Sociale LeidraadSociale Leidraad Sociale Leidraad InhoudsopgavePreambule 1 Definities 2 Uitgangspunten 3 Plaatsingsproces 4 Plaatsingscommissie 5 Toetsingscommissie 6 Salaris, toelagen en studiefaciliteiten 7 Hardheidsclausule 8 Inwerkingtreding en duur Sociale Leidraad Preambule Veiligheidsregio Groningen bestaat sinds januari 2014 en is een organisatie binnen een veranderende maatschappij. Steeds opnieuw wordt getracht om het organisatiebelang zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de vereisten vanuit de maatschappij en vanuit de wensen van haar medewerkers. Veiligheidsregio Groningen werkt volgens het Rijnlandse organisatiemodel waarbij vakmanschap en maatwerk het uitgangspunt is. Daaruit vloeit voort dat de organisatie niet in beton gegoten is maar flexibel inspeelt op de veranderingen in de omgeving. We spreken dan van een geleidelijke organisatie-aanpassing. Deze aanpassingen geschieden in nauw overleg met de ondernemingsraad. Hier gaat ontegenzeggelijk onze voorkeur naar uit, want de personele gevolgen zijn dan gering. Maar soms werken deze vloeiende aanpassingen niet meer. Dan zijn de wijzigingen zo groot en abrupt en zijn de personele gevolgen zo ingrijpend, dat een reorganisatie noodzakelijk is. Om te waarborgen dat de reorganisatie voor medewerkers rechtvaardig, zorgvuldig en transparant gebeurt, spreken wij, bonden en bestuurders, spelregels af. Deze uitgangspunten, rechtspositionele waarborgen en procedures zijn weergegeven in de Sociale Leidraad. Werkingssfeer Conform artikel 12:1:5 CAR/UWO is de Sociale Leidraad van toepassing indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld een organisatieonderdeel ingrijpend te reorganiseren. Een reorganisatie is in ieder geval ingrijpend wanneer een aantal medewerkers aan het einde van het traject boventallig is. Werkgever stelt hiervan het GO op de hoogte en vraagt conform het bepaalde hierover in de WOR, advies of instemming bij de Ondernemingsraad. Medewerkers van wie vanwege andere redenen de aanstelling wordt gewijzigd of beëindigd bijvoorbeeld wegens disfunctioneren of het beëindigen van de aanstelling van rechtswege, vallen niet onder de Sociale Leidraad. Het bevoegd gezag van Veiligheidsregio Groningen heeft ten aanzien van navolgende Sociale Leidraad overeenstemming bereikt in de Commissie voor Georganiseerd Overleg d.d 20 oktober 2017. en besluit tot het vaststellen van de navolgende Sociale Leidraad 2015 Veiligheidsregio Groningen. 1 DefinitiesCAR/UWO: De Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling welke van toepassing is voor Veiligheidsregio Groningen en de Uitwerkingsovereenkomst van de CAR, tezamen genoemd “Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Groningen”. Werkgever: Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen. Medewerker: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 onder a, van de CAR/UWO met een aanstelling bij Veiligheidsregio Groningen. Een medewerker met een tijdelijke aanstelling valt alleen tijdens de duur van zijn Waar de mannelijke aanspreekvorm wordt gehanteerd, wordt evenzeer de vrouwelijke aanspreekvorm bedoeld. aanstelling onder de werkingssfeer van de Sociale Leidraad en kan alleen gedurende zijn aanstelling aanspraak maken op de rechten en plichten ervan. Salaris: Het bedrag van de schaal die aan de medewerker is toegekend of, indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, conform artikel 3:1 lid 2 CAR/UWO. Bezoldiging: Het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen (niet zijnde onkostenvergoedingen), alsmede (indien van toepassing) het bedrag van de vaste toelagen. Reorganisatie: Een reorganisatie is een ingrijpende verandering in de inrichting van enig dienstonderdeel. Een reorganisatie is in ieder geval ingrijpend wanneer een aantal medewerkers aan het einde van de reorganisatie boventallig is. Bij andere wijzigingen in de organisatiestructuur, waarvan de vraag is of het een ingrijpende wijziging is, overlegt de bestuurder hierover met de OR om tot een gemeenschappelijk oordeel over de eventuele toepasselijkheid van deze Sociale Leidraad te komen. Boventallig verklaarde medewerker: De medewerker met een aanstelling bij Veiligheidsregio Groningen bij wie als gevolg van een ingrijpende reorganisatie zijn functie en/of functieformatie is gewijzigd of opgeheven en die niet is geplaatst of herplaatst in de formatie van de nieuwe organisatie. Oude functie: Het geheel (samenstel) van werkzaamheden dat aan de medewerker is opgedragen en als zodanig is vastgesteld in een functiebeschrijving of dat is vastgelegd in een afzonderlijk besluit door de werkgever. Nieuwe functie: Een functie die (grotendeels) in de oude organisatievorm niet voorkwam. Ongewijzigde functie: Een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de medewerker voor de reorganisatie vervulde. Vervallen functie: Een functie die eerder bestond in de organisatie maar die na de reorganisatie niet terug keert. Passende functie: Een functie die de medewerker in verband met zijn kennis er ervaring, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten in redelijkheid kan worden opgedragen, of een functie waarvoor de medewerker door middel van om- en bijscholing in de regel binnen één jaar de benodigde geschiktheid en bekwaamheid kan verwerven. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook hoger of lager zijn dan de oude functie. Dit kan ook een nieuwe functie zijn. Geschikte functie: Een functie die geen passende functie is, maar die door de werkgever wordt aangeboden en die de medewerker bereid is te vervullen. Dit kan ook een nieuwe functie zijn. Sleutelfunctie: Een functie die namens het Bevoegd Gezag van Veiligheidsregio Groningen is aangewezen als zijnde van cruciaal belang voor de nieuwe organisatie en die een zodanige positie in de organisatie inneemt dat persoonlijke eigenschappen van de functievervuller bepalend zijn. Een sleutelfunctie is een functie in de strategische of tactische laag van de organisatie, dan wel op een ander positie wanneer dit door de werkgever nader wordt onderbouwd. (Her)plaatsen: Het tijdens de reorganisatie plaatsen van een medewerker in een ongewijzigde, nieuwe, passende of geschikte functie. Plaatsingsprocedure: Het totale proces van (her)plaatsen van een medewerker in het kader van een reorganisatie, in een ongewijzigde, nieuwe, passende of geschikte functie, binnen of buiten de organisatie. Reorganisatieplan: Het plan waarin de oude situatie ten tijde van de reorganisatie uiteen is gezet, de nieuwe situatie wordt aangeduid en waarin de gevolgen (waaronder financieel en op personeelsgebied) worden omschreven. Ook wordt het reorganisatiegebied in het reorganisatieplan afgebakend. Eventuele sleutelfuncties zijn opgenomen in het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan wordt voor advies aangeboden aan de ondernemingsraad. Plaatsingsadviescommissie: Een commissie die door het bevoegd gezag wordt ingesteld, indien gewenst gelet op de gecompliceerdheid van de reorganisatie, om advies uit te brengen aan de Plaatsingscommissie. Bij het instellen van een plaatsingsadviescommissie worden concrete werkafspraken gemaakt tussen de plaatsingsadviescommissie en de plaatsingscommissie. Plaatsingscommissie: Een commissie die door het bevoegd gezag wordt ingesteld om advies uit te brengen over de plaatsing van medewerkers die bij een reorganisatie moeten worden geplaatst. Deze commissie is verantwoordelijk voor het opstellen van de plaatsingslijst, die de bestaande situatie naar de nieuwe situatie weergeeft. De commissie neemt het besluit over de plaatsing, welk besluit door het bevoegd gezag zal worden overgenomen. Toetsingscommissie: Een commissie die in overleg tussen de werkgever en de betrokken vakbonden wordt ingericht. Deze commissie toetst de zienswijze van de medewerker en beziet daarbij of de gevolgde procedure zorgvuldig is verlopen. Remplaçant: De geplaatste of (potentieel) te plaatsen medewerker, die op basis van vrijwilligheid de status van boventallig verklaarde medewerker krijgt, met het doel om een (potentieel) boventallig verklaarde medewerker alsnog te kunnen plaatsen. Een remplaçant kan alleen een medewerker zijn met een aanstelling in vaste dienst. 2 UitgangspuntenLid 1Bij reorganisaties zal Veiligheidsregio Groningen, zijnde de werkgever, zich tot het uiterste inspannen om aan het einde van het reorganisatietraject boventalligheid van medewerkers te voorkomen. Lid 2Als een medewerker ten gevolge van een reorganisatie zijn functie verliest, wordt er getracht om hem een andere functie aan te bieden. Hierbij geldt een inkomensgarantie. Lid 3Wanneer tot een reorganisatie is besloten, wordt gestart met de plaatsing van de betrokken medewerkers in de functies in de nieuwe organisatie. Lid 4Medewerkers die niet in een functie binnen de formatie van de nieuwe organisatie kunnen worden geplaatst, worden boventallig verklaard. Lid 5Indien medewerkers boventallig worden, dan is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en de betrokken medewerker om te zorgen dat de boventalligheid zo spoedig mogelijk wordt opgeheven. De bepalingen van hoofdstuk 10d van de CAR/UWO, Van Werk Naar Werk (VWNW) zijn van toepassing. Lid 6Vanuit de organisatie wordt zorgvuldige begeleiding VWNW geboden aan boventallige medewerkers. Het opstarten van VWNW traject heeft ten doel dat de medewerker ander passend werk vindt. Ander passend werk kan binnen of buiten de organisatie zijn. De VWNW begeleiding bij boventalligheid is geregeld in hoofdstuk 10d van de CAR/UWO. De daarin voorkomende bepalingen (en toekomstige wijzigingen daarvan) vormen één geheel met deze regeling. Wanneer nodig wordt flankerend beleid opgesteld, waarin is weergegeven welke faciliteiten de organisatie beschikbaar stelt voor het VWNW traject. Lid 7Medewerkers hebben een eigen verantwoordelijkheid om te zorgen dat ze adequaat geëquipeerd zijn of worden voor het verrichten van (nieuwe) werkzaamheden. Dit betekent dat ze via hun leidinggevende het initiatief nemen tot het volgen van opleidingen, trainingen e.d. Daarnaast heeft ook de leidinggevende de verantwoordelijkheid om de medewerker instrumenten aan te reiken om zichzelf geschikt te maken voor het verrichten van de nieuwe werkzaamheden. Lid 8Wanneer is vastgesteld welke medewerkers kunnen worden geplaatst, kunnen – indien er daarnaast sprake is van boventalligheid – de geplaatste medewerkers in de gelegenheid worden gesteld om te kiezen voor de status van boventallige. Dit ten gunste van een van de bij de inpassing boventallig geworden collega (remplaçanten regeling). Een dergelijk verzoek wordt in beginsel, binnen de grenzen van een verantwoorde bedrijfsvoering, gehonoreerd. 3 Plaatsingsproces3.1 Het plaatsingsproces verloopt in twee elkaar opvolgende fasen: Eerste fase: Plaatsing in de sleutelfuncties. Tweede fase: Plaatsing overige functies. 3.2 De plaatsingscommissie stelt een plaatsingsplan op. De plaatsingscommissie laat zich hierbij, afhankelijk van de zwaarte van de reorganisatie, adviseren door de plaatsingsadviescommissie. Eerste fase: plaatsing in sleutelfuncties 3.3 In het reorganisatieplan zijn sleutelfuncties na advies van de OR aangewezen. Het principe “mens-volgt-werk” wordt bij de vervulling van de sleutelfuncties losgelaten. De vervulling zal via werving- en selectieprocedures worden geregeld. 3.4 Een sleutelfunctie vervult een zodanige positie in de organisatie dat persoonlijke eigenschappen van de functievervuller bepalend zijn voor het succes van groepen medewerkers en/of een organisatieonderdeel. Sleutelfuncties worden ingevuld op basis van geschiktheid, overeenkomstig nader te benoemen geschiktheidcriteria en/of competenties. 3.5 Voor de sleutelfuncties kunnen medewerkers schriftelijk en gemotiveerd reflecteren. In het plaatsingsplan kunnen nadere vereisten worden gesteld aan de medewerkers die op een sleutelfunctie reflecteren. 3.6 De invulling van de sleutelfuncties geschiedt op basis van selectie onder de medewerkers die hebben aangegeven voor een dergelijke functie in aanmerking te willen komen en ook aan de gestelde vereisten voldoen. 3.7 De medewerker is verplicht om mee te werken aan gesprekken en test(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.