Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent maatschappelijke participatie Verordening Meedoen in Nederweert 2019De raad der gemeente Nederweert; Overwegende dat het belangrijk is om de maatschappelijke participatie van inwoners te bevorderen en financiële belemmeringen voor deelname aan sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten te verminderen. Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders aan de raad d.d. 3 juli 2018 met als kenmerk 2018-56; Gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Meedoen in Nederweert 2019 Artikel1.Begripsomschrijving 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. 2.Deze verordening verstaat onder: inwoner: een persoon die is ingeschreven in het Basisregistratie Personen van de gemeente Nederweert en zijn woonplaats heeft in de gemeente Nederweert als bedoeld in artikel 1:11 BW; inkomen: het netto inkomen uit arbeid, uitkering of anderszins, met inachtneming van de bepalingen in de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet; bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de Participatiewet; college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nederweert; kalenderjaar: tijdvak van een jaar lopend van 1 januari tot 1 januari van het jaar daarop volgend; vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Met betrekking tot het vermogen wordt aangesloten bij de vermogensgrenzen zoals gehanteerd in de Participatiewet. Vermogen boven deze grenzen wordt meegerekend in de beoordeling van het recht op de voorzieningen in deze verordening. Artikel2.Doelgroep 1.Het college kan deze voorziening verstrekken aan inwoners van de gemeente Nederweert in het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, die: op het moment van aanvraag een leeftijd hebben van 18 jaar of ouder; minimaal 6 maanden voorafgaand aan de datum van een aanvraag een inkomen heeft tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c Participatiewet; een vermogen heeft dat minder is dan de vermogensgrens bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet; geen recht hebben op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000; kosten hebben in verband met sociale, educatieve, culturele en/of sportieve activiteiten. Artikel3.Kostensoorten 1.De bijdrage als bedoeld in deze verordening is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van sociale, culturele en of sportieve activiteiten dan wel schoolactiviteiten, waaronder in ieder geval worden gerekend: de meedoenpas ov-chipkaart van Arriva; de contributie van een sportvereniging, sociale of culturele vereniging; overige kosten in verband met het beoefenen/uitvoeren van sociale, culturele, educatieve of sportieve activiteiten; de abonnementskosten voor de bibliotheek. Artikel4.Hoogte van de bijdrage 1.De hoogte van de bijdrage betreft maximaal €175,00 per kalenderjaar per inwoner die tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2 behoort. 2.De bijdrage voor de meedoenpas als bedoeld in artikel 3 onder a betreft €100,00 voor de aanschaf in het eerste jaar en wordt in natura verstrekt. Bij verlenging na het eerste jaar kost de meedoenpas €90 per jaar. De kosten van de meedoenpas worden in mindering gebracht op de bijdrage als bedoeld in artikel 4 eerste lid. 3.De bedragen in de verordening kunnen jaarlijks worden geïndexeerd. Artikel5.Vaststellen inkomen 1.Het inkomen als bedoeld in artikel 2 lid 1 onderdeel b wordt op maandbasis vastgesteld over een periode van de afgelopen 6 maanden voor datum aanvraag. 2.Bij wisselende inkomsten wordt voor het vaststellen van het maandinkomen de som van deze inkomsten over de zes maanden berekend voorafgaande aan de aanvraag, gedeeld door zes. Artikel6.Aanvraag 1.De bijdrage als bedoeld in artikel 4 wordt aangevraagd door middel van het door college beschikbaar gestelde aanvraagformulier. 2.De bijdrage wordt door gehuwden gezamenlijk aangevraagd, dan wel door één van hen met schriftelijke toestemming van de ander. 3.De aanvraag wordt bij het college ingediend tijdens het kalenderjaar waarin de kosten als bedoeld in artikel 3 worden gemaakt. 4.Aan een rechthebbende kan slechts eenmaal per kalenderjaar een bijdrage worden verstrekt. 5.Aan de toekenning van de bijdrage wordt de verplichting verbonden deze te besteden aan de kosten waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Artikel7.Controle De persoon aan wie een bijdrage is verstrekt, moet met bewijsstukken kunnen aantonen dat hij de kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. De controle zal achteraf steekproefsgewijs plaatsvinden. Artikel8.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van deze verordening, indien de toepassing hiervan leidt tot een verregaande onredelijkheid. Artikel9.Uitvoering Het college kan ten behoeve van de uitvoering nadere regels vaststellen. Artikel10.Terugvordering Wanneer niet alle bewijsstukken kunnen worden overlegd kan het uitgekeerd bedrag geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. Artikel11.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Meedoen in Nederweert 2019”. Artikel12.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.