Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand houdende regels omtrent minimaregelingen maatschappelijke participatie (Verordening minimaregelingen maatschappelijke participatie gemeente Loon op Zand)De Raad van de gemeente Loon op Zand, gelezen het voorstel van het college d.d. 14 november 2017 en gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het belangrijk is de maatschappelijke participatie van haar inwoners te bevorderen, BESLUIT: vast te stellen de VERORDENING MINIMAREGELINGEN maatschappelijke participatie gemeente Loon op Zand Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand inkomen: het (gezamenlijk) inkomen van de aanvrager (en diens partner), als bedoeld in artikel 32 van de wet, en de algemene bijstand; laag inkomen: een persoon heeft een laag inkomen als bedoeld in artikel 32 e.v. van de wet, als het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van het wettelijk sociaalminimum. wettelijk sociaal minimum: de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 20 tot en met 23 van de Participatiewet, inclusief toeslag, vakantie-geldreservering, exclusief heffingskortingen; inwoner: een persoon die ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen van de gemeente Loon op Zand; aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande ouder en het gezin als bedoeld in artikel 4 van de wet die behoort tot de doelgroep van deze verordening en voldoet aan de voorwaarden; kind: een kind van 4 tot 18 jaar die ingeschreven staat in de gemeentelijke Basisregistratie Personen waarvoor de ouder kinderbijslag ontvangt zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 onder e van de wet; maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten met een sportief, sociaal dan wel cultureel karakter die beogen een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken en/of meedoen in de samenleving te bevorderen; voorziening: (financiële) ondersteuning gericht op de personen met een laag inkomen; kindpakket: geheel van minimaregelingen gericht op de maatschappelijke participatie van kinderen van 4 tot 18 jaar. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. Artikel2.Doel 1.De gemeente Loon op Zand vindt het van wezenlijk belang dat inwoners van de gemeente Loon op Zand en hun minderjarige kinderen vanaf 4 jaar, zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet worden belemmerd door hun financiële positie. De gemeente Loon op Zand wil hierin bijdragen door het voeren van een beleid gericht op bevordering van maatschappelijke participatie, waaronder wordt verstaan deelname aan activiteiten die het mogelijk maken mee te doen in de samenleving. 2.Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het eerste lid genoemde taken door het college worden uitgevoerd. Artikel3.Doelgroep Deze verordening is van toepassing voor alle inwoners vanaf 4 jaar van de gemeente Loon op Zand met een laag inkomen, die om financiële redenen niet kunnen meedoen aan activiteiten die het mogelijk maken mee te doen in de samenleving. Artikel4.Aanvraag minimaregelingen maatschappelijke participatie 1.Het indienen van een aanvraag vindt plaats met gebruik van een daarvoor opgesteld aanvraagformulier en wordt ingediend door de meerderjarige aanvrager ten behoeve van zichzelf, hun partner en/of hun minderjarige kind(eren). 2.De aanvrager verstrekt desgevraagd alle gegevens en bewijsstukken omtrent het inkomen en de gezinssituatie van de aanvrager die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het recht op een voorziening in het kader van de minimaregelingen maatschappelijke participatie. 3.Het college beslist op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel5.Uitvoering minimaregelingen maatschappelijke participatie 1.Het college draagt zorg voor maatschappelijk participatie van inwoners met een laag inkomen en stelt via beleidsregels vast hoe zij uitvoering geeft aan deze verordening. 2.Het college stelt voor de doelgroep voorzieningen beschikbaar in de vorm van een financiële ondersteuning. 3.Het college zorgt voor een voorziening op maat voor: kinderen van 4 tot 18 jaar uit huishoudens met een laag inkomen. Via het kindpakket: bijdragen in het kader van (maatschappelijke) participatie, schoolkosten voor het primair onderwijs vanaf groep 6 en het voortgezet onderwijs (tot 18 jaar). Inwoners vanaf 18 jaar met een laag inkomen: een bijdrage ten behoeve van deelname aan activiteiten in het kader van (maatschappelijke) participatie. [vervallen] Kinderen vanaf 5 tot 18 jaar uit huishoudens met een laag inkomen. Via het kindpakket: vergoeding van het zwemdiploma A en/of B. 4.Het college kan in de toekomst besluiten overige minimavoorzieningen en/of kortingsregelingen toe te voegen, aan te passen en te wijzigen, indien deze leiden tot verruiming, beter gebruik of beter bereik van de voorziening. Artikel6.Voorwaarden 1.Indien de inwoner behoort tot de doelgroep, dan is er aanspraak op een voorziening voor maatschappelijke participatie als voldaan is aan de volgende voorwaarden: Op de datum van aanvraag is het (gezamenlijk) inkomen lager of gelijk aan 120% van de voor de aanvrager(s) geldende bijstandsnorm. Indien sprake is van schuldenproblematiek, kan bij de bepaling van het inkomen ook worden uitgegaan van het besteedbaar inkomen. Het besteedbaar inkomen is niet hoger dan het inkomen, zoals benoemd in het eerste lid. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.