N ORDE VOOR DE VERGADERINGEN VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEEK" HOOFDSTUKIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: voorzitter : de voorzitter van de raad of diens vervanger; griffier : de griffier zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 3 van Hoofdstuk VII Gemeentewet en zoals nader omschreven in art. 3 van dit reglement; amendement : voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of een ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement : voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie : korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken zonder dat daaraan rechtsgevolgen zijn verbonden; voorstel van orde : voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel : een voorstel voor een verordening of een ander voorstel gedaan door de raad zelf; interpellatie : het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda; raadsfractie : de leden van een politieke groepering die zitting hebben in de raad; fractievoorzitter : de voorzitter van een raadsfractie. Artikel2De voorzitter 1.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; wat de Gemeentewet of dit reglement hem/haar verder opdraagt. 2.De voorzitter verleent het woord, formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. 3.Ingeval de voorzitter niet aanwezig is, benoemt de raad een plaatsvervanger. Ingeval de raad geen plaatsvervanger benoemd heeft, zijn de fractievoorzitters plaatsvervangend voorzitter opvolgend naar grootte van de fractie. Artikel3De griffier 1.De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2.Bij zijn/haar verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier. 3.Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel3aDe gemeentesecretaris 1.De gemeentesecretaris wordt uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de raadsvergadering. Hij/zij heeft zitting aan een voor hem/haar bestemde tafel. 2.De gemeentesecretaris kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel3bHet seniorenconvent 1.De raad heeft een seniorenconvent dat tot taak heeft in overleg te treden met de burgemeester aangaande bijzondere bestuurlijke aangelegenheden. 2.Het seniorenconvent bestaat uit de burgemeester (voorzitter) en de fractievoorzitters. 3.Bij afwezigheid van de burgemeester wordt hij/zij vervangen door de locoburgemeester. 4.De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig. 5.De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het seniorenconvent. 6.Elke fractievoorzitter kan zich laten vervangen door een lid van de eigen raadsfractie. 7.Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent. 8.Het seniorenconvent kent een besloten karakter overeenkomstig art. 40 en 42 RvO. 9.Het seniorenconvent beslist bij meerderheid van stemmen. Op het moment dat stemmen staken beslist de voorzitter. Artikel3cHet presidium 1.De raad heeft een presidium dat is belast met de voorbereiding van de raads- en commissievergaderingen. 2.Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de voorzitters van de raadscommissies. 3.De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 4.Bij afwezigheid van de burgemeester wordt hij/zij in het presidium vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 5.De overige leden kunnen vervangen worden door de plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies. 6.De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor de vergaderingen van het presidium. 7.Het presidium kent een besloten karakter overeenkomstig art. 40 en 42 RvO. 8.Het presidium beslist bij meerderheid van stemmen. Op het moment dat stemmen staken beslist de voorzitter 9.Het presidium vergadert in de regel één keer per vergadercyclus, ter vaststelling van de voorlopige agenda’s voorafgaand aan de verzending van de stukken. HOOFDSTUKIITOELATING VAN NIEUWE LEDEN; RAADSFRACTIES; WETHOUDERS Artikel4Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. 2.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 3.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. 4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in art. 18 Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel4aCommissie “benoembaarheid wethouders” 1.Bij nieuw te benoemen wethouders stelt de voorzitter van de raad een ad hoc commissie “Benoembaarheid wethouders” in die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk adviseert. 2.De ad hoc commissie bestaat uit een aantal raadsleden dat gelijk is aan het aantal fracties in de raad, met een maximum van vijf. Behalve bij tussentijdse benoeming is dit aantal gelijk min één (de fractie waaruit de kandidaat wordt voorgedragen). 3.De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 4.De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen document en informatie aan de hand van in elk geval een zestal voorschriften; een verklaring omtrent gedrag; art. 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidseisen); art. 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties); art. 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); art. 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente. 5.De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. 6.De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 7.Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk beargumenteerd advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Het advies wordt niet eerder aan de raad aangeboden dan nadat de kandidaat-wethouder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijzen ten aanzien van dit advies kenbaar te maken. Deze zienswijzen maken integraal deel uit van advies aan de raad. 8.De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de griffier en de kandidaat-wethouders worden ondersteund door de gemeentesecretaris. Artikel4bRisicoanalyse integriteit Bij elke benoeming van een wethouder wordt bij voorkeur voor de benoeming een risicoanalyse integriteit uitgevoerd ten aanzien van deze persoon. Artikel5Raadsfractie 1.De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één raadsfractie beschouwd, zo ook als er één lid verkozen is. 2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst voert de raadsfractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst deelt de raadsfractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze raadsfractie in de raad wil voeren. 3.De namen van degenen die als voorzitter van de raadsfractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.In geval van onderstaande gevallen wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter: één of meer leden van een raadsfractie als zelfstandige raadsfractie gaan optreden; twee of meer raadsfracties als één raadsfractie gaan optreden; één of meer leden van een raadsfractie zich aansluiten bij een andere raadsfractie; 5.Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen voortvloeiend uit art. G3 van de Kieswet en wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter. 6.Met de onder lid 4 en 5 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. HOOFDSTUKIIIVERGADERINGEN Paragraaf1Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel6Tijd en plaats van vergaderen 1.De raadsvergaderingen vinden in de regel plaats op donderdag, beginnen om 19:00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis. 2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen, zoveel mogelijk in overleg met het seniorenconvent, een andere dag, aanvangstijd en/of vergaderlocatie bepalen. 3.Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk en met opgaaf van redenen daarom verzoekt. Artikel7Oproep 1.De griffier zendt in naam van de burgemeester - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - tenminste veertien dagen vóór een vergadering de leden een digitale oproep. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in art. 25, lid 1 en 2 Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in art. 8 lid 2 RvO worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. Artikel8Agenda 1.Voordat de oproep wordt verzonden stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel8aDewethouders 1.De wethouders worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de raadsvergadering. Zij hebben zitting aan een voor hen bestemde tafel. 2.Zij kunnen aan de beraadslagingen deelnemen voor zover het zaken betreft aangaande hun portefeuille. Zij nemen dan plaats aan het spreekgestoelte. Artikel9Ter inzage leggen van stukken 1.De stukken, welke dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen, worden gelijktijdig met het verzenden van de voorstellen voor de leden ter inzage aangeboden. Devoorzitter maakt van de mogelijkheid tot inzage melding in de openbare kennisgeving bedoeld in art. 10 RvO. Indien ná dit tijdstip stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijven stukken, omtrent wier inhoud ingevolge art. 25, lid 1 dan wel lid 2 Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, onder berusting van de griffier, die de leden van de raad de inzage verleent. 3.De oproeping en de in art. 7 lid 2 RvO genoemde bescheiden worden, tegelijk met de verzending van de oproeping aan de leden van de raad, voor de mogelijkheid tot inzage beschikbaar gesteld op de gemeentelijke website. 4.De voorzitter kan op verzoek ook aan niet-raadsleden inzage verstrekken van andere dan in het eerste lid van dit artikel bedoelde bescheiden betreffende een door de raad te behandelen aangelegenheid. Artikel10Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt in ieder geval door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering, alsmede de voorlopige agenda met bijbehorende stukken; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in art. 14 RvO. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel11Presentielijst Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffiergesloten. Artikel12Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats. 2.De orde van plaatsneming in de raadszaal van de leden van de raad gebeurt naar rato van de grootte van de raadsfracties. 3.De indeling kan, indien daartoe aanleiding bestaat, na overleg met het seniorenconvent worden herzien. 4.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel13Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor vereiste aantal leden van de raad conform art. 20 Gemeentewet blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van art. 20 Gemeentewet. Artikel14Spreekrecht burgers 1.Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2.Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; over personen; indien een klacht ex art. 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kanof kon worden ingediend; over procedurevoorstellen; over een interpellatievoorstel ex art. 34b RvO. 3.Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn/haar naam en het onderwerp waarover hij/zij het woord wil voeren. 4.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem/haar dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandelingvan de inbreng van de burger. Artikel15Notulen 1.De notulen van de vergadering bestaan uit een digitale geluidsopname en een besluitenlijst. De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, aan de leden beschikbaar gesteld gelijktijdig met de agenda en de overige voorstellen. 2.Bij het begin van de vergadering wordt, voor zover mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3.De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen indien de besluitenlijst onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend. 4.De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de gemeentewet van stemming hebben onthouden; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in art. 25 RvO door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5.De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. 6.De vastgestelde besluitenlijst worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel16Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Beek 1.Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op lijsten geplaatst, aangevuld met een procedurevoorstel van de griffier over de wijze van afdoening. Deze lijsten worden aan de leden van de raad ter inzage aangeboden. 2.Ingekomen stukken zonder opgave van afzender (anoniem) worden niet in behandeling genomen en daarmee niet op de lijsten geplaatst. 3.De leden van de raad stellen deze lijsten enkel vast al dan niet met amendering van het procedurevoorstel van de griffier. Artikel17Spreekregels 1.De leden van de raad en de overige aanwezigen spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. 2.Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken. Artikel18Volgorde sprekers 1.Een lid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem/haar verkregen te hebben. 2.Deze volgorde kan worden verbroken wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel19Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat (sub)amendement, die motie of dat voorstel. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel20Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een lid zich een beledigende of onbetamelijke uitdrukking veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem/haar gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.In geval van sluiting van een vergadering om bovenstaande redenen stelt de voorzitter in overeenstemming met art. 7 RvO de raad in kennis van een eventuele plaatsvervangende vergadering. Artikel21Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad besluiten over één of meer onderdelen van een voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde burgemeester en wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. 3.De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel22Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bij meerderheid bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouders, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel23Stemverklaring 1.Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel24Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij/zij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel25Algemene bepalingen over stemming 1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van art. 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3.Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.Stemmen geschiedt in de regel via handopsteken, tenzij een van de leden verzoekt om mondelinge stemming langs de weg van hoofdelijke oproeping. In dat geval wordt de procedure omschreven in de leden 5 tot en met 8 gevolgd. 5.De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor op basis van loting (van een nummer corresponderend met de nummers van de presentielijst). De rest daarop volgend conform inschrijving op de presentielijst. 6.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen behoudens het geval van art. 28 Gemeentewet. 7.De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede met vermeldingvan het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij/zij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel26Stemmen en integriteit 1.Een lid kan kenbaar maken niet aan de stemming deel te nemen indien sprake is of zou kunnen zijn van belangenverstrengeling. 2.Indien een lid voor aanvang van de vergadering kenbaar maakt niet deel te nemen aan een stemming maakt de voorzitter hier melding van. Artikel27Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel28Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden, die samen met hem/haar het stembureau vormen. 2.Ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van de gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in art. 30 Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingeleverd stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel29Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken beslist terstond het lot. 4.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel30Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, onder de zorg van de voorzitter, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt is gekozen. 4.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. HOOFDSTUKIVRECHTEN VAN LEDEN Artikel31Amendementen 1.Ieder aanwezig lid dat de presentielijst heeft getekend kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Daarbij kan voorgesteld worden het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is te allen tijde mogelijk voordat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden. Artikel32Moties 1.Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Artikel33Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad meteen. Artikel34Initiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2.De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda wordt het initiatiefvoorstel in stemming gebracht. 3.De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; het voorstel dient eerst te worden behandeld in een raadscommissie; het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. 5.Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad meteen aan de agenda toegevoegd worden. Artikel34aCollegevoorstel 1.Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.De Raad kan een voorstel van het college voor nader advies terugzenden. Artikel34bInterpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel35Schriftelijke vragen 1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2.De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5.De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in art. 8 RvO aan de leden van de raad ter kennisname aangeboden. Artikel35aVragenuur 1.Aansluitend aan de vergaderingen van de raad is er maximaal 30 minuten gelegenheid voor een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het Presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2.Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tot uiterlijk 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de voorzitter en griffier. De voorzitter kan na overleg met het Presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op dezelfde dag aan de orde komt. De griffier draagt zorg voor verspreiding van het onderwerp vanaf 11.00 uur aan de overige leden van de raad en het college. 3.De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4.De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, de wethouders, de burgemeester en de overige leden van de raad. 5.De vragensteller wordt het woord verleend om één onderwerp per vergadering aan het college of de burgemeester aan de orde te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.Indien vragen niet binnen de gestelde tijd worden beantwoord volgt schriftelijke beantwoording. 7.Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 8.Van het vragenuur wordt overeenkomstig art. 16 RvO, voor zover van toepassing, een verslag gemaakt. Artikel36Inlichtingen 1.Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de art. 169 lid 3 en 180 lid 3 Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. 2.De griffier draagt zorg voor verspreiding van het verzoek aan de overige leden van de raad. 3.De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven. HOOFDSTUKVBEGROTING EN REKENING Artikel37Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt. Artikel38Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststellingvan dejaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit (bekrachtiging achteraf) volgens een procedure die de raad, op voorstel van het seniorenconvent, vaststelt. HOOFDSTUKVILIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES Artikel39Verslag; verantwoording 1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2.Ieder lid van de raad kan aan een raadslid als bedoeld in lid 1 schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in art. 35 RvO, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Wanneer een lid van de raad het raadslid als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in art. 36 RvO, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad een van zijn leden heeft benoemd. HOOFDSTUKVIIBESLOTEN VERGADERING Artikel40Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van toepassing die gelden voor een openbare vergadering voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel41Notulen 1.De besluitenlijst en een digitale geluidsopname van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar wordt uitsluitend voor de leden digitaal beschikbaar gesteld. 2.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffierondertekend. Artikel42Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig art. 25 lid 1 Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel43Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van het gestelde in art. 25 lid 3 en 4, 55 lid 2 en 3 of 86 lid 2 en 3 Gemeentewet, voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met dat orgaan overleg gevoerd. Artikel43aGeluid- en beeldregistraties in besloten vergaderingen Het is voor leden en derden aanwezigen verboden zonder toestemming van de voorzitter in een besloten vergadering apparatuur te gebruiken om beeld- en/of geluidsopnames van de vergadering vast te leggen. HOOFDSTUKVIIITOEHOORDERS EN PERS Artikel44Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed‑ of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel44aGeluid en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- en/of beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn/haar aanwijzingen. Artikel45Gebruik communicatieapparatuur 1.Gebruik van communicatieapparatuur in de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune is toegestaan mits dit geen inbreuk maakt op een ordelijk verloop van de vergadering. 2.De bepaling van art. 44a RvO is overeenkomstig van toepassing. HOOFDSTUKIXSLOTBEPALINGEN Artikel46Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel47Inwerkingtreding 1.Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking. 2.Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Beek vastgesteld bij raadsbesluit van 23 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.