Beleidsregels Re-integratie Participatiewet 2015.1Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Cuijk, gelet op de artikelen 7, 8a en 10 van de Participatiewet, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de artikelen 10.1, 4.81 en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelet op de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Cuijk, besluit vast te stellen de: Beleidsregels Re-integratie Participatiewet2015.1 Artikel1.Begripsbepalingen 1.De begripsomschrijvingen zoals bedoeld in artikel 1 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2015 zijn in deze beleidsregels van overeenkomstige toepassing. Voor het overige wordt verstaand onder: voorziening: de re-integratie instrumenten die het college kan inzetten en waarvan de inzet noodzakelijk wordt geacht om de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie te bevorderen; traject: de aaneenschakeling van re-integratie instrumenten, welke met de belanghebbende is overeengekomen, dan wel door het college aan de belanghebbende is opgelegd ter bevordering van de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld, een aanstelling op grond van het ambtenarenrecht en een overeenkomst waarbij de belanghebbende gedetacheerd wordt bij een organisatie in de collectieve of marktsector. Artikel2.Vorm van de ondersteuning 1.Het college organiseert de ondersteuning en voorzieningen zodanig dat een samenhangend aanbod van arbeidstoeleiding ontstaat, die recht doet aan de diversiteit van de doelgroep en de vraag van de markt. 2.Onder ondersteuning wordt verstaan: het onderzoek naar en verslag over de mogelijkheden van de bijstandsgerechtigde met als doel een effectief re-integratie traject uit te zetten (de diagnose); het uitvoeren, organiseren, aan-, bijsturen en begeleiden van het op basis van de diagnose gekozen traject (het trajectmanagement). Artikel3.Werkervaring 1.Het college kan een persoon een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze behoort tot de doelgroep. 2.Het doel van een werkervaringsplaats is, naast het aanleren en ontwikkelen van elementaire werknemersvaardigheden, het opdoen van werkervaring en/of het opdoen of behouden van werkritme, uitstroom uit de uitkering. 3.Aanbieding van een werkervaringsplaats vindt plaats gedurende maximaal 32 uur per week voor een periode van 3 maanden, met een eenmalige mogelijkheid tot een verlenging van 3 maanden. 4.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a.het doel van de werkervaringsplaats en b.de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Artikel4.Sociale activering 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2.Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. Artikel5.Proefplaatsing 1.Het college kan een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden indien dit naar de mening van het college noodzakelijk is voor de inschakeling in de arbeid. 2.De proefplaatsing is gericht op het verkrijgen van een reguliere detacherings- of arbeidsovereenkomst bij een werkgever. De werkgever spreekt bij aanvang van de proefplaatsing de intentie uit om bij gebleken geschiktheid en voldoende werkzaamheden de bijstandsgerechtigde een detacherings- of arbeidsovereenkomst aan te bieden. 3.De proefplaatsing wordt aangeboden gedurende maximaal 40 uur per week voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden. De bijstandsgerechtigde ontvangt geen beloning en er wordt geen arbeidsovereenkomst aangegaan met de bijstandsgerechtigde. 4.Er kan tijdens de proefplaatsing een loonwaardemeting worden uitgevoerd. 5.Met de werkgever en de bijstandsgerechtigde wordt een schriftelijke proefplaatsingsovereenkomst gesloten waarin het doel, de duur en omvang, de taken en verplichtingen, de bijdrage van de werkgever in de kosten en de overige gemaakte afspraken worden vastgelegd. 6.Een proefplaatsing kan niet worden ingezet wanneer voor dezelfde persoon bij dezelfde werkgever een werkervaringsplaats is ingezet. Artikel6.Arbeidstraining 1.Het college kan iedere werkzoekende die een uitkering aanvraagt maximaal 32 uur per week arbeidstraining aanbieden voor de duur van 6 maanden. 2.De arbeidstraining is gericht op het in beeld brengen en trainen van competenties en werknemersvaardigheden en het opdoen en het behouden van werkritme. 3.Arbeidstraining is een voorziening gericht op het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. Artikel7.Indienstnemingssubsidie 1.Het college kan een indienstnemingssubsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een arbeidsovereenkomst afsluiten van minimaal 1 jaar. 2.De indienstnemingssubsidie bedraagt 30% van het wettelijk minimumloon plus het landelijk vastgestelde percentage voor de berekening van de werkgeverslasten bij loonkostensubsidie gedurende maximaal 6 maanden. 3.De indienstnemingssubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een ander artikel uit de Re-integratieverordening Participatiewet 2015 of op grond van deze beleidsregels aanspraak maakt op een financiële tegemoetkoming in verband met de indiensttreding van de werknemer. Artikel8.Bijzondere situaties 1.In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels. 2.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. 3.Het college kan een zgn. low-risk polis verstrekken aan werkgevers die iemand met behulp van loonkostensubsidie, in dienst nemen voor ten minste 6 maanden, die niet door de toets van de doelgroep banenafspraak komt. Artikel9.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2015, behoudens situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de belanghebbende. Deze beleidsregels vervangen de eerder door B&W op 13 januari 2015 vastgestelde beleidsregels. Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels Re-integratie Participatiewet 2015.1”. Toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.