Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Culemborg houdende regels omtrent financiën Verordening op de heffing en invordering rioolheffing 2018De Gemeenteraad van de gemeente Culemborg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. GEM 1738188/426; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: “Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018.” Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: belastingobject: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater en de in het kader van het gemeentelijke rioleringsplan geplaatste individuele behandeleenheden afvalwater (IBA’s); water: drinkwater, huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; afvalwater: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam 'rioolheffing' wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam ‘rioolheffing’ worden geheven: een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een belastingobject dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt ingeval het belastingobject een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld belastingobject blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één belastingobject worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De rioolheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven per belastingobject. Artikel6Belastingtarieven 1.De rioolheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per belastingobject € 242,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.