategie gevolgd (LHS). Ook de wijze waarop de gemeente omgaat met gedogen, de gedoogstrategie, wordt in dit hoofdstuk beschreven. De samenhang tussen de strategieën is schematisch weergegeven in onderstaande figuur. De samenhang tussen de strategieen 7.1.2Het afwegingsmodel en de uitvoeringsstrategieën Het afwegingsmodel is bedoeld om VTH-taken te prioriteren. Daarbij is dan nog niet aangegeven hoe met de verschillende prioriteiten wordt omgegaan. Aan de hand van de prioriteiten en de in te zetten strategie kan de benodigde capaciteit worden berekend. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de prioritering volgens het afwegingsmodel bedoeld is om de programmatische taken te prioriteren. Om de benodigde capaciteit te berekenen wordt gebruik gemaakt van kengetallen. Bij het vaststellen van het kengetal is rekening gehouden met de toezichtstrategie en het aantal en soort stappen volgens het handhavingstappenplan. Voor het opstellen van kengetallen is gebruik gemaakt van de beschikbare gegevens binnen de eigen organisatie, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en van landelijke gegevens. 7.2 Vergunningenstrategie 7.2.1Algemeen Uitgangpunt bij vergunningverlening is dat burgers en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning en na vergunningverlening voor adequaat toezicht en eventueel handhaving. Gemeenten houden zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Gemeenten hebben de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren. De gemeente Etten-Leur hanteert hierbij het principe “Ja, tenzij…”. De komst van de Wabo heeft er toe geleid dat bij het aanvragen van een Wabo-vergunning wordt gewerkt met casemanagement. Bij elke aanvraag wordt een medewerker (omgevings)vergunningen toegewezen. De klant beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt na indiening. Het ‘van het kastje naar de muur sturen’ wordt hierdoor sterk verminderd, evenals het risico dat bij vergunningverlening tegenstrijdige voorschriften worden gesteld. De medewerker krijgt vanuit de betrokken disciplines en afdelingen adviezen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de (omgevings)vergunning. De verschillende vormen van vergunningen met de bijbehorende procedures zijn wettelijk vastgelegd en worden hier verder niet behandeld. Er zal gewerkt gaan worden met verschillende toetsingskaders voor de diverse vergunningen. De toetsingskaders worden in 2018 beschreven c.q. uitgewerkt. Hierbij worden ook (indien nodig) protocollen, checklists e.d. opgesteld. Dit alles gebeurt zo veel als mogelijk in De6-verband. 7.2.2Toetsingsniveaus Er zal gewerkt gaan worden met 5 toetsingsniveaus, zie hieronder. Indien de vakspecialist het noodzakelijk acht dat een concrete vergunningsaanvraag op een hoger niveau wordt getoetst, dan is het eerst hogere niveau van toepassing. Prioriteit Toetsingsniveau Extra Hoog Niveau 4 Hoog Niveau 3 Middel Niveau 2 Laag Niveau 1 Extra laag Niveau 0 Niveau 0 Het niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Niveau 1 Uitgangspuntentoets: bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. Niveau 2 Visueel toetsen: kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk. Niveau 3 Representatief toetsen: controle van de maatgevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Niveau 4 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend. 7.2.3Samenwerking bij de vergunningverlening Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van het basistakenpakket naar de OMWB betekent voor de gemeente dat een deel van de VTH (milieu)taken extern wordt uitgevoerd. Voor de kwaliteit van de specialistische bouwplantoetsing (bouwfysica, bouwakoestiek, constructieve veiligheid) werken we samen met de gemeenten in de regio. Toetsing van de brandveiligheidsaspecten vindt plaats door de Veiligheidsregio. Bouwplannen worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Aanvragen voor monumenten worden getoetst door de monumentencommissie. 7.3Toezichtstrategie 7.3.1Toezichtstrategie Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om vast te stellen of wet- en regelgeving worden nageleefd en hoe deze worden georganiseerd. Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om programmatisch of operationeel toezicht te blijven uitvoeren. Daarnaast is het nodig om capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles en surveillance. Op welke wijze en met welke frequentie uiteindelijk toezicht wordt gehouden, is het resultaat van de uitkomsten uit het afwegingsmodel en de doelstellingen per taakveld. Volledigheidshalve moet worden aangegeven dat alle toezicht- en controlebezoeken momentopnames zijn en dat dit bedrijven en/of burgers niet vrijwaart van een eigen verantwoordelijkheid voor een goede naleving van de gestelde voorschriften van alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt de onderstaande systematiek toegepast. Er zijn drie fasen te onderscheiden, te weten de bouw-, gebruik- en buitengebruikstellingsfase. Eerst wordt per fase en doelgroep het aantal locaties bepaald. Om het jaarlijkse aantal te controleren locaties te bepalen wordt per doelgroep de percentages gebruikt die zijn vastgesteld volgens het afwegingsmodel. Prioriteit Toezichtspercentage Prioriteit extra hoog 100% toezicht Prioriteit hoog 75% toezicht. Prioriteit middel 50% toezicht Prioriteit laag 25% toezicht Prioriteit extra laag 10% toezicht Nadat door middel van het bovenstaande percentage het totaal aantal te controleren locaties per doelgroep is bepaald, wordt binnen een doelgroep een verdeling gemaakt op basis van milieurisico’s en/of brandveiligheidsrisico’s. De volgorde wordt als volgt bepaald. Prioriteit doelgroep en categorie
- Prioriteit doelgroep en categorie
- Prioriteit doelgroep en categorie
- Prioriteit doelgroep en categorie
- Bij de verdeling wordt verder de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de onderverdeling. Het definitieve aantal toezichtsbezoeken per doelgroep wordt bepaald door het toezichtspercentage en de frequentie van het risico gestuurd toezicht. Gestart wordt met de hoogste prioriteit en categorie 4: locaties worden in de planning opgenomen volgens de frequenties van het RGT. Dit kan zijn met integraal toezicht of een aspectcontrole. Binnen de prioriteit wordt de planning op dezelfde wijze aangevuld met cat. 3, 2 en 1 tot dat alle bedrijven binnen deze prioriteit zijn gepland met de toezichtsfrequentie van het RGT. Zo wordt in aflopende volgorde van prioriteit de planning gevuld met toezichtstaken. Niet meldings- of vergunningsplichtige locaties, zgn. A-inrichtingen, worden niet programmatisch ingepland. Zij worden alleen bezocht naar aanleiding van klachten/meldingen. Vanwege een bepaald milieuthema, bijvoorbeeld energiebesparing, kunnen die wel worden ingepland. Als vooraf het aantal te controleren locaties niet is te bepalen, wordt op basis van ervaringscijfers een aantal uren/controles per jaar opgenomen. Dit betreft voornamelijk toezichtstaken op illegale zaken, zoals illegale bouwactiviteiten, illegale milieuactiviteiten etc. 7.3.2Risico gestuurd toezicht (RGT) Risico gestuurd toezicht wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten als veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. De doelstelling is ook dat het RGT geen verzwaring van de toezicht last in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfsniveau kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezicht last geven, afhankelijk van het risicoprofiel van het betrokken bedrijf. Het risicoprofiel geeft geen oordeel over de kwaliteit van het toezicht, het zegt slechts iets over de risico’s, omdat de locatie wel of niet voldoet aan wet- en regelgeving. Een steeds belangrijker aspect in het RGT wordt ook het beoordelen van de veiligheidscultuur binnen het bedrijf. Bij risico’s wordt niet alleen gekeken naar veiligheid maar ook naar de belasting voor het milieu en omgeving. Denk daarbij aan gezondheidsrisico’s door intensieve veehouderijen maar ook aan het aspect energieverbruik. 7.3.3Planning toezicht De planning vindt plaats op doelgroepen, projectbasis of thema. Een doelgroep kan bestaan uit verschillende typen bedrijven/instellingen/taken. Per doelgroep is de prioriteit en de samenstelling bepaald. Een doelgroep is onderverdeeld in een milieu- en gebruikscategorieën. Deze twee categorieën zijn deels bepalend voor het plannen van de programmatische controles. Een andere bepalende factor voor de planning van programmatisch toezicht is de bezoekfrequentie van het RGT. Planning op projectbasis houdt bijvoorbeeld in dat vooraf bepaald wordt welke handhavingspartners deelnemen, welk deelgebied wordt gecontroleerd etc. Planning op thema houdt in dat er alleen gecontroleerd wordt op een bepaald onderdeel van de activiteit, zoals bodem, illegale bouw, certificaten etc. In de planning wordt ook rekening gehouden met het uitvoeren van opleveringscontroles. Na ontvangst van een melding vindt een opleveringscontrole plaats. Bij omgevingsvergunningen wordt een opleveringscontrole uitgevoerd na het onherroepelijk worden van de vergunning. Na de opleveringscontrole worden omgevingsvergunningen met de activiteit milieu en/of gebruik en milieu- en gebruiksmeldingen opgenomen in het programmatische controleprogramma onder vermelding van doelgroep en categorie. Omgevingsvergunningen voor alleen de activiteit bouw en een aantal APV-vergunningen zijn eenmalige vergunningen. Deze worden gecontroleerd aan de hand van de prioriteit volgens het afwegingsmodel. Na uitvoeren van het toezicht worden zij niet in het programmatische toezichtsprogramma opgenomen. 7.3.4Toezicht op algemene regels Door deregulering en lastenverlichting is een aantal vergunningen en meldingen vervangen door algemene regels. Voor een aantal type inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer is de vergunnings-/meldingsplicht vervallen met het in werking treden van het BARIM. Een zelfde effect is opgetreden in het kader van het Bouwbesluit. Deze inrichtingen of bouwactiviteiten moeten blijven voldoen aan de algemene regels zoals opgenomen in besluiten. Het vergt van de overheid extra inspanning om de locaties die niet (meer) vergunnings-/meldingsplichtig zijn en wel aan algemene regels moeten voldoen in beeld te brengen en te houden om de toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren. De in het bedrijvenbestand (SBA) opgenomen bekende locaties vallen onder het programmatisch toezicht zoals hiervoor beschreven. Om de niet bekende locaties op te sporen en te controleren op de algemene regels moet hiermee in de capaciteitsplanning rekening worden gehouden 7.3.5Controle op illegale activiteiten en leegstaande panden Naast het toezicht houden op de vergunningen/meldingen en de algemene regels is er capaciteit nodig voor het opsporen van illegale activiteiten. In de jaarplanning wordt capaciteit opgenomen voor vrije surveillance om illegale activiteiten op te sporen. Dit kan zijn het illegaal bouwen, illegaal storten van afval, strijdig gebruik van percelen en/of gebouwen, etc. Het is mogelijk om op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. Dit kan van toepassing zijn bij bijvoorbeeld een handhavingsactie buitengebied etc. De projecten worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen. Een belangrijk aspect is het toezicht houden op leegstaande panden. Dit om te voorkomen dat verpaupering optreedt of dat er illegale activiteiten plaatsvinden (bijv. hennepkwekerijen). Leegstaande gebouwen kunnen voor komen in het buitengebied (voormalige agrarische gebouwen) en op bedrijventerreinen. Een extra aandachtspunt bij voormalige agrarische verbouwing is de aanwezigheid van asbest daken. Dit is eerder al als knelpunt benoemd. Het verwijderen van dit soort daken moet door gespecialiseerde bedrijven gebeuren en is een kostbare zaak. 7.3.6Aanpak ondermijning Een van de primaire taken van een gemeente is het scheppen en borgen van een veilige leefomgeving voor de burgers. Hierin speelt het onderwerp ondermijnende criminaliteit een belangrijke rol. Een samenleving waar criminele groepen hu