Verordening Jeugdhulp gemeente Medemblik 2018De raad van de gemeente Medemblik, gelezen het bijbehorend voorstel van het College van burgemeester en wethouders van Medemblik d.d. 19 december 2017; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet; overwegende dat - de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; - dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen voor: * de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen; * de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; * de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; - dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk b e s l u i t In te trekken de Verordening Jeugdhulp gemeente Medemblik 2017 En Vast te stellen de volgende verordening: Verordening Jeugdhulp gemeente Medemblik 2018 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene voorziening: een vrij toegankelijke voorziening of een voorziening buiten het kader van de wet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; gebruikelijke zorg: de normale dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht wordt elkaar onderling te bieden omdat ze al leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden gesprek: het gesprek waarmee een onderzoek wordt ingesteld naar de in te zetten voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de wet; gespreksverslag: een door het college opgesteld verslag van het gesprek; gezinsplan: een plan samen met de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld waarin het gespreksverslag is opgenomen; hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet; individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening op grond van de Jeugdwet en zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid; jeugdige: als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; melding: het moment dat een jeugdige en/of zijn ouders en/of een wettelijk vertegenwoordiger zich bij het college meldt met een hulpvraag; ouder(s): als bedoeld in artikel 1.1 van de jeugdwet; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; wet: Jeugdwet. Artikel2.Vormen van jeugdhulp 1.De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: ondersteuning vanuit het wijkteam algemeen- en schoolmaatschappelijk werk jongerenwerk opvoed- en opgroei ondersteuning voorlichting, vrij toegankelijke cursussen en trainingen 2.De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: Pleegzorg JeugdzorgPlus Crisishulp en –opvang Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Jeugd- en opvoedhulp Ernstige Enkelvoudige Dyslexie zorg 3.Milieusvoorzieningen GBGGZ 2016 SGGZ 2016 Behandeling, begeleiding, verzorging en kort verblijf En andere hier niet genoemde landelijk beschikbare jeugdhulp 4.Indien de jeugdige en/of zijn ouders gebruik kunnen maken van een voorziening genoemd in het eerste lid en deze is toereikend, bestaat er geen recht op een voorziening zoals genoemd in het tweede lid. Artikel3.Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist/jeugdarts, school 1.De huisarts, medisch specialist en jeugdarts hebben expliciet verwijsrecht naar een jeugdhulpaanbieder. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.Zowel de huisarts, medisch specialist en jeugdarts stellen het college bij voorkeur in kennis van hun verwijzing. De jeugdhulpaanbieder stellen het college in kennis van hun inzet/start van de jeugdhulp/individuele voorziening. 3.Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 7. 4.De school heeft verwijsrecht naar een jeugdhulpaanbieder op het gebied van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED). Deze zorg wordt alleen verstrekt als en voor zover de betreffende jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat het gaat om EED volgens landelijk protocol. 5.Het college legt bij EED een afwijzing vast in een beschikking als bedoeld in artikel 7. Artikel4.Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag Het college stelt bij nadere regeling regels vast met betrekking tot de toegang van de jeugdhulp, waarbij het genoemde in artikel 5 in acht wordt genomen. Artikel5.Criteria voor een individuele voorziening 1.Het college neemt het gespreksverslag en/of het gezinsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een hulpvraag die kan leiden tot een individuele voorziening. 2.Het college kan een individuele voorziening toekennen voor zover de jeugdige: niet op eigen kracht, waaronder gebruikelijke hulp, met hulp van zijn ouders of andere personen uit het sociaal netwerk een oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening, of geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 3.Het college treft ten behoeve van de jeugdige voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en het college waarborgt een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. 4.Het college stelt bij het treffen van voorzieningen vast in hoeverre het noodzakelijk is om, in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt aan te bieden. 5.Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste adequate voorziening, waarbij geldt dat het criterium 'de goedkoopste' alleen een criterium is bij gelijke kwaliteit van verschillende voorzieningen. 6.Bij de inzet van hulpverlening door een persoon die een bloed- of aanverwante in de eerste of tweede graad van de jeugdige is, geldt maximaal het tarief voor hulp uit het sociale netwerk. 7.Het college kan een externe adviesinstantie om advies vragen als het dit van het belang acht voor de beoordeling van de hulpvraag. Artikel6.Cliëntondersteuning 1.Het college zorgt ervoor dat inwoners kosteloos een beroep kunnen doen op onafhankelijke cliëntondersteuning waarbij het belang van de jeugdige uitgangspunt is. 2.Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders voor het gesprek op de mogelijkheid hiervan gebruik te maken. Artikel7.Inhoud beschikking Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden, naast de wettelijke vereisten, tevens in de beschikking de met jeugdige of zijn ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.