Treasurystatuut van de gemeente FerwerderadielHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ferwerderadiel; gelet op het bepaalde in de Verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Ferwerderadiel; gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO); besluit: vast te stellen het navolgende HoofdstukI- INLEIDING Op 1 januari 2001 is de Wet financiering lagere overheden (Wet filo) vervangen door de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. In 2006 is de Wet fido geëvalueerd, waarbij een aantal vereen-voudigingen is doorgevoerd. In de loop van 2008 bleek dat sommige financiële instellingen waarbij decentrale overheden gelden hadden uitgezet niet meer (volledig) aan hun verplichtingen konden voldoen. Gelet op de onrust op de financiële markten is de Wet fido per 1 januari 2009 opnieuw aangepast en zijn als nadere uitwerking hiervan twee regelingen aangescherpt: HoofdstukII– ALGEMEEN Artikel1Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten Financiële beleidsinstrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden o.a. gebruikt om renterisico ’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Geldstroombeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven, ingedeeld per tijdseenheid. Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rente-vergoeding. Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen heb-ben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. HoofdstukIII– DOELSTELLINGEN Het treasurystatuut heeft tot doel een formeel kader te scheppen waarbinnen de financierings- en beleggingsactiviteiten van de gemeente Ferwerderadiel dienen plaats te vinden. Artikel 2, eerste lid van de Wet fido geeft aan: “openbare lichamen gaan leningen aan, zetten middelen uit of verlenen garanties uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido aangegeven dat de gemeenteraad de publieke taak bepaalt. Hierbij moet rekening worden gehouden met artikel 2 lid 2 Wet fido, waarin wordt bepaald dat bankachtige activiteiten (het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen) in ieder geval niet tot de publieke taak worden gerekend en daarom nadrukkelijk verboden zijn. De richtlijnen in dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van de treasury te garanderen en hebben derhalve (met uitzondering van artikel 3 lid 1 tot en met 3) geen betrekking op verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak. Artikel2Doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; het beschermen van de gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk worden geregeld. Met name het beheersen, beperken en spreiden van risico’s neemt in het treasurybeleid van de gemeente Ferwerderadiel een belangrijke plaats in. Het risicomanagement is in dit verband gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. Daarbij wordt tenminste voldaan aan de risiconormeringen zoals die in het statuut zijn opgenomen. HoofdstukIV– RISICOBEHEER Artikel3Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van de sector Middelen en Ondersteuning wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut. Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico ‘s. Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de gemeente het advies in van een externe adviseur. De Wet fido bevat concrete richtlijnen voor de wijze waarop de provincie als toezichthouder toetst op korte en lange termijn renterisico’s. De instrumenten hiervoor zijn respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet is het maximum bedrag waarvoor de gemeente kortlopende middelen mag aantrekken op de geldmarkt. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. Het doel is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. De norm voor de renterisiconorm die gehanteerd wordt is 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende jaar, dat wil zeggen dat 1/5 deel van het begrotingstotaal per jaar herzien mag worden. Artikel4Renterisicobeheer De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening / uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. De rentevisie van de gemeente wordt periodiek opgesteld op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële instellingen. Binnen de kaders, gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen / uitzettingen, opdat ook in de toekomst geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen optreedt. Artikel5Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en/of uitzettingen in vastrentende waarden. Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door overeenkomstig artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. Artikel6Kredietrisicobeheer Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten: Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij: financiële instellingen waarvan het land van vestiging tot de Europese Economische Ruimte behoort (EU + Noorwegen, IJsland en Lichtenstein) en het desbetreffende land een minimale creditlandenrating van AA heeft, toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA); uitzettingen van langer dan 3 maanden worden alleen gedaan bij een financiële instelling met een rating van AA toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus; uitzettingen tot en met 3 maanden worden gedaan bij financiële instelling met een rating van A toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus; uitzettingen kunnen ook plaats vinden bij Nederlandse overheden of instanties binnen de Europese Unie, die een publieke taak dienen en die een solvabiliteitsratio hebben van 0%; tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering worden uitsluitend uitgezet bij de financiële onderneming waar de leningen zijn aangegaan. Hiervoor wordt een nettingovereenkomst gesloten, zodat bij niet nakomen van de verplichtingen, vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen worden weggestreept. Indien een dergelijke overeenkomst niet is afgesloten, moet de financiële onderneming voldoen aan de rating vereisten zoals vermeld in artikel 6 lid 1a, 1b en 1c. Bij het uitzetten of beleggen van middelen wordt alleen gebruik gemaakt van financiële producten waarbij aan het einde van de looptijd tenminste de hoofdsom is gegarandeerd Artikel7Intern liquiditeitsrisicobeheer De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar). Artikel8Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Euro. Eventuele valutarisico’s die voortvloeien uit operationele transacties worden door de gemeente direct ingedekt. HoofdstukV– GEMEENTEFINANCIERING Artikel9Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken, teneinde de renterisico ’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; de gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen, waaronder de NV Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een financiering wordt aangetrokken welke schriftelijk wordt vastgelegd. Artikel10Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 of 6 genoemde voorwaarden; de gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de NV Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan, welke schriftelijk worden vastgelegd; leningen aan een derde organisatie, die naar het oordeel van de gemeenteraad de publieke taak dient, kunnen alleen worden verstrekt: onder het beding van eerste hypotheek als de hoofdsom van de lening niet uitgaat boven de 70% van de waarde van het onderpand; de waarde van het onderpand wordt op kosten van de derde organisatie, bepaald door een beëdigd taxateur; het bedrag van de verstrekte lening wordt in maximaal 30 jaren terugbetaald middels annuïteiten of in jaarlijks gelijke termijnen; de lening wordt verstrekt tegen de voorwaarden, welke de gemeente zelf op het tijdstip van de kredietverlening voor door haar te sluiten leningen met eenzelfde looptijd als die van de te verstrekken lening verschuldigd zou zijn bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten; zowel de kosten, verbonden aan de vestiging als aan de royering van de hypotheekakte, zijn voor rekening van de derde organisatie; het onderpand dient ten genoegen van burgemeester en wethouders (college) te zijn verzekerd tegen brand- en stormschade; om jaarlijks de kredietwaardigheid van de derde organisatie te kunnen beoordelen, moet de derde organisatie jaarlijks voor 1 juli de rekening over het afgelopen en de begroting over het komende jaar aan de gemeente overleggen; indien de kredietwaardigheid van de derde organisatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet is gewaarborgd, heeft de gemeente de mogelijkheid om het bestuur van de derde organisatie zodanige richtlijnen te geven dat de kredietwaardigheid van deze organisatie binnen drie jaar weer wordt gewaarborgd; volgt het bestuur van de derde organisatie de richtlijnen als bedoeld in lid i niet (volledig) op dan heeft de gemeente de mogelijkheid het bedongen onderpand op kosten van de derde organisatie openbaar te verkopen. Artikel11Garanties
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.