Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente LeudalHet college van burgemeester en wethouders van Leudal en de burgemeester van Leudal, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; overwegende dat het doelmatig is dat het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gebruik maken van mandaat bij de uitoefening van hun bevoegdheden; gezien de Budgethoudersregeling gemeente Leudal 2017; gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT(EN) ; Nieuw hoofdstuk Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester; besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling; mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; ondermandaat: het verlenen van het mandaat door de gemandateerde aan een ander; volmacht: de bevoegdheid die een bestuursorgaan verleent om in zijn naam privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; machtiging: de bevoegdheid die een bestuursorgaan verleent om in zijn naam handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. professionele instelling: een rechtspersoon/organisatie die door de gemeente wordt gesubsidieerd of daartoe een aanvraag heeft ingediend ten behoeve van het verrichten van bepaalde activiteiten in de gemeente en die met medewerkers een arbeidsrelatie is aangegaan die deze activiteiten uit hoofde van deze arbeidsrelatie beroepsmatig verrichten. Hoofdstuk 1 Beslissingsmandaat Artikel 2. Mandaat De gemeentesecretaris/algemeen directeur en via hem de afdelingshoofden hebben binnen door het bestuursorgaan eventueel te geven richtlijnen, mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun taken -voor de afdelingshoofden binnen het werkgebied van de eigen afdeling - en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen met - financiële - consequenties aan te gaan en uitgaven goed te keuren conform Budgethoudersregeling gemeente Leudal 2017, tenzij bij deze regeling of bij wet anders is bepaald. Artikel 3. Ondermandaat 1.Gemandateerden kunnen het aan hen verleende mandaat ondermandateren. 2.Voor het verlenen van ondermandaat is goedkeuring door de gemeentesecretaris/algemeen directeur vereist. In overleg met verlener van ondermandaat kan de gemeentesecretaris/algemeen directeur verleende ondermandaten intrekken. 3.In een ondermandaat worden zo nodig beperkingen met betrekking tot de omvang ervan aangegeven. 4.Het afdelingshoofd Bedrijfsvoering draagt zorg voor openbare terinzagelegging in een voor publiek toegankelijk gebouw van de gemeente en bekendmaking op internet van dit besluit en de krachtens dit besluit verleende ondermandaten. Artikel 4. Uitzonderingen op ondermandaatmogelijkheid In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2 en 3 worden de navolgende taken alleen aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur gemandateerd. Van deze bevoegdheden is geen ondermandaat mogelijk: (voorgenomen) besluiten tot toepassing van artikel 8:13 (ontslag als disciplinaire straf) en hoofdstuk 16 (disciplinaire straffen) van de arbeidsvoorwaardenregeling (CAR-UWO); besluiten met betrekking tot vaststellen formatiewijzigingen en functieprofielen, incl. functieniveaus; besluiten inzake de toekenning van afkoopsommen en regelingen omtrent het uittreden van individuele medewerkers respectievelijk het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Een besluit wordt niet genomen dan na overleg met de portefeuillehouder personeelszaken. besluiten tot benoeming teamleiders en medewerkers veiligheid. Een besluit wordt niet genomen dan na overleg met de portefeuillehouder personeelszaken. de bevoegdheid op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende om voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de belastingverordeningen mochten voordoen; de bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de bij beschikking opgelegde boete; Artikel 5. Ondertekening De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt: “Burgemeester en wethouders van Leudal”, respectievelijk “De Burgemeester van Leudal”, “namens dezen,” respectievelijk “namens deze,” gevolgd door de handtekening van deze (onder)gemandateerde, de naam van deze (onder)gemandateerde en de functienaam van de(onder)gemandateerde. Artikel 6. Besluiten met verderstrekkende financiële consequenties Voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de daartoe door het bestuursorgaan vastgestelde budgetten met daaraan gekoppelde prestaties en/of resultaten is besluitvorming door dat bestuursorgaan vereist. Artikel 7. Uitgezonderde besluiten In afwijking van de artikelen 2, 3 en 4 blijven de navolgende besluiten voorbehouden aan het bestuursorgaan: het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften, alsmede het stellen van nadere regels ter uitvoering van algemeen verbindende voorschriften; het vaststellen, wijzigen of intrekken van kaders, beleidsregels en besluiten van algemene strekking. In afwijking van de in de vorige volzin genoemde uitzonderingen is voor besluiten van algemene strekking op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994, juncto artikel 12 van het Besluit Administratieve bepalingen inzake het Wegverkeer (verkeersbesluiten), wel mandaat mogelijk; beslissingen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten die het bestuursorgaan zelf heeft genomen, zonder gebruik van mandaat; beslissingen op bezwaarschriften waarbij in afwijking van het advies van de commissie voor de bezwaarschriften besloten wordt, dan wel waarbij het bezwaar gegrond wordt verklaard én het oorspronkelijke besluit inhoudelijk wordt gewijzigd c.q. herroepen; besluiten ter uitvoering van de arbeidsvoorwaardenregeling voor zover het betreft: het benoemen, schorsen of ontslaan van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en afdelingshoofden; besluiten die anderszins de rechtspositie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur betreffen; besluiten op grond van artikel 8:13 CAR-UWO (disciplinair ontslag). besluiten ten aanzien waarvan is bepaald dat deze met versterkte meerderheid moeten worden genomen; besluiten op grond van artikelen 151b, 151c, 151d, 154a, 172, 172a, 172b, 174, tweede lid, 174a, 175, 176 en 176a van de Gemeentewet (zgn. ‘openbare orde bevoegdheden’); besluiten op grond van de Zondagswet en de Wet openbare manifestaties, voor zover daarbij sprake is van een inperking van grondrechten; besluiten tot inbewaringstelling op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. besluiten tot (het voordragen ter) benoeming van bestuurders in functies en commissies; besluiten tot aanwijzing van personen met opsporings- en toezichthoudende bevoegdheden; besluiten tot subsidieverlening van professionele instellingen > € 20.000,00 en professionele instellingen die in voorafgaande jaar niet werden gesubsidieerd; besluiten tot buitenplanse afwijken van bestemmingsplannen (art. 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wabo) in die gevallen waar de UOV van toepassing is; Het geven van toepassing aan de uitwerkingsverplichting bestemmingsplannen (art.3.6, lid 1 onder b Wet ruimtelijke ordening); Het geven van toepassing aan de wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplannen (art. 3.6, lid 1 onder a Wet ruimtelijke ordening); Artikel 8. Mandaat, volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging. Artikel 9. Afwezigheid/ontstentenis In geval van afwezigheid of ontstentenis van (onder)gemandateerde functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn opgedragen, worden deze door de aangewezen plaatsvervanger vervuld. Bij afwezigheid van een functionaris aan wie ondermandaat is verleend, wordt de bevoegdheid primair uitgeoefend door de functionaris die ondermandaat heeft verleend (bovenliggend niveau). Artikel 10. Verantwoording 1.De gemeentesecretaris/ algemeen directeur en de afdelingshoofden, leggen in algemene zin verantwoording af via de reguliere P en C cyclus en desgewenst specifiek in een nadere rapportage, over de uitvoering van de aan hen opgelegde taken en het gebruik van verleende bevoegdheden. Toezicht op de uitvoering van dit besluit vindt plaats overeenkomstig het interne controlekader. In ondermandaatbesluiten worden instructies gegeven met betrekking tot toepassing van ondermandaat en wordt aangegeven onder welke voorwaarden ondermandaat wordt verleend. In ondermandaatbesluiten wordt voorts aangegeven op welke wijze de gemandateerde de mandaatgever inlichtingen verschaft over de uitoefening van de bevoegdheid. 2.Via de teamleiders/afdelingshoofden worden portefeuillehouders een maal per kwartaal geïnformeerd over: Beslissingen ten aanzien van handhavingszaken team Beheer Openbare Ruimte, Toezicht en Handhaving. incl. weigering handhavingsverzoeken Opleggen van bestuurlijke boetes Ingekomen en lopende schadeclaims Toepassing flexibiliteitsbepalingen Wet ruimtelijke ordening anders dan genoemd in artikel 7 van dit besluit Beslissing op aanvragen incidentele subsidies en overige subsidies waarvoor geen wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 4:23 Awb is vastgesteld. Beslissing op aanvragen subsidies op grond van de subsidieregeling maatschappelijke activiteiten, de subsidieregeling maatschappelijke ondersteuning, de subsidieregeling fonds maatschappelijke ondersteuning, de subsidieregeling Ös Dörp, de subsidieregeling innovatieve activiteiten sociaal domein en de subsidieregeling evenementen en publieksactiviteiten. Inkoop voor aanbesteding van leveringen en diensten vanaf € 25.000,00 en voor werken vanaf € 150.000,00. Hoofdstuk 2 Ondertekeningmandaat Artikel 11 Ondertekeningsmandaat Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat een hem genomen besluit namens het college wordt ondertekend door de een wethouder of door een medewerker, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Hoofdstuk 3 overgangs- en slotbepalingen Artikel 12. Intrekking Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt de Mandaatregeling gemeente Leudal 2013 en het bijbehorende mandaatregister alsmede alle daarop gebaseerde ondermandaatregelingen ingetrokken. Tevens wordt het Mandaat, volmacht- en machtigingsbesluit Leudal 2017 d.d. 3 januari 2017 en het bijbehorende bevoegdhedenregister ingetrokken. Artikel 13. Bekendmaking en inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang 3 dagen na de datum van publicatie. Bekendmaking vindt plaats door publicatie op de gemeentelijke website onder officiële bekendmakingen. Artikel 14. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Leudal". Aldus vastgesteld d.d. 13 maart 2018Burgemeester en wethouders van Leudal,De secretaris, De burgemeester,H.K.W. Bekkers (wnd.) A.H.M. Verhoeven MPMDe burgemeester van Leudal,A.H.M. Verhoeven MPM Toelichting Algemeen:Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Besluiten worden gedefinieerd als een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (of een daarmee juridisch gelijk te stellen andere handeling). Belangrijke voorbeelden van besluiten zijn: vergunningen, ontheffingen, (subsidie-) beschikkingen, uitkeringen en verkeersmaatregelen (maar natuurlijk ook weigeringen daarvan). Bestuursorganen binnen de gemeente zijn bijvoorbeeld: de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Met andere woorden mandaat is een instrument waarbij bijvoorbeeld het college bepaalde vergunningen niet meer zelf verleent, maar op een lager, ambtelijk, niveau in de organisatie neerlegt zodat zij zelf haar tijd efficiënter kan besteden. Veelal komt mandaat voor bij vaak voorkomende c.q. routinematige zaken. Met enige nadruk wordt vermeld dat het dus bij mandaat met name gaat om beslissingen die extern gericht zijn en rechtsgevolg creëren. Waarbij onder dat creëren van rechtsgevolg is te verstaan, het veranderen van rechten en/of plichten van burgers. Er is voor gekozen om met besluiten samenhangende extern gerichte stukken ook onder dit mandaat te vatten. Dan gaat het om correspondentie die, niet zijnde een besluit, daarmee wel samenhangt en voorafgaande dan wel na afloop van het besluitvormingsproces uitgaat (voorbeelden hiervan zijn: een ontvangstbevestiging, verzoek om meer informatie, aanbiedingsbrief, voortgangsbericht etc). Het gaat bij mandaat niét om werkafspraken, besturingsmodellen, budgetverlening of andere sturingsinstrumenten. Dat soort zaken zijn vervat in andere, meer intern werkende, instrumenten zoals de organisatievisie en de Budgethoudersregeling gemeente Leudal 2017 (waarmee een koppeling met de – jaarlijks fluctuerende – productbegroting wordt gemaakt) etc. Uitgangspunt van mandaat is dat degene die mandateert altijd bevoegd blijft de gemandateerde bevoegdheid – toch nog – zelf uit te oefenen, dan wel bij de uitoefening van die bevoegdheid aanwijzingen te geven. De uitgeoefende gemandateerde bevoegdheid blijft daarbij altijd onder verantwoordelijkheid vallen van het bestuursorgaan dat mandaat verleent. In feite gaat het dus om een juridische constructie waarbij bestuursorganen aan ambtenaren de bevoegdheid opdragen om bepaalde beslissingen voor en namens hen te nemen. Het ligt overigens voor de duidelijkheid van besluitvormingsprocedures voor de hand dat indien het bestuursorgaan een gemandateerde bevoegdheid bij nader inzien toch aan zich wil houden, dat daartoe dan ook expliciet door dat bestuursorgaan besloten wordt. Vanuit de integrale managementfilosofie, voor Leudal, wordt bij toepassing van mandaat een rechtstreekse verbinding gelegd met financiën/budgetten en de planning & controlcyclus. Zo wordt duidelijk dat toebedeelde bevoegdheden binnen die kaders van kracht zijn. Een gemandateerde is dus, qua interne verhoudingen, formeel nooit verder bevoegd, dan wat hem bijv. via budget/begroting – intern – werd toegekend. Geld dat je niet hebt, kun je ook niet uitgeven; dat geldt voor iedereen. Voor een gemeente, een bestuursorgaan en natuurlijk ook voor de gemandateerde ambtenaar. Het uitgangspunt is dat “gemandateerd wordt, tenzij…”. Dit uitgangspunt heeft veel voordelen; een compact (hoofd)mandaat verdient de voorkeur vanuit transparantie, overzichtelijkheid en duidelijkheid; deze werkwijze geeft minder bureaucratie; het model is veel minder onderhouds- en foutgevoelig; uitschrijven en bijhouden van specifieke/gedetailleerde bevoegdheden (per soort besluit) is veelal slechts korte tijd correct én blijvend bewerkelijk; hetgeen het bestuur niet of onder voorwaarden wil toevertrouwen aan een lager echelon, kan worden uitgezonderd of onder beperkende voorwaarden worden verleend; gestreefd wordt naar een zo veel mogelijk tijd-/ en ontwikkelingsbestendig document; dat wil zeggen, zodanig vormgegeven dat nieuwe ontwikkelingen niet direct leiden tot noodzakelijke aanpassing van het hoofdmandaat; de werkwijze sluit aan bij de aanbevelingen uit het imago onderzoek 2017. Voor de duidelijkheid en ter voorkoming van discussies wordt hierbij vermeld dat voor dit mandaat en de daarop berustende ondermandaten de integraal manager (gemeentesecretaris/directeur en/of afdelingshoofd) – naar de buitenwereld/extern – voor de taak/het werkterrein zoals uit de organisatieregeling blijkt, volledig bevoegd is. Een (opschalings)afweging vanwege bijvoorbeeld een politieke-/bestuurlijke-/ambtelijke gevoeligheid naar bijvoorbeeld een hoger (ambtelijk) echelon is er een van interne aard. Aldus kan én mag – bijvoorbeeld – een burger, of een andere externe, er zekerheidshalve op vertrouwen dat een dergelijk manager het besluit, vallend binnen zijn werkterrein, bevoegdelijk nam. Daarbij heeft het college en de burgemeester bij hun besluitvorming over dit mandaat expliciet overwogen dat intern de afspraak geldt dat bij politieke en bestuurlijke gevoeligheid wordt opgeschaald. Tot slot nog een aantal algemene punten: Sinds invoering van de derde tranche Awb staat vast dat bestuursdwang (maar ook andere handhavingsinstrumenten als dwangsom etc.) te mandateren is. Aangezien er geen principiële redenen aanwezig zijn om het bestuursorgaan deze bevoegdheid aan zich te laten houden, valt deze bevoegdheid onder dit algemene mandaat. Het voeren van een rechtsgeding binnen het taakgebied van een afdeling behoort, vanuit het oogpunt van integraal management, in principe niet wezenlijk anders te worden behandeld dan zaken die wel rimpelloos verlopen (het voeren van een rechtsgeding wil zeggen alle (rechts-) handelingen die daarbij horen, en al dan niet op eigen initiatief). Als een besluit kennelijk lastiger tot stand komt en/of leidt tot bezwaar en/of (hoger)beroep, doet dat niets af aan de verantwoordelijkheid van die integraal manager. Wel zal een dergelijke exercitie een aanleiding betekenen voor het – extra – informeren van een hoger en/of bestuurlijk niveau. Er kan dan meer aan de hand zijn. Het is ook denkbaar dat sommige zaken zo politiek-bestuurlijk gevoelig (komen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.