Verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van de gemeenteOuder-AmstelDe raad van de gemeente Ouder-Amstel, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 mei 1989, nr. 89/60/14; gelet op de circulaire van het Centraal Orgaan (thans genaamd College voor Arbeidszaken) d.d. 19 oktober 1984, nr. OPZ/7300; gezien de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken d.d. 13 juni 1988, nr. AB88/156/U11; mede gezien de circulaires van het College van Arbeidszaken d.d. 29 juni 1988, nr. OPZ/25540 en d.d. 13 oktober 1988, nr. OPZ/28515; gehoord de commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken te Ouder-Amstel; s t e l t v a s t: De ‘verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van de gemeente Ouder-Amstel’. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten; de werknemer in de zin van artikel 2:5:1 van de Uitwerkingsovereenkomst; salaris:het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder b van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling; salaris per uur: het 1/165 deel van het salaris bij een gemiddeld 38-urige werkweek; salarisschaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder a van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling opgenomen in de bijlagen behorende bij deze verordening; salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld. maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal, dat kan worden bereikt door jaarlíjkse salarisverhogingen; bezoldiging: de bezoldiging, als bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, onder c van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling; functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten; functiewaardering: het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als criterium de relatieve zwaarte van het werk; conversietabel: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen; volledige werktijd: een werktijd welke gemiddeld 38 werkuren per week omvat. Artikel2Algemene bepalingen 1.Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden. 2.Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat. Artikel3 Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. Artikel4 De salarissen van ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen opgenomen in de bij deze verordening behorende bijlagen. Artikel5 1.Burgemeester en wethouders bepalen op basis van functiewaardering en conversietabel de functionele indeling van de ambtenaar in de salarisschaal, tenzij de wijze van functioneren zich daartegen nog verzet. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de ambtenaar, die de hem toegekende functie naar hun oordeel nog niet volledig vervult, indelen in de salarisschaal onmiddellijk voorafgaande aan de schaal die op basis van functiewaardering aan diens functie is verbonden. 3.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 4.Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal. 5.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de hoogste op de bij deze verordening behorende bijlage voorkomende salarisschaal toegekend aan de gemeentesecretaris. Artikel6Salaris bij aanstelling 1.Bij aanstelling kennen burgemeester en wethouders de ambtenaar het salaris toe dat: wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0; wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd. 2.Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat. Artikel7Jaarlijkse salarisverhoging Het salaris van de ambtenaar wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag. De periodieke verhogingen worden toegekend: wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari van het jaar waarin de aanspraak daarop bestaat en nadien telkens na een jaar; wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van 1 januari van het jaar waarin de hogere leeftijd wordt bereikt. Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een salarisnummer beginnende met de letter U. Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de ambtenaar een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat. De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen. Artikel8 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, toekennen op grond van: buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver; andere door burgemeester en wethouders van voldoende belang geachte werkzaamheden. 2.Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen. Artikel9Onthouden van periodieke verhogingen 1.Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver van de ambtenaar kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat ten aanzien van hem salarisverhogingen, als bedoeld in artikel 7, achterwege worden gelaten. 2.Burgemeester en wethouders kunnen nadien bepalen dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend. 3.Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid. Artikel10Vaststelling salaris bij bevordering 1.Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.