Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 gemeente Baarn Raadsbesluit Voorstelnummer: 08RV000115 Onderwerp: Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 De raad van de gemeente Baarn gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 februari 2009; gehoord de commissie Samenleving, Bestuur & Financiën d.d. 10 maart 2009; overwegende dat Het wettelijk verplicht is voor de gemeente een verordening vast te stellen waarin geregeld is hoe de gemeente omgaat met de verstrekking van een langdurigheidstoeslag; -gelet op De artikelen 8 en 36 van de Wet werk en bijstand; b e s l u i t : De "Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 gemeente Baarn" vaststellen; De ingangsdatum van de verordening vaststellen op 1 januari
- VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WET WERK EN BIJSTAND 2009 GEMEENTE BAARN De verordening is een nadere uitwerking van artikel 36 van de Wet werk en bijstand, zoals die luidt na de decentralisatie van de Langdurigheidstoeslag aan gemeenten. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders wet: de Wet werk en bijstand uitkeringsgerechtigde: persoon die een uitkering heeft ingevolge de WWB (Wet werk en bijstand), de Ioaw: (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), de Iow (Wet inkomensvoorziening oudere werklozen of de Ioaz (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen). bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet; WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet Studiefinanciering Zelfstandige huisvesting: een woning of kamer waarvoor de bewoner huur of eigenaarslasten voldoet. Van het voeren van een zelfstandige huishouding is geen sprake als de belanghebbende inwoont bij een of beide ouders of indien de belanghebbende langdurig (langer dan een half jaar) verblijft in een AWBZ bekostigde verpleeginrichting. Artikel2Voorwaarden 1.Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de persoon die een onafgebroken periode van 36 maanden (referteperiode) een zelfstandige huishouding heeft gevoerd, in die refertepriode aangewezen is geweest op een laag inkomen en geen uitzicht heeft op een inkomensverbetering. De periode van verblijf in een asielzoekerscentrum telt mee voor de vaststelling van de 36 maanden termijn aangezien er bij de Regeling verstrekking asielzoekers sprake is van een minimumuitkering. 2.Van een laag inkomen is sprake indien het inkomen in de referteperiode niet hoger is geweest dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm, plus in die referteperiode maximaal het bedrag dat wettelijk vrijgelaten kan worden als inkomstenvrijlating in de wet, als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder o. Indien er aan de inkomenseis wordt voldaan in de referteperiode wordt er van uitgegaan dat er geen uitzicht is op een inkomensverbetering. 3.In geval van gehuwden en samenwonenden dienen beide belanghebbenden aan alle voorwaarden voor toekenning te voldoen. Artikel3(geen) zicht op inkomensverbetering In afwijking van artikel 2 wordt de belanghebbende, die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000 of dit heeft gedaan gedurende de ononderbroken periode van 36 maanden, geacht wel zicht op inkomensverbetering te hebben. Artikel4Geldend maken van het recht In artikel 36 van de wet staat aangegeven met ingang van welke datum het recht op een langdurigheidstoeslag ontstaat. Om dit recht geldend te maken dient een aanvraag ingediend te worden. Langdurigheidstoeslag is een vorm van bijzondere bijstand. Dit betekent dat de hoofdregel voor het aanvragen van bijzondere bijstand geldt en dat is dat behoudens bijzondere omstandigheden de ingangsdatum de datum aanvraag is. Een eventueel vervolgrecht ontstaat 12 maanden na die datum. Artikel5Behouden re-integratiestimulans De uitkeringsgerechtigde die een langdurigheidstoeslag ontvangt en die uitstroomt uit de rechtgevende uitkering naar reguliere arbeid behoudt gedurende het eerstvolgende vervolgjaar recht op een langdurigheidstoeslag, indien het inkomen uit arbeid in dat vervolgjaar minder bedraagt dan 115% van de bijstandsnorm.. Artikel6Hoogte van de toeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt: voor gehuwden: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag op jaarbasis; voor alleenstaande ouders: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis; voor alleenstaanden: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis. 2.De bedragen die volgen uit het vorige lid worden afgerond op hele euro’s naar boven. Artikel7Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel8Inwerkingtreding en Overgangsbepalingen Deze verordening treedt in werking op 1 januari
- De overgangsbepalingen staan in de wet. Artikel9Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als : Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 gemeente Baarn. Vastgesteld in de openbare vergadering, 25 maart 2009 griffier voorzitter