Gedragscode voor de burgemeester van de gemeente Roermond Roermond, 12 mei 2016 Inleiding Voor het adequaat functioneren van de overheid zijn gezaghebbende volksvertegenwoordigers en bestuurders noodzakelijk. Personen die het vertrouwen genieten van de burgers omdat ze deskundig, gedreven en integer zijn. Zij moeten het belang van de gemeente dienen en zijn er voor alle burgers. In de dagelijkse praktijk is het belangrijk dat de burgemeester herkent en voorkomt dat hij in een situatie terechtkomt waarin hij de schijn tegen heeft. Het correcte optreden van de burgemeester draagt bij aan een betrouwbare uitstraling van de gemeente en haar bestuursorganen. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen kan de integriteit van volksvertegen-woordigers en bestuurders onder druk komen te staan. Het is daarom van belang om gedragscodes af te spreken die houvast geven. Deze gedragscode wil dan ook duidelijkheid geven over wat de wet vraagt van de burgemeester en beoogt in eerste instantie te beschermen tegen onnodige misstappen. Begrippen Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college van B&W en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor ieder van deze drie vraagt de wet een door de raad vast te stellen gedragscode. De drie gedragscodes zijn zoveel mogelijk vanuit hetzelfde perspectief benaderd. In de raad ligt het accent op het maken van politieke keuzes, het college is belast met het dagelijks bestuur. De burgemeester is voorzitter van beide en heeft daarnaast een aantal eigen taken. De voorliggende gedragscode (gebaseerd op die van de gemeente Zaanstad) is bestemd voor de burgemeester. Voor de raads- en commissieleden en voor de wethouders bestaan separate gedragscodes. Werken aan de integriteit van de politiek In vorige bestuursperioden is al regelmatig aandacht besteed aan politieke en bestuurlijke integriteit. Dit initiatief is voortgezet in de huidige bestuursperiode en heeft onder meer geleid tot de wens een nieuwe gedragscode vast te stellen. Met deze vernieuwde gedragscode beoogt de gemeente voorwaarden te creëren voor rechtvaardig en integer handelen. Niet alleen om te voorkomen dat in de gemeente paniekmaatregelen genomen worden als een mogelijke overtreding van de gedragscode zich voordoet, maar ook om te voorkomen dat onschuldigen worden geschaad en schuldigen disproportioneel worden bestraft. Het opstellen van deze vernieuwde gedragscode is behulpzaam bij het handhaven van de politieke en bestuurlijke integriteit, zowel preventief als repressief. Functies van de gedragscode De gedragscode heeft een aantal algemene functies. De gedragscode: stimuleert de morele oordeelsvorming van individuen; stelt de norm; definieert specifieke handelingen als schendingen; maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk; geeft richting aan de morele oordeelsvorming van individuen. De gedragscode beschermt daarnaast specifiek de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Het gaat dan om het voorkomen van corruptie en belangenverstrengeling. Die vervalsen immers de besluitvorming en resulteren per definitie in machtsmisbruik. Politici worden zelfs opgeroepen actief de schijn van belangenverstrengeling en corruptie tegen te gaan. Hoofdstuk1.Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel1 De burgemeester mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel1.1 De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Toelichting: De wetgever biedt de burgemeester op vier manieren bescherming tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van B&W, waarvan de burgemeester deel uitmaakt, als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van collegeleden de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de collegeleden uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak door politici gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. De burgemeester moet als lid van het college dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van de politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. De wetgever verbiedt de burgemeester expliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van wethouders, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagen nauwkeurig te bestuderen. De wetgever eist van de burgemeester dat hij al zijn functies en de inkomsten uit die functies, bekend maakt. Op die manier wordt het voor raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk de burgemeester te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat de burgemeester tevens al zijn financiële belangen bekendmaakt bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente. De wetgever verbiedt burgemeesters gedurende een bepaalde periode na hun zittingstermijn betaalde werkzaamheden voor de gemeente te verrichten. Artikel1.2 De burgemeester onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Artikel1.3 De burgemeester onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie artikel 1.2 van de gedragscode) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Artikel1.4 De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen. Artikel1.5 De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan. Artikel1.6 De burgemeester maakt openbaar welke betaalde en onbetaalde functies hij vervult. Artikel1.7 De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met functies van de burgemeester. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en - als de burgemeester niet in deeltijd werkt en niet onder het overgangsrecht valt - wat de inkomsten zijn uit die functies. Artikel1.8 De burgemeester doet er bij de gemeentesecretaris opgaaf van als hij financiële belangen heeft (bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. Artikel1.9 De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met gemelde financiële belangen van de burgemeester. Artikel1.10 Een oud-burgemeester wordt gedurende een jaar na het eind van zijn zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap. Toelichting: Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die (gaan) ondernemen en die dus opdrachten vervullen middels een contract. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel informatie op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode (gaan) ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente hebben zij een informatievoorsprong en treedt er dus oneerlijke concurrentie op ten aanzien van andere ondernemers; voormalig bestuursleden profiteren daardoor van hun bestuursfunctie, hetgeen nadrukkelijk niet te bedoeling is. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente. Deze zogenaamde ‘draaideurconstructie’ betreft alleen oud-bestuurders die middels contracten een opdracht aannemen van de gemeente. Het betreft dus niet contracten van andere partijen binnen de gemeente. Een voormalig raadslid mag wel in dienst treden bij de gemeentelijke organisatie. 2.Regels rondom (de schijn van) corruptie Artikel2 De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Toelichting: Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor de burgemeester. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een burgemeester. Belangen-verstrengeling is niet in het Wetboek van Strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de burgemeester te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Artikel2.1 De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan. ArtikelAannemenvan geschenken. Toelichting: Geschenken zijn een potentiële sluiproute naar corruptie. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze wekken in ieder geval de schijn. De hieronder staande regels zijn geformuleerd als een “nee, tenzij” regel; een bestuurder neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen dienen bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Artikel2.2 De burgemeester neemt geen geschenken aan waarvan mag/kan worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij: het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen; het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van corruptie minimaal is. Artikel2.3 Als geschenken om een van de in artikel 2.2 van de gedragscode genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c van de gedragscode. De geschenken worden dan alsnog terug-gestuurd dan wel worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Artikel2.4 Het college van B&W kan bepalen dat men afwijkt van het bepaalde in artikel 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.