Verordening op de beplantingen Leiderdorp 2018De raad van de gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 april 2018; gezien het advies van het politiek forum van 14 mei 2018; gelet op de twee amendementen d.d. 28 mei 2018, over het toepassingsbereik en de vergunningplicht met betrekking tot dunning; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Nota zienswijzen Verordening op de beplantingen 2018, d.d. 4 april 2018; vast te stellen de Verordening op de beplantingen Leiderdorp 2018, luidende aldus: Verordening op de beplantingen Leiderdorp 2018: Artikel1Begripsbepalingen 1.De volgende begripsbepalingen gelden: beplanting: alle bomen, houtopstanden en overige al dan niet overblijvende gewassen, waaronder begrepen heesters, struiken, bloemen en planten; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet. bomenfonds: het gemeentelijk fonds voor onderhoud en instandhouding van waardevolle bomen en houtopstanden; boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; boom in openbaar groen / in openbare ruimte: een boom met een standplaats in de openbare ruimte die voor iedereen vrij toegankelijk is (feitelijke openbaarheid conform Wegenverkeerswet); boomtechnisch deskundige: een theoretisch en praktisch deskundige op het gebied van bomen en aanverwante bomenzaken, in het bezit van het certificaat ‘European Tree Technician’ of gelijkwaardig; college: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiderdorp; compenserende maatregelen: herstellende maatregelen die de ten gevolge van een ruimtelijk project aangetaste beplanting binnen de uitvoeringstermijn van dat project weer in afdoende functionele staat brengen; dunnen: het verwijderen van individuele houtige gewassen binnen een houtopstand ten gunste van de beoogde ontwikkeling van deze houtopstand; gemeentelijke boom of houtopstand: een boom of houtopstand in eigendom van de gemeente; groentoets: een beoordeling voor alle beplantingen van de gevolgen van voorgenomen bouw-, aanleg- of projectwerkzaamheden, inclusief een plan van aanpak met mitigerende en compenserende maatregelen voor het tegengaan van negatieve effecten op het groen; herplantfonds: een gemeentelijke financiële voorziening voor de uitbreiding van het in de gemeente aanwezige openbare groen, waaronder houtopstanden; herplantwaarde: de financiële waarde van een herplant op basis van de actuele richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus multistriatus (Marsch.) en Scolytus pygmaeus; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); kandelaberen: het voor de eerste maal afzetten van een bestaande, regulier uitgegroeide kroon tot takstompen, waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar of kandelaber krijgt, met als doelstelling het ingrijpend reduceren van de kroonomvang. In het geval van kandelaberen wordt 35 tot 50 procent van de gehele kroon verwijderd, bij kandelaren 50 tot 75 procent van de gehele kroon; kappen: het geheel of grotendeels bovengronds verwijderen van een boom; knotten: het periodiek terugzetten van de gehele kroon door middel van het verwijderen van opnieuw uitgelopen loten, twijgen en takken met als doelstelling het terugzetten van de kroon tot op het meerjarige hout; Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden: een lijst met bomen en houtopstanden die een bijzondere waarde hebben voor de leefomgeving; mitigerende maatregelen: ‘verzachtende’ maatregelen die in stand te houden bomen of houtopstanden beschermen tijdens de uitvoeringsfase van een ruimtelijk project; particuliere boom of houtopstand: een boom of houtopstand in eigendom van een particulier, bijvoorbeeld een burger, stichting of vereniging, die niet vrij toegankelijk is; quickscan: beperkt vooronderzoek van de groentoets. Het betreft een verkenning, waarbij bepaald wordt of aanwezige beplanting mogelijk beïnvloed kan worden door voorgenomen werkzaamheden. De resultaten van de quickscan kunnen aanleiding zijn tot het uitvoeren van de uitgebreidere groentoets; rooien: het ondergronds verwijderen van de stobbe of wortelkluit van een boom of houtopstand; ruimtelijke ontwikkeling: een bouwproject of herinrichtingsproject in afwijking van het geldende omgevingsplan, waarvoor een uitwerkings- of wijzigingsplan dan wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit noodzakelijk is; taxateur van bomen: een boomtaxateur, officieel als zodanig geregistreerd bij de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; vellen: het kandelaberen, knotten, kappen of rooien van een houtopstand, met inbegrip van het verplanten alsmede het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of beschadiging van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben; waardevolle boom of houtopstand: een boom of houtopstand die is opgenomen in de Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden. Artikel2Toepassingsbereik 1.Deze verordening is van toepassing op: beplantingen die gelegen zijn binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en: houtopstanden die gelegen zijn buiten de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, voor zover het niet gaat om houtopstanden als bedoeld in artikel 4.1, onderdelen c, d, e en h, van de Wet natuurbescherming, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel3Toegestane afstand tussen houtopstanden en de grenzen van naburige erven 1.De toegestane afstand als bedoeld in artikel 42, eerste en tweede lid van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bedraagt in afwijking van de bepaling voor bomen 0,5 meter en voor heesters en heggen nihil. Artikel4Aanwijzing waardevolle bomen en houtopstanden 1.Het college stelt ten minste elke vijf jaar een Lijst van bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden vast. Voor de op de lijst opgenomen bomen en houtopstanden worden ten minste een omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelnummer, de zakelijk gerechtigden en de reden voor plaatsing op de lijst vermeld. Zo nodig wordt een kaart bijgevoegd met daarop aangeduid de beschermde boom of houtopstand. 2.De eigenaar van de op de lijst te plaatsen boom of houtopstand wordt van deze voorgenomen plaatsing zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis gesteld. Hij wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze met betrekking tot de plaatsing op de lijst binnen vier weken na de datum van kennisgeving schriftelijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken. Bomen of houtopstanden waarvoor deze procedure loopt vallen onder het verbod van artikel 5, eerste lid, van deze Verordening. 3.De criteria voor aanwijzing van bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden zijn vastgesteld in bijlage 2 van het geldende Bomenbeleidsplan. 4.De in het derde lid benoemde criteria worden gebruikt om de Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden op te stellen. 5.De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomend in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting, eventueel aangevuld met lokale bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden. 6.De eigenaar van een boom of houtopstand die op de lijst staat vermeld, is verplicht schriftelijk aan de gemeente melding te doen van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom of houtopstand anders dan door kap of velling op grond van een verleende vergunning. Deze mededeling dient te geschieden onmiddellijk na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan. Artikel5Verbod kappen bomen en vellen houtopstanden 1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een boom te kappen of te doen kappen of een houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet voor: het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand krachtens de Plantgezondheidswet; het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand op bevel van de burgemeester in het kader van een spoedeisend belang; het knotten als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen; het dunnen, m.u.v. van bomen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, als beheermaatregel voor een boom of een houtopstand; het kappen of vellen, niet zijnde voor een ruimtelijke ontwikkeling, van een particuliere boom of houtopstand die niet vermeld staat op de Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden als benoemd in artikel 4, eerste lid; het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een groentoets met positieve eindconclusie is goedgekeurd door het bevoegd gezag. 3.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt, tenzij er sprake is van een boom of houtopstand op de Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden, na onderzoek, verleend indien: voldaan wordt aan één of meer van de overlastcriteria zoals beschreven in het geldende Bomenbeleidsplan; of geen van de volgende waarden in het geding zijn: Natuur- en milieuwaarden; Landschappelijke waarden; Cultuurhistorische waarden; Waarden van stads- en dorpsschoon; Waarden voor recreatie en leefbaarheid. Artikel6Groentoets 1.De quickscan en groentoets omvatten in ieder geval een duidelijke beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling, de aanwezige ‘groene’ elementen, de locatie van het project en een reële planning en worden opgesteld door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de ‘groene’ elementen te beschikken. 2.Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dient een quickscan ten behoeve van de groentoets te worden uitgevoerd, indien: in het te ontwikkelen gebied en/of binnen een straal van 50 meter van de projectgrens beplantingen staan; langs mogelijke aanrijroutes van bouwverkeer beplantingen staan; er sprake is van bronbemaling binnen een straal van 1 kilometer rond het projectgebied. 3.Indien uit de quickscan ten behoeve van de groentoets blijkt dat beplantingen negatief worden beïnvloed door de ruimtelijke ontwikkeling en/of werkzaamheden daaromtrent, dient een volledige groentoets te worden uitgevoerd. 4.De groentoets wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag: indien er geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van het type beplanting, eventueel door toepassing van mitigerende maatregelen, waarbij ook wordt getoetst aan beleid; of: indien de compenserende maatregelen voldoen aan de eisen voor herplant zoals benoemd in artikel 8; of: indien er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale en economische aard, met voor het milieu gunstige effecten. Artikel7Vergunning: aanvraag, beslistermijn, besluit, inwerkingtreding en geldigheidsduur 1.Op de aanvraag van een vergunning, de beslistermijn, het besluit op de aanvraag en de inwerkingtreding zijn de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet van toepassing. 2.De vergunning tot kappen of vellen als bedoeld in deze verordening heeft een geldigheidsduur van één jaar. Deze termijn gaat in op het moment van inwerkingtreding van de verleende vergunning. 3.Het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen beslissen tot eenmalige verlenging van de termijn genoemd in het tweede lid, met maximaal één jaar, na indiening van een daartoe strekkende aanvraag door vergunninghouder. Artikel8Herplantplicht en overige voorschriften 1.Het college verbindt aan een vergunning voor het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand in ieder geval als voorschrift dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen wordt herplant, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. 2.Het college kan bepalen dat herplant geschiedt met een boom of houtopstand die vergelijkbaar is met de gekapte boom of de gevelde houtopstand. 3.Indien herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, wordt in plaats van het in het eerste lid bedoelde voorschrift als voorschrift opgenomen dat de boom niet mag worden gekapt of de houtopstand niet mag worden geveld voordat een door het college te bepalen bedrag, dat gelijk is aan de herplantwaarde, in het gemeentelijk herplantfonds is gestort. Voordat het college een dergelijk voorschrift opneemt, dient door de aanvrager van de vergunning een taxatie van de herplantwaarde door een taxateur van bomen te worden overgelegd. 4.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in, op en rond de boom of houtopstand voorkomende flora en fauna. 5.Het verbod in artikel 5 geldt ook voor bomen of houtopstanden die in het kader van het eerste lid van artikel 8 zijn aangeplant. Artikel9Herplantplicht bij overtreding verbod 1.Indien een boom of houtopstand in strijd met een in deze verordening opgenomen verbod zonder vergunning is gekapt of geveld, legt het college de verplichting op dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen, wordt herplant. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom of de houtopstand bevond, dan wel aan degene die de boom heeft gekapt dan wel doen kappen of de houtopstand heeft geveld dan wel heeft doen vellen. 2.Indien herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde verplichting worden opgelegd dat een door het college te bepalen bedrag, dat gelijk is aan de herplantwaarde, door de overtreder van het verbod in het gemeentelijk herplantfonds wordt gestort. Artikel10Gemeentelijk Herplantfonds 1.Het college voorziet in een gemeentelijk Herplantfonds. 2.In het door het college ingestelde Herplantfonds worden financiële bijdragen gestort: door vergunninghouders ter uitvoering van een in de vergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de met vergunning te kappen bomen of te vellen houtopstanden; door rechthebbenden en/of overtreders nadat een boom of houtopstand waarop het verbod tot kappen of vellen van toepassing is, zonder vergunning is gekapt of geveld, en in het kader van handhavingsmaatregelen geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd ter uitvoering van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. 3.De aan bomen of houtopstanden gelieerde gelden in het herplantfonds mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitbreiding van het in de gemeente aanwezige openbare groen, waaronder bomen en houtopstanden. 4.Uitgangspunt bij besteding uit het herplantfonds is om de herplant te realiseren in het plantseizoen (periode november tot en met maart) volgend op het kappen van de boom of het vellen van de houtopstand. Het college van burgemeester en wethouders stelt elk jaar vóór 15 september een plantlijst vast, waarin wordt aangegeven wat het totaal aan ontvangen bedragen is, en waar de gemeente voornemens is bomen of houtopstanden vanuit het herplantfonds te planten. De raad wordt jaarlijks door het college geïnformeerd over de inkomsten en uitgaven van het herplantfonds. Artikel11Instandhoudingsplicht en aanschrijving 1.Wordt een boom of houtopstand in het voortbestaan ernstig bedreigd door menselijk handelen, dan kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom of houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van maatregelen bevoegd is, de last opleggen om: een advies te laten opstellen door een boomtechnisch deskundige, waarin de gevolgen van het menselijk handelen voor de boom of houtopstand en mogelijke maatregelen worden weergegeven; overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen en binnen een door het college te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Artikel12Bestrijding van iepziekte 1.Indien zich op een perceel één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van iepziekte of vermeerdering van de iepenspintkever, kan het college aan de zakelijk gerechtigde de verplichting opleggen binnen een door het college te bepalen termijn: de iepen te vellen; de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; delen van iepen te vernietigen, of: iepen zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden te hebben of te vervoeren, met uitzondering van geheel ontbast iepenhout en iepenhout met een diameter van minder dan 4 centimeter. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het in het vorige lid opgenomen verbod. Artikel13Toezicht 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: opsporingsambtenaren van de Regionale Eenheid Den Haag en de handhaver APV; 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het bevoegd gezag aan te wijzen personen. Artikel14Overgangsbepaling 1.Op aanvragen voor een vergunning die zijn ingediend voor de datum van inwerking treden is de Verordening op de beplantingen 2009 van toepassing. 2.Op vergunningen die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening niet in rechte onaantastbaar zijn, blijft de Verordening op de beplantingen 2009 van toepassing. 3.De “Lijst met bijzonder waardevolle bomen en houtopstanden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.