Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Midden-Delfland 2018Gemeente Midden-Delfland - Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Midden-Delfland 2018 Beleidsregels van de burgemeester van de gemeente Midden-Delfland inzake de toepassing van artikel 13b Opiumwet bij woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven. Registratienummer : 2018-03180 / 18Z.000563 Onderwerp : Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van de gemeente Midden-Delfland, gelet op het bepaalde in de artikelen 2, 3, 3a en 13b Opiumwet jo. artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het een gegeven van algemene bekendheid is dat hennepteelt en drugshandel veelal gepaard gaan met overlast en criminaliteit; overwegende dat het daarom wenselijk is een regeling vast te stellen waarmee actief, structureel en op transparante wijze invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid van de burgemeester neergelegd in artikel 13b Opiumwet; overwegende dat samenwerking en afstemming tussen de politie, justitie en gemeente zo nodig met de vaststelling van dit beleid kan worden verbeterd; overwegende dat van het vaststellen van deze regeling tevens een preventieve werking uitgaat, nu duidelijk kenbaar wordt welke (bestuursrechtelijke) maatregel na een dergelijke overtreding te verwachten valt; overwegende dat door onderliggend beleid de motivering van de maatregel in een eventuele gerechtelijke procedure wordt versterkt. Besluit vast te stellen: Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Midden-Delfland 2018 0.Drugscriminaliteit tast het woon- en leefklimaat aan Evenals andere Nederlandse gemeenten ziet de gemeente Midden-Delfland zich geconfronteerd met drugscriminaliteit. Deze vorm van criminaliteit vindt (mede) plaats in of wordt georganiseerd vanuit woningen en (niet) openbare gelegenheden. Afgezien van de strafbaarheid, kan drugscriminaliteit leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat en de sociale en/of fysieke veiligheid van burgers. 0.1. Overlast en risico’s De bestuurlijke aanpak van drugscriminaliteit richt zich op de beëindiging van overlast en mogelijke gevaarzetting in woningen en lokalen. Drugscriminaliteit zorgt voor verloedering en overlast in woonwijken, kan leiden tot brandgevaar in panden en gaat regelmatig gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals uitkeringsfraude, belastingontduiking en energiediefstal. Met name wanneer het gaat om hennepkwekerijen is er al snel sprake van brandgevaar met alle risico's van dien voor de directe omgeving. Ook in de gemeente Midden-Delfland zijn er branden geweest die (mogelijk) veroorzaakt zijn doordat er in panden hennepkwekerijen aanwezig waren. 0.2. Waarom vaststellen in beleid Bij de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet moet vooral worden gedacht aan het sluiten van een pand wegens geconstateerde drugshandel (zie hierna in hoofdstuk 5). De toepassing van bestuursdwang kan zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkenen, vooral wanneer het betreffende pand wordt bewoond. Om die reden is voor de toepassing van bestuursdwang vereist dat het belang van daadwerkelijk optreden zorgvuldig wordt gemotiveerd, dat de op te leggen maatregel in redelijke verhouding staat tot de overtreding en dat een lichtere maatregel geen uitkomst biedt. Gelet hierop is het gewenst om de aanpak van drugscriminaliteit in beleid vast te leggen. Zonder vastgesteld beleid is handhaven weliswaar mogelijk, maar worden (veel) hogere eisen gesteld aan de motivering van het besluit. Daarnaast weten burgers, door publicatie van het beleid, welke uitgangspunten gelden voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties als drugshandel in of vanuit een pand wordt geconstateerd. 0.3. Handreiking bestuurlijke aanpak drugscriminaliteit Voor de aanpak van drugscriminaliteit is het van belang dat de regionale partners binnen de politie-eenheid Den Haag effectief en integraal samenwerken. Binnen deze aanpak vormt de bestuurlijke aanpak een onmisbare schakel. Van belang is dat gemeenten zoveel als mogelijk op een eenduidige manier werken. Dit geldt ten aanzien van het te voeren beleid als op het terrein van toezicht en handhaving. Ten behoeve van dit laatste is door het Regionale Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (hierna: RSIV) de “Handreiking bestuurlijke aanpak drugscriminaliteit opgesteld”. De Handreiking vormt het beleidskader en beperkt zich tot het meest toegepaste bestuursrechtelijke instrumentarium. Hiermee is gehoor gegeven aan een meer eenduidige bestuurlijke aanpak van drugscriminaliteit binnen de politie-eenheid Den Haag. 0.4. Bestuursrechtelijk optreden De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders kunnen bestuurlijk optreden tegen drugsmisdrijven die in of vanuit een locatie plaatsvinden. Beide bestuursorganen hebben op basis van diverse wetten, AMvB’s en lokale verordeningen specifieke bevoegdheden die ze hiervoor in kunnen zetten. De (gebruiks)functie van de locatie en de ernst van de situatie zijn mede bepalend voor de in te zetten maatregel. Bestuursrechtelijk kan worden opgetreden: Als burgemeester door uitvoering te geven aan artikel 13b van de Opiumwet; Als college van burgemeester en wethouders door uitvoering te geven aan de geldende bouw- en woonregelgeving in combinatie met hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het optreden van het college valt buiten het kader van deze beleidsregels. Hier stond een kopje over ons nulbeleid ten aanzien van coffeeshops. Ik had een opmerking geplaatst over het daarbij behorende burgemeestersbesluit. De zin kan wel blijven staan. Dus: Het is in de gemeente Midden-Delfland niet toegestaan om een coffeeshop te vestigen. 1.Definitie- en begrippenlijst In deze regeling wordt verstaan onder: harddrugs alle middelen die vermeld worden op lijst I behorend bij de Opiumwet; softdrugs alle middelen die vermeld worden op lijst II behorend bij de Opiumwet; hennep plant waar marihuana en touw van gemaakt wordt; handel in drugs de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van soft- en/of harddrugs, hennepteelt, hennep drogen of hoe dan ook houden of voorhanden hebben van hennepplanten, welke niet enkel is gericht op eigen gebruik; pand een woning of lokaal; woning een pand dat in hoofdzaak dient tot bewoning dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop- als huurwoningen, woonschepen, woonwagens en dergelijke vallen onder deze definitie. Onder woning wordt tevens verstaan het bij een woning behorende erf; lokaal een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en het daarbij behorende erf (omvat zowel coffeeshops, cafés en winkel als loodsen en/of bedrijfsruimten), alsmede een woning die niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt; gebruik als woning bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM); kwekerij een plaats, meestal een bedrijf, waar (vaste) planten en bomen worden geteeld; handelshoeveelheid in het kader van deze beleidsregels is sprake van een handelshoeveelheid indien aangetoond/aannemelijk is dat: - meer dan 0,5 gram harddrugs in het gebouw aanwezig is (geweest); - meer dan 30 gram softdrugs in het gebouw aanwezig is (geweest); - in het gebouw sprake is (geweest) van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt, als bedoeld in de meest recente ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie. Opiumwet Drugscriminaliteit in/vanuit woningen of (niet-) openbare lokalen, kan naast strafrechtelijke middelen, ook met bestuursrechtelijke middelen worden bestreden. Op basis van artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang indien er in woningen of lokalen en daarbij behorende erven soft- en/of harddrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Kenmerkend aan de bestuursdwangbevoegdheid uit artikel 13b van de Opiumwet is dat de burgemeester haar, met inachtneming van de geldende randvoorwaarden, kan toepassen zonder dat de drugsgerelateerde activiteiten moeten leiden tot negatieve effecten op de openbare orde. De enkele aanwezigheid van soft- en/of harddrugs in een woning of een lokaal is voldoende. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of ll wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunde of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Doel Blijkens de Memorie van Toelichting bij artikel 13b van de Opiumwet heeft het beleid tot doel: preventie en beheersing van de uit drugsproblematiek voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden. Dit betekent dat door toepassing van deze beleidsregels het pand niet meer voor drugsgerelateerde activiteiten gebruikt kan worden en dat daarmee de uit de drugsproblematiek voorvloeiende risico’s een halt wordt toegeroepen. Het pand dat wordt gesloten staat dan niet langer meer bekend als drugspand en de rust in de directe omgeving keert terug en een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat wordt voorkomen. Tevens wordt preventief een signaal afgegeven naar de omgeving dat de geconstateerde feiten onacceptabel zijn. Daarnaast maakt dit beleid het mogelijk om een snel, eenduidig en zorgvuldig handhavingsbesluit te motiveren. Ook worden door vaststelling van dit beleid alle betrokken partijen (gemeente, politie, bewoners, ondernemers en pandeigenaren) op de hoogte gesteld van de uitgangspunten die gelden voor het opleggen van een bestuursrechtelijke sanctie wanneer drugsproblematiek in of vanuit een pand wordt geconstateerd. Uitgangspunten bestuursrechtelijk optreden Handel in drugs wordt in het geheel niet gedoogd, ook niet in zogeheten coffeeshops die zich houden aan de door het College van procureurs-generaal opgestelde (Bl)AHOJG-criteria; Er wordt handhavend opgetreden indien in een woning of lokaal handel in drugs plaatsvindt of heeft plaatsgevonden; Het handhavend optreden bestaat in de regel uit het opleggen van een last aan de eigenaar en/of gebruikers van een woning en/of het lokaal om de woning en/of het lokaal waar handel in drugs heeft plaatsgevonden binnen een bepaalde termijn, in de regel een week, te sluiten en een bepaalde periode gesloten te houden, bij gebreke waarvan bestuursdwang (sluiting) wordt toegepast; Indien er sprake is van een ernstige situatie (zie onder 6) kan er voor worden gekozen spoedeisende bestuursdwang toe te passen en derhalve geen termijn voo r de tenuitvoerlegging van de sluiting te stellen. 4.1. Bestuursrechtelijke handhaving, keuze van sanctiemiddel Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Een last onder bestuursdwang houdt in de last tot het herstellen in de normale toestand door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding. Bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet houdt het opleggen van een last onder bestuursdwang in dat het pand feitelijk gesloten wordt. In plaats van een last onder bestuursdwang kan ook een last onder dwangsom worden opgelegd aan betrokkene(n). Dit volgt uit artikel 5:32 van de Awb. De last onder dwangsom dient als een stok achter de deur. Bij toepassing van artikel 13b van de Opiumwet houdt het opleggen van een last onder dwangsom in, dat bij een volgende overtreding een dwangsom wordt verbeurd, wat feitelijk betekent dat betrokkene een ‘boete’ moet betalen. Gezien de effecten die de handel in drugs vanuit een woning of lokaal heeft op het openbare leven, geniet feitelijk handelen de voorkeur boven het opleggen van een last onder dwangsom. Het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van een pand wordt daarom als de meest effectieve maatregel beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Om die reden wordt voor de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet in principe gekozen voor directe sluiting van het betreffende pand. Gelet op de aantasting van het woonrecht uit artikel 8 EVRM is ten aanzien van bewoonde panden de marge ingebouwd om eerst te volstaan met een waarschuwing. 5.Handhaving drugshandel in woningen en lokalen Woningen en lokalen komen steeds vaker in beeld als verkooplocaties van drugs. Daarnaast worden veelvuldig hennepkwekerijen in woningen en lokalen aangetroffen. Om de handel in drugs in of vanuit woningen en lokalen tegen te gaan is daarom strikte handhaving gewenst en noodzakelijk. Vanuit het algemeen belang wordt daarom met de uitvoering van het sluitingsbeleid beoogd om de handel in drugs in of vanuit woningen en lokalen te beëindigen en hierdoor tevens de veroorzaakte negatieve effecten terug te dringen. Erkend wordt dat het sluiten van een woning/lokaal ingrijpende (financiële) gevolgen heeft of kan hebben voor zowel de gebruikers als de eigenaren van het pand. Er is echter door de gebruikers en mogelijk tevens door de eigenaren van de panden ook financieel voordeel behaald uit de illegale verkoop van drugs. Daar komt nog bij dat volgens vaste jurisprudentie de financiële gevolgen minder zwaar wegen dan het belang dat wordt gediend met sluiting. Sluiting van panden voor een bepaalde structurele periode is noodzakelijk om te bewerkstelligen dat de illegale drugshandel vanuit deze panden daadwerkelijk en structureel eindigt. De bekendheid van de locatie als verkooppunt van drugs blijft immers enige tijd bestaan. Ook strekt de sluiting ertoe anderen er van af te houden over te gaan tot vestiging van een illegaal verkooppunt in een pand. 5.1. Sanctiematrix De sanctiematrix is uitgewerkt ten behoeve van lokalen en woningen. Tabel 1: Sanctiematrix Soort pand Overtreding 1e overtreding 2e overtreding (binnen 3 jaar na 1e overtreding) 3e overtreding (binnen 3 jaar na 2e overtreding) Ernstige situatie Lokaal Handel in harddrugs Sluiting 12 maanden Sluiting 24 maanden Sluiting 48 maanden Spoedsluiting Sluiting 24 maanden Lokaal Handel in softdrugs Sluiting 6 maanden Sluiting 12 maanden Sluiting 24 maanden Spoedsluiting Sluiting 12 maanden Lokaal Hennepkwekerij drugslaboratorium (geen drugs aangetroffen) Ontmanteling Bestuurlijke waarschuwing o.g.v. art 17 Woningwet Sluiting o.g.v. art 17 Woningwet (eis van recidive) Lokaal Hennepkwekerij Drugslaboratorium (wel drugs aangetroffen) Ontmanteling Sluiting o.g.v. art 13b Opiumwet 6/12 maanden Woning Handel in harddrugs Sluiting 3 maanden Sluiting 6 maanden Sluiting 12 maanden Spoedsluiting Sluiting 6 maanden Woning Handel in Softdrugs Bestuurlijke waarschuwing Sluiting 3 maanden Sluiting 6 maanden Spoedsluiting Sluiting 3 maanden Woning Hennepkwekerij Drugslaboratorium (geen drugs aangetroffen) Ontmanteling Bestuurlijke waarschuwing o.g.v. art 17 Woningwet Sluiting o.g.v. art 17 Woningwet (eis van recidive) Woning Hennepkwekerij Drugslaboratorium (wel soft-/harddrugs aangetroffen) Ontmanteling Sluiting o.g.v. art 13b Opiumwet 3/12 maanden 5.1.1. Toelichting sluitingstermijnen • In beginsel sluit de zwaarte van de verschillende sancties (sluitingsduur) aan op de ernst van de geconstateerde overtreding. De duur van de sluiting is in de eerste plaats afhankelijk van de soort overtreding, in die zin dat de sluitingsduur bij handel in harddrugs in beginsel langer is dan de sluitingsduur bij handel in softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs (lijst I en II behorend bij de Opiumwet) en de onaanvaardbare risico's van harddrugs. • De duur van de sluiting is verder afhankelijk van de vraag of de handel in drugs heeft plaatsgevonden in een woning of in een lokaal, in die zin dat de sluitingsduur bij handel in drugs in lokalen in beginsel langer is dan de sluitingsduur bij handel in drugs in woningen. Dit hangt samen met het uitgangspunt dat de sluiting van een woning zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.