Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018De raad van de gemeente Roermond; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 januari 2018, raadsvoorstel 2018/003/1; gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 29 januari 2018; besluit: vast te stellen de ‘Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018’ HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; Commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; HoofdstukIIVoorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden Van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, kan de burgemeester in overleg met presidium besluiten dat 20%wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Artikel3Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1.Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 3.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die op grond van de Verordening behandeling bezwaarschriften als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt. 4.De betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 4, geschiedt eenmaal per kwartaal. Artikel4Reis-en verblijfkosten 1.De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is: voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 2.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 3.De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel5Scholing 1.Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2.De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3.Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 4.De griffier handelt de aanvraag af. In voorkomende gevallen beslist de burgemeester in overleg met het presidium. Artikel6Computer en internetverbinding 1.a. Raads- of commissieleden aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. b. Beschikbaarstelling geschiedt voor de duur van het raads- of commissielidmaatschap. c. ln dit verband wordt verstaan onder bijbehorende apparatuur een printer of een all-in-one printer en onder software Microsoft Windows, Microsoft Office en beveiligingssoftware. 2.Aan raads- en commissieleden aan wie geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders op aanvraag voor de uitoefening van het raads- of commissielidmaatschap een tegemoetkoming verleend voor de aanschaf of het gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. Deze bedraagt maandelijks 1/36e van de aanschafwaarde. Als de werkelijke aanschafwaarde hoger is dan de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke aan raads- en commissieleden in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, wordt uitgegaan van de laatstbedoelde aanschafwaarde. 3.Op aanvraag ontvangen raads- en commissieleden voor de duur van hun raads- of commissielidmaatschap 50% van een gebruikelijk abonnementstarief gebaseerd op een gemiddelde verbindingssnelheid, een en ander op advies van de afdeling Concernadvies, ter vergoeding van de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in dit artikel bedoelde computerapparatuur voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap 4.Bij aanvang van het raadslidmaatschap vraagt het raadslid een computer of vergoeding aan bij de griffier. De griffier handelt de aanvraag af. Artikel7Collectieve verzekeringen 1.Het college van burgemeester en wethouders sluit ten behoeve van de raadsleden één of meer collectieve verzekeringen af, waarbij wordt voorzien in een geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden 2.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van raadsleden die zijn benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, als bedoeld in artikel X10 van de Kieswet. Artikel8Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden 2.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.