VERORDENING INTERNE KLACHTBEHANDELING EN KLOKKENLUIDERREGELING GEMEENTE ALPHEN AAN DEN RIJN 2002(vastgesteld door de gemeenteraad op 21 februari 2002, ingaande 17 april 2002) Begripsbepalingen Artikel1* In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Algemene wet bestuursrecht; klacht: een klacht over een gedraging als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet be-stuursrecht met uitzondering van een klacht over ongewenst gedrag op grond van de Regeling klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid; het meldpunt: een commissie of persoon die als zodanig door de gemeenteraad is aange-wezen; de ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel a, d, e en f van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Alphen aan den Rijn 1995 (AVR); de gemeentelijke organisatie: de gemeentelijke organisatie waarbinnen de ambtenaar werk-zaam is; een vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een misstand met betrekking tot de gemeentelijke organisatie omtrent: een strafbaar feit; een schending van regelgeving of beleidsregels; het misleiden van justitie; een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of het bewust achterhouden van informatie over deze feiten. HOOFDSTUK1KLACHTBEHANDELING Behandeling van mondelinge klachten Artikel2 Een mondeling ingediende klacht, als bedoeld in artikel 9:2 van de wet, wordt door of van-wege het bestuursorgaan op schrift gesteld. Met betrekking tot de behandeling van een klacht, als bedoeld in het eerste lid, is afde-ling 9.2 van de wet van toepassing. Aanvullende bepalingen betreffende de behandeling van klaagschriften Artikel3 In de ontvangstbevestiging van het klaagschrift als bedoeld in artikel 9:6 van de wet, wordt ver-meld welke persoon of functionaris de klacht in behandeling heeft. Artikel4 1Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen, waaraan moet zijn voldaan, voordat toepassing kan worden gegeven aan artikel 9:8 van de wet. 2In de schriftelijke kennisgeving van het niet in behandeling nemen van een klacht, als bedoeld in artikel 9:8, derde lid, van de wet, wordt de motivering vermeld. Artikel5 1Een afschrift van de kennisgeving, als bedoeld in artikel 9:12, eerste lid, van de wet wordt tevens gezonden aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. 2 In de kennisgeving als bedoeld in artikel 9:12, eerste en tweede lid, van de wet wordt in ieder geval melding gemaakt van de mogelijkheid dat door de klager een klacht kan worden ingediend bij de gemeentelijke ombudscommissie, indien sprake is van een gedraging als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke ombudscommissie. Of sprake is van een gedraging als bedoeld in genoemde verordening staat uitsluitend ter beoordeling van die commissie. Artikel6 Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat voor de uitvoering van de interne klacht-behandeling overeenkomstig de bepalingen van deze regeling en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 9 van de wet een interne instructie wordt opgesteld. HOOFDSTUK2KLOKKENLUIDERREGELING Interne procedure Artikel7 1De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit bij zijn direct leiding-gevende of, indien hij melding aan zijn direct leidinggevende niet wenselijk acht, bij diens leidinggevende of bij een van de door de gemeenteraad aangewezen vertrouwenspersonen. 2De leidinggevende of de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor dat burgemeester en wethouders onverwijld op de hoogte worden gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is. Indien de ambtenaar het ver-moeden bij de vertrouwenspersoon heeft gemeld, brengt de vertrouwenspersoon tevens de leidinggevende van betrokkene op de hoogte. De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij burgemeester en wethouders of de leidinggevende niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen tijde herroepen. 3Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand stellen burgemeester en wethouders onverwijld een onderzoek in. 4Burgemeester en wethouders zenden aan de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde ver-moeden van een misstand en het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld. Indien de ambtenaar verzocht heeft zijn identiteit niet bekend te maken aan burgemeester en wethouders, zenden zij een ontvangstbevestiging aan de vertrouwenspersoon. Artikel8 1Burgemeester en wethouders stellen de ambtenaar dan wel, indien de ambtenaar heeft ver-zocht zijn identiteit niet bekend te maken aan burgemeester en wethouders, de vertrouwens-persoon, binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van hun standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. 2Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kunnen burgemeester en wethouders de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethou-ders stellen de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis. Externe procedure Artikel9 1De gemeenteraad wijst een of meer personen aan die het meldpunt vormt of vormen. Zij worden benoemd voor de werkingsduur van de regeling. Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en burgemeester en wethouders daaromtrent te adviseren. Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone meerderheid van stemmen. Artikel10 De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand melden bij het meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.