De raad der gemeente Gaasterlân-Sleat; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 oktober 2009, nr. 5 resp. 19 november 2009, nr. 24; gelet op artikel 229 aanhef, eerste lid, onderdeel a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: "Verordening op de heffing en invordering van marktgelden". Artikel1Belastbaar feit 1.Onder de naam marktgeld wordt een éénmalig recht geheven voor het gebruik of genot van stand-plaatsen op voor de openbare dienst bestemde pleinen, straten, wegen, wallen enz. welke zijn aangewezen als marktterrein. 2.Het recht wordt geheven van diegene die het in het eerste lid van dit artikel omschreven gebruik of genot heeft. Artikel2Tarief 1.Het marktgeld bedraagt per dag of gedeelte daarvan voor een kraam of andere uitstalgelegenheid voor elke meter standplaatslengte € 0,55, met een minimum van € 2,24 per dag. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel bedraagt het recht per jaar € 22,23 per meter standplaatslengte, met een minimum van € 88,92 per jaar. Artikel3Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel4Termijn van betaling 1.Het recht, genoemd in artikel 2, moet worden voldaan bij aanbieding van de gedagtekende kennisgeving. 2.Het recht, genoemd in artikel 2, tweede lid kan bij abonnement worden voldaan waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld en elke van de volgende termijnen telkens 3 maanden later. 3.Een abonnement, zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel, dient vooraf schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar te worden aangevraagd. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden van dit artikel gestelde termijnen. Artikel5Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten zijn verschuldigd op het tijdstip waarop van gemeentewege de toestemming is verleend tot het mogen gebruiken van de in artikel 1, eerste lid genoemde standplaatsen. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, met inbegrip van de maand van aanvang, nog volle kalendermaanden overblijven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.